Posts tonen met het label vader. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vader. Alle posts tonen

zaterdag, december 15, 2012

563. Duitse moederlobbyiste Edith Schwab over spermavaders: "... am besten, Sie lassen den Vater einfach sterben."

"Oder Sie denken sich eine richtig tolle Geschichte aus." Wie? "Na am besten, Sie lassen den Vater einfach sterben."

In het nieuwe kerstnummer van het Duitse vrouwenblad Brigitte spreken Duitse alleenstaande moeders en moederlobby-juristen in het artikel "Jetzt oder nie - Ein Kind ohne Mann kriegen" erover hoe - naar het verkregen kind toe - het beste gesproken kan worden over de ontbrekende vaderfiguur achter het gebruikte sperma. Edith Schwab, Duits juriste en landelijk voorzitter van het VAMV, het Duitse 'Verband Alleinerziehender Mütter und Väter', geeft daarbij in het artikel aan de alleenstaande (sperma-)mama's het volgende serieuze advies:

Bevor ich (*) mich also erneut mit Tim (**) verabrede, hole Ich mir noch eine Rechtsberatung bei Edith Schwab. Die Juristin ist zugleich Bundesvorsitzende des VAMV, dem Verband alleinerziehender Mütter und Väter. Bei einem privaten Spender rät sie zum Vertrag: Ich fordere keinen Unterhalt, er keinen Umgang. "In Stein gemeisselt ist das aber nicht." Es sei ja noch das Kind im Spiel. Und das werde womöglich alles tun, um seinen Vater später ausfindig zu machen, darauf könne ich mich jetzt schon einmal so sicher einstellen wie aufs Windelwechseln. Entweder also ich greife gleich auf
eine anonyme Spende zurück - adios Johnny Depp aus dem Online-Shop. "Oder Sie denken sich eine richtig tolle Geschichte aus." Wie? "Na am besten, Sie lassen den Vater einfach sterben." Sie meint das ernst. "Die Kinder entwickeln eine unheimliche Sehnsucht nach dem abwesenden Elternteil."

Ich halte den Hörer immer noch am Ohr. Sie hat schon lange aufgelegt. Mir rauscht der Kopf.

Bron: Jetzt oder nie - Ein Kind ohne Mann kriegen (Brigitte, Dossier, Tina Klopp (36), Hamburg, December 2012)
(*) Tina Klopp (36) uit Hamburg, is de alleenstaande auteur van en ik-figuur in dit artikel in het decembernummer van het Duitse vrouwenblad Brigitte
(**) Tim is de blonde sportieve 'Spermaspender' die afkwam op de spermadonor-advertentie van Tina Klopp (36) uit Hamburg


Edith Schwab (rechts), de voorzitster van de Duitse Vereniging van Alleenstaande Moeders en Vaders (Verbands alleinerziehender Mütter und Väter - VAMV) in het Duitse vrouwenblad Brigitte: "Oder Sie denken sich eine richtig tolle Geschichte aus." Wie? "Na am besten, Sie lassen den Vater einfach sterben."

Het hier beschreven vaderbeeld is helaas ook het Nederlandse voorland, wanneer Fred
Teeven's wetsvoorstel op het lesbisch mee-moederschap binnenkort in Nederland
zal worden ingevoerd.

Peter Tromp

Relevante links bij dit artikel:

dinsdag, oktober 30, 2012

558. Vader opnieuw veroordeelt tot 7 jaar cel extra bovenop eerdere veroordeling tot 9 jaar cel voor "ontvoering" van zijn dochter (totaal 16 jaar cel)

Genderjustitie bij Openbaar Ministerie en in de Nederlandse rechtspraak

Vandaag werd een Soedanese vader voor de 'ontvoering' van zijn dochter naar Soedan na een eerdere veroordeling tot 9 jaar cel, opnieuw en herhaald vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM) voor hetzelfde feit en door de Rechtbank Utrecht voor het zelfde feit weer opnieuw veroordeeld tot nog eens 7 jaar cel wegens zgn. 'voortdurende' ontvoering.

Deze vader is nu dus veroordeeld tot in totaal 16 jaar cel. En als de pet van het OM daar vanmiddag of morgen naar staat, kan het OM weer vervolgen en er zo nog eens 9 jaar opstapelen .... en dan nog eens 9 jaar ..... en nog eens 9 jaar .... en ...

Een Nederlandse moeder kan de kinderen daarentegen straffeloos naar Nederland ontvoeren. Want terwijl het Openbaar Ministerie vrouwen en moeders voor het strafbare feit van kinderontvoering niet of nauwelijks vervolgt of zelfs weigert te vervolgen, worden vaders door datzelfde OM en hetzelfde strafbare feit juist op de boven beschreven wijze genadeloos en herhaald vervolgd en gestraft en krijgen zo eindeloos opgestapelde straffen opgelegd die een levenslange gevangenisstraf kunnen overtreffen.

En mocht u nog denken dat dit in 'de Nederlandse rechtstaat' niet voor kan komen of hooguit uitzondering is, dan heeft u helaas ongelijk. Er zijn veel meer vaders die op deze wijze slachtoffer geworden zijn van deze willekeurige justitieterreur door het Openbaar Ministerie en voor tientallen jaren in deze Nederlandse Goelag archipel verdwenen zijn door herhaalde vervolging en opeenstapeling van gevangenisstraffen voor hetzelfde vergrijp.

Zeven jaar cel voor voortdurende ontvoering dochter
Bron: Rechtspraak.nl : Rechtbank Utrecht, Utrecht, 30-10-2012

Een 45-jarige man uit Nieuwegein is opnieuw veroordeeld voor de voordurende ontvoering van zijn inmiddels 9-jarige dochter. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf opgelegd van 7 jaar. In 2007 nam de man zijn dochter, zonder de toestemming van de moeder die het gezag over het kind heeft, uit Nederland mee naar Soedan. Sindsdien verblijft het meisje daar.

