donderdag, januari 13, 2011

409. Tuchtrecht gezondheidszorg LJN: YG0843: Huisarts gewaarschuwd omdat hij, zonder vader te informeren, moeder adviseert om de kinderen aan te melden bij het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening Flevoland. Ook advies dient beschouwd te worden als medische verrichting.

Medisch tuchtrecht: Toegewezen klacht tegen huisarts.
Twee dochters van vader en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vader ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. De huisarts adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover de huisarts vader ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. De huisarts krijgt hiervoor een waarschuwing van het regionaal medisch tuchtcollege Zwolle. (Zie voor de volledige uitspraak van het tuchtcollege hieronder.)

Vader schrijft ter toelichting aan Vaderkenniscentrum|SKO:

Beste Vaderkenniscentrum | SKO,

Ik wil graag de uitspraak van het medisch tuchtcollege met jullie delen die naar aanleiding van mijn klachtschrift is gedaan.

Kort samengevat is de zaak als introductie:
Mijn ex en ik hadden een meningsverschil over (sexueel) afwijkend gedrag van mijn kinderen. Ik vond (en vind) dat het omgaan van mogelijk lastig gedrag bij jonge kinderen in eerste instantie gezocht moeten worden bij de ouders zelf, en dat de kinderen niet in allerlei trajecten terecht moeten komen. Mijn ex vond (en vindt)  dat kinderen ondersteuning nodig hebben bij afwijkend gedrag.

We hebben dit in den beginnen bespreekbaar proberen te maken bij de gezamenlijke huisarts en deze had al snel de vinger op de zere plek: de verhoudingen van de beide ouders naar elkaar toe waren niet goed voor de kinderen. Helaas heeft hij hier niet op doorgepakt, maar is hij gesprekken met moeder alleen aangegaan en heeft hij uiteindelijk na nieuwe signalen van moeder en overleg met het AMK besloten door te verwijzen naar het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening (CPH) in Dronten. Hier zijn mijn kinderen zonder mijn toestemming onderzocht en na 5 maanden was de conclusie dat beide dochters niets mankeerden, maar dat de oudste wellicht wat last kon hebben van de scheiding!!!

Ik heb om principiële redenen de huisarts voor het tuchtcollege gedaagd met onderstaande waarschuwing als gevolg.

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2011/YG0843

Het CPH ga ik nu proberen aan te pakken. Bij het tuchtcollege kan ik helaas alleen de directrice dagen, maar ik overweeg een aangifte van onttrekking van het ouderlijk gezag. Zij hadden geen reden om de verrichtingen te starten zonder mijn toestemming (zoals dat zo mooi aangegeven staat in de bovengenoemde uitspraak van het tuchtcollege). Dit verhaal wordt dus nog verder vervolgd.

Erg goed overigens om op internet een punt te vinden met lotgenoten. Eigenlijk is het allemaal te triest voor woorden. Ik heb inmiddels al wel gemerkt dat ik mijn karaktereigenschappen en mijn doorzettingsvermogen het beste kan uiten op de instanties, dan op mijn ex. Deze krijgt uiteindelijk in rechtszaken toch altijd wel gelijk. Ik ervaar rechtszaken met mijn ex dan ook niet als recht, maar als een loterij. Je weet maar nooit, de kans is er.. maar je krijgt het uiteindelijk toch niet.

Met vriendelijke groet,
Een vader
Zelf een klacht indienen bij een regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Hier vindt u meer informatie indien u zelf bij een van de regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg een klacht wilt indienen tegen uw huisarts of een andere behandelaar uit de gezondheidszorg.
U kunt uw klacht alleen schriftelijk indienen. De klacht moet geschreven zijn in het Nederlands. Het voorval waarop de klacht betrekking heeft mag niet langer dan tien jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Als u een klacht wilt indienen kunt u het klaagschrift formulier gebruiken. In een klaagschrift moet in ieder geval staan:
  • Uw naam, voornamen en adres
  • De naam, het werkadres en eventueel het woonadres van de aangeklaagde;
  • De formulering van de klacht, zoveel mogelijk voorzien van de data, feiten en omstandigheden waarop die klacht berust
  • Uw handtekening
  • Als u niet de patiënt bent:
    • Naam, adres en geboortedatum van de patiënt
    • Het belang dat u heeft bij het indienen van de klacht
    • De aard van de relatie met de patiënt
    • De reden waarom patiënt zelf geen klacht kan indienen en indien mogelijk de handtekening van de patiënt als blijk van zijn/haar instemming
  • Als iemand anders u vertegenwoordigt, dan moet u diegene schriftelijke machtigen en de machtiging meesturen.
Advies
Voor hulp bij het indienen van uw klacht kunt u contact opnemen met het Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg (IKG) in uw regio. Het IKG kan u bijstaan tijdens de tuchtrechtprocedure. De dienstverlening is gratis. Via het telefoonnummer 0900-2437070 wordt u doorverbonden met het IKG-bureau in uw regio.

