zondag, april 15, 2007

126. Nederlandse overheidsambtenaren maken mannen en vaders nu al jaren zwart

Mannen agressief?
Kijk ook eens naar vrouwen


- In Nederland is nog nooit onderzoek gedaan naar kindermishandeling.
- De dader was in veel gevallen een gescheiden moeder.
- Overheidsambtenaren, geholpen door cultureel correcte organisaties als SIRE, zien de man als te bot of te machtsbelust om in te schikken. Daarmee wordt de werkelijkheid geweld aan gedaan.


NRC Handelsblad, Opinie & Debat, zaterdag 14 april 2007


Wim Orbons
Gezondheidseconoom en voormalig bestuurder van zorgorganisaties


De spotjes die de Stichting Ideële Reclame (SIRE) uitzendt over huiselijk geweld suggereren dat vaders daar steeds de daders van zijn. Maar is dit wel juist? Het is niet de eerste keer dat SIRE (en ook overheidscampagnes, zie kader) het beeld uitdraagt van de man als bruut. Dat was ook het geval in de tv- en radiocampagne ‘Kort lontje’ (2006), waarin alleen mannen worden neergezet als in drift exploderende botteriken.

Recent startte SIRE een campagne tegen verwaarlozing, mishandeling en misbruik van kinderen. Een goede zaak. Alleen wordt onzorgvuldig met de cijfers omgesprongen, en wordt in drie van de vier radiospotjes gesuggereerd dat de vader (of oom) de dader is van huiselijk en seksueel geweld en wordt de grootste oorzaak van armoede, kindermishandeling, verwaarlozing en misbruik, miskend, althans verzwegen. Die oorzaak is (echt)scheidingen.

“… en het is zwart …” zegt een kinderstem op de radio. Hij vervolgt: “Het is de zwarte zonnebril die mama draagt zodat niemand kan zien dat pappa haar weer geslagen heeft.” Als gezegd wordt met de spotjes gesuggereerd dat pappa steeds de dader is van huiselijk geweld. Maar dat is volgens veel onderzoeken onjuist. Volgens de Californische hoogleraar psychologie Martin Fiebert blijkt uit 196 wetenschappelijke studies dat ongeveer evenveel mannen en vrouwen dader én slachtoffer zijn van partnergeweld (google: Fiebert violence, zie ook www.huiselijkgeweld.info).

Naast deze suggestieve spotjes worden op de website van SIRE ook onjuiste cijfers genoemd en worden schattingen over kindermishandeling op basis van één buitenlands onderzoek tot feiten verheven. Dat geeft niet alleen een vertekend beeld maar draagt ook niet bij tot een oplossing van het probleem.

SIRE vraagt aandacht voor de ‘honderdduizenden’ slachtoffers per jaar. De spotjes worden afgesloten met: ‘Wanneer openen we onze ogen?’ Die vraag geldt ook voor SIRE. Volgens de stichting is sprake van 80.000 kinderen die worden mishandeld (fysiek, psychisch, emotioneel en verwaarlozing) en groeien daarnaast 450.000 kinderen op in armoede. Dit geeft een vertekend beeld. In de eerste plaats omdat onder de 450.000 kinderen zich ook een groot aantal kinderen bevindt dat al bij de cijfers van de kindermishandeling is meegeteld. In de tweede plaats is het getal van 80.000 een schatting op basis van een onderzoek in de VS dat geëxtrapoleerd is naar de Nederlandse situatie. Kindermishandeling moeten we niet bagatelliseren, maar een vergelijking tussen de VS (met een andere cultuur en veel sloppenwijken) en Nederland is wetenschappelijk onverantwoord. In Nederland is nog nooit onderzoek gedaan naar kindermishandeling. Voormalig staatssecretaris Ross-van Dorp heeft opdracht gegeven voor een onderzoek naar kindermishandeling, maar daarvan zijn de resultaten nog niet bekend.