Meisje nog steeds niet terug
De man weigert sinds 2007 alle medewerking aan de terugkeer van zijn dochter. Ook instanties zoals Interpol en het Centrum Internationale Kinderontvoering is het niet gelukt om het meisje terug te laten keren naar Nederland. Rechtbanken in Nederland en Soedan hebben bepaald dat het kind bij de moeder moet verblijven.

Eerder veroordeeld
In 2010 werd na cassatie door de Hoge Raad, een gevangenisstraf van 8 jaar en 9 maanden aan de man opgelegd voor het onttrekken van zijn dochter aan het gezag van de moeder voor de periode van juni 2007 tot en met juni 2009. Omdat er sindsdien niets veranderd is aan de situatie is er volgens de rechtbank sprake van een voortdurend delict. De man is daarom vandaag veroordeeld voor de periode juni 2009 tot en met augustus 2012.

Band minder hecht
De rechtbank is van oordeel dat de man zich nog steeds schuldig maakt aan het ontrekken van het gezag van zijn minderjarige dochter. Nu de ontvoering al jaren voortduurt, worden de gevolgen voor de moeder en de dochter ook zwaarder. De moeder verkeert al jaren in onzekerheid of zij haar dochter ooit weer terug zal zien. Ook oordeelt de rechtbank dat het niet ondenkbeeldig is dat de band tussen moeder en dochter steeds minder hecht zal worden en dat dit mogelijk zelfs tot vervreemding tussen het meisje en haar moeder kan leiden. De rechtbank rekent dit de man zeer ernstig aan.

Uitspraken: BY1613


LJN: BY1613, Rechtbank Utrecht , 16/700937-12 [P]

Datum uitspraak: 30-10-2012
Datum publicatie: 30-10-2012
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie: 
Een 45-jarige man uit Nieuwegein is opnieuw veroordeeld voor de voordurende ontvoering van zijn inmiddels 9-jarige dochter. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf opgelegd van 7 jaar. In 2007 nam de man zijn dochter, zonder de toestemming van de moeder die het gezag over het kind heeft, uit Nederland mee naar Soedan. Sindsdien verblijft het meisje daar.


Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/700937-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 oktober 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]
geboren op [1967] te [geboorteplaats] (Soedan)
wonende te [woonplaats]
thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein
raadsman mr. A.J. Hardonk, advocaat te Amsterdam

1  Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 oktober 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2  De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
In de periode van 19 juni 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Veenendaal en Nieuwegein en Soedan opzettelijk zijn minderjarige dochter [minderjarige] heeft onttrokken gehouden aan het wettelijk gezag van [moeder].

3  De voorvragen
De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vordering en er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4  De beoordeling van het bewijs

4.1  Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangifte van mevrouw [moeder], de beslissing van de rechtbank te Utrecht van 1 september 2010 waarin het ouderlijk gezag is toegekend aan de moeder van de minderjarige [minderjarige], de beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof te Soedan, waarin is bepaald dat de moeder van [minderjarige] de voogdij krijgt over [minderjarige] en waarin is bepaald dat [minderjarige] aan haar moeder, mevrouw [moeder] moet worden toevertrouwd.

4.2  Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte op 20 juli 2010 door het gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, welke straf de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 22 november 2011 heeft verlaagd naar een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en negen maanden.
Ook toen ging het om onttrekking van de minderjarige [minderjarige] aan het ouderlijk gezag door de moeder over de periode van 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009.
In die zaak zijn door de verdediging verweren gevoerd die in eerste aanleg en nadien in hoger beroep zijn verworpen.
De verdediging zal zich, in dat licht bezien en gelet op de huidige stand van de jurisprudentie ter zake van artikel 279 Wetboek van Strafrecht, thans beperken tot een strafmaatverweer.

4.3  Het oordeel van de rechtbank

Op 17 mei 2012 heeft mevrouw [moeder], moeder van de minderjarige [minderjarige], geboren op [2003], aangifte gedaan tegen verdachte. In de aangifte en haar aanvullende verklaring verklaart mevrouw [moeder] dat verdachte tijdens een vakantie in Egypte hun dochter [minderjarige] in juni 2007 tegen haar wil in naar zijn familie in Soedan heeft gebracht. Van dit feit heeft zij op 10 oktober 2007 aangifte gedaan en verdachte is hiervoor veroordeeld.
Middels bemiddeling is geprobeerd om [minderjarige] terug naar Nederland te halen. Daarnaast werden Interpol, een hoogwaardigheidsbekleder uit Soedan, een mediator en het Centrum Internationale Kinderontvoering ingeschakeld om [minderjarige] naar Nederland terug te halen.
Dit is niet gelukt. Verdachte heeft nooit medewerking verleend aan de terugkeer van [minderjarige].
Aangeefster [moeder] heeft ook in Soedan een procedure aanhangig gemaakt, hetgeen resulteerde in een beslissing van het gerechtshof te Khartoum (Soedan) van 7 maart 2012 waarin is geoordeeld dat [minderjarige] aan de moeder moet worden toevertrouwd.
Tot op heden is [minderjarige] nog steeds niet terug en wordt zij nog steeds onttrokken aan het gezag van aangeefster [moeder] .
Bij beschikking van de rechtbank Utrecht, sector handels- en familierecht van 1 september 2010 is de echtscheiding tussen [moeder] en verdachte uitgesproken, waarbij het ouderlijk gezag over hun minderjarige dochter [minderjarige] aan [moeder] is toegekend .
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem van 19 juli 2010 is verdachte veroordeeld ter zake van onttrekking aan het gezag van de minderjarige [minderjarige] over de periode 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009 tot een gevangenisstraf van negen jaren .
De beslissing van het gerechtshof van 19 juli 2010 is door de Hoge Raad op 22 november 2011 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De gevangenisstraf is in verband met een overschrijding van de redelijke termijn verminderd tot acht jaren en negen maanden .
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij handelt zoals hij heeft gedaan en dat ook zal blijven doen omdat het als zijn taak als goede vader beschouwt om aldus een goede toekomst voor zijn dochter te bewerkstelligen .