Waar moet ik mijn klacht indienen?
U kunt het klaagschrift opsturen naar het tuchtcollege in de regio waar de beroepsbeoefenaar woont:

Uitspraak Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 001/2010 (LJN: YG0843, 13 januari 2011)

Datum uitspraak: 13-01-2011
Datum publicatie: 13-01-2011
LJN: YG0843
Domein: Gezondheidszorg

Inhoudsindicatie:
Klacht tegen huisarts. Twee dochters van klager en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Klager ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. Verweerder adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover verweerder klager ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

Uitspraak

Beslissing d.d. 13 januari 2011 naar aanleiding van de op 7 januari 2010 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A, wonende te B,
k l a g e r

-tegen-

C, huisarts, werkzaam te B, bijgestaan door mr. D. Zwartjens, advocaat te Utrecht,
v e r w e e r d e r

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Klager heeft een klaagschrift ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Zij hebben vervolgens gerepliceerd en gedupliceerd, de repliek met een bijlage. Beiden hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 3 december 2010, alwaar klager is verschenen. Voor verweerder is alleen diens gemachtigde verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft klager nog tweemaal stukken overgelegd.

2. DE FEITEN
Op grond van de stukken waaronder het medisch dossier en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager is vader van drie kinderen, een meisje van destijds 7 en een tweeling (een jongen en een meisje) van destijds bijna 5 jaar oud. Klager en de moeder van de kinderen zijn gescheiden. Allen waren patiënt in de huisartsenpraktijk van verweerder.

Op 3 september 2009 vond op initiatief van klager een gesprek plaats tussen verweerder en beide ouders. Onderwerp van dit gesprek was seksueel getint gedrag van beide dochters, mogelijk onder invloed van een van de dochters van de nieuwe partner van klager. Klager was van oordeel dat mogelijk afwijkend gedrag vanzelf wel zou verdwijnen omdat de desbetreffende dochter van zijn partner inmiddels in een pleeggezin verbleef. Besloten werd dat verweerder een orthopedagoog zou consulteren. Deze gaf aan het gedrag van beide meisjes niet passend bij hun leeftijd te vinden. Vervolgens vond een tweede driegesprek plaats op 28 september 2009, waarin verweerder de bevindingen van de orthopedagoog weergaf. Verweerder gaf aan dat aanhouden van het afwijkende gedrag reden zou zijn om verder onderzoek te adviseren. De ouders zaten niet op één lijn, klager stond afhoudend ten opzichte van een verdere behandeling.

Vervolgens is de moeder nog een aantal malen alleen op het spreekuur gekomen om te overleggen over de kinderen. Moeder kwam met nieuwe voorbeelden van seksueel getint gedrag. Zij gaf aan dat zij en klager niet op één lijn zaten. Verweerder adviseerde haar te proberen het eens te worden met klager. Op 9 november 2009 gaf de moeder te kennen dat dit niet gelukt was. Vervolgens heeft verweerder contact opgenomen met de vertrouwensarts van het AMK over de vraag hoe te handelen. De (advocaat van) moeder heeft bij aangetekende brief van 30 december 2009 aan klager laten weten dat de kinderen behandeld zouden worden in een centrum voor hulpverlening bij psychotrauma. Klager heeft hiertegen, als mede met het gezag beklede ouder, geprotesteerd maar genoemd centrum heeft de aanmelding van de twee dochters door uitsluitend de moeder wel geaccepteerd. Na een achttal observaties in een spelkamer luidde het vervolgadvies om de oudste dochter eenmaal per vier weken ondersteunende begeleiding te geven. Voor de jongste dochter was geen vervolgbehandeling geïndiceerd.

Klager heeft per e-mail dringend aan verweerder verzocht zijn kinderen niet meer te behandelen en dit in een voorkomend geval aan een andere huisarts in de praktijk over te laten.

Het AMK heeft desgevraagd aan klager laten weten niet op de hoogte te willen worden gehouden omdat het AMK pas in beeld komt als er een melding is gedaan.

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder, zakelijk weergegeven:

- dat hij zonder klager hierin te kennen en tegen diens wens overleg over diens kinderen heeft gevoerd met een vertrouwensarts van het AMK;

- dat hij overleg heeft gehad met de ex-partner van klager over zijn kinderen zonder klager hierin te kennen;

- dat hij geen overleg heeft gehad met klager als gezaghebbende ouder over de behandeling van zijn kinderen.

4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat op hem geen plicht rust de ex-partner in te lichten over zijn consulten met de moeder, die overigens ook onder zijn geheimhoudingsplicht vallen. Op 28 september 2009 is hij in gesprek geweest met klager en toen heeft hij aangegeven dat verder onderzoek nodig zou zijn. Klager heeft toen zelf aangegeven dat hij niet verder wilde praten. De vertrouwensarts adviseerde via verweerder de moeder om de kinderen te laten onderzoeken in een centrum voor psychotraumahulpverlening. Als de ouders dat niet zouden doen, dan adviseerde zij een melding te doen bij het AMK aangezien zij de situatie als zeer ernstig inschatte. Het centrum verricht laagdrempelig onderzoek, dus was er geen sprake van een ingrijpende behandeling, terwijl verweerder ook niet hiernaar verwezen heeft omdat hij op aangeven van het AMK de moeder heeft geadviseerd de kinderen zelf aan te melden bij het centrum. Het was ook de taak van de moeder om klager hierover te informeren, hetgeen zij naar zijn weten ook heeft gedaan. Verweerder acht het overigens van groot belang in het kader van goed hulpverlenerschap dat de kinderen onderzocht zouden worden, zelfs als één van de ouders dat niet wenselijk achtte, omdat immers anders een AMK-melding moest worden gedaan om verder onderzoek af te dwingen.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1. Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2. Klager heeft ter zitting het eerste klachtonderdeel ingetrokken. Het college overweegt ten overvloede dat aannemelijk is dat verweerder de casus in geanonimiseerde vorm heeft besproken met de vertrouwenarts van het AMK, hetgeen niet ongebruikelijk en zorgvuldig is te noemen.