Uit onderzoek naar partnergeweld blijkt dat dit veel minder voorkomt dan de media, de overheid en SIRE ons willen doen geloven. De onderzoekers dr. Karin Wittebrood en dr. Vic Veldheer van het Sociaal Cultureel Planbureau meldden in 2005 op basis van twee Intomart-onderzoeken in opdracht van het ministerie van Justitie, dat in de vijf jaar voorafgaand aan deze onderzoeken ‘slechts’ 3,9 procent van de Nederlandse bevolking te maken heeft gehad met partnergeweld. Volgens hen werd bijna 60 procent van het huiselijk geweld gepleegd door niet-familieleden. Geweld tussen (ex-)partners vormt ‘slechts’ een kwart van het huiselijk geweld waarvan de Nederlandse bevolking melding maakt.

Ook uit de aangiften bij politie en de behandelingen bij de Eerste Hulp van ziekenhuizen blijkt dat partnergeweld veel minder voorkomt dan de media ons telkens weer voorspiegelen. De politie registreerde 57.000 incidenten in 2005. In ‘slechts’ 40 procent van de gevallen werd ook aangifte gedaan: 22.800. Hoeveel van die aangiften ook daadwerkelijk tot een veroordeling hebben geleid is niet bekend.

Bij de ziekenhuizen melden zich voor behandeling volgens het Letsel Informatie Systeem (LIS) ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van geweld ‘in en om huis’: circa 9500 slachtoffers in totaal per jaar. Opvallend is dat twee derde van de ‘aangeefsters’ bij de politie niet de Eerste Hulp consulteert, en dat slechts een kleine groep van de mannelijke slachtoffers van de Eerste Hulp aangifte bij de politie doet. Waarschijnlijk is dat omdat de mannelijke slachtoffers zich schamen en omdat aangiften bij de politie vooral na (echt)scheiding vaak onjuist zijn (rechtspsychologen, zoals W.A. Wagenaar, spreken over een percentage van minstens 50 procent), maar waarschijnlijk ook omdat bij de instanties hetzelfde vooroordeel bestaat als in de hoofdstroom van de samenleving, namelijk dat bijna altijd vrouwen slachtoffer zijn van huiselijk geweld en mannen de dader. Waar komt dat onuitroeibare geloof in de vrouw als beter mens toch vandaan? Het is net zo idioot als het geloof in de vrouw als minderwaardig wezen.

Volgens SIRE sterft minstens een kind per week aan de gevolgen van verwaarlozing en mishandeling. Dit lijkt helaas een reële schatting. Tijdens de themaweek ‘Geheim Geweld’ bleek uit een uitzending van Zembla dat er tientallen gevallen per jaar van kindermishandeling en verwaarlozing zijn met de dood als gevolg. De dader was in veel gevallen een gescheiden moeder. Kindermishandeling, kinderverwaarlozing en infanticide (het doden van pasgeboren kinderen) komen veel vaker voor in stiefgezinnen en in eenoudergezinnen dan in intacte gezinnen. De kans dat een kind wordt vermoord is volgens enkele onderzoeken tientallen malen groter in een stiefgezin (en een eenoudergezin) dan in een intact gezin. Niet de pedagogische tik waarover zo uitvoerig is gedebatteerd, maar scheiding – volgens het CBS 110.000 per jaar waar bijna 60.000 kinderen bij zijn betrokken – en het isolement van kinderen na scheiding met hun vader, gecombineerd met drank- en drugsgebruik, leiden per jaar in tienduizenden gevallen tot kindermishandeling en in tientallen gevallen tot kindermoord. Rowena, Savanna, Damaris en Daniël uit Tolbert, het Maasmeisje Gessica en Metehan uit Apeldoorn zijn daar bekende voorbeelden van. Kortom, er is alle reden om zorg te hebben over wat er met onze jeugd gebeurt, maar dan moeten we ons wel baseren op gedegen wetenschappelijk onderzoek en niet op populaire clichés.

Overheidsambtenaren, geholpen door cultureel correcte organisaties als SIRE, verspreiden de laatste twintig jaar niet alleen de gelijkheidsboodschap (voor alle sectoren, op alle niveaus, inclusief het huishouden), maar voeden de man ook op in de richting van meer vrouwelijkheid. Als de seksen niet gelijk zijn (zoals de dagelijkse werkelijkheid voortdurend laat zien), dan komt dat doordat mannen te bot of te machtsbelust zijn om in te schikken. Hun agressie moet worden ingetoomd. De vrouwelijke manier van doen is langzamerhand de norm geworden.