Bewijsoverwegingen
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in juni 2007 met instemming van de moeder van zijn dochter, mevrouw [moeder], met wie hij toen nog gehuwd was, [minderjarige] naar Soedan heeft gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat dit verweer van verdachte geen bespreking behoeft, nu dit reeds in de eerdere procedure in eerste aanleg en in hoger beroep aan de orde is gesteld en is gepasseerd.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 279 Wetboek van Strafrecht een zogeheten voortdurend delict betreft, hetgeen betekent dat het strafbare feit wordt gepleegd tot het moment dat aan de strafbare toestand een einde komt. Dit houdt in dat de strafbare toestand eindigt op het moment dat [minderjarige] aan haar moeder wordt overgedragen, hetgeen tot op heden nog niet is gebeurd.
Verdachte heeft voldoende mogelijkheden en gelegenheid gehad om een einde te maken aan de verboden toestand, welke hij bewust niet heeft gebruikt, zodat elke dag dat [minderjarige] niet aan de zorg van haar moeder is toevertrouwd, verdachte zich schuldig maakt aan de onttrekking aan het gezag van zijn dochter [minderjarige].

4.4  De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
In de periode van 19 juni 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Nederland en Soedan, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren op [2003], die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, heeft onttrokken gehouden aan het wettig over de minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte daar toen [minderjarige], waarvan de moeder genaamd is [moeder], en inmiddels het eenhoofdige gezag heeft over [minderjarige] en hij, verdachte, de vader is, opzettelijk zonder instemming van die [moeder], voornoemde [minderjarige] op een plaats in Soedan (bij zijn familie) gelaten, en heeft nagelaten er voor te zorgen dat voornoemde [minderjarige] terugkeerde naar die [moeder], zodat de uitoefening van het gezag door die [moeder] onmogelijk was geworden, dat voornoemde [minderjarige] daardoor werd onttrokken aan het wettig gezag, hetwelk de moeder over [minderjarige] uitoefende;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5  De strafbaarheid

5.1  De strafbaarheid van het feit
Strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.
Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

5.2  De strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6  De strafoplegging

6.1  De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar met aftrek van het voorarrest.

6.2  Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij het bepalen van de op te leggen straf rekening te houden met de door het gerechtshof in hoger beroep reeds opgelegde vrijheidsstraf, waardoor geen ruimte meer voor zwaardere gevallen mogelijk is. Ook in het licht van de jurisprudentie in soortgelijke gevallen, lijkt de door het gerechtshof en nadien door de Hoge Raad opgelegde straf van uitzonderlijke zwaarte en daarmee niet passend.

6.3  Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte is op 19 juli 2010 door het gerechtshof veroordeeld ter zake van onttrekking aan het gezag van een minderjarige over de periode 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009 tot een gevangenisstraf voor de maximale duur van 9 jaar, welke straf nadien door de Hoge Raad is teruggebracht tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar en 9 maanden.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich thans nog steeds schuldig maakt aan de onttrekking aan het gezag van zijn minderjarige dochter [minderjarige].
[minderjarige] verblijft momenteel nog steeds bij familie van verdachte in Soedan, terwijl er diverse Nederlandse en Soedanese rechterlijke uitspraken liggen, waarbij is bepaald dat [minderjarige] aan haar moeder moet worden toevertrouwd. Verdachte negeert al deze rechterlijke uitspraken en doet niets om te bewerkstelligen dat [minderjarige] bij haar moeder, mevrouw [moeder], in Nederland terugkeert.
Nu het delict nog steeds voortduurt, worden de gevolgen voor de direct betrokkenen, mevrouw [moeder] en [minderjarige], steeds zwaarder. Mevrouw [moeder] verkeert al jaren in onzekerheid of zij haar dochter ooit weer bij zich zal hebben in Nederland en is de afgelopen jaren vele malen teleurgesteld. De rechtbank acht het niet ondenkbeeldig dat de band tussen moeder en [minderjarige] als gevolg van het voortduren van het delict, door het verloop van tijd steeds minder hecht zal worden en dat dit mogelijk zelfs tot vervreemding van haar moeder zal leiden.
De rechtbank rekent verdachte dit zeer ernstig aan.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan verdachte wederom een vrijheidsstraf van lange duur dient te worden opgelegd.
De duur van de op te leggen vrijheidsstraf zal van lange duur zijn, maar lager dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen de eerder aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht jaren en negen maanden.

7  De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 63 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

8  De beslissing
De rechtbank:

Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
  • spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
  • onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is;
  • verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging
  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van ZEVEN (7) JAREN;
  • bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mv. mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, voorzitter, mv. mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mv. mr. I.M. Vanwersch, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 oktober 2012.


Extra straf voor ontvoeren dochter
NOS Nieuws : dinsdag 30 okt 2012, 15:20

In 2007 nam de man zijn dochter van 4 mee naar zijn familie in Sudan.

Een 45-jarige man uit Nieuwegein is voor de tweede keer veroordeeld voor het ontvoeren van zijn dochter. De rechtbank in Utrecht legde hem een gevangenisstraf op van 7 jaar. Eerder werd hij al veroordeeld tot 8 jaar en 9 maanden.

In 2007 nam de man zijn dochter van 4 mee naar zijn familie in Sudan. Dat gebeurde zonder toestemming van de moeder, die het gezag over het kind heeft. Het meisje is inmiddels 9 jaar en is waarschijnlijk nog steeds bij familie in Sudan. De man weigert zijn medewerking aan haar terugkeer naar Nederland.

Rechtbanken in zowel Sudan als Nederland hebben bepaald dat het kind bij de moeder thuishoort.