5.3. Wat het tweede klachtonderdeel betreft, aangaande de consulten met uitsluitend de moeder, overweegt het college het volgende. Uit de overgelegde journaals van verweerder met betrekking tot de kinderen blijkt niet van medische verrichtingen bij de kinderen, die in dat geval uitsluitend met de moeder zouden zijn besproken. Verweerder heeft aangegeven dat hij de consulten waarover wordt geklaagd heeft genoteerd in het dossier van de moeder. Ook overigens is met betrekking tot deze consulten niet gebleken dat verweerder adviezen heeft gegeven met behandelconsequenties voor de kinderen. Niet kan van verweerder worden verlangd dat hij ter verdediging het journaal met betrekking tot de moeder overlegt. De raadsvouw heeft ter zitting een aantal gedeeltes voorgelezen uit het journaal met betrekking tot de consulten van moeder. Al met al is niet aannemelijk dat verweerder meer met de moeder heeft besproken dan hoe om te gaan met het verschil in inzicht tussen haar en klager over de vraag of, en zo ja welke behandeling van de dochters noodzakelijk was in verband met eventueel seksueel getint gedrag bij hen. Dit hoefde verweerder niet ook met klager te bespreken en het hierop gerichte klachtonderdeel is dus niet gegrond.

5.4. Anders is dit wat het derde klachtonderdeel betreft. Weliswaar is niet komen vast te staan dat verweerder formeel de kinderen heeft verwezen naar het centrum voor hulpverlening bij psychotrauma, maar verweerder heeft uiteindelijk wel de moeder aangeraden om de kinderen daar aan te melden. Het enkele feit dat verweerder hierover advies heeft ingewonnen bij het AMK neemt niet weg dat hij als huisarts van de kinderen dat advies aan de moeder heeft gegeven en daarvoor dan ook de verantwoordelijkheid heeft te nemen.

Artikel 7:446, tweede lid, BW, voor zover hier van belang, luidt:
Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

a) alle verrichtingen -het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen- rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen.
De wetgever heeft het begrip verrichtingen ruim uitgelegd door ook nadrukkelijk het onderzoeken en het geven van raad daaronder te vatten. Anders dan verweerder, is het college dan ook van oordeel dat het geven van het genoemde advies beschouwd dient te worden als een verrichting als bedoeld in artikel 7:446, tweede lid, BW. Hiervoor is dus in beginsel ex artikel 7:450 juncto artikel 7:465 BW toestemming van de ouders nodig die met het gezag belast zijn. Uitzonderingen op deze regel zijn neergelegd in artikel 7:466 BW. Het eerste lid van dit artikel ziet op noodsituaties, waarbij onverwijlde uitvoering van de verrichting kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de patiënte te voorkomen. Hiervan was in casu geen sprake. Volgens het tweede lid van dit artikel mag een volgens de artikelen 7:450 en 7:465 BW vereiste toestemming worden verondersteld te zijn gegeven, indien de desbetreffende verrichting niet van ingrijpende aard is. Niet aanvaard kan worden de stelling van verweerder dat de behandeling bij genoemd centrum niet van ingrijpende aard was. Er heeft immers een achttal observaties plaatsgevonden, gericht op de vraag of verdere behandeling/begeleiding noodzakelijk was, hetgeen bij de oudste dochter ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. En ook al zou het gaan om een niet-ingrijpende verrichting, dan geldt dat klager had aangegeven een dergelijke behandeling niet nodig te vinden, zodat de vereiste toestemming niet verondersteld mocht worden.

Verweerder heeft, tot slot, het niet aan de moeder mogen overlaten om de vader te informeren Verweerder was immers de professional die, beter dan een niet-deskundige ouder die in onmin leeft met de andere ouder, zijn advies aan klager kon overbrengen.

5.6. De klacht is dus deels gegrond. Enerzijds heeft het college wel begrip voor de situatie waarin verweerder zich bevond, waarin hij op advies van een AMK-arts heeft gedaan wat hij meende dat in het belang was van de minderjarigen. Aan de andere kant werd van verweerder niet meer verlangd dan dat hij het aan de moeder gegeven advies ook aan vader uitbracht. Het niet respecteren van het toestemmingsvereiste van c.q. de informatieplicht ten opzichte van beide ouders, indien vereist, kan -zoals ook hier is gebeurd- tot een breuk in de voor een behandelrelatie tussen een patiënt en diens arts vereiste vertrouwensbasis leiden. Al met al is de maatregel van waarschuwing passend te achten. Voorts ziet het college aanleiding op onderstaande wijze bredere bekendheid te geven aan deze uitspraak.

