Posts tonen met het label Peter Brons. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Brons. Alle posts tonen

dinsdag, november 16, 2010

360. Gerechtshof Leeuwarden acht misdrijf van onttrekking van zoon aan vader door moeder bewezen, maar durft geen straf op te leggen aan moeder

Het Gerechtshof Leeuwarden acht bij haar oordeel vandaag over een Franeker moeder het misdrijf van onttrekking van haar zoon aan zijn vader door de moeder bewezen, maar durft moeders niet te bestraffen en laat vader en zoon na 9 jaar slachtofferschap in de kou staan door een non-straf op te leggen die in de praktijk neerkomt op vrijspraak.

De ontbrekende strafoplegging is temeer teleurstellend omdat de onttrekkende moeder tot en met de dag van de zitting van het gerechtshof (2 november 2010) zelf, en zelfs tot op heden, in haar misdrijf van onttrekking blijft volharden en mag volharden zonder dat daarbij ingegrepen wordt. Het Gerechtshof Leeuwarden meet daarmee bij haar 'recht spreken' over moeders met twee maten en had een vader voor hetzelfde misdrijf met jarenlange gevangenisstraf bestraft.

Waar het Vaderkenniscentrum.nl naast boven gemaakte kanttekeningen desondanks waardering voor uitspreekt is het principegehalte van de uitspraak van de rechters van het Gerechtshof Leeuwarden.

Vaderkenniscentrum.nl
Peter Tromp


Uitspraken:
  • Uitspraak Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep, 16-11-2010, LJN: BO4081
  • Uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden in eerste aanleg, 05-02-2009, LJN: BH2027

Leeuwarder Courant: Lagere straf voor Franeker moeder

Bron: Leeuwarder Courant - Gepubliceerd op 17 november 2010, 08:47

LEEUWARDEN - De Franeker Marina Norbruis die als eerste moeder in Nederland veroordeeld is omdat ze zich niet hield aan de omgangsregeling voor haar zoon, krijgt in hoger beroep een lagere straf.

Het Leeuwarder hof legde haar dinsdag zestig uur voorwaardelijke werkstraf op. De rechtbank veroordeelde haar vorig jaar tot honderd uur werkstraf waarvan veertig uur voorwaardelijk. Het hof houdt met de lagere straf rekening met de omgangsmoeilijkheden tussen de vader en zoon.

------------------

Uitspraak Gerechtshof Leeuwarden, 16-11-2010, LJN: BO4081


De uitspraak zelf van het Gerechtshof Leeuwarden met parketnummer 24-000413-09 in het Hoger Beroep van de voor onttrekking van haar kind aan de vader (Wetboek van Strafrecht, Artikel 279) vervolgde moeder uit Franeker
Datum uitspraak: 16-11-2010
Datum publicatie: 16-11-2010
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Hoger beroep

Inhoudsindicatie:
De verdachte wordt ter zake van het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf. m.b.t. de verweren: 1. het hof is van oordeel dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is; 2. het hof verwerpt het bewijsverweer; 3. het hof verwerpt het beroep op overmacht en noodweer(exces).

Uitspraak Parketnummer: 24-000413-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-754502-08

Arrest van 16 november 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 5 februari 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],
geboren op [1971] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsvrouw mr. M.M.E. Rietjens, advocaat te Amsterdam.

Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de eerste rechter zal bevestigen.

De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat verdachte - zakelijk weergegeven - niet wederrechtelijk heeft gehandeld zodat het Openbaar Ministerie haar nimmer had mogen vervolgen voor het onttrekken aan het ouderlijk gezag. Artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht mag slechts in zeer bijzondere gevallen zoals kinderontvoering toegepast worden. In deze zaak betreft het enkel een dispuut over de manier waarop de omgangregeling tussen ouder en kind vorm dient te krijgen, hetgeen niet beoogd is door de wetgever. Het vorenstaande dient tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie te leiden.

Het hof overweegt dat het verweer van de raadsvrouw betrekking heeft op rechtsvragen die in het kader van de bespreking van de tenlastelegging en strafbaarheid van verdachte beantwoording behoeven. Dat de verdediging een andere uitleg van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht voorstaat omtrent de toepassingsmogelijkheden van het artikel staat niet in de weg aan de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Ook overigens is het hof niet gebleken van omstandigheden die tot een dergelijk oordeel aanleiding geven

Het hof verwerpt het verweer.

Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
zij in of omstreeks de periode van 6 mei 2007 tot en met 14 november 2007, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente] en/of elders in Nederland (meermalen) (telkens) opzettelijk een minderjarige, te weten [kind], geboren op [1997], (telkens) heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag (te weten het gezag van de vader van de minderjarige, genaamd [vader], door (telkens) (op de data en/of tijdstippen zoals genoemd in de omgangsregeling (beschikking van het Gerechtshof d.d. 27 maart 2007) betrekking hebbende op de minderjarige met de gezaghebbende ouder [vader]), de minderjarige niet af te geven aan die [vader] en/of die [vader] niet in staat te stellen de minderjarige bij zich te ontvangen en/of te bezoeken, en/of (aldus)de minderjarige (telkens) buiten bereik van die [vader] en/of bij die [vader] weg te houden, zulks terwijl de minderjarige (telkens) beneden de twaalf jaren oud was.
Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte haar zoon [kind] nimmer in de ten laste gelegde periode doelbewust op de door het gerechtshof vastgestelde tijden bij zich heeft gehouden. Verdachte heeft geen beslissende invloed gehad op de scheiding tussen [kind] en zijn vader, zodat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [kind] zou hebben onttrokken aan het wettig gezag. Derhalve dient zij vrijgesproken te worden van het ten laste gelegde feit.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof begrijpt het verweer van de raadsvrouw aldus dat verdachte niet opzettelijk de minderjarige [kind] heeft onttrokken aan het wettig over hem gestelde gezag. Het hof neemt daarbij in ogenschouw dat de inhoudelijke toelichting van de raadsvrouw op dit verweer slechts uitdrukkelijk is gevoerd voor zover die ziet op de omgangsmomenten op 6 mei 2007, 20 mei 2007 en 3 juni 2007, maar dat de conclusie van de raadsvrouw ziet op alle bij rechterlijke beslissing bepaalde omgangsmomenten in de tenlastegelegde periode.

Het hof stelt voorop dat blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad (LJN AR8250) ook degene die (mede) het gezag over het minderjarig kind uitoefent, dit kind kan onttrekken aan het wettelijk over hem/haar gestelde gezag door zich niet te houden aan de bij rechterlijke beslissing vastgestelde omgangsregeling

Bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 27 maart 2007 heeft het hof voor [vader] een omgangsregeling met [kind] vastgesteld, ingaande 6 mei 2007. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding van 4 mei 2007 verdachte veroordeeld haar medewerking te verlenen aan de omgangsregeling onder verbeurte van een dwangsom en [vader] gemachtigd dit vonnis zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen. De voorzieningenrechter heeft hierbij overwogen dat verdachte ter terechtzitting in kort geding desgevraagd heeft verklaard niet vrijwillig bereid te zijn de door het gerechtshof opgelegde omgangsregeling na te komen.

Vaststaat dat in de periode van de tenlastelegging op geen enkele van de 14 door het hof vastgestelde omgangsmomenten omgang tussen [kind] en zijn vader heeft plaatsgevonden.

Aangever [vader] heeft op 7 juni 2007 tegenover de politie verklaard dat hij zich op 6 mei 2007 bij de woning zijn ex-vrouw had gemeld, maar dat zij hun zoon niet aan hem wilde meegeven. Hij had het twee keer gevraagd, maar zij reageerde beide keren negatief. Op 20 mei 2007 en 3 juni 2007 heeft dit zich herhaald. In zijn aanvullende aangifte van 24 januari 2008 heeft [vader] verklaard dat al de keren dat hij langs is geweest om zijn zoon op te halen verdachte de zoon niet mee wilde geven of dat zij zelfs in het geheel niet thuis was.

Verdachte heeft verklaard dat [vader] op 6 mei 2007, 20 mei 2007 en 3 juni 2007 kwam om [kind] op te halen en dat [kind] niet is meegegaan. [kind] was overstuur en wilde absoluut niet mee. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij [kind] niet (fysiek) wilde dwingen mee te gaan. Dit was voor haar een moeilijke, maar bewuste keuze. Bij de politie heeft verdachte ook verklaard dat zij op een aantal omgangsmomenten bewust niet thuis is gebleven met [kind]. Eerst op 15 november 2007 is er (begeleide) omgang geweest tussen [vader] en [kind].

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat verdachte de beslissende invloed had op de scheiding tussen [kind] en [vader] in de periode genoemd in de tenlastelegging.

Gelet op de mutatie van de politie (pagina 70 van het proces-verbaal) is het hof van oordeel dat verdachte met betrekking tot de omgang op 9 september 2007 niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij de omgangsregeling niet is nagekomen. Gelet op de toezegging van de officier van justitie - wat daar ook van zij - en de mededelingen daaromtrent aan de verdediging is het hof van oordeel dat weliswaar de omgangsregeling niet is nageleefd, maar dat niet kan worden bewezen dat verdachte [kind] opzettelijk heeft ontrokken aan het wettig over hem gestelde gezag.

Met betrekking tot de omgangsmomenten op 29 juli, 12 augustus en 26 augustus 2007 dient eveneens te gelden dat verdachte geen verwijt treft omdat [vader] zich in deze (vakantie) periode niet bij verdachte heeft gemeld voor omgang.

Voor het overige heeft verdachte de omgangsregeling willens en wetens niet nageleefd door [kind] op de vastgestelde data niet af te geven aan [vader]. Verdachte heeft [kind] om haar moverende redenen bewust niet afgegeven en aldus is er sprake van opzet. Het hof acht het ten laste gelegde voor het overige wettig en overtuigend bewezen.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 
zij in de periode van 6 mei 2007 tot en met 14 november 2007, te [plaats], meermalen telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [kind], geboren op [1997], telkens heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag (te weten het gezag van de vader van de minderjarige, genaamd [vader], door telkens op meerdere data en tijdstippen zoals genoemd in de omgangsregeling (beschikking van het Gerechtshof d.d. 27 maart 2007) betrekking hebbende op de minderjarige met de gezaghebbende ouder [vader], de minderjarige niet af te geven aan die [vader], zulks terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud was.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte in psychische overmacht heeft gehandeld en heeft daartoe het volgende gesteld.

Verdachte heeft blootgestaan aan een dusdanige psychische druk dat zij daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. Voorts zag verdachte zich voor een duivels dilemma gesteld. Zij moest kiezen tussen een rechterlijke beslissing en het belang van haar kind. Dat belang zou in haar ogen namelijk worden geschaad als zij [kind] tegen zijn wil aan [vader] zou meegeven. Verdachte zou in dat conflict de juiste keuze hebben gemaakt. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer dan wel noodweerexces, omdat zij meende haar zoon te moeten beschermen.

Dit zou moeten leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging.

Het hof overweegt als volgt.

1. Verdachte is met [vader] gehuwd geweest. Uit het huwelijk is op 6 november 1997 [kind] geboren. In 1999 zijn verdachte en [vader] uit elkaar gegaan. [kind] was toen twee jaar oud. Bij beschikking van de rechtbank Zwolle van 11 april 2001 is de echtscheiding uitgesproken. Het huwelijk is ontbonden op 10 mei 2001. De ouders hebben het gezamenlijk gezag over [kind].

Na de scheiding is [kind] bij zijn moeder blijven wonen. Na enige tijd was er vanwege echtscheidingsproblemen geen contact meer tussen [kind] en [vader]. [vader] heeft vervolgens, na reeds jaren geen contact te hebben gehad met zijn zoon, de rechtbank op 15 juni 2004 verzocht een omgangsregeling vast te stellen. De moeder heeft een verweerschrift van 8 september 2004, tevens zelfstandig verzoek (tot gezagswijziging) ingediend. De Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) heeft naar aanleiding van deze verzoeken een rapport opgemaakt d.d. 14 juni 2005. In dit rapport concludeert de Raad dat een omgangsregeling voor [kind] te veel risico's voor zijn emotionele ontwikkeling met zich meebrengt. De ouders roepen dusdanig veel spanning bij elkaar op dat de situatie voor [kind] onbeheersbaar wordt. Vervolgens is bij beschikking van 12 oktober 2005 het verzoek van de moeder afgewezen en zijn er proefcontacten, onder begeleiding van de Raad, vastgesteld. Deze contacten bleken niet realiseerbaar omdat moeder alleen wilde instemmen als zij daarbij achter het oneway-screen aanwezig kon zijn, terwijl vader dat niet wilde. Bij beschikking van 8 februari 2006 is partijen opgedragen mee te werken aan bemiddeling door een mediator, maar dit heeft niet tot resultaat geleid. Bij eindbeschikking van 21 juni 2006 heeft de rechtbank het verzoek van [vader] tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen. [vader] is tegen deze beschikking in beroep gegaan.

2. Bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 27 maart 2007 heeft het hof voor [vader] een omgangsregeling met [kind] vastgesteld, beginnend met twee uur per twee weken geleidelijk oplopend tot eenmaal in de twee weken een geheel weekend en de helft van de schoolvakanties. Bij de beoordeling van dit verzoek heeft het hof het belang van het kind als uitgangspunt genomen. Met betrekking tot de vraag of het hebben van omgang met zijn vader voor [kind] meer nadelige gevolgen heeft dan het niet hebben van omgang heeft het hof (onder meer) overwogen:
"dat de moeder geen relevante gronden heeft aangevoerd, laat staan gesubstantieerd, die de conclusie rechtvaardigen dat de vader omgang met zijn zoon moet worden ontzegd. Niet is gebleken dat contact tussen de vader en [kind], ten gevolge van gedragingen van de vader, nadelig zou zijn voor [kind]; de omgang stuit uitsluitend af op het feit dat de ouders niet met elkaar overweg kunnen en, met name, de halsstarrige, weigerachtige houding van de moeder. (...) De moeder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat er niets is dat de vader aan zijn gedrag kan wijzigen om haar, de moeder, positief tegenover contact tussen vader en [kind] te laten staan. Het aanbod van de raad ter zitting om alsnog proefcontacten ten kantore van de raad te laten plaatsvinden, waarna de raad nog nader kan rapporteren en adviseren, passeert het hof, mede gelet op de uitlatingen en de toevoeging dat zij zich "never nooit" voor dit doel naar de raad zal begeven. Gelet op het uitsluitend door de moeder gefrustreerde verloop van het door de rechtbank vastgestelde proefcontact is er geen reden om aan te nemen dat de moeder tot andere gedachten kan worden gebracht. Bovendien is het hof van oordeel dat een dergelijk onderzoek [kind] door de te verwachten tegenwerking van de moeder te veel zou belasten. Het hof zal de navolgende omgangsregeling vaststellen, nu het hof dit het meest in het belang van [kind] acht. Het hof zal in de regeling een opbouw opnemen, nu [kind] en zijn vader elkaar lange tijd niet hebben gezien."
Het hof besliste dat [vader] gerechtigd was [kind] bij zich te ontvangen
  • met ingang van zondag 6 mei 2007 voor de duur van twee maanden: eenmaal per twee weken op zondag van 14.00 uur tot 16.00 uur en wel zondag 6 mei 2007, zondag 20 mei 2007, zondag 3 juni 2007 en zondag 17 juni 2007;
  • met ingang van zondag 1 juli 2007 voor de duur van één maand: eenmaal per twee weken op zondag van 14.00 uur tot 18.00 uur en wel op zondag 1 juli 2007, zondag 15 juli 2007 en zondag 29 juli 2007;
  • met ingang van zondag 12 augustus 2007 voor de duur van twee maanden: eenmaal per twee weken op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur en wel op zondag 12 augustus 2007, zondag 26 augustus 2007, zondag 9 september 2007 en zondag 23 september 2007;
  • en vervolgens met ingang van zondag 7 oktober 2007: een weekend per twee weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur;
  • alsmede de helft van de schoolvakanties, zulks voor het eerst met ingang van de kerstvakantie 2007.
3. Vervolgens heeft [vader] in kort geding op 3 mei 2007 gevorderd dat de voorzieningenrechter moeder zal veroordelen haar medewerking te verlenen aan de omgangsregeling zoals beschreven in de beschikking van 27 maart 2007 onder verbeurte van een dwangsom. De voorzieningenrechter heeft (onder meer) overwogen:
"De vrouw weigert thans uitvoering te geven aan die door het gerechtshof opgelegde omgangsregeling. Zij stelt zich op het standpunt dat de school van de minderjarige zorgen heeft geuit en dat zij [kind] daarom bij de GGZ Jeugd heeft aangemeld. In haar visie kan zij in redelijkheid besluiten niet mee te werken aan de uitvoering van de omgangsregeling. (...) De voorzieningenrechter deelt het standpunt van de vrouw niet. Voorop staat dat het gerechtshof een weloverwogen beslissing heeft gegeven over de omgangsregeling en deze gefaseerd heeft opgebouwd, rekening houdend met alle belangen. Rechterlijke beslissingen dienen nu eenmaal gerespecteerd te worden.