'Voortdurend delict'
De eerdere veroordeling van de man van Sudanese afkomst, die in Nederland zijn straf uitzit, gaat over de periode juni 2007 tot en met juni 2009. De rechtbank spreekt van een "voortdurend delict" en heeft hem daarom opnieuw veroordeeld, nu voor de periode van juni 2009 tot en met augustus 2012.

De rechtbank vindt het een heel ernstig feit dat de man het meisje bij haar moeder weghoudt en heeft daarom besloten opnieuw een lange straf op te leggen. "Daarbij speelt mee dat de moeder haar dochter al 5 jaar moet missen en in onzekerheid verkeert of ze haar überhaupt ooit nog zal terugzien", zegt de persrechter.

Hechtingsproblemen
"Voor het meisje geldt dat je je kunt afvragen of ze inmiddels niet van haar moeder is vervreemd." Na zo'n tijd gaan ook hechtingsproblemen een rol spelen, aldus de rechtbank. "Het is zeer kwalijk dat de vader dit heeft bewerkstelligd."

De rechtbank kan niet zeggen of de man nu wel zal meewerken aan terugkeer van het kind naar Nederland.



_____
Disclaimer: Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. VKC huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel VKC de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is VKC niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van VKC worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van VKC voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

donderdag, januari 13, 2011

409. Tuchtrecht gezondheidszorg LJN: YG0843: Huisarts gewaarschuwd omdat hij, zonder vader te informeren, moeder adviseert om de kinderen aan te melden bij het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening Flevoland. Ook advies dient beschouwd te worden als medische verrichting.

Medisch tuchtrecht: Toegewezen klacht tegen huisarts.
Twee dochters van vader en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vader ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. De huisarts adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover de huisarts vader ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. De huisarts krijgt hiervoor een waarschuwing van het regionaal medisch tuchtcollege Zwolle. (Zie voor de volledige uitspraak van het tuchtcollege hieronder.)

Vader schrijft ter toelichting aan Vaderkenniscentrum|SKO:

Beste Vaderkenniscentrum | SKO,

Ik wil graag de uitspraak van het medisch tuchtcollege met jullie delen die naar aanleiding van mijn klachtschrift is gedaan.

Kort samengevat is de zaak als introductie:
Mijn ex en ik hadden een meningsverschil over (sexueel) afwijkend gedrag van mijn kinderen. Ik vond (en vind) dat het omgaan van mogelijk lastig gedrag bij jonge kinderen in eerste instantie gezocht moeten worden bij de ouders zelf, en dat de kinderen niet in allerlei trajecten terecht moeten komen. Mijn ex vond (en vindt)  dat kinderen ondersteuning nodig hebben bij afwijkend gedrag.

We hebben dit in den beginnen bespreekbaar proberen te maken bij de gezamenlijke huisarts en deze had al snel de vinger op de zere plek: de verhoudingen van de beide ouders naar elkaar toe waren niet goed voor de kinderen. Helaas heeft hij hier niet op doorgepakt, maar is hij gesprekken met moeder alleen aangegaan en heeft hij uiteindelijk na nieuwe signalen van moeder en overleg met het AMK besloten door te verwijzen naar het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening (CPH) in Dronten. Hier zijn mijn kinderen zonder mijn toestemming onderzocht en na 5 maanden was de conclusie dat beide dochters niets mankeerden, maar dat de oudste wellicht wat last kon hebben van de scheiding!!!

Ik heb om principiële redenen de huisarts voor het tuchtcollege gedaagd met onderstaande waarschuwing als gevolg.

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2011/YG0843

Het CPH ga ik nu proberen aan te pakken. Bij het tuchtcollege kan ik helaas alleen de directrice dagen, maar ik overweeg een aangifte van onttrekking van het ouderlijk gezag. Zij hadden geen reden om de verrichtingen te starten zonder mijn toestemming (zoals dat zo mooi aangegeven staat in de bovengenoemde uitspraak van het tuchtcollege). Dit verhaal wordt dus nog verder vervolgd.

Erg goed overigens om op internet een punt te vinden met lotgenoten. Eigenlijk is het allemaal te triest voor woorden. Ik heb inmiddels al wel gemerkt dat ik mijn karaktereigenschappen en mijn doorzettingsvermogen het beste kan uiten op de instanties, dan op mijn ex. Deze krijgt uiteindelijk in rechtszaken toch altijd wel gelijk. Ik ervaar rechtszaken met mijn ex dan ook niet als recht, maar als een loterij. Je weet maar nooit, de kans is er.. maar je krijgt het uiteindelijk toch niet.

Met vriendelijke groet,
Een vader
Zelf een klacht indienen bij een regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Hier vindt u meer informatie indien u zelf bij een van de regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg een klacht wilt indienen tegen uw huisarts of een andere behandelaar uit de gezondheidszorg.
U kunt uw klacht alleen schriftelijk indienen. De klacht moet geschreven zijn in het Nederlands. Het voorval waarop de klacht betrekking heeft mag niet langer dan tien jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Als u een klacht wilt indienen kunt u het klaagschrift formulier gebruiken. In een klaagschrift moet in ieder geval staan:
  • Uw naam, voornamen en adres
  • De naam, het werkadres en eventueel het woonadres van de aangeklaagde;
  • De formulering van de klacht, zoveel mogelijk voorzien van de data, feiten en omstandigheden waarop die klacht berust
  • Uw handtekening
  • Als u niet de patiënt bent:
    • Naam, adres en geboortedatum van de patiënt
    • Het belang dat u heeft bij het indienen van de klacht
    • De aard van de relatie met de patiënt
    • De reden waarom patiënt zelf geen klacht kan indienen en indien mogelijk de handtekening van de patiënt als blijk van zijn/haar instemming
  • Als iemand anders u vertegenwoordigt, dan moet u diegene schriftelijke machtigen en de machtiging meesturen.
Advies
Voor hulp bij het indienen van uw klacht kunt u contact opnemen met het Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg (IKG) in uw regio. Het IKG kan u bijstaan tijdens de tuchtrechtprocedure. De dienstverlening is gratis. Via het telefoonnummer 0900-2437070 wordt u doorverbonden met het IKG-bureau in uw regio.