6. DE BESLISSING

Het college:

- waarschuwt verweerder;

- bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Huisarts in praktijk’, ‘Medisch Contact’, ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’ en ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, mr. Th.C.M. Willemse, lid-jurist, en S. Tiemersma, J.M. Komen en G.W.A. Diehl, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. G.E. Bart, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2011 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

voorzitter

secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

_____
Disclaimer: Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

dinsdag, januari 04, 2011

400. Zitting over gezamenlijk gezag en de verdeling van de zorg en opvoedtaken na scheiding bij de Rechtbank Utrecht (Video)

Bron: EO – programma De Rechtbank – Aflevering 5 - Player omroep.nl - Dinsdag 4 januari 2011 om 22:35

Video (familierechtzaak begint vanaf min. 4:20):

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

1. Bedreigingszaak van een ambtenaar in functie bij de politierechter
Strafrechter Paola Bernini treft tijdens haar zitting verdachte B. tegen over zich. Hij heeft agenten uitgescholden en bedreigd, en zit nu in voorarrest. De verdachte B. kan zich weinig herinneren van het voorval. Een grote hoeveelheid bier is daar debet aan. Advocaat mr. Labee houdt zijn hart vast of zijn cliënt zich kan beheersen tijdens de zitting.

2. Familierechtzaak inzake gezamenlijk gezag en de verdeling van de zorg en opvoedtaken na scheiding bij de Rechtbank Utrecht (vanaf min. 4:20)
Elf jaar waren ze samen,de heer en mevrouw Orij-Hazeleger. Inmiddels is de liefde dusdanig bekoeld dat ze elkaar, voor het eerst sinds een jaar, weer treffen in de rechtbank. Inzet is het ouderlijk gezag en een omgangsregeling betreffende de kinderen. Voor zowel de vader als moeder is het een beladen zitting. Aan familierechter Bart van Meegen om zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen in de, inmiddels niet meer leefbare, situatie.

3. Verkeersovertredingen bij de kantonrechter
Voor kantonrechter Sjef de Laat staat de ochtend in het kader van verkeersovertredingen. Een vrouw ontvangt een bekeuring voor te hard rijden, maar heeft zelf niet achter het stuur gezeten. Ze weigert te betalen. Haar zoon blijkt meer te weten van de overtreding.

woensdag, november 24, 2010

361. 'Meet The Judge'-bijeenkomst Rechtbank Utrecht op 24 november 2010 - Verslag

Auteur: Peter Tromp Msc, Coördinator/voorzitter van Vaderkenniscentrum.nl van Stichting Kind en Omgangsrecht

Woensdagavond 24 november 2010 was ik aanwezig bij de bijeenkomst “Meet The Judge” van de Rechtbank Utrecht. Deze bijeenkomst van de Rechtbank Utrecht bleek druk bezocht. Er was een gemeleerde groep van bezoekers met enerzijds ervaringen met het recht en anderzijds jonge en oudere mensen die geïnteresseerd waren in de opleiding tot rechter.

Van de zijde van de Rechtbank Utrecht waren, naast de communicatieadviseurs van de rechtbank, ook aanwezig de president van de rechtbank, dhr. mr. H.AE. Uniken Venema (zie ook bijlage 1), en een groep van ca. 10 rechters, w.v. (slechts) één oud-familierechter, meerdere bestuursrechters, meerdere civiele rechters, een kantonrechter en meerdere strafrechters.

De totale groep bezoekers werd na ontvangst opgedeeld over vijf gesprekstafels, waarna in drie gespreksronden, waarbij de rechters steeds in koppels van gesprekstafel wisselden, in tafelgesprekken aan de steeds wisselende rechterskoppels vragen gesteld kon worden.

Zoals gezegd was de vertegenwoordiging vanuit het familierecht echter minimaal en dat was erg jammer. Later begreep ik van een van de andere deelnemers wel dat er tegenwoordig geen vaste familierechters meer zijn en dat alle rechters in een job-rotatie- of rouleerschema van vijf jaar alle rechtsgebieden beurtelings voor hun rekening nemen. Toch vond ik het bijzonder jammer en erg mager dat er, behalve oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders, van de huidige groep familierechters aan de Rechtbank Utrecht helemaal niemand aanwezig was.


Inhoudsopgave:

A. Eerste gespreksronde:
1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM

B. Tweede gespreksronde:
4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen

C. Derde gespreksronde:
5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden (Update: Later bleek dit een studiemiddag van de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht met de Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) te zijn geweest, die op 12 november 2009 in Utrecht plaatsvond. Zie hieronder in de tekst bij punt 6 voor een link naar een verslag daarvan op de OZO-website.)
7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen

Bijlagen:
Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht
Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

