zaterdag, februari 04, 2006

45. Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld in Eerste Kamer

Christelijke partijen samen met juridische beroepsgroepen de grootste slopers van familiebanden na scheiding

"Hoewel alle juridische beroepsgroepen al uitgebreid om reactie en advies werd gevraagd tijdens de eerdere tweede kamerbehandeling van het wetsinitiatief is nu door de Eerste Kamercommissie voor Justitie het CDA-eerste kamerlid mr. P.W.L. Russell - overigens niet eens lid van de commissie voor Justitie maar in het dagelijks leven wel advocaat / procureur bij Russell Advocaten te Amsterdam - ingeschakeld om voor het schriftelijk onderzoek van dinsdag 7 februari wederom een adviesbrief op te stellen voor een hernieuwde uitgebreide schriftelijke adviesronde waarin de eerste kamercommissie advies vraagt ten aanzien van wetsvoorstel 29.676 (Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld) bij de Nederlandse Orde van Advocaten, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, het Nederlands Mediation Instituut, de Nederlandse Mediators Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Raad voor de Rechtspraak." Tegelijkertijd toonde de eerste kamercommissie voor Justitie geen belangstelling om ook met maatschappelijke organisaties van ouders en kinderen te spreken.

Voortgezette behandeling Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld (29.676) in Eerste Kamercommissie voor Justitie

FatherCare Kenniscentrum Nederland; Peter Tromp; 3 februari 2006

Je kunt gerust zeggen dat zonder kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD) het Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld (29676) [i] over behoud van familiebanden bij voortgezet gelijkwaardig ouderschap en een verbeterde regeling en handhaving van ouderschapsregelingen na scheiding, er niet was geweest. Een initiatiefwetsvoorstel dat voor het eerst beide ouders op voet van gelijkheid stelt en expliciet uitgaat van de gelijkwaardigheid van beide ouders bij de regeling van het ouderschap na de scheiding.

Nadat bij de eindstemming in de Tweede Kamer op 29 november 2005 “zijn” initiatiefwetsvoorstel werd aangenomen[ii] met de steun van de VVD, de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, de Groep Wilders, de Groep Lazrak, LPF en de Groep Nawijn, meldde kamerlid Ruud Luchtenveld op 30 november 2005 dan ook terecht met enige trots op zijn website:

“Ik ben zeer verheugd dat mijn initiatiefwetsvoorstel inzake scheiding zonder rechterlijke tussenkomst en vormgeving voortgezet ouderschap in de Tweede Kamer is aanvaard!!”

Nu verdedigt Ruud Luchtenveld zijn initiatiefwetsvoorstel zelf ook in de Eerste Kamer, waar zijn initiatief sinds afgelopen december bij de Eerste Kamercommissie van Justitie ligt, voor schriftelijke voorbereiding op de plenaire kamerbehandeling in de Eerste Kamer. Volgende week dinsdag 7 februari vindt in deze commissie het voorbereidend onderzoek plaats.

Christelijke partijen juist grootste slopers van familiebanden na scheiding

Uit de behandeling van, en de stemmingen over, het initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld in de Tweede Kamer, werd pijnlijk duidelijk dat het juist de gezamenlijke Christelijke Partijen CDA, CU en SGP zijn, onder aanvoering van de kamerleden De Pater-van der Meer (CDA) en Rouvoet (CU) en van justitieminister Donner (CDA), waar de grootste tegenstand tegen het initiatiefwetsvoorstel, tot behoud van familiebanden voor scheidingskinderen en gelijkwaardig ouderschap na scheiding vandaan komt. Het blijken dus juist de Christelijke partijen te zijn die in de politieke praktijk van alledag optreden als de grootste slopers en afbrekers van familiebanden na scheiding.

Achter de coulissen van de publieke gezins- en familieretoriek laten christenpolitici daarmee in hun politiek-parlementaire handwerk de belangen van hun beroepsgroepen (advocatuur, notariaat, mediators, kinderbescherming, etc.), waarmee zij banden hebben zwaarder wegen, dan de belangen van scheidingskinderen op het behoud van de familiebanden met hun beide ouders en de verdere familie.

Dit dreigt zich nu bij de behandeling van het Initiatiefwetsvoorstel in de Eerste Kamer weer te herhalen.