Waar moet ik mijn klacht indienen?
U kunt het klaagschrift opsturen naar het tuchtcollege in de regio waar de beroepsbeoefenaar woont:

Uitspraak Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 001/2010 (LJN: YG0843, 13 januari 2011)

Datum uitspraak: 13-01-2011
Datum publicatie: 13-01-2011
LJN: YG0843
Domein: Gezondheidszorg

Inhoudsindicatie:
Klacht tegen huisarts. Twee dochters van klager en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Klager ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. Verweerder adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover verweerder klager ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

Uitspraak

Beslissing d.d. 13 januari 2011 naar aanleiding van de op 7 januari 2010 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A, wonende te B,
k l a g e r

-tegen-

C, huisarts, werkzaam te B, bijgestaan door mr. D. Zwartjens, advocaat te Utrecht,
v e r w e e r d e r

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Klager heeft een klaagschrift ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Zij hebben vervolgens gerepliceerd en gedupliceerd, de repliek met een bijlage. Beiden hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 3 december 2010, alwaar klager is verschenen. Voor verweerder is alleen diens gemachtigde verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft klager nog tweemaal stukken overgelegd.

2. DE FEITEN
Op grond van de stukken waaronder het medisch dossier en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager is vader van drie kinderen, een meisje van destijds 7 en een tweeling (een jongen en een meisje) van destijds bijna 5 jaar oud. Klager en de moeder van de kinderen zijn gescheiden. Allen waren patiënt in de huisartsenpraktijk van verweerder.

Op 3 september 2009 vond op initiatief van klager een gesprek plaats tussen verweerder en beide ouders. Onderwerp van dit gesprek was seksueel getint gedrag van beide dochters, mogelijk onder invloed van een van de dochters van de nieuwe partner van klager. Klager was van oordeel dat mogelijk afwijkend gedrag vanzelf wel zou verdwijnen omdat de desbetreffende dochter van zijn partner inmiddels in een pleeggezin verbleef. Besloten werd dat verweerder een orthopedagoog zou consulteren. Deze gaf aan het gedrag van beide meisjes niet passend bij hun leeftijd te vinden. Vervolgens vond een tweede driegesprek plaats op 28 september 2009, waarin verweerder de bevindingen van de orthopedagoog weergaf. Verweerder gaf aan dat aanhouden van het afwijkende gedrag reden zou zijn om verder onderzoek te adviseren. De ouders zaten niet op één lijn, klager stond afhoudend ten opzichte van een verdere behandeling.

Vervolgens is de moeder nog een aantal malen alleen op het spreekuur gekomen om te overleggen over de kinderen. Moeder kwam met nieuwe voorbeelden van seksueel getint gedrag. Zij gaf aan dat zij en klager niet op één lijn zaten. Verweerder adviseerde haar te proberen het eens te worden met klager. Op 9 november 2009 gaf de moeder te kennen dat dit niet gelukt was. Vervolgens heeft verweerder contact opgenomen met de vertrouwensarts van het AMK over de vraag hoe te handelen. De (advocaat van) moeder heeft bij aangetekende brief van 30 december 2009 aan klager laten weten dat de kinderen behandeld zouden worden in een centrum voor hulpverlening bij psychotrauma. Klager heeft hiertegen, als mede met het gezag beklede ouder, geprotesteerd maar genoemd centrum heeft de aanmelding van de twee dochters door uitsluitend de moeder wel geaccepteerd. Na een achttal observaties in een spelkamer luidde het vervolgadvies om de oudste dochter eenmaal per vier weken ondersteunende begeleiding te geven. Voor de jongste dochter was geen vervolgbehandeling geïndiceerd.

Klager heeft per e-mail dringend aan verweerder verzocht zijn kinderen niet meer te behandelen en dit in een voorkomend geval aan een andere huisarts in de praktijk over te laten.

Het AMK heeft desgevraagd aan klager laten weten niet op de hoogte te willen worden gehouden omdat het AMK pas in beeld komt als er een melding is gedaan.

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder, zakelijk weergegeven:

- dat hij zonder klager hierin te kennen en tegen diens wens overleg over diens kinderen heeft gevoerd met een vertrouwensarts van het AMK;

- dat hij overleg heeft gehad met de ex-partner van klager over zijn kinderen zonder klager hierin te kennen;

- dat hij geen overleg heeft gehad met klager als gezaghebbende ouder over de behandeling van zijn kinderen.

4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat op hem geen plicht rust de ex-partner in te lichten over zijn consulten met de moeder, die overigens ook onder zijn geheimhoudingsplicht vallen. Op 28 september 2009 is hij in gesprek geweest met klager en toen heeft hij aangegeven dat verder onderzoek nodig zou zijn. Klager heeft toen zelf aangegeven dat hij niet verder wilde praten. De vertrouwensarts adviseerde via verweerder de moeder om de kinderen te laten onderzoeken in een centrum voor psychotraumahulpverlening. Als de ouders dat niet zouden doen, dan adviseerde zij een melding te doen bij het AMK aangezien zij de situatie als zeer ernstig inschatte. Het centrum verricht laagdrempelig onderzoek, dus was er geen sprake van een ingrijpende behandeling, terwijl verweerder ook niet hiernaar verwezen heeft omdat hij op aangeven van het AMK de moeder heeft geadviseerd de kinderen zelf aan te melden bij het centrum. Het was ook de taak van de moeder om klager hierover te informeren, hetgeen zij naar zijn weten ook heeft gedaan. Verweerder acht het overigens van groot belang in het kader van goed hulpverlenerschap dat de kinderen onderzocht zouden worden, zelfs als één van de ouders dat niet wenselijk achtte, omdat immers anders een AMK-melding moest worden gedaan om verder onderzoek af te dwingen.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1. Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2. Klager heeft ter zitting het eerste klachtonderdeel ingetrokken. Het college overweegt ten overvloede dat aannemelijk is dat verweerder de casus in geanonimiseerde vorm heeft besproken met de vertrouwenarts van het AMK, hetgeen niet ongebruikelijk en zorgvuldig is te noemen.

5.3. Wat het tweede klachtonderdeel betreft, aangaande de consulten met uitsluitend de moeder, overweegt het college het volgende. Uit de overgelegde journaals van verweerder met betrekking tot de kinderen blijkt niet van medische verrichtingen bij de kinderen, die in dat geval uitsluitend met de moeder zouden zijn besproken. Verweerder heeft aangegeven dat hij de consulten waarover wordt geklaagd heeft genoteerd in het dossier van de moeder. Ook overigens is met betrekking tot deze consulten niet gebleken dat verweerder adviezen heeft gegeven met behandelconsequenties voor de kinderen. Niet kan van verweerder worden verlangd dat hij ter verdediging het journaal met betrekking tot de moeder overlegt. De raadsvouw heeft ter zitting een aantal gedeeltes voorgelezen uit het journaal met betrekking tot de consulten van moeder. Al met al is niet aannemelijk dat verweerder meer met de moeder heeft besproken dan hoe om te gaan met het verschil in inzicht tussen haar en klager over de vraag of, en zo ja welke behandeling van de dochters noodzakelijk was in verband met eventueel seksueel getint gedrag bij hen. Dit hoefde verweerder niet ook met klager te bespreken en het hierop gerichte klachtonderdeel is dus niet gegrond.

5.4. Anders is dit wat het derde klachtonderdeel betreft. Weliswaar is niet komen vast te staan dat verweerder formeel de kinderen heeft verwezen naar het centrum voor hulpverlening bij psychotrauma, maar verweerder heeft uiteindelijk wel de moeder aangeraden om de kinderen daar aan te melden. Het enkele feit dat verweerder hierover advies heeft ingewonnen bij het AMK neemt niet weg dat hij als huisarts van de kinderen dat advies aan de moeder heeft gegeven en daarvoor dan ook de verantwoordelijkheid heeft te nemen.

Artikel 7:446, tweede lid, BW, voor zover hier van belang, luidt:
Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

a) alle verrichtingen -het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen- rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen.
De wetgever heeft het begrip verrichtingen ruim uitgelegd door ook nadrukkelijk het onderzoeken en het geven van raad daaronder te vatten. Anders dan verweerder, is het college dan ook van oordeel dat het geven van het genoemde advies beschouwd dient te worden als een verrichting als bedoeld in artikel 7:446, tweede lid, BW. Hiervoor is dus in beginsel ex artikel 7:450 juncto artikel 7:465 BW toestemming van de ouders nodig die met het gezag belast zijn. Uitzonderingen op deze regel zijn neergelegd in artikel 7:466 BW. Het eerste lid van dit artikel ziet op noodsituaties, waarbij onverwijlde uitvoering van de verrichting kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de patiënte te voorkomen. Hiervan was in casu geen sprake. Volgens het tweede lid van dit artikel mag een volgens de artikelen 7:450 en 7:465 BW vereiste toestemming worden verondersteld te zijn gegeven, indien de desbetreffende verrichting niet van ingrijpende aard is. Niet aanvaard kan worden de stelling van verweerder dat de behandeling bij genoemd centrum niet van ingrijpende aard was. Er heeft immers een achttal observaties plaatsgevonden, gericht op de vraag of verdere behandeling/begeleiding noodzakelijk was, hetgeen bij de oudste dochter ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. En ook al zou het gaan om een niet-ingrijpende verrichting, dan geldt dat klager had aangegeven een dergelijke behandeling niet nodig te vinden, zodat de vereiste toestemming niet verondersteld mocht worden.

Verweerder heeft, tot slot, het niet aan de moeder mogen overlaten om de vader te informeren Verweerder was immers de professional die, beter dan een niet-deskundige ouder die in onmin leeft met de andere ouder, zijn advies aan klager kon overbrengen.

5.6. De klacht is dus deels gegrond. Enerzijds heeft het college wel begrip voor de situatie waarin verweerder zich bevond, waarin hij op advies van een AMK-arts heeft gedaan wat hij meende dat in het belang was van de minderjarigen. Aan de andere kant werd van verweerder niet meer verlangd dan dat hij het aan de moeder gegeven advies ook aan vader uitbracht. Het niet respecteren van het toestemmingsvereiste van c.q. de informatieplicht ten opzichte van beide ouders, indien vereist, kan -zoals ook hier is gebeurd- tot een breuk in de voor een behandelrelatie tussen een patiënt en diens arts vereiste vertrouwensbasis leiden. Al met al is de maatregel van waarschuwing passend te achten. Voorts ziet het college aanleiding op onderstaande wijze bredere bekendheid te geven aan deze uitspraak.

6. DE BESLISSING

Het college:

- waarschuwt verweerder;

- bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Huisarts in praktijk’, ‘Medisch Contact’, ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’ en ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, mr. Th.C.M. Willemse, lid-jurist, en S. Tiemersma, J.M. Komen en G.W.A. Diehl, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. G.E. Bart, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2011 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

voorzitter

secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

_____
Disclaimer: Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

zaterdag, september 06, 2008

203. Strafrecht - Rechtbank Zutphen - "Het was hem eigenlijk alleen om de omgangsregeling te doen" - Nageler moet boeten voor stalken van ex

Nageler moet boeten voor stalken van ex

Stentor - Regio - Flevoland - Nagele - woensdag 03 september 2008 | 02:56

NAGELE - Voor stalken van zijn ex kreeg de 34-jarige S.H. uit Nagele een half jaar voorwaardelijke celstraf opgelegd door de rechtbank in Zutphen.