A. Mijn eerste gespreksronde:

1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
Op mijn vraag naar een gender-breakdown analyse van de populatie rechters naar geslacht, i.v.m. de overvloed aan vrouwelijke rechters in het familierecht, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar, rechter/persrechter aan de Rechtbank Utrecht en oud-advocaat, verzekerd dat de Rechtbank Utrecht evenveel mannelijke als vrouwelijke rechters zou tellen. Door het job-rotation systeem zou de oververtegenwoordiging van vrouwelijke rechters in het familierecht zijn opgevangen. Wel werd ik verwezen naar de recente RAIO-enquete onder Rechterlijke Ambtenaren In Opleiding (RAIO - zie hieronder, de beginopleiding voor rechters) waaruit zou blijken dat daar veel meer vrouwen dan mannen op af kwamen. Andere bronnen waarnaar verwezen werd voor meer informatie over de verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke rechters waren het Ministerie van Justitie en de Raad voor de Rechtspraak aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Verder blijken er nauwelijks allochtone rechters te zijn en blijkt er geen gericht beleid te worden gevoerd door de rechtbanken en de beide opleidingstrajecten (zie hieronder) om een representatieve populatie rechters op te leiden naar zowel allochtone afkomst als naar geslacht

2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
Er zijn voor rechters twee opleidingstrajecten: 1. de RAIO-opleiding voor jonge beginnende rechters die 4-6 jaar duurt en 2. de RIO-opleiding (Rechters In Opleiding) die 1 jaar duurt voor ervaren juristen, die vanuit advocatuur etc. zij-instromen. In dat ene jaar RIO opleiding krijg je een opleiding in een tweetal rechtssectoren (bv. familierecht en bestuursrecht). Voorwaarde voor toelating tot deze zij-instroom van de RIO-opleiding is 6 jaar relevante werkervaring in een juridisch beroep. RAIO's in opleiding mogen nog geen recht spreken in rechtszaken, maar RIO's in opleiding juist wel begreep ik. De selectiecriteria aan de poort blijken voor beide opleidingen erg hoog en zwaar en er zijn veel afvallers. Men moet verder als het ware bij de rechtbank van opleiding solliciteren voor toelating.

3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM
Daarnaar gevraagd, na eerst gewezen te hebben op de massaliteit waarmee in het familierecht beschikkingen (omgang, ouderschapsplan) door de ouders niet worden nagekomen, m.n. door moeders, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar meegedeeld dat hij en zijn collegarechters zich op geen enkele manier verantwoordelijk voelen voor het niet-nakomen en de handhaafbaarheid en handhaving van rechterlijke uitspraken. Mw. mr. H.A. Brouwer verwees daarvoor geheel naar het OM. Het OM wordt door de rechterlijke macht dus geheel verantwoordelijk gesteld voor het niet nakomen en/of handhaven van beschikkingen in het familierecht.

B. Mijn tweede gespreksronde:

4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen
De Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg zijn tevens zgn. bestuursorganen en moeten daarmee o.m. ook voldoen aan de wetgeving inzake openbaar bestuur (WOB) en de eisen die daarin gesteld worden aan bestuursorganen. Daarnaar gevraagd deelde mw. mr. J.M. Willems, bestuursrechter aan de Rechtbank Utrecht, echter mee dat er in Utrecht nauwelijks bestuursrechtzaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming of de Bureaus Jeugdzorg spelen. mv. Willems vertelde verder dat er in het bestuursrecht in Utrecht enerzijds een accent gelegd wordt op mediation, bevorderen dat partijen er onderling uitkomen. Anderzijds wordt er een accent gelegd op snel beslissen door de rechter, d.w.z. er wordt snel gekozen wie van de partijjen in zijn gelijk zou staan: rechtspreken als keuzeproces.

C. Mijn derde gespreksronde:

5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
Ondanks het ontbreken van een "equal level playing field" (een gelijk speelveld) tussen vaders en moeders in het familierecht getuige het feit dat rechters in het familierecht bij scheiding de kinderen in 85% van de gevallen met moeders meegeven en eveneens in diezelfde 85% van de gevallen vaders naar de kinderen op een onoverbrugbare achterstand zetten in een marginale omgangsregeling/ouderschapsplan, vinden de rechters bij de Rechtbank Utrecht toch dat men geen last heeft van een zgn. "maternal preference". Men acht zichzelf neutraal, onafhankelijk en discrimineert niet ten opzichte van vaders verzekert dhr. mr. A.S. Penders, de enige aanwezige oud-familierechter en voormalig Hoofd Juridische Ondersteuning aan de Rechtbank Utrecht, mij. En in zijn eigen praktijk als familierechter waren de kinderen even vaak in de zorg van vader meegegeven als in de zorg van moeder, zo deelde hij mee. Men is zich kennelijk nauwelijks bewust van het ontbrekende gelijke speelveld tussen vaders en moeders en de "maternal preference" voor moeders en enorme discriminatie van vaders van rechters in familierechtbeschikkingen bij de Rechtbank Utrecht zo blijkt nu. Daarnaar gevraagd ontkent men dit of vindt men dat het eigenlijk niet bestaat.

6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden
Diverse malen tijdens het gesprek wordt mij door dhr. mr. A.S. Penders verder gewezen op een studiemiddag die in het verleden met de Dwaze Vaders aan de Rechtbank Utrecht werd georganiseerd. Ik hou mij daarom aanbevolen als iemand mij nadere informatie kan verschaffen over wat op deze studiemiddag aan de orde kwam.