Hoewel alle juridische beroepsgroepen al meer dan uitgebreid om reactie en advies werd gevraagd tijdens de eerdere tweede kamerbehandeling van het wetsinitiatief is nu door de Eerste Kamercommissie voor Justitie het CDA-eerste kamerlid mr. P.W.L. Russell - overigens niet eens lid van de commissie voor Justitie maar in het dagelijks leven wel advocaat / procureur bij Russell Advocaten te Amsterdam - ingeschakeld om voor het schriftelijk onderzoek van dinsdag 7 februari wederom een adviesbrief op te stellen voor een hernieuwde uitgebreide schriftelijke adviesronde waarin de eerste kamercommissie advies vraagt ten aanzien van wetsvoorstel 29.676 (Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld) bij de Nederlandse Orde van Advocaten, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, het Nederlands Mediation Instituut, de Nederlandse Mediators Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Raad voor de Rechtspraak. Tegelijkertijd toonde de eerste kamercommissie voor Justitie geen belangstelling om ook met maatschappelijke organisaties van ouders en kinderen te spreken.

Stand van zaken Eerste Kamercommissie van Justitie per 1 februari 2006

1. Het Wetsinitiatief Luchtenveld (29676) is in de vergadering van 13 december 2005[iii] door De Eerste-Kamercommissie voor Justitie voor het eerst in behandeling genomen. Daarbij heeft de commissie vastgesteld dat het voorbereidend onderzoek plaats zal vinden op 7 februari 2006 en dat de commissie op 17 januari 2006 zal bespreken of input van maatschappelijke organisaties nuttig wordt geacht bij de voorbereiding, bijvoorbeeld door een gesprek met deskundigen te organiseren.

2. De Eerste-Kamercommissie voor Justitie heeft op 17 januari 2006[iv] vastgesteld dat er geen behoefte bestaat aan gesprekken met deskundigen van maatschappelijke organisaties ter voorbereiding van de behandeling.

3. De Eerste-Kamercommissie voor Justitie heeft op 31 januari 2006[v] vastgesteld dat het lid Russell (CDA) een conceptbrief zal opstellen om advies te vragen ten aanzien van wetsvoorstel 29676 (Initiatiefwetsvoorstel Luchtenveld) bij de Nederlandse Orde van Advocaten, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, het Nederlands Mediation Instituut, de Nederlandse Mediators Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en de Raad voor de Rechtspraak. Deze brieven zullen op 7 februari 2006 in de commissie aan de orde worden gesteld.

4. Het voorbereidend onderzoek door de Eerste-Kamercommissie voor Justitie vindt plaats op 7 februari 2006.



[i] Het Initiatiefwetsvoorstel-Luchtenveld (Wet beëindiging huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst en vormgeving voortgezet ouderschap 29.676) van kamerlid Ruud luchtenveld (VVD) wijzigt het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zo dat de verantwoordelijkheid voor een echtscheiding en voor de zorg voor de kinderen bij de echtgenoten ligt. Met dit voorstel wordt het mogelijk om zonder rechterlijke tussenkomst (al dan niet met behulp van een bemiddelaar) een echtscheiding te regelen. In klemmende gevallen blijft de gang naar de rechter mogelijk. Thans kunnen echtgenoten alleen hun toevlucht nemen tot de zogenaamde flitsscheiding. Als het gaat om de zorg- en opvoedingsrelatie ten aanzien van kinderen zijn volgens het voorstel ouders verantwoordelijk voor het opstellen van een deugdelijke regeling (ouderschapsplan) met betrekking tot de voortzetting van het ouderschap na de ontbinding van het huwelijk. Het voorstel is op 29 november 2005 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, GroenLinks, PvdA, Groep Wilders, Groep Lazrak, D66, VVD, LPF en Groep Nawijn stemden voor.

[ii] Tegen het intiatief wetsvoorstel stemden: CDA, Christen Unie en SGP. Het waren dus juist de christelijke partijen - onder aanvoering van mv. De Pater van der Meer en justitieminister Donner van het CDA - die tegen behoud van familiebanden, tegen gelijkwaardig ouderschap en tegen gelijke betrokkenheid van beide ouders bij de kinderen na scheiding stemden. Juist zij blijken in de politieke praktijk van Tweede en Eerste Kamer de allergrootste afbrekers en slopers van familiebanden te zijn.

[iii] Zie vergaderverslag van dinsdag 13 december 2006 van de vaste commissie voor Justitie; Nr. 35941/KvD; Den Haag, 13 december 2005)

[iv] Zie vergaderverslag van dinsdag 17 januari 2006 van de vaste commissie voor Justitie; Nr. 36022/KvD; Den Haag, 18 januari 2006)

[v] Zie vergaderverslag van dinsdag 31 januari 2006 van de vaste commissie voor Justitie; Nr. 36064/KvD; Den Haag, 31 januari 2006)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten