dinsdag, september 28, 2010

357. Openbaarheid rechtspraak - Rechtspraak blijft tegen publicatie alle uitspraken

Bron: Mr. Online - door redactie - dinsdag, 28 september 2010
http://www.mr-online.nl/nieuws/juridisch-nieuws/rechtspraak-blijft-tegen-publicatie-alle-uitspraken.html

De Rechtspraak, in de persoon van Ronald Philippart, president van de rechtbank Maastricht en voorzitter van de redactieraad van rechtspraak.nl, blijft zich verzetten tegen online-publicatie van álle rechterlijke uitspraken. Deze houding staat lijnrecht tegenover de opvatting van steeds meer wetenschappers die vinden dat dit juist noodzakelijk is voor volledige transparantie van en een goede publieke controle op de rechterlijke macht.

Dit ontleent Mr. aan uitlatingen van een aantal sprekers van het debat 'De rechtspraak on-line?' dat de Universiteit Leiden op 13 oktober organiseert. Jaarlijks wordt nog geen twee procent van de twee miljoen uitspraken op rechtspraak.nl gepubliceerd. Volgens Philippart is een groot deel van die miljoenen uitspraken gewoon bulk: "Veel verstekzaken, incassokwesties en andere kleine standaard zaken. Je moet je afvragen of de wens om alles ongeselecteerd te publiceren, spoort met de maatschappelijke kosten die daaraan verbonden zijn. Het heeft geen zin om al dat soort uitspraken bekend te maken voor een betere externe controle. Dat is met een kanon op een mug schieten. Daarnaast is het van belang dat de kwaliteit van de site, die door bezoekers hoog wordt gewaardeerd, op peil blijft. Die kwaliteit komt onder druk te staan als alles ongefilterd op de site wordt geplaatst."

Interessant
De online-publicatie van uitspraken is een initiatief van de Rechtspraak zelf. Zij bepaalt dan ook wat interessant is om te openbaren. Dat doet zij aan de hand van bepaalde selectiecriteria waaronder publicitaire aandacht, belang voor het openbare leven, gevolgen voor toepassing van regelgeving en interesse van belanghebbenden. Doordat de Rechtspraak zelf selecteert, kan volgens de Leidse hoofddocent Laurens Mommers een vertekend beeld ontstaan van datgene wat bij de rechterlijke instanties aan de orde is. "Dat kunnen we niet met zekerheid vaststellen, want we hebben geen vergelijkingsmateriaal. Maar het risico dat onwelgevallige uitspraken achter worden gehouden bestaat. We weten niet wat voor interessante dingen we uit de achtergehouden zaken zouden kunnen afleiden. Haal daarom in ieder geval die selectie uit handen van de rechterlijk macht en bedeel deze toe aan een onafhankelijk orgaan."

Philippart vindt dat de Rechtspraak juist heel goed in staat is om uit te maken welke zaken belangrijk zijn. "Ik vind de angst dat onwelgevallige zaken worden achtergehouden ongefundeerd en het uitsluitend op die angst gebaseerde voorstel om de selectie dan maar door anderen te laten doen is in dat licht niet goed te begrijpen. We moeten alleen al vanwege de beperkte middelen een economische afweging maken tussen voor wat ooit voor de wetenschap van belang kan zijn en welke maatschappelijke kosten daarmee gemoeid zijn." Mommers is het daar niet mee eens: "Ik bespeur vaker bij rechters dat ze vinden dat ze dat zelf prima kunnen, maar zij moeten hun eigen werk niet willen beoordelen. Bij de selectie spelen er namelijk allerlei vragen en belangen waar wij als controleurs van de rechterlijke macht geen zicht op hebben. Misschien verloopt alles keurig, maar dat weten we niet."

Controle
Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Woermans (Universiteit Leiden) wijst ook op het belang van de controle: "Het is niet zo dat uitspraken alleen maar bedoeld zijn om tussen partijen een geschil op te lossen. Er wordt ook recht ontwikkeld en dat moet net als alle andere overheidsoptreden controleerbaar zijn. Als bijvoorbeeld een gemeentebestuur bepaalde besluiten niet bekend zou maken, zouden de rapen gaar zijn. Waarom is dat zo veel idioter dan wat de rechterlijke macht nu doet? Overigens is wettelijk bepaald dat uitspraken in beginsel in het openbaar moeten worden gedaan, maar als het gaat om publiceren dan wordt daar ineens heel restrictief mee omgegaan. Dat is enorm paradoxaal."

"Bij die wettelijke regel is gedacht aan een in de rechtszaal in het openbaar uitgesproken uitspraak. De impact daarvan is niet te vergelijken met het publiceren van een uitspraak op internet. Dat is veel indringender door het immense bereik van het net en het feit dat gegevens in beginsel eindeloos beschikbaar blijven", aldus Philippart.

'Non-equality of arms'
Doordat niet alle rechtspraak openbaar is, kan geen goed juridisch wetenschappelijk onderzoek worden gedaan naar bijvoorbeeld jurisprudentielijnen in lagere rechtspraak. Een ander probleem van de niet-openbaarheid is rechtsongelijkheid. Mommers: "Doordat rechtbanken en bijvoorbeeld grote bedrijven, die veel procedures voeren, toegang hebben tot meer uitspraken dan andere partijen kan er kennisasymmetrie ontstaan." Philippart erkent dit probleem: "Rechtbanken hebben inderdaad toegang tot meer uitspraken dan advocaten doordat zij de interne kennissite Porta Iuris kunnen raadplegen. Op het moment dat een rechtbank gebruik maakt van bestanden waarin uitspraken worden bewaard en gebruikt, waartoe anderen geen toegang hebben, moet je goed nadenken of dat gelukkig is."

Kosten en privacy
Privacy van betrokken partijen en hoge kosten lijken de meest belangrijke argumenten tegen volledige publicatie. Philippart: "Indien alles met naam en toenaam op de site wordt geplaatst dan leidt dat mogelijk tot heel ongewenste effecten als met die zaken aan de haal wordt gegaan op een manier die niet de bedoeling kan zijn. De Rechtspraak vindt daarom dat alle uitspraken vóór publicatie geanonimiseerd moeten worden. Maar met de hoeveelheid uitspraken die de Rechtspraak produceert, is dat heel tijdrovend. Daarvoor bestaan wel technische 'tools', maar het bedienen daarvan blijft mensenwerk. Dat leidt tot heel hoge kosten die de Rechtspraak niet kan betalen. Daarvoor zou een aanvullende financiering moeten komen. Maar als er categorieën zaken worden gemist op de site dan zijn wij er altijd toe bereid om daarnaar te kijken."

"Het is niet aan de Rechtspraak om te bepalen of elke uitspraak geanonimiseerd moet worden. Daar kan zij een standpunt in hebben, maar het gaat om een afweging tussen controleerbaarheid van de rechterlijke macht en privacy van de procespartijen die de wetgever of de maatschappij zal moeten maken", aldus Mommers. Dat bepaalde categorieën wel standaard zouden moeten worden geanonimiseerd, zoals jeugdkwesties, vindt de docent voor de hand liggend. "Niet alles moet ongeclausuleerd online worden gezet, maar er moet wel goed worden nagedacht of de huidige praktijk nog van deze tijd is. De groei van technologische mogelijkheden legt een druk op wat je als overheid en rechterlijke macht aan transparantie moet doen. Hierdoor worden de vereisten aan datgene wat je doet opgeschroefd en dat lijkt mij niet meer dan terecht. De Rechtspraak moet gebruik maken van die mogelijkheden om de transparantie te maximaliseren."

Wettelijke vastlegging
Uit onderzoek is gebleken dat wereldwijd de openbaarheid van rechtspraak op verschillende manieren is geregeld. "Opvallend is dat Nederland hierin heel voorzichtig is. In vergelijking met andere landen hebben wij eigenlijk geen echte openbaarheidscultuur. Landen als Roemenië, Denemarken en Portugal hebben zelfs aparte wetgeving voor openbaarheid van rechtspraak", aldus Voermans. Volgens Mommers zou de wetgever de rechterlijke macht moeten verplichten tot in beginsel volledige online-publicatie van alle rechterlijke uitspraken. Voermans: "Er zijn wel wat wettelijke bepalingen over fysieke openbaarheid (openbaarheid van zitting en uitspraak), maar over het document is vaak niets geregeld. Als je de stap naar volledige online-openbaarheid wil maken, maar er zo veel weerstand is, moet je inderdaad denken aan een wettelijke regeling."

maandag, augustus 02, 2010

356. Negen jaar cel voor oudervervreemding

LJN: BN2989, Gerechtshof Arnhem, 21-004252-08
Datum uitspraak: 19-07-2010
Datum publicatie: 02-08-2010
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie:
Maximale straf voor het onttrekken van een minderjarige aan het gezag.

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004252-08
Uitspraak d.d.: 19 juli 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van
10 oktober 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [adres].
thans verblijvende in [adres].

Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 juni 2009 en 5 juli 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman,
mr. S. Spans, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg en in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009, althans tot en met 16 oktober 2007, te Veenendaal, althans in het arrondissement Utrecht, althans in Nederland, en/of in Egypte en/of in Soedan tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [dochter] (geboren op ….. 2003), die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende, immers heeft verdachte, op voornoemde plaats(en) toen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voornoemde [dochter], waarvan de moeder genaamd is: [moeder], en/of waarvan hij, verdachte, de vader is, en die beiden het ouderlijk gezag uitoefenen, opzettelijk zonder toestemming van de moeder voornoemd (vanuit Egypte) overgebracht naar en/of achter gelaten op een plaats in Soedan, die de moeder niet bekend was (en is), en die zodanig feitelijk buiten de invloedssfeer van die [moeder] lag, dat de uitoefening van dat gezag door die [moeder] onmogelijk was geworden, dat [dochter] daardoor werd onttrokken aan het wettig gezag, hetwelk de moeder van [dochter], [moeder], over [dochter] uitoefende.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Verzoek verdediging
Bij pleidooi ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de problemen zijn ontstaan op het moment dat de verdachte werd gedetineerd. Deze zaak zou buiten het strafrecht om opgelost moeten worden. Een aanhouding zou de verdachte de gelegenheid geven om de onderhavige kwestie binnen familieverband te bespreken, zodat op die manier mogelijk een oplossing kan worden bereikt.

De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen aanhouding van de behandeling, omdat ruim tweeëneenhalf jaar nadat de verdachte werd gedetineerd nog steeds geen oplossing is bereikt. De verdachte denkt steeds ten onrechte dat hij voorwaarden kan blijven stellen, zonder dat hij zelf een wezenlijke bijdrage aan de oplossing biedt. Verder uitstel is zinloos te achten.

Het hof acht de door de verdediging verzochte aanhouding van de behandeling niet noodzakelijk en zal daarom het gedane verzoek afwijzen.

Bewijsoverweging
De verdachte heeft zich ook in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de moeder, ten tijde van hun gezamenlijk verblijf in juni 2007 in Egypte, ermee heeft ingestemd dat hun kind [dochter] bij de familie van verdachte in Soedan zou verblijven en dat verdachte het later niet meer in zijn macht heeft gehad om hun kind naar Nederland te laten komen. Om die reden zou hij moeten worden vrijgesproken.

De door de verdediging bepleite vrijspraak wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.
In het bijzonder is het hof van oordeel dat de genoemde stellingname van verdachte ongeloofwaardig is. Het is niet aannemelijk dat de moeder in juni 2007 haar toen vierjarig kind vrijwillig zou hebben achtergelaten in een vreemd land bij voor het kind onbekende familieleden, die haar taal niet spreken, en zonder dat zij als moeder op de hoogte was van de exacte verblijfplaats van haar kind.

Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009, althans tot en met 16 oktober 2007, te Veenendaal, althans in het arrondissement Utrecht, althans in Nederland, en/of in Egypte en/of in Soedan tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [dochter] (geboren op 2003), die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, heeft onttrokken en/of onttrokken gehouden aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende, immers heeft verdachte, op voornoemde plaats(en) toen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voornoemde [dochter], waarvan de moeder genaamd is: [moeder], en/of waarvan hij, verdachte, de vader is, en die beiden het ouderlijk gezag uitoefenen, opzettelijk zonder toestemming van de moeder, voornoemd, (vanuit Egypte) overgebracht naar en/of achter gelaten op een plaats in Soedan, die de moeder niet bekend was (en is), en die zodanig feitelijk buiten de invloedssfeer van die [moeder] lag, dat de uitoefening van dat gezag door die [moeder] onmogelijk was geworden, dat [dochter] daardoor werd onttrokken aan het wettig gezag, hetwelk de moeder van [dochter], [moeder], over [docht4er] uitoefende.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezene levert op het misdrijf:
Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Het hof is van oordeel dat verdachtes handelen, waardoor een jong kind en haar moeder duurzaam van elkaar worden gescheiden – men zou kunnen spreken van kinderroof –, een rechtsschending van uitzonderlijke zwaarte oplevert. De gevolgen hiervan zijn evident. De moeder is haar dochter, haar enig kind, kwijt. Van haar dochter is haar al tweeëneenhalf jaar niets bekend. De moeder kan zich op geen enkele wijze ontfermen over haar eigen dochter. Zij voelt zich volkomen machteloos. Vanwege de jonge leeftijd van het kind is het van groot belang dat de moeder bij de opvoeding van het kind wordt betrokken. Het kind zal daarnaast elke dag meer van haar eigen moeder vervreemden.

Het feit wordt nog in aanzienlijke mate verergerd doordat de verdachte inmiddels jarenlang, ondanks een kort geding, ondanks een strafvervolging en ondanks oplegging door de rechtbank van een gevangenisstraf van niet te verwaarlozen zwaarte, de oplossing van de situatie heeft gestagneerd en heeft gesaboteerd. Een treurig dieptepunt ziet het hof in de wijze waarop de verdachte heeft getracht de deskundige A. Al-Alim te betrekken bij bedrog van alle betrokkenen en van het hof. De verdachte wilde immers een verklaring opstellen en ondertekenen die schijnbaar tot een uitweg uit de impasse zou leiden, welke verklaring dan aan de ambassade zou moeten worden aangeboden met de (uiteraard volkomen valse) mededeling dat die verklaring onder dwang was getekend. Gelijktijdig zou mondeling de boodschap moeten worden overgebracht dat de verdachte de terugkeer van zijn dochter naar Nederland of naar de moeder in werkelijkheid niet wenste.

Daar komt bij dat het delict nog voortduurt en dat de zaak elke maand zwaarder wordt in zijn gevolgen voor de rechtstreeks betrokkenen, die al jaren tussen hoop en vrees balanceren en al meermalen vreselijke teleurstellingen hebben moeten incasseren.

De rechtbank heeft in eerste aanleg een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar opgelegd. Het hof is van oordeel dat bestraffing met de zwaarst mogelijke sanctie op zijn plaats is en zal een nog zwaardere straf opleggen dan de zeven jaar die in hoger beroep door de advocaat-generaal is gevorderd, namelijk de voor dit feit maximale gevangenisstraf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
  • Wijst af het verzoek tot aanhouding van de zaak.
  • Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
  • Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
  • Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
  • Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.
  • Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.
  • Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Aldus gewezen door
mr. M.H.M. Boekhorst Carrillo, voorzitter,
mr. J.M.J. Denie en mr. J.H.M. Zwinkels, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven, griffier,
en op 19 juli 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

zaterdag, juni 19, 2010

355. Moeders die zich laten leiden door rancune over hun ex, zijn niet in staat goed voor hun kinderen te zorgen (Hassnae Bouazza, NRC Handelsblad)

Bron: NRC Handelsblad - NH - katern 2 pagina 08 - Hassnae Bouazza - 19-06-10

Hassnae Bouazza
Columnist voor Vrij Nederland.
Vertaalster Arabisch-Engels.



Foto Jupiterimages
Hoeveel vaders zullen dit jaar vaderdag alleen doorbrengen? Met opgekropt verdriet en woede omdat hun ex hun het recht ontzegt hun eigen kind te zien? In de wet ligt het recht van de ouder op het kind verankerd, maar in de praktijk is de vader volledig overgeleverd aan de grillen van zijn voormalige vrouw of geliefde. Te vaak komt het nog voor dat moeders hun eigen rancune belangrijker vinden dan het recht van zowel het kind als de vader elkaar te zien. Veel te vaak nog is het antwoord van feministes die ik spreek: „Zolang er nog vaders zijn die hun verantwoordelijkheid ontlopen, kan ik me er niet druk om maken.” Een godgeklaagd schandaal.

Als vaders kinderen ontvoeren en de moeder het recht op haar kind(-eren) ontzeggen, wordt het hele justitiële apparaat in werking gesteld, maar om onbekende redenen wordt er aanzienlijk minder adequaat gereageerd als de moeder hetzelfde onrecht begaat. Sterker, de vrouw kan ongestoord haar gang gaan en de vaders die het op kunnen brengen, moeten jarenlang procederen om te krijgen waar ze recht op hebben.

Neem stel A. Na een jarenlange, turbulente relatie gaan ze uit elkaar. Ze spreken co-ouderschap af zonder tussenkomst van rechter of mediator. Dit gaat een drietal jaar goed tot de man een nieuwe, serieuze relatie krijgt. De vrouw belt hem op en deelt hem mee dat, omdat hij een relatie heeft, hij zijn zoon niet meer mag zien. Hij stapt naar de rechter, maar door de tegenwerking van de vrouw, duurt het en duurt het, tot hij het opgeeft.

Zijn zoon zou hij acht jaar lang niet zien. Alleen op zijn verjaardag werd hij geacht een duur cadeau te geven (zijn geld was kennelijk wel goed genoeg), hetgeen hij ook deed want zijn liefde voor zijn zoon was allesverzengend en de pijn die hij voelde bij het gemis ook. Alimentatie moest hij ook betalen, ook al mocht hij zijn kind niet zien.

Stel B: vrouw ziet haar relatie niet meer zitten en pakt haar spullen en het zoontje. De vader wordt in onwetendheid gelaten. Als de vrouw weer contact met hem opneemt, gebruikt ze het zoontje als wisselgeld: ze wil het huis, en als dat gebeurt, kan hij zijn kind weer zien. De vader in dit geval heeft mazzel: het stel woonde samen en het huurcontract stond op zijn naam, dus haar chantagepoging mislukt jammerlijk. Na mediation besluiten ze dat vader het zoontje ieder weekend heeft en de moeder doordeweeks. Al na een paar weken verandert de moeder de afspraak zonder overleg met de vader.

Stel C: bij de rechtbank wordt de scheiding behandeld. De vader geeft aan dat hij heel graag vaker zijn kind wil zien. De rechter toont alle begrip en kent hem één dag in de maand extra toe. Eén dag naast twee weekends in de maand.

En daar zit het euvel. Als de wet de vader al niet als gelijke behandelt, hoe kunnen we dat dan verwachten van verbitterde vrouwen die alleen nog maar in termen van wraak en macht kunnen denken?

Hoe goed ben jij als moeder wanneer jij je kind ontzegt zijn of haar vader te zien?

Toegegeven, inmiddels kunnen vrouwen strafrechtelijk vervolgd worden voor het niet nakomen van de bezoekregeling, maar ook dat leidt in de praktijk tot niets. De zaak van Peter Brons, de eerste vader die zijn ex aanklaagde, zegt alles: de vrouw weigert mee te werken ondanks de taakstraf die ze opgelegd krijgt. Brons blijft met lege handen achter, terwijl dat niet zou hoeven. Waarom durven we niet de vraag te stellen hoe goed je als moeder bent als je je kind zijn of haar vader ontzegt?

Een moeder die niet in staat is haar eigen gevoelens van rancune opzij te zetten en zich als een volwassene te gedragen, is wat mij betreft niet in staat de zorg voor haar kinderen op zich te nemen. Toen duidelijk werd dat de ex van Brons niet mee zou werken, had hij meteen zijn zoon toegewezen moeten krijgen. Moeders die weigeren mee te werken, verliezen het recht op hun kind. Grof geschut? Jazeker, maar de status quo handhaven en duizenden vaders in de steek laten, mag niet langer een optie zijn. Bovendien mag, als het aan mij ligt, de alimentatieplicht voor een vader vervallen zodra hem zijn kind wordt ontzegd. Nu worden vaders aan hun plicht gehouden, maar hun recht wordt met voeten getreden.

Als we niet accepteren dat vaders kinderen ontvoeren, mogen we ook niet accepteren dat moeders de vaders frustreren. Moeders hebben niet het alleenrecht op kinderen. Zolang je samen het kind verwekt, heb je evenveel recht erop. De vaders (en moeders, laten we die ook niet vergeten) die hun verantwoordelijkheid ontlopen, staan hier volledig buiten.

Daarnaast is het van essentieel belang dat bij scheiding, net als in België, co-ouderschap de norm wordt. Op die manier hoeft de bezoekregeling niet eens ter discussie te staan en sla je het machtsmiddel uit de handen van wrokkige exen.

Het wordt tijd dat de feministes hun eigen slachtofferschap waar ze zo aan hechten aan de kant zetten en opkomen voor vaders die wél de zorg voor hun kinderen op zich willen nemen. Laten we hun grieven serieus nemen en voorbij het Batman- of Spiderman-masker kijken dat de radeloze vaders opzetten om gebouwen te beklimmen en aandacht voor hun verdriet te vragen.

------------------------

Hassnae Bouazza eerder als panellid in het Vara-programma Vrouw & Paard van 9 oktober 2009 over omgangsfrustratie door moeders


Een voortdurend frisse en relativerende wind in "Vrouw & Paard", het inmiddels beëindigde VARA-vrouwenpanel onder de gespreksleiding van Hanneke Groenteman, was Hassnae Bouazza. En ik zeg het dan ook maar meteen eerlijk en ruiterlijk: "Ik ben een echte fan van Hassnae Bouazza."

In de aflevering van 9 oktober 2009 van Vrouw & Paard zegt Hassnae Bouazza tegen Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie n.a.v. zijn voorstel voor verplichte vaderregistratie (14min20):

"Dit is èèn aspect, maar d'r zijn toch ook ontzettend veel vaders die hèèl erg graag hun kinderen willen zien en die die kans niet krijgen vanwege de moeders. Want d'r zijn heel veel moeders die gewoon hun kinderen gebruiken als wapens. Wat doet u daar tegen? Is het niet eigenlijk achterlijk dat we in Nederland hier ..., dat de vader standaard slechts een keer in de twee weken het kind kan zien? Zou het niet gewoon evenredig verdeeld moeten worden? ... Die vrouwen moeten aangepakt worden."
(Een vraag van Hassnae Bouazza waar vervolgens door zowel gespreksleider Hanneke Groenteman als Joël Voordewind snel, schielijk en ontwijkend over heen gepraat wordt, zonder dat er een antwoord op gegeven wordt. En zoals uit het nu in NRC Handelsblad door Hassnae Bouazza gepubliceerde artikel blijkt, laat zij zich gelukkig niet zo makkelijk door Hanneke Groenteman en Joël Voordewind de mond snoeren. Zie hoe dat toegaat de video van deze aflevering van Vrouw & Paard hieronder vanaf 14min20.)

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum.nl


------------------------------------------------
Vara-programma Vrouw & Paard
Bron: VARA - 9 oktober 2009

Get Microsoft Silverlight
------------------------------------------------
Hassnae Bouazza (geboren 1973 in Oujda, Marokko) is schrijver, journalist, columnist, programmamaker en vertaler Arabisch-Engels. Ze werkt onder andere als columnist voor Vrij Nederland, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Frontaal Naakt en De Buren en als programmamaker voor de VPRO. Ze is geboren in de stad Oujda nabij de Algerijnse grens. Ze verliet met haar familie Marokko om zich bij haar vader te voegen die al in Nederland was, als gastarbeider. Ze kwam in Arkel te wonen, waar de familie Bouazza de enige Marokkaanse was. Ze studeerde Engels taal-en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht en, na haar afstuderen, een jaar Franse literatuur aan diezelfde Universiteit.

Het werk van Bouazza valt op vanwege de vrijmoedige aanpak van taboeonderwerpen zoals porno in de Arabische wereld. ‘Eens per maand open ik het raam voor u naar de Arabische wereld.’ Zo schrijft Hassnae Bouazza in Vrij Nederland. In de stukken van Hassnae voorziet zij verschijnselen uit de Islamitische wereld die haar bezighouden van haar eigentijdse en humoristische mening.Misschien heb je haar ook gezien in de aflevering van het programma Advocaat van de Duivel waarin Geert Wilders terecht staat.

Ze stelde een bundel samen met verhalen over sterke Arabische vrouwen, Achter de sluier (1999), in een poging het clichébeeld bij te stellen dat in Nederland heerst over de Arabische vrouw. In de bundel zijn verhalen opgenomen van onder anderen Nawal el Saadawi, Tahar Ben Jelloun en Naguib Mafouz. Ze werkt op dit moment aan haar debuut, een bundel met korte verhalen over relaties tussen mensen, waarbij de altijd intrigerende relatie tussen mannen en vrouwen de boventoon voert. De schrijver Hafid Bouazza is haar broer.

Aangepast op basis van: Hassnae Bouazza - Winternachten - internationaal literatuurfestival Den Haag en Hassnae Bouazza: VARA
----------
Het artikel van Hassnae Bouazza in NRC Handelsblad van zaterdag 19 juni 2010 was onderdeel van een drieluik artikelen over vaderschap dat in verband met vaderdag verscheen in het Opinie en Debat Katern van NRC Handelsblad met daaraan toegevoegd een interactieve debatmogelijkheid onder de titel “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” in het opinie weblog van de NRC. U kunt daar ook nog steeds zelf reageren.

De andere twee, in het drieluik over vaderschap in NRC handelsblad van 19 juni 2010 verschenen, artikelen zijn:
1. “Vrouw, laat het moedermonopolie toch los” van schrijver Herman Stevens
2. “Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof” van publiciste Heleen Crul
----------

Vaderschap in drie bedrijven

Bron: NRC Handelsblad - NH – Opinie & Debat - katern 2 pagina 08 - 19-06-10

Deze zondag is Vaderdag. Publicisten Heleen Crul, Herman Stevens en Hassnae Bouazza over zorgende vaders, rancuneuze exen, Tarzan en Jane.


Vrouwen, laat het moedermonopolie los!

Bron: NRC Handelsblad - Opinieblog - Zelf reageren, zaterdag 19 juni 2010
http://weblogs.nrc.nl/expertdiscussies/vrouwen-laat-het-moedermonopolie-los/

Het is niet stoer en slecht voor je carrière om er meer voor je kinderen te willen zijn en een aandeel in het huishouden te leveren. Voor mannen dan. Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit onderzoek blijkt, vraag publiciste Heleen Crul zich vandaag af in NRC Handelsblad. Des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé.


Hoe kan de overheid helpen? Denk eens aan langer bevallingsverlof, langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland bestaat, flexibele werktijden voor beide ouders en thuiswerken, een mama- en papatraject waarin beide ouders hooguit vier dagen werken. “De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers,” meent Crul.

Trouwens, waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen, vraagt schijver Herman Stevens zich af. Nederland lijkt wel stil te staan! Het oude rolpatroon bestaat nog steeds: mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Me Tarzan, you Jane. En dat heeft ook gevolgen voor het opvoeden van kinderen: “Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding.” Stevens zich af waarom. Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben? “Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar.” Stevens pleit dan ook voor het einde van de archaïsche rolverdeling, helemaal in een economie met tweeverdieners. En omdat niemand alleen leeft om te werken, moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.

Wat vindt u? Moeten mannen meer voor hun kinderen gaan zorgen? Waarom is dat nog steeds geen usance in Nederland? En is het een taak van de overheid om het vaderschapsverlof te bevorderen?

Dit bericht “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” heeft 29 reacties: Zelf reageren

Vrouw, laat het moedermonopolie toch los

Bron: NRC Handelsblad - NH - katern 2 pagina 08 - 19-06-10

Herman Stevens
Schrijver.
Onlangs verscheen zijn nieuwe roman ‘Vaderland ’ (Prometheus).




Foto AFP
Sinds de pil is het krijgen van kinderen een keuze geworden, en een keuze die vooral voor vrouwen met de tijd prangender wordt. Vrouwen die na hun studie een carrière beginnen, komen na het krijgen van kinderen al snel in tijdnood, want zij zullen toch voor het leeuwendeel van de verzorging opdraaien, als we de statistieken moeten geloven. Veel mannen gaan immers meer uren werken. De reden daarvoor is simpel. De meeste moeders gaan minder werken, of stoppen er helemaal mee, dus moeten vaders harder werken, want kinderen maken het leven niet goedkoper.

De ongelovige reacties op Wouter Bos’ besluit om meer tijd te besteden aan zijn kinderen lieten zien hoezeer Nederland met zichzelf in de knoop zit. Op veel terreinen lijkt het zo’n modern land. Maar als je beter gaat kijken, lijkt de tijd stil te staan. De meeste Nederlanders leven niet zoveel anders dan hun ouders. Mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Als de vrouw werkt, doet ze dat in veel gevallen voor een tweede autootje en wat andere extra’s.

Meer dan de helft van de collegebanken wordt bezet door meisjes en toch zit een groot aantal van die vrouwen later thuis om te genieten van de kinderen. Dat er al een generatie lang van hogerhand op vrouwen wordt ingepraat dat het goed zou zijn als ze carrière maakten, verandert daar weinig aan. Veel gestudeerde vrouwen doen na hun zwangerschapsverlof een stapje terug omdat ze het belangrijk vinden om zelf voor hun kinderen te zorgen. En geef ze ongelijk. Niemand verwijt zich op zijn sterfbed dat hij te veel tijd aan zijn kinderen heeft besteed.

Dit traditionele gezinsmodel zal pas veranderen wanneer de economie er geen ruimte meer voor laat. De kans is groot dat de huidige crisis in een paar jaar het behaaglijke vloerkleed onder de middenklasse vandaan zal trekken. Dan wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen zijn om te gaan werken. Anders kunnen ze zich geen leuke woning, geen goede school en geen betrouwbare gezondheidszorg veroorloven.

Als het zover komt (aan de winnaar van de verkiezingen zal het niet liggen), wordt het ook tijd om de rolverdeling in de huishouding eens opnieuw te bekijken. Want het kostwinnersgezin is ook een vorm van apartheid. Me Tarzan, you Jane. Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding. Maar als we naar een economie van tweeverdieners toegaan, is het ook afgelopen met de Tarzan-en-Jane-spelletjes. Waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen? Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben?

Dankzij de crisis wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen worden te werken

Het beeld is bekend. Mannen voetballen met hun kinderen, maar de rest hoort tot het territorium van de vrouw. Onder elkaar letten vrouwen al scherp op ieder foutje, maar een man kan het nooit goed doen. Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar. Op het schoolplein wisselen moeders informatie met elkaar uit, terwijl vaders aan de zijlijn staan. Dat is zonde. De evolutie van onze soort is te danken aan zulke geprekjes, en het wordt zo langzamerhand tijd dat mannen mogen meepraten.

Kinderen opvoeden is niet alleen een kwestie van luiers verschonen en op het schoolplein kleumen. Kinderen opvoeden is ook een wereld betreden van spel, fantasie en liefde, al is die wereld soms ook griezelig, want hij herinnert ons aan onze vergankelijkheid. Het is treurig dat zoveel mannen zich deze wereld door de neus laten boren omdat moeders doen alsof ze er alleenrecht op hebben. Net zoals je maar liever niet wilt weten wat er gebeurt in al die gezinnen die uiteenvallen, en hoe makkelijk knikkebollende rechters gescheiden vrouwen maar hun gang laten gaan, want de kinderen horen nu eenmaal bij hun moeder.

Als we afgaan op een economie van tweeverdieners, mag het ook afgelopen zijn met die archaïsche rolverdeling. Niemand wil naar een wereld toe waar we alleen nog leven om te werken. Daarom moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.





Foto Thomas Schlijper

Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof


Heleen Crul
Publicist.
Auteur van ‘Tussen de generaties’ (Atlas).

Vaderschap wordt tegenwoordig op uiteenlopende manieren ingevuld: huismannen, parttime vaders, mannen met één papadag per week en carrièrevaders. De eerste drie krijgen in de media veel aandacht, maar ze zijn en blijven een aanzienlijke minderheid.

De meest voorkomende vorm is nog steeds de carrièrevader. „De bijdrage van mannen in de opvoeding en zorg van kinderen is in de loop der jaren licht gestegen in vergelijking met de forse stijging van het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt en hun aandeel in de zorg voor kinderen”, luidt een weinig verrassende conclusie van een nieuw onderzoek Mannen in het gezin, gepubliceerd door het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Wel verrassend is de verklaring voor de hardnekkigheid van het allesbehalve emancipatoire verschijnsel carrièrevader: „Het maakt mannen tot een betrouwbaarder werkgever, ze gaan zelfs harder werken.” De Nederlandse cultuur speelt een belangrijke rol bij dit gedrag, want daarin geldt nog steeds ‘dat een echte vader brood op de plank brengt’. Dat de groepsdwang onder mannen om als vader een meer solide kostwinner te worden groot is, was al langer bekend. Minder werken om er meer voor je kinderen te zijn en een aandeel in het huishouden te leveren, is ‘niet stoer’ en slecht voor je carrière, luidt het oordeel.

Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit NIDI-onderzoek blijkt? Dan is er des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé. Dat is alleen mogelijk als de overheid de komende tien jaar actief vaderschap tot speerpunt van emancipatie maakt. Andere Europese landen kunnen als voorbeeld dienen. In Zweden hebben mannen na de bevalling een maand doorbetaald ouderschapsverlof, ingegeven door het inzicht dat vaderinstinct bestaat, maar het hechtingsgedrag tussen vader en kind de kans moet krijgen zich te ontwikkelen. Het bevallingsverlof van twee dagen dat Nederlandse mannen ten deel valt, steekt wel heel schraal af bij de tien, veertien of twintig doorbetaalde verlofdagen waarop mannen elders in Europa recht hebben.

De beleidsverkenning Modernisering regeling voor verlof en arbeidstijden, die onder leiding van minister Piet Hein Donner in november 2008 werd afgerond, behelst een voorstel om de verschillende regelingen voor zorg-, kraam- en calamiteitenverlof te vereenvoudigen en samen te voegen. Vaders zouden ook een ruimer zorgverlof krijgen. Deze regeling zou begin dit jaar als wetsvoorstel naar de Kamer worden gestuurd, maar er is niets meer van vernomen.

Met een zorgverlof voor vaders bespaart de overheid veel geld op kinderopvang

De balans tussen werk- en privé is ook in ons land gediend met de mogelijkheid van een langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat in Duitsland, Noorwegen en Zweden bestaat. Voor een overheid die de komende tijd 29 miljard moet gaan bezuinigen, lijkt zo’n zorgverlof op het eerste gezicht onhaalbaar. Maar er staat een besparing tegenover, zoals de aanzienlijke subsidiëring van kinderopvang in het eerste levensjaar. De noodzaak tot meer deeltijdwerken, eveneens ingegeven door de crisis, kan ook leiden tot een mama- en papatraject, waarin beide ouders drie, hooguit vier dagen werken. De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW-premie omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers. De continuïteit van ouderlijke zorg is op zo’n manier gewaarborgd omdat er altijd één ouder thuis is en er hooguit twee dagen per week van een crèche of naschoolse opvang gebruikgemaakt moet worden. Meer continuïteit thuis en een gelijkwaardiger verdeling van werk en zorg kan ook gestimuleerd worden door flexibele werktijden voor beide ouders, en thuiswerken. De nabije toekomst zal dit overigens afdwingen. De babyboomgeneratie gaat de komende jaren met pensioen en dat veroorzaakt een aanzienlijke krimp van de beroepsbevolking. Werkgevers zullen meer moeite moeten doen om geschikte kandidaten voor bepaalde functies te vinden. Dat geeft die kandidaten meer onderhandelingsruimte. Flexibeler arbeidsvoorwaarden om ouderschap en werk evenwichtiger te combineren, zullen daar ongetwijfeld deel van uitmaken.

Weekblad, pagina 32-33: Tien tips voor vaders