Update met dank aan Theo Nieuwenhuizen (OZO): Later bleek dit geen studiemiddag met de Dwaze Vaders te zijn geweest, maar een studiemiddag met de Stichting Ouders Zonder Omgang. De studiemiddag van Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) met de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht heeft in Utrecht plaats gevonden op vrijdag 12 november 2009. Het verslag daarvan valt terug te lezen in het laatste nummer van OZO-nieuws in 2009 op de website van OZO. Zie daarvoor: http://www.stozo.nl/OZOnieuws2009-4.htm

7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
Op mijn vraag hoeveel tijd familierechters nu beschikbaar hebben voor een zaak in het familierecht krijg ik van dhr. mr. A.S. Penders als antwoord, zoveel tijd als hij zelf nodig acht, zonder dat hij concrete informatie geeft over de hoeveelheid tijd die hij in de voorbereiding en na de zitting aan een familierechtzaak kan besteden en besteed. Op mijn doorvragen deelt dhr. mr. A.S. Penders wel mede dat de Utrechtse familierechters als tijdsbesparing de eigen beschikkingen en vonnissen niet hoeven te schrijven, dat doen de secretaressen voor de rechters. Zij maken een samenvatting en schrijven de beschikking waarna de rechter goed(- of af)keurt.

Mw. mr. V.M.M. van Amstel, vice-president van de Rechtbank Utrecht en bestuursrechter, deelt daarop mee dat zij zelf gemiddeld per werkweek van 4 dagen ongeveer 15 rechtszaken afhandelt en rekent voor dat dit op een gemiddeld beschikbare tijd van ca. 2,5 uur per zaak neerkomt. Als een zaak echter meer tijd vraagt dan neemt zij die ook in de thuisuren zo deelt zij mede (vgl. de situatie voor een leerkracht die ook vaak 's avonds thuis nog werkt aan de lesvoorbereiding voor de volgende dag etc.).

Ook mw. mr. V.M.M. van Amstel benoemd daarbij weer, evenals eerder de bestuursrechter mw. mr. J.M. Willems uit de tweede ronde, een zekere mate van tijdsdruk als inherent aan het proces van beslissingen nemen en keuzes maken waarvoor de rechter nu eenmaal staat en benadrukt de noodzaak van het "keuzes maken" voor rechters, het wikken en wegen, waarbij te licht bevonden wordt.

Op mijn daarop bij mw. mr. V.M.M. van Amstel opgeworpen tegenwerping en aangezwengelde discussie dat er in het familierecht juist veel teveel door rechters gereduceerd wordt tot het maken van keuzes tussen de beide ouders - vóór de een en tégen de ander - terwijl het er in het familierecht nu juist om zou moeten gaan dat er GEEN keuze voor één van de beide ouders gemaakt wordt, maar dat BEIDE ouders na de uitgesproken scheiding behouden blijven voor het kind en dat familierechtelijke beschikkingen nou juist niet moeten gaan over het maken van keuzes tussen de ouders, maar over regelingen die het mogelijk moeten maken dat beide ouders beschikbaar blijven in het leven van hun kinderen, komt door de inmiddels ontbrekende tijd helaas niet echt meer aan bod. Bijzonder jammer, want ik was benieuwd geweest naar de reactie van mv. Vivienne van Amstel op dit onderwerp.

8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
Op mijn vraag dat, nu de wet op het voortgezet ouderschap na scheiding sinds maart 2009 in Art. 815, Leden 2 en 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bij scheiding altijd een ouderschapsplan voorschrijft, er bij scheidingszaken aan de Rechtbank Utrecht ook altijd door de familierechter een ouderschapsplan wordt vastgesteld, deelt de vice-president van de Rechtbank Utrecht, mw. mr. V.M.M. van Amstel, mij mede, dat dat niet altijd gebeurd aan de Rechtbank Utrecht en dat dat ook niet altijd noodzakelijk zou zijn. De Rechtbank Utrecht heeft voor het verplicht op te stellen Ouderschapsplan namelijk een ontsnappingsclausule gevonden en past die ook toe in Art. 815, Lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Art. 815, Leden 2 en 3: Wettelijk verplicht ouderschapsplan bij scheiding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 2.Het verzoekschrift bevat een ouderschapsplan ten aanzien van:
a. hun gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen;
b. de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten ingevolge artikel 253sa of 253t het gezag gezamenlijk uitoefenen.

Lid 3.In het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:
a. de wijze waarop de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vormgeven;
b. de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen;
c. de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.