In zijn proeftijd mag hij geen contact hebben met zijn ex en kinderen, tenzij er een goede omgangsregeling is.

H. vertelde twee weken geleden in de rechtszaal dat het hem eigenlijk alleen om de omgangsregeling te doen was. In dronken buien schreef hij echter vervelende mails naar zijn ex uit Elburg.

De man mag voorlopig ook niet binnen een straal van 200 meter rondom de woning van zijn ex komen. Naast deze nieuwe straf, kreeg H. ook nog een werkstraf.


Uitspraak Rechtbank Zutphen – Strafrecht
LJN: BE9610
, Rechtbank Zutphen , 06/460240-08 en 06/801707-07 (TUL)

Datum uitspraak:



02-09-2008




Datum publicatie:



02-09-2008




Rechtsgebied:



Straf




Soort procedure:



Eerste aanleg - meervoudig




Inhoudsindicatie:



Belaging van ex-vrouw door haar meermalen e-mails te sturen, vanuit verschillende e-mail adressen. 225 dagen gevangenisstraf, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, als bijzondere voorwaarden o.a. oplegging contactverbod en behandeling door de reclassering.




Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/460240-08 en 06/801707-07 (TUL)
Uitspraak d.d.: 2 september 2008
tegenspraak / dip / oip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],
geboren te [plaats] op [1974],
wonende te [adres en plaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 augustus 2008.

De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, in of omstreeks de periode 4 juli 2007 tm 10 april 2008 te Elburg, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de
persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers stuurt hij haar (met grote regelmaat) (via de computer) e-mail waarin hij onder meer schrijft/opneemt:
'wil je het oplossen en gewoon doorgaan met dat hoerengedrag van je', en/of
'wil je dat ik hem even opzoek? geen probleem hoor', en/of
'ik denk dat ik nu maar even in de auto stap en hem opzoek ongeacht waar hij is! je kent me en je weet waar ik toe in staat ben', en/of
'we moeten praten en als die junk gewoon bij jou kan komen dan kan ik dat ook', en/of
'moet ik even in de auto stappen dan trap ik 'm even de tering', en/of
'ik zorg dat jij je straf krijgt!', en/of
andere (bedreigende) teksten;
art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmotivering (voetnoot 1)

A. Het standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot de bewezenverklaring van het ten laste gelegde op basis van de aangifte van [slachtoffer] en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting.

B. Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is aangevoerd dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

C. Beoordeling van de tenlastelegging
De rechtbank acht voor het bewijs voorhanden de navolgende redengevende feiten en omstandigheden:
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting;
- de verklaring van aangeefster. (voetnoot 2)

Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode 4 juli 2007 t/m 10 april 2008 te Elburg, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen, immers stuurt hij haar met grote regelmaat via de computer e-mail waarin hij onder meer schrijft/opneemt:
'wil je het oplossen en gewoon doorgaan met dat hoerengedrag van je', en
'wil je dat ik hem even opzoek? geen probleem hoor', en
'ik denk dat ik nu maar even in de auto stap en hem opzoek ongeacht waar hij is! je kent me en je weet waar ik toe in staat ben', en
'we moeten praten en als die junk gewoon bij jou kan komen dan kan ik dat ook', en
'moet ik even in de auto stappen dan trap ik 'm even de tering', en
'ik zorg dat jij je straf krijgt!', en andere (bedreigende) teksten;

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
Belaging

Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte heeft een oriënterend psychiatrisch onderzoek gehad, waarvan de resultaten zijn vermeld in de consultbrief (d.d. 12 juni 2008) van psychiater J.H. Verhoef. In het rapport wordt het volgende vermeld:

"Bij verdachte is sprake van ADHD en middelengebruik, bij persoonlijkheidsproblematiek met ook enige antisociale trekken. Indien het ten laste gelegde kan worden bewezen, kan dit in licht verminderde mate tot verminderde mate worden toegerekend aan verdachte."

Met de conclusie van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze conclusie over.

Verdachte is strafbaar, nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel
1. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 225 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen of onderhouden met zijn voormalige echtgenote en/of zijn kinderen; zich niet zal begeven binnen een straal van 200 meter van de woning van voornoemde echtgenote en zich zal gedragen naar aanwijzingen hem te geven door of namens Tactus Verslavingszorg (mevrouw Batelaan), ook als deze inhouden dat hij dient mee te werken aan de behandeling bij De Waag en aan de voortzetting van zijn behandeling bij het Centrum Verslavingszorg Flevoland en de begeleiding door Kwintes.

2. Door en namens verdachte is bepleit dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de doorgebrachte periode in voorlopige hechtenis op zijn plaats is. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3. De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

4. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

5. Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2008 tot en met 10 april 2008, herhaaldelijk en van verschillende e-mailadressen, e-mails naar zijn ex-partner [slachtoffer] gestuurd. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij de mails heeft verstuurd om in contact te komen met zijn kinderen, die hij al een jaar niet gezien heeft. Verdachte is op 3 maart 2008 veroordeeld voor belaging van diezelfde [slachtoffer], waarvoor hij een deels voorwaardelijke straf opgelegd heeft gekregen.

6. Verdachte heeft zijn ex-partner dusdoende stelselmatig lastig gevallen en inbreuk gemaakt op haar privacy en levenssfeer. Een dergelijke stelselmatige inbreuk op de privacy raakt direct de persoon en het welbevinden van de betrokkene, maar indirect ook die van haar kinderen. Het leven van de belaagde wordt door dergelijke gedragingen ernstig verstoord en de ervaring leert dat het zelfs tot aanzienlijke psychische problemen kan lijden.

7. Uit het strafblad (voetnoot 3) van verdachte blijkt dat hij met politie en justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke strafbare feiten, welke eveneens in de relationele sfeer lagen.

8. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de mate van toerekenbaarheid, de omstandigheid dat verdachte zich heeft aangemeld voor een behandeling bij Tactus en dat hij -zoals hij zelf heeft verklaard- zijn alcoholconsumptie aanzienlijk heeft verminderd.

9. Door Tactus verslavingszorg (voetnoot 4) is -afhankelijk van de door de rechtbank op te leggen straf- een verplicht toezicht bij de afdeling verslavingsreclassering van Tactus Verslavingszorg geadviseerd.
Uit het rapport is gebleken dat bij verdachte sprake is van een dubbeldiagnoseproblematiek. Voorts is gebleken dat verdachte het delict bagatelliseert en oorzaken van zijn gedrag buiten zichzelf legt. "Om recidive te voorkomen is het van belang dat verdachte de ingezette hulpverleningstrajecten blijft volgen om deze vaardigheden aan te leren. Ook is het noodzakelijk dat hij stopt met het gebruik van alcohol," aldus Tactus.

10. In de eerder genoemde consultbrief van J.H. Verhoef is eveneens een advies omtrent de op te leggen straf gegeven. Om het recidiverisico te reduceren heeft Verhoef geadviseerd een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door Tactus-Reclassering en continuering van de (poli)klinische behandeling en begeleiding door Meerkanten-verslavingszorg.

11. Ter terechtzitting heeft verdachte blijk gegeven inzicht te hebben in zijn problematiek en bereid te zijn een behandeling te volgen, ten aanzien van zijn alcohol- en middelengebruik/misbruik.

12. De rechtbank acht verdachte licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar, om de redenen zoals deze hierboven zijn aangehaald.

13. De rechtbank acht het van belang dat verdachte een behandeling zoals voorgesteld in het plan van aanpak ondergaat. Enerzijds dient een voorwaardelijk strafdeel ertoe verdachte te motiveren om deze kans te benutten en daadwerkelijk zijn problemen aan te pakken, anderzijds dient verdachte zich ervan bewust te zijn dat het niet nakomen van de aan de voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden een tenuitvoerlegging van een aantal maanden tot gevolg kan hebben. De rechtbank zal voorts de bijzondere voorwaarden stellen, dat verdachte:
- op geen enkele wijze contact zal opnemen of onderhouden met zijn voormalige echtgenote en/of zijn kinderen, tenzij in het kader van een eventuele omgangsregeling contact wordt toegestaan;
- zich niet zal begeven binnen een straal van 200 meter van de woning van voornoemde voormalige echtgenote en
- zich zal gedragen naar aanwijzingen hem te geven door of namens Tactus Verslavingszorg, mevrouw Batelaan, ook als deze inhouden dat hij dient mee te werken aan de behandeling bij De Waag en aan de voortzetting van zijn behandeling bij het Centrum Verslavingszorg Flevoland en de begeleiding door Kwintes.

Vordering tenuitvoerlegging
De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 18 augustus 2008 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 3 maart 2008 (parketnummer 06/801707-07) voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden van oordeel, dat -nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt- de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijk straf op zijn plaats is, te weten voor een gedeelte van 45 dagen. Echter op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken zal de rechtbank in plaats daarvan een taakstraf, gedurende 90 uren gelasten. De tenuitvoerlegging van het aantal gevorderde uren is naar het oordeel van de rechtbank niet wenselijk, aangezien verdachte ook nog 160 uren taakstraf (inzake parketnummer 06/801707-07) dient te verrichten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften
Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 22c, 22d, 27, 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 225 (tweehonderdvijfentwintig) dagen.

bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.



stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt en dat hij
- op geen enkele wijze contact zal opnemen of onderhouden met zijn voormalige echtgenote en/of zijn kinderen, tenzij in het kader van een eventuele omgangsregeling contact wordt toegestaan;
- zich niet zal begeven binnen een straal van 200 meter van de woning van voornoemde voormalige echtgenote en
- zich zal gedragen naar aanwijzingen hem te geven door of namens Tactus Verslavingszorg, ook als deze inhouden dat hij dient mee te werken aan de behandeling bij De Waag en aan de voortzetting van zijn behandeling bij het Centrum Verslavingszorg Flevoland en de begeleiding door Kwintes.

geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

gelast - in plaats van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 3 maart 2008 -:
een taakstraf, te weten een werkstraf/leerstraf gedurende 90 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 dagen.

wijst voor het overige af de vordering van de officier van justitie van 18 augustus 2008, strekkende tot tenuitvoerlegging.

heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Van de Wetering, voorzitter, Borgerhoff Mulder en Kleinrensink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van Soest, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 september 2008.

Voetnoten:
1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nr. PL0617/08-204067, gedateerd 16 mei 2008.
2 Aangifte [slachtoffer] (doorgenummerde dossierpagina 31-34).
3 Uittreksel justitiële documentatie d.d. 19 mei 2008.
4 Voorlichtingsrapport Tactus verslavingszorg d.d. 19 augustus 2008.

--------------------------------------------

  • dhr. mr. A.H.J.J. van De Wetering (Rechter-plaatsvervanger Rechtbank Zutphen; Manager afd. Bezwaar en Beroep UWV Arnhem; Voorzitter Klachtencommissie Stichting KOMM te Waalwijk)
  • mw. mr. H.R. Borgerhoff Mulder (Coördinerend vice-president Rechtbank Zutphen)
  • dhr. mr. C. Kleinrensink (Vice-president Rechtbank Zutphen; docent cursus Het Strafvonnis van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging te Zutphen; voorzitter zevental BOPZ-Klachtencommissies bij verpleegtehuizen in oostelijk Gelderland; voorzitter Klachtencommissie bij het Psychiatrisch Spectrum Gelderland Oost te Warnsveld; examinator Stichting Instituut voor Gerechtstolken en –vertalers; plv. voorzitter Klachtencommissie Politie Gelderland-Zuid)