De beeldvorming in overheids- en SIRE-campagnes is vals.

De Nederlandse overheid en SIRE lijken zich steeds meer tot taak te rekenen om een negatief beeld van de man neer te zetten. Het gaat vooral om beeldvorming via folders, affiches, billboards, radio- en tv-spotjes. De ene overheidscampagne is nauwelijks voorbij of de volgende gaat al van start. In de afgelopen vijftien jaar kreeg de Nederlandse burger te maken met de volgende campagnes:

‘Seks is natuurlijk, maar nooit vanzelfsprekend’ (1991) van de ministeries van Justitie, Onderwijs en Wetenschappen, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Thema: de man als oversekste botterik; terwijl een onschuldig ogend vrouwtje de thee binnenbrengt, staat de gnuiverd al met de broek op zijn schoenen.

‘Een veilig land waar vrouwen willen wonen’ (circa 1997) van het ministerie van Justitie naar aanleiding van het Intomart-onderzoek naar huiselijk geweld zijn. Dit onderzoek komt tot de conclusie dat er globaal evenveel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld. Het is gepubliceerd in het rapport ‘Huiselijk geweld’, waarin paginagrote foto’s van een verbeten ranselende man en een met twee kleuters aan de handen vertrekkende vrouw.

‘Wie is toch die man die zondags het vlees komt snijden?’ (circa 1997) van SIRE. Over de man die te weinig thuis is. En die, als hij in de campagne wat terug had mogen zeggen, misschien wel had geantwoord: “Vaak de man wiens vrouw hem alleen accepteert als hij door overwerk een hoog inkomen inbrengt.” Deze stelling werd in een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (‘Hoe het werkt met kinderen’) bevestigd: in bijna alle onderzochte gezinnen werken de vaders fulltime (en de moeders parttime). En die taakverdeling sluit volgens de onderzoekers aan bij de wensen van de moeders.

‘Wie doet wat?’ (2002-2003) van het ministerie van Sociale Zaken (Directie Coördinatie Emancipatiezaken). Zou minstens een miljoen euro hebben gekost. Onder andere televisiefilmpjes met man als autist: een sloofje van een vrouw wordt gek van een paar onmogelijke kinderen, terwijl pa onbewogen met zijn rug naar het gezin achter de computer blijft zitten of wat in zijn auto gaat rondrijden met een vriend.

‘Mannen worden er beter van en vrouwen ook’ (2003) van het ministerie van Sociale Zaken (Directie Coördinatie Emancipatiezaken). Over de lage participatie van vrouwen in het beroepsleven, die werd voorgesteld als veroorzaakt door de onwil van mannen om mee te doen in het huishouden mee. Mannen moeten dus thuis vaker de handen uit de mouwen steken.

• De 46 regeringsleiders van de Raad van Europa besloten in 2005 tot een campagne. De poster toont een verkreukelde afbeelding van een vrouw, met de slogan: ‘Het begint met schreeuwen. Maar mag nooit eindigen in stilte.’ Op een Europees seminar (2007) spraken ‘deskundigen’ over wat te doen tegen huiselijk geweld dat bijna gelijk wordt gesteld met ‘man slaat vrouw’.

‘Huiselijk geweld is niet normaal’ (2005-2006) van het ministerie van Justitie. Man zit met een voet op tafel, vrouw naast hem heeft zojuist een oplawaai gekregen. Dat is inderdaad niet normaal. Toch zijn niet alleen mannen plegers van huiselijk geweld. Ook vrouwen zijn gewelddadig, zowel tegen hun mannen als tegen hun kinderen.

‘Kort lontje’ (2006), tv- en radiocampagne van SIRE, waarin alleen mannen worden neergezet als in drift exploderende botteriken.

‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ (2006-2007), radiospotjes van SIRE waarin mensen worden opgeroepen om in hun omgeving beter te letten op huiselijk en seksueel geweld tegen vrouwen en kindermishandeling en dit vervolgens bij de autoriteiten aan te geven. Met wederom mannen in de rol van dader, als het om geweld en misbruik gaat. (WO)