Art. 815, Lid 6: De ontsnappingsclausule van de Rechtbank Utrecht om toch geen verplicht ouderschapsplan van scheidende partijen met kinderen te eisen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 6.Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a tot en met c, redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
Grondwet, Art. 121: Openbaarheid van rechtspraak
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_30-11-2010#Hoofdstuk6
Met uitzondering van de gevallen bij de wet bepaald vinden de terechtzittingen in het openbaar plaats en houden de vonnissen de gronden in waarop zij rusten. De uitspraak geschiedt in het openbaar.
Volgens Art. 121 uit de Nederlandse grondwet èn Art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (fair trial) dienen rechterlijke uitspraken allemaal en zonder uitzondering in het openbaar te geschieden.  Maar van de ca. twee miljoen uitspraken, die Nederlandse rechters jaarlijks doen (en die inmiddels ook allemaal digitaal door de rechterlijke macht worden gearchiveerd), wordt slechts ca. 1% in geanonimiseerde vorm ook via Rechtspraak.nl en het internet openbaar en publiek toegankelijk gemaakt. Welke uitspraken wel/niet openbaar worden gemaakt wordt daarbij geheel aan de rechters zelf ter vrije keuze over gelaten. En als de pers of andere belanghebbenden vanuit het belang van een uitspraak toch graag kennis willen nemen van een bepaalde uitspraak in geanonimiseerde vorm die niet door de rechters is gepubliceerd, dan komen zij in omslachtige, ingewikkelde en tijdrovende schriftelijke aanvraagprocedures bij de rechtbanken en gerechtshoven terecht.

Wanneer ik dit echter voorleg aan de rechters van de Rechtbank Utrecht dan verwijst de vice-president, mv. Vivienne van Amstel, mij desondanks naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Art. 27:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/EersteBoek/Eerstetitel/Derdeafdeling/Artikel27/geldigheidsdatum_30-11-2010

1.De terechtzitting is openbaar. De rechter kan evenwel gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren of slechts met toelating van bepaalde personen bevelen:
a. in het belang van de openbare orde of de goede zeden,
b. in het belang van de veiligheid van de Staat,
c. indien de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen, of
d. indien openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.

2.Indien iemand op een terechtzitting de orde verstoort, kan de rechter hem laten verwijderen.
Ik heb dat artikel er naderhand natuurlijk bij gepakt (zie hierboven) en dan blijkt dat dit artikel 27 Rv op geen enkele wijze aan de rechterlijke macht de mogelijkheid biedt om aan de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken beperkingen op te leggen. Het artikel betreft alleen rechterlijke beperkingsmogelijkheden voor het bijwonen van zittingen (openbaarheid van rechtszittingen), niet voor de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken (openbaarheid van uitspraken). Toch is het precies dat wat de rechterlijke macht zo ruimschoots doet, het beperken van de grondwettelijke openbaarheid van uitspraken. Slechts 1% van de rechterlijke uitspraken worden immers gepubliceerd.  De andere 99% van de rechterlijke uitspraken is niet openbaar toegankelijk. Dat is in strijd met de Nederlandse grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de verwijzing van de vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) blijkt dus achteraf inadequaat.

De vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, deelt mij verder mee zelf een handleiding voor het (schriftelijk) opvragen van niet-gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht te hebben geschreven, welke gepubliceerd zou zijn op Rechtspraak.nl. Hoe ik later echter ook speur, die handleiding blijkt daar niet te bestaan. Op Rechtspraak.nl is alleen een schimmige en warrige lappendeken van instructies (zie bijlage 2) van de Rechtbank Utrecht terug te vinden over hoe mensen van de pers en direct-betrokkenen schriftelijk bij de Rechtbank Utrecht het verzoek kunnen doen om een uitspraak te verkrijgen. Die schriftelijke verzoekprocedure aan de rechtbank gaat echter weken duren en de uitslag ervan is ongewis want na ontvangst wordt de aanvraag beoordeeld en krijgt men hierover schriftelijk bericht, waarbij, terwijl anonimisering van uitspraken al gebruikelijk is, de rechtbank desondanks "om privacyredenen" kan beslissen geen inzage te geven. Zo staat het er althans. De openbaarheid van uitspraken wordt hiermee door de Rechtbank Utrecht geschonden.

10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen
Tot slot komt, naar aanleiding van mijn vraag naar waarheidsvinding door de Utrechtse familierechters in geval van valse beschuldigingen in een familie- of scheidingszaak, in mijn nagesprek met oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders nog een uiterst interessant punt naar boven. Naar zijn mededeling en de opvatting van de Rechtbank Utrecht is de familierechter altijd "lijdelijk" en doet deze geen eigen waarheidsvinding. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht mag dus niet zelf onderzoeken. Het is daarom geheel aan partijen zelf om valse beschuldigingen ter zitting altijd helder en duidelijk tegen te spreken, zo niet dan moet de "lijdelijke" familierechter de valse beschuldigingen wel voor waar aannemen. Het is daarom voor u of uw advocaat dus zaak om op zittingen van de familierechter bij de Rechtbank Utrecht eventuele valse beschuldigingen door de wederpartij niet te laten lopen maar onmiddelijk en helder tegen te spreken. Waarvan nota en akte.