De leerkracht van de school van [kind] heeft op 14 november 2006 al haar zorgen over [kind] geuit en heeft in het formulier 'oudergesprekken' aangegeven dat het conflict tussen de ouders oorzaak kan zijn van de vermoeidheid en concentratieproblemen van het kind. Ook andere factoren zouden naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter een rol in deze vermoeidheid en het bedplassen kunnen spelen, zoals de wens van [kind] om beroemd te worden. Voorshands kan daaruit echter niet geconcludeerd worden dat [kind] nog steeds geen enkele omgang met zijn vader zou moeten hebben. Een medische contra-indicatie voor omgang is door de vrouw niet aannemelijk gemaakt en daarvan is ook anderszins niet, althans onvoldoende gebleken."
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 4 mei 2007 verdachte veroordeeld haar medewerking te verlenen aan de omgangsregeling onder verbeurte van een dwangsom en [vader] gemachtigd dit vonnis zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen. De voorzieningenrechter heeft hierbij overwogen dat de vrouw ter terechtzitting in kort geding desgevraagd heeft verklaard niet bereid te zijn de door het gerechtshof opgelegde omgangsregeling vrijwillig na te komen en desnoods bereid te zijn het maximum van de gevorderde dwangsom te betalen.

4. Vaststaat - zoals reeds eerder overwogen - dat in de ten laste gelegde periode geen enkel omgangscontact heeft plaatsgevonden. Door [vader] is op de vastgestelde dagen en tijden getracht afgifte van [kind] te bewerkstelligen, maar verdachte heeft [kind] niet afgegeven. Bovendien waren verdachte en [kind] op een aantal data niet thuis. Verdachte heeft ervoor gekozen haar zoon niet (fysiek) te dwingen om mee te gaan met vader. Vader is steeds zonder [kind] vertrokken.

Overmacht
Het hof is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat verdachte heeft gehandeld in psychische overmacht. Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Noch op grond van hetgeen naar voren is gebracht ter terechtzitting noch uit overige feiten en omstandigheden is aannemelijk geworden dat verdachte op 6 mei 2007, 20 mei 2007 en 3 juni 2007 en ook overigens in de tenlastegelegde periode heeft gehandeld onder invloed van een zodanige psychische dwang, dat zij daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden. Verdachte heeft ervoor gekozen [kind] niet mee te geven aan zijn vader, terwijl zij hiertoe op grond van de rechterlijke beslissingen verplicht was. Aldus had verdachte anders moeten en kunnen handelen dan zij heeft gedaan. Er is niet gebleken van een zodanige psychische toestand bij verdachte dat zij niet anders kon of behoorde te handelen dan zij heeft gedaan, nu zij blijkens voorstaande opsomming een bewuste keuze heeft gemaakt naar aanleiding van haar eigen observaties en interpretaties van het gedrag van haar kind.

Alhoewel de raadsvrouw voornoemd verweer juridisch heeft geëtiketteerd als psychische overmacht geeft het verweer het hof aanleiding het zodanig te begrijpen dat het ook moet worden verstaan als een beroep op overmacht in de zin van noodtoestand.

Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte aangegeven dat zij zich zag gesteld voor een duivels dilemma. Enerzijds was er de plicht om mee te werken aan de rechterlijke uitspraak en anderzijds de plicht om als verzorgende moeder haar minderjarige kind te beschermen. Verdachte heeft gekozen voor haar kind. In haar beleving zou het dwingen van [kind] om mee te werken aan de omgangsregeling beschadigend zijn voor haar zoon.

Het hof stelt voorop dat de ouders niet in staat zijn gebleken zelf overeenstemming te bereiken over een omgangsregeling, zodat de beslissing daaromtrent in handen is gelegd van de rechter.

Het gerechtshof heeft uiteindelijk beslist dat omgang dient plaats te vinden en in het verlengde hiervan heeft de voorzieningenrechter beslist dat verdachte hieraan moest meewerken. Gelet op de aard van omgangzaken heeft bij de totstandkoming van de omgangsregeling het belang van het kind vooropgestaan. Dit blijkt ook expliciet uit die rechterlijke beslissingen. De rechters achtten de omgang met zijn vader in het belang van [kind].

Het niet nakomen van een rechterlijke uitspraak kan slechts in zeer bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd worden. Op partijen rust de plicht ook een tegen de wil van één der partijen doch in het belang van het kind vastgestelde omgangsregeling loyaal uit te voeren en daartoe de nodige voorbereidingen te treffen.

Ter terechtzitting van het hof heeft de getuige-deskundige drs. A. de Jong (GZ-psycholoog) verklaard dat de toepassing van dwang schadelijk zou zijn geweest voor [kind]. In de gegeven situatie en op die momenten, met name de eerste drie ontmoetingen, kon van verdachte niet gevergd worden dat zij haar kind zou meegeven aan vader. Verdachte heeft vanuit gedragsdeskundig opzicht terecht gekozen voor haar kind, aldus De Jong.

Het hof is van oordeel dat aan het puur op gedragskundige overwegingen berustende oordeel van deze getuige-deskundige geen doorslaggevende betekenis kan worden gehecht en dat meer gewicht moet worden toegekend aan het gegeven rechtsoordeel, temeer omdat daarbij - zoals aangegeven - ook het belang van het kind als uitgangspunt is genomen.

Dat de verklaring van verdachte steun vindt in de verklaring van de getuige-deskundige leidt niet tot de conclusie dat verdachte ook een gerechtvaardigd beroep kan doen op overmacht in de vorm van noodtoestand. De wil van een kind is niet bepalend voor het uitvoeren van een omgangsregeling. Het hof is van oordeel dat verdachte haar kind op de omgangsmomenten had moeten afgeven aan vader, desnoods tegen de wil van het kind. Bij het afwegen van bovengenoemde belangen heeft verdachte niet de juiste keuze gemaakt. Verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een zodanig conflict van plichten dat zij niet aan de rechterlijke uitspraak kon voldoen

Het beroep op overmacht wordt derhalve op beide onderdelen verworpen.

Noodweer(exces)
De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof subsidiair aangevoerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu zij heeft gehandeld uit noodweer(exces). Dit verweer wordt verworpen, omdat het hof uitgaat van de gang van zaken zoals hiervoor geschetst en er derhalve geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van in dit geval een anders lijf, te weten dat van [kind]. [vader] kwam in het kader van de omgangsregeling met recht en reden - en derhalve niet wederrechtelijk - zijn kind ophalen en ook is niet gebleken van enig fysiek ingrijpen van [vader] in de richting van [kind]. Om die reden mist het verweer feitelijke grondslag.

Het hof acht verdachte strafbaar, nu ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onttrekking van haar destijds 9-jarige zoon [kind] aan het wettig gezag. Door de rechtens vastgestelde omgangsregeling niet na te leven heeft zij de vader het recht ontnomen om in een belangrijke levensfase van het kind een rol te spelen en een band met het kind op te bouwen.

Het hof heeft begrip voor het feit dat verdachte meende te handelen in het belang van haar kind, maar ze heeft daarbij een rechterlijke uitspraak welbewust genegeerd.

Voorts heeft het hof er rekening mee gehouden dat de omgangsproblemen een onderdeel zijn van een slepende echtscheidingsproblematiek, waarvoor beide ouders verantwoordelijkheid dragen.

Verder heeft het hof gelet op een uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 14 september 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de oplegging van een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uren passend en geboden is. In deze straf komt enerzijds het strafwaardige gedrag tot uitdrukking, maar anderzijds ook de bijzondere omstandigheden waarmee het hof rekening houdt. De voorwaardelijke straf dient ook als waarschuwing en als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: 
  • vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
  • verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
  • verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
  • veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast;
  • beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.

==================================

Overzicht van samenhangende artikelen bij Vaderkenniscentrum.nl:

Uitspraak Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep op 16 november 2010:
---------------------------------
Uitspraak Rechtbank Leeuwarden in eerste aanleg op 5 februari 2009:
---------------------------------
Vader Peter Brons wint Vaderdagtrofee m/v 2009 voor doorzettingsvermogen:
---------------------------------
Handreiking Vaderkenniscentrum voor de aangifte van onttrekking (Art. 279):
------------------------------------
Samenhangende berichten:
----------------------------------------
Mediaberichtgeving over civiele gijzeling in het familierecht:

zaterdag, juni 19, 2010

355. Moeders die zich laten leiden door rancune over hun ex, zijn niet in staat goed voor hun kinderen te zorgen (Hassnae Bouazza, NRC Handelsblad)

Bron: NRC Handelsblad - NH - katern 2 pagina 08 - Hassnae Bouazza - 19-06-10

Hassnae Bouazza
Columnist voor Vrij Nederland.
Vertaalster Arabisch-Engels.



Foto Jupiterimages
Hoeveel vaders zullen dit jaar vaderdag alleen doorbrengen? Met opgekropt verdriet en woede omdat hun ex hun het recht ontzegt hun eigen kind te zien? In de wet ligt het recht van de ouder op het kind verankerd, maar in de praktijk is de vader volledig overgeleverd aan de grillen van zijn voormalige vrouw of geliefde. Te vaak komt het nog voor dat moeders hun eigen rancune belangrijker vinden dan het recht van zowel het kind als de vader elkaar te zien. Veel te vaak nog is het antwoord van feministes die ik spreek: „Zolang er nog vaders zijn die hun verantwoordelijkheid ontlopen, kan ik me er niet druk om maken.” Een godgeklaagd schandaal.

Als vaders kinderen ontvoeren en de moeder het recht op haar kind(-eren) ontzeggen, wordt het hele justitiële apparaat in werking gesteld, maar om onbekende redenen wordt er aanzienlijk minder adequaat gereageerd als de moeder hetzelfde onrecht begaat. Sterker, de vrouw kan ongestoord haar gang gaan en de vaders die het op kunnen brengen, moeten jarenlang procederen om te krijgen waar ze recht op hebben.

Neem stel A. Na een jarenlange, turbulente relatie gaan ze uit elkaar. Ze spreken co-ouderschap af zonder tussenkomst van rechter of mediator. Dit gaat een drietal jaar goed tot de man een nieuwe, serieuze relatie krijgt. De vrouw belt hem op en deelt hem mee dat, omdat hij een relatie heeft, hij zijn zoon niet meer mag zien. Hij stapt naar de rechter, maar door de tegenwerking van de vrouw, duurt het en duurt het, tot hij het opgeeft.

Zijn zoon zou hij acht jaar lang niet zien. Alleen op zijn verjaardag werd hij geacht een duur cadeau te geven (zijn geld was kennelijk wel goed genoeg), hetgeen hij ook deed want zijn liefde voor zijn zoon was allesverzengend en de pijn die hij voelde bij het gemis ook. Alimentatie moest hij ook betalen, ook al mocht hij zijn kind niet zien.

Stel B: vrouw ziet haar relatie niet meer zitten en pakt haar spullen en het zoontje. De vader wordt in onwetendheid gelaten. Als de vrouw weer contact met hem opneemt, gebruikt ze het zoontje als wisselgeld: ze wil het huis, en als dat gebeurt, kan hij zijn kind weer zien. De vader in dit geval heeft mazzel: het stel woonde samen en het huurcontract stond op zijn naam, dus haar chantagepoging mislukt jammerlijk. Na mediation besluiten ze dat vader het zoontje ieder weekend heeft en de moeder doordeweeks. Al na een paar weken verandert de moeder de afspraak zonder overleg met de vader.

Stel C: bij de rechtbank wordt de scheiding behandeld. De vader geeft aan dat hij heel graag vaker zijn kind wil zien. De rechter toont alle begrip en kent hem één dag in de maand extra toe. Eén dag naast twee weekends in de maand.

En daar zit het euvel. Als de wet de vader al niet als gelijke behandelt, hoe kunnen we dat dan verwachten van verbitterde vrouwen die alleen nog maar in termen van wraak en macht kunnen denken?

Hoe goed ben jij als moeder wanneer jij je kind ontzegt zijn of haar vader te zien?

Toegegeven, inmiddels kunnen vrouwen strafrechtelijk vervolgd worden voor het niet nakomen van de bezoekregeling, maar ook dat leidt in de praktijk tot niets. De zaak van Peter Brons, de eerste vader die zijn ex aanklaagde, zegt alles: de vrouw weigert mee te werken ondanks de taakstraf die ze opgelegd krijgt. Brons blijft met lege handen achter, terwijl dat niet zou hoeven. Waarom durven we niet de vraag te stellen hoe goed je als moeder bent als je je kind zijn of haar vader ontzegt?

Een moeder die niet in staat is haar eigen gevoelens van rancune opzij te zetten en zich als een volwassene te gedragen, is wat mij betreft niet in staat de zorg voor haar kinderen op zich te nemen. Toen duidelijk werd dat de ex van Brons niet mee zou werken, had hij meteen zijn zoon toegewezen moeten krijgen. Moeders die weigeren mee te werken, verliezen het recht op hun kind. Grof geschut? Jazeker, maar de status quo handhaven en duizenden vaders in de steek laten, mag niet langer een optie zijn. Bovendien mag, als het aan mij ligt, de alimentatieplicht voor een vader vervallen zodra hem zijn kind wordt ontzegd. Nu worden vaders aan hun plicht gehouden, maar hun recht wordt met voeten getreden.

Als we niet accepteren dat vaders kinderen ontvoeren, mogen we ook niet accepteren dat moeders de vaders frustreren. Moeders hebben niet het alleenrecht op kinderen. Zolang je samen het kind verwekt, heb je evenveel recht erop. De vaders (en moeders, laten we die ook niet vergeten) die hun verantwoordelijkheid ontlopen, staan hier volledig buiten.

Daarnaast is het van essentieel belang dat bij scheiding, net als in België, co-ouderschap de norm wordt. Op die manier hoeft de bezoekregeling niet eens ter discussie te staan en sla je het machtsmiddel uit de handen van wrokkige exen.

Het wordt tijd dat de feministes hun eigen slachtofferschap waar ze zo aan hechten aan de kant zetten en opkomen voor vaders die wél de zorg voor hun kinderen op zich willen nemen. Laten we hun grieven serieus nemen en voorbij het Batman- of Spiderman-masker kijken dat de radeloze vaders opzetten om gebouwen te beklimmen en aandacht voor hun verdriet te vragen.

------------------------

Hassnae Bouazza eerder als panellid in het Vara-programma Vrouw & Paard van 9 oktober 2009 over omgangsfrustratie door moeders


Een voortdurend frisse en relativerende wind in "Vrouw & Paard", het inmiddels beëindigde VARA-vrouwenpanel onder de gespreksleiding van Hanneke Groenteman, was Hassnae Bouazza. En ik zeg het dan ook maar meteen eerlijk en ruiterlijk: "Ik ben een echte fan van Hassnae Bouazza."

In de aflevering van 9 oktober 2009 van Vrouw & Paard zegt Hassnae Bouazza tegen Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie n.a.v. zijn voorstel voor verplichte vaderregistratie (14min20):

"Dit is èèn aspect, maar d'r zijn toch ook ontzettend veel vaders die hèèl erg graag hun kinderen willen zien en die die kans niet krijgen vanwege de moeders. Want d'r zijn heel veel moeders die gewoon hun kinderen gebruiken als wapens. Wat doet u daar tegen? Is het niet eigenlijk achterlijk dat we in Nederland hier ..., dat de vader standaard slechts een keer in de twee weken het kind kan zien? Zou het niet gewoon evenredig verdeeld moeten worden? ... Die vrouwen moeten aangepakt worden."
(Een vraag van Hassnae Bouazza waar vervolgens door zowel gespreksleider Hanneke Groenteman als Joël Voordewind snel, schielijk en ontwijkend over heen gepraat wordt, zonder dat er een antwoord op gegeven wordt. En zoals uit het nu in NRC Handelsblad door Hassnae Bouazza gepubliceerde artikel blijkt, laat zij zich gelukkig niet zo makkelijk door Hanneke Groenteman en Joël Voordewind de mond snoeren. Zie hoe dat toegaat de video van deze aflevering van Vrouw & Paard hieronder vanaf 14min20.)

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum.nl


------------------------------------------------
Vara-programma Vrouw & Paard
Bron: VARA - 9 oktober 2009

Get Microsoft Silverlight
------------------------------------------------
Hassnae Bouazza (geboren 1973 in Oujda, Marokko) is schrijver, journalist, columnist, programmamaker en vertaler Arabisch-Engels. Ze werkt onder andere als columnist voor Vrij Nederland, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Frontaal Naakt en De Buren en als programmamaker voor de VPRO. Ze is geboren in de stad Oujda nabij de Algerijnse grens. Ze verliet met haar familie Marokko om zich bij haar vader te voegen die al in Nederland was, als gastarbeider. Ze kwam in Arkel te wonen, waar de familie Bouazza de enige Marokkaanse was. Ze studeerde Engels taal-en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht en, na haar afstuderen, een jaar Franse literatuur aan diezelfde Universiteit.

Het werk van Bouazza valt op vanwege de vrijmoedige aanpak van taboeonderwerpen zoals porno in de Arabische wereld. ‘Eens per maand open ik het raam voor u naar de Arabische wereld.’ Zo schrijft Hassnae Bouazza in Vrij Nederland. In de stukken van Hassnae voorziet zij verschijnselen uit de Islamitische wereld die haar bezighouden van haar eigentijdse en humoristische mening.Misschien heb je haar ook gezien in de aflevering van het programma Advocaat van de Duivel waarin Geert Wilders terecht staat.

Ze stelde een bundel samen met verhalen over sterke Arabische vrouwen, Achter de sluier (1999), in een poging het clichébeeld bij te stellen dat in Nederland heerst over de Arabische vrouw. In de bundel zijn verhalen opgenomen van onder anderen Nawal el Saadawi, Tahar Ben Jelloun en Naguib Mafouz. Ze werkt op dit moment aan haar debuut, een bundel met korte verhalen over relaties tussen mensen, waarbij de altijd intrigerende relatie tussen mannen en vrouwen de boventoon voert. De schrijver Hafid Bouazza is haar broer.

Aangepast op basis van: Hassnae Bouazza - Winternachten - internationaal literatuurfestival Den Haag en Hassnae Bouazza: VARA
----------
Het artikel van Hassnae Bouazza in NRC Handelsblad van zaterdag 19 juni 2010 was onderdeel van een drieluik artikelen over vaderschap dat in verband met vaderdag verscheen in het Opinie en Debat Katern van NRC Handelsblad met daaraan toegevoegd een interactieve debatmogelijkheid onder de titel “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” in het opinie weblog van de NRC. U kunt daar ook nog steeds zelf reageren.

De andere twee, in het drieluik over vaderschap in NRC handelsblad van 19 juni 2010 verschenen, artikelen zijn:
1. “Vrouw, laat het moedermonopolie toch los” van schrijver Herman Stevens
2. “Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof” van publiciste Heleen Crul
----------

Vaderschap in drie bedrijven

Bron: NRC Handelsblad - NH – Opinie & Debat - katern 2 pagina 08 - 19-06-10

Deze zondag is Vaderdag. Publicisten Heleen Crul, Herman Stevens en Hassnae Bouazza over zorgende vaders, rancuneuze exen, Tarzan en Jane.


Vrouwen, laat het moedermonopolie los!

Bron: NRC Handelsblad - Opinieblog - Zelf reageren, zaterdag 19 juni 2010
http://weblogs.nrc.nl/expertdiscussies/vrouwen-laat-het-moedermonopolie-los/

Het is niet stoer en slecht voor je carrière om er meer voor je kinderen te willen zijn en een aandeel in het huishouden te leveren. Voor mannen dan. Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit onderzoek blijkt, vraag publiciste Heleen Crul zich vandaag af in NRC Handelsblad. Des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé.


Hoe kan de overheid helpen? Denk eens aan langer bevallingsverlof, langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland bestaat, flexibele werktijden voor beide ouders en thuiswerken, een mama- en papatraject waarin beide ouders hooguit vier dagen werken. “De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers,” meent Crul.

Trouwens, waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen, vraagt schijver Herman Stevens zich af. Nederland lijkt wel stil te staan! Het oude rolpatroon bestaat nog steeds: mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Me Tarzan, you Jane. En dat heeft ook gevolgen voor het opvoeden van kinderen: “Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding.” Stevens zich af waarom. Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben? “Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar.” Stevens pleit dan ook voor het einde van de archaïsche rolverdeling, helemaal in een economie met tweeverdieners. En omdat niemand alleen leeft om te werken, moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.

Wat vindt u? Moeten mannen meer voor hun kinderen gaan zorgen? Waarom is dat nog steeds geen usance in Nederland? En is het een taak van de overheid om het vaderschapsverlof te bevorderen?

Dit bericht “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” heeft 29 reacties: Zelf reageren

Vrouw, laat het moedermonopolie toch los

Bron: NRC Handelsblad - NH - katern 2 pagina 08 - 19-06-10

Herman Stevens
Schrijver.
Onlangs verscheen zijn nieuwe roman ‘Vaderland ’ (Prometheus).




Foto AFP
Sinds de pil is het krijgen van kinderen een keuze geworden, en een keuze die vooral voor vrouwen met de tijd prangender wordt. Vrouwen die na hun studie een carrière beginnen, komen na het krijgen van kinderen al snel in tijdnood, want zij zullen toch voor het leeuwendeel van de verzorging opdraaien, als we de statistieken moeten geloven. Veel mannen gaan immers meer uren werken. De reden daarvoor is simpel. De meeste moeders gaan minder werken, of stoppen er helemaal mee, dus moeten vaders harder werken, want kinderen maken het leven niet goedkoper.

De ongelovige reacties op Wouter Bos’ besluit om meer tijd te besteden aan zijn kinderen lieten zien hoezeer Nederland met zichzelf in de knoop zit. Op veel terreinen lijkt het zo’n modern land. Maar als je beter gaat kijken, lijkt de tijd stil te staan. De meeste Nederlanders leven niet zoveel anders dan hun ouders. Mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Als de vrouw werkt, doet ze dat in veel gevallen voor een tweede autootje en wat andere extra’s.

Meer dan de helft van de collegebanken wordt bezet door meisjes en toch zit een groot aantal van die vrouwen later thuis om te genieten van de kinderen. Dat er al een generatie lang van hogerhand op vrouwen wordt ingepraat dat het goed zou zijn als ze carrière maakten, verandert daar weinig aan. Veel gestudeerde vrouwen doen na hun zwangerschapsverlof een stapje terug omdat ze het belangrijk vinden om zelf voor hun kinderen te zorgen. En geef ze ongelijk. Niemand verwijt zich op zijn sterfbed dat hij te veel tijd aan zijn kinderen heeft besteed.

Dit traditionele gezinsmodel zal pas veranderen wanneer de economie er geen ruimte meer voor laat. De kans is groot dat de huidige crisis in een paar jaar het behaaglijke vloerkleed onder de middenklasse vandaan zal trekken. Dan wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen zijn om te gaan werken. Anders kunnen ze zich geen leuke woning, geen goede school en geen betrouwbare gezondheidszorg veroorloven.

Als het zover komt (aan de winnaar van de verkiezingen zal het niet liggen), wordt het ook tijd om de rolverdeling in de huishouding eens opnieuw te bekijken. Want het kostwinnersgezin is ook een vorm van apartheid. Me Tarzan, you Jane. Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding. Maar als we naar een economie van tweeverdieners toegaan, is het ook afgelopen met de Tarzan-en-Jane-spelletjes. Waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen? Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben?

Dankzij de crisis wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen worden te werken

Het beeld is bekend. Mannen voetballen met hun kinderen, maar de rest hoort tot het territorium van de vrouw. Onder elkaar letten vrouwen al scherp op ieder foutje, maar een man kan het nooit goed doen. Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar. Op het schoolplein wisselen moeders informatie met elkaar uit, terwijl vaders aan de zijlijn staan. Dat is zonde. De evolutie van onze soort is te danken aan zulke geprekjes, en het wordt zo langzamerhand tijd dat mannen mogen meepraten.

Kinderen opvoeden is niet alleen een kwestie van luiers verschonen en op het schoolplein kleumen. Kinderen opvoeden is ook een wereld betreden van spel, fantasie en liefde, al is die wereld soms ook griezelig, want hij herinnert ons aan onze vergankelijkheid. Het is treurig dat zoveel mannen zich deze wereld door de neus laten boren omdat moeders doen alsof ze er alleenrecht op hebben. Net zoals je maar liever niet wilt weten wat er gebeurt in al die gezinnen die uiteenvallen, en hoe makkelijk knikkebollende rechters gescheiden vrouwen maar hun gang laten gaan, want de kinderen horen nu eenmaal bij hun moeder.

Als we afgaan op een economie van tweeverdieners, mag het ook afgelopen zijn met die archaïsche rolverdeling. Niemand wil naar een wereld toe waar we alleen nog leven om te werken. Daarom moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.





Foto Thomas Schlijper

Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof


Heleen Crul
Publicist.
Auteur van ‘Tussen de generaties’ (Atlas).

Vaderschap wordt tegenwoordig op uiteenlopende manieren ingevuld: huismannen, parttime vaders, mannen met één papadag per week en carrièrevaders. De eerste drie krijgen in de media veel aandacht, maar ze zijn en blijven een aanzienlijke minderheid.

De meest voorkomende vorm is nog steeds de carrièrevader. „De bijdrage van mannen in de opvoeding en zorg van kinderen is in de loop der jaren licht gestegen in vergelijking met de forse stijging van het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt en hun aandeel in de zorg voor kinderen”, luidt een weinig verrassende conclusie van een nieuw onderzoek Mannen in het gezin, gepubliceerd door het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Wel verrassend is de verklaring voor de hardnekkigheid van het allesbehalve emancipatoire verschijnsel carrièrevader: „Het maakt mannen tot een betrouwbaarder werkgever, ze gaan zelfs harder werken.” De Nederlandse cultuur speelt een belangrijke rol bij dit gedrag, want daarin geldt nog steeds ‘dat een echte vader brood op de plank brengt’. Dat de groepsdwang onder mannen om als vader een meer solide kostwinner te worden groot is, was al langer bekend. Minder werken om er meer voor je kinderen te zijn en een aandeel in het huishouden te leveren, is ‘niet stoer’ en slecht voor je carrière, luidt het oordeel.

Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit NIDI-onderzoek blijkt? Dan is er des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé. Dat is alleen mogelijk als de overheid de komende tien jaar actief vaderschap tot speerpunt van emancipatie maakt. Andere Europese landen kunnen als voorbeeld dienen. In Zweden hebben mannen na de bevalling een maand doorbetaald ouderschapsverlof, ingegeven door het inzicht dat vaderinstinct bestaat, maar het hechtingsgedrag tussen vader en kind de kans moet krijgen zich te ontwikkelen. Het bevallingsverlof van twee dagen dat Nederlandse mannen ten deel valt, steekt wel heel schraal af bij de tien, veertien of twintig doorbetaalde verlofdagen waarop mannen elders in Europa recht hebben.

De beleidsverkenning Modernisering regeling voor verlof en arbeidstijden, die onder leiding van minister Piet Hein Donner in november 2008 werd afgerond, behelst een voorstel om de verschillende regelingen voor zorg-, kraam- en calamiteitenverlof te vereenvoudigen en samen te voegen. Vaders zouden ook een ruimer zorgverlof krijgen. Deze regeling zou begin dit jaar als wetsvoorstel naar de Kamer worden gestuurd, maar er is niets meer van vernomen.

Met een zorgverlof voor vaders bespaart de overheid veel geld op kinderopvang

De balans tussen werk- en privé is ook in ons land gediend met de mogelijkheid van een langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat in Duitsland, Noorwegen en Zweden bestaat. Voor een overheid die de komende tijd 29 miljard moet gaan bezuinigen, lijkt zo’n zorgverlof op het eerste gezicht onhaalbaar. Maar er staat een besparing tegenover, zoals de aanzienlijke subsidiëring van kinderopvang in het eerste levensjaar. De noodzaak tot meer deeltijdwerken