In het 'Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht' uit 2006 staat over de “lijdelijkheid van familierechters” echter het volgende:
De familierechter: een lijdelijk en/of leidend rechter? In de familierechtspraak is, evenals in de algemene civiele rechtspraak, lange tijd het uitgangspunt geweest dat de rechter zich lijdelijk diende op te stellen. De familierechter werd gebonden aan de feiten zoals partijen die voor hem presenteerden. Het ging om de formele waarheid en niet zozeer om de materiële waarheid. De laatste decennia is de kritiek op dit uitgangspunt toegenomen. In dit artikel wordt aan de hand van voorbeelden nagegaan waarom die lijdelijkheid steeds meer vervangen is door een actieve opstelling van de familierechter. Beschreven wordt welke mogelijkheden de familierechter heeft om voor partijen en de betrokken kinderen te komen tot een daadwerkelijke aanpak en oplossing van familierechtelijke geschilpunten.
Tijdschrift voor Familie en Jeugdrecht (2006), volume 28 , issue 5 , p. 126-131
Tot zover mijn persoonlijk verslag van de bijgewoonde "Meet The Judge" bijeenkomst op woensdagavond 24 november 2010 aan de Rechtbank Utrecht,

Het was een leerzame, geanimeerde en waardevolle ervaring,

Peter Tromp Msc
Coördinator/voorzitter van het Vaderkenniscentrum.nl van Stichting Kind en Omgangsrecht



-----

Bijlagen:

Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht

Vanaf oktober 2007 is mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50) benoemd tot president van de rechtbank Utrecht. Voorheen was hij lid van het College van procureurs-generaal (2005 – 2007) en president van de rechtbank Arnhem (2002 – 2005). Bij de rechtbank Utrecht heeft hij eerder gewerkt (1995 – 2002) als rechter en als sectorvoorzitter van de sector handels- en familierecht. Voor zijn overstap naar de Rechtspraak was hij advocaat in Den Haag.

Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

1. Voor de pers:

A. Persinformatie
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Persinformatie.htm

Opvragen van uitspraken
Voor informatie over of een toelichting op een bepaalde uitspraak, kunnen journalisten contact opnemen met voorlichting. Uitspraken van zaken die veel publiciteit trekken en/of juridisch interessant zijn, worden zo snel mogelijk op deze site gepubliceerd onder Actualiteiten.

Afdeling voorlichting van de rechtbank Utrecht:
Voor kwesties die de rechtspraak in het algemeen aangaan, kunt u zich ook wenden tot de afdeling communicatie van de Raad voor de rechtspraak in Den Haag.

Contactpersonen media:
• dhr. drs. M.F.W. Gerritsen, communicatieadviseur (030-2233028)
• dhr. mr. P.V. van Daalen, senior medewerker communicatie (030-2233027)
• mw. mr. H. Phaff, persrechter
• dhr. mr. J.W. Wagenaar, persrechter
Beide persrechters zijn bereikbaar via de afdeling voorlichting.

B. Telefoon- en faxnummers
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Telefoon-+en+faxnummers.htm

Persvoorlichting (communicatie)
Telefoon (030) 223 30 27 of (030-223 30 28)
e-mail: communicatie.rb.utrecht@rechtspraak.nl
Nb: dit e-mailadres is niet bedoeld voor zaaksgebonden informatie en/of vragen. Neem daarvoor contact op met de betreffende sector.

2. Voor direct betrokkenen in een zaak

A. Meer veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Veelgestelde+vragen/#VEELGESTELDEVRAGENNRDUITSPRAKEN

Ik zoek een rechterlijke uitspraak
Kijk in de databank op Rechtspraak.nl. Als de uitspraak niet is opgenomen in de databank, kunt u de rechtbank (of het gerechtshof) vragen om een afschrift van het vonnis. Om privacyredenen kan de rechtbank beslissen geen inzage te geven.

B. Veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Veelgestelde+vragen.htm#rechtspraak

Waarom staat mijn uitspraak niet op www.rechtspraak.nl?
De rechtbank publiceert slechts een selectie van alle uitspraken op www.rechtspraak.nl. Uitspraken worden altijd geanonimiseerd. U zult dus nooit namen van verdachten in op onze website gepubliceerde uitspraken aantreffen. Mondelinge uitspraken van de strafrechter komen (vrijwel) nooit op www.rechtspraak.nl.

Hoe kan ik een oude uitspraak opvragen?
De rechtbank verstrekt alleen vonnissen, wanneer de belangen van de veroordeelde of andere mensen die in het vonnis genoemd worden hierdoor niet geschaad worden. Vonnissen die de rechtbank verstuurt, zijn altijd geanonimiseerd. U zult dus geen namen van betrokkenen aantreffen in het afschrift. Als u procespartij bent (geweest) heeft u overigens altijd recht op een afschrift.

U kunt uw verzoek per brief sturen naar:
Rechtbank Utrecht
T.a.v. Hoofd administratie sector Handels- & Familierecht/ Strafrecht/ Bestuursrecht/ Kanton (a.u.b. juiste sector aangeven)
Postbus 16005
3500 DA Utrecht
Vermeld in uw brief in ieder geval:
  • Waarom u een afschrift van het vonnis wilt ontvangen
  • Een beschrijving van het onderwerp van de zaak (indien mogelijk het zaaknummer)
  • De naam van de procespartij(en) waarop de zaak betrekking heeft
  • Wanneer de rechtbank uitspraak heeft gedaan.
Na ontvangst wordt uw aanvraag beoordeeld. U krijgt hierover schriftelijk bericht.

3. Voor andere geïnteresseerden dan de pers

Voor hen wordt geen enkele regeling bij de Rechtbank Utrecht gegeven.

Zie verder ook Publicaties Rechtbank Utrecht
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Over+de+rechtbank/Publicaties/

_____
Disclaimer: 
Aan dit verslag kunt u geen rechten ontlenen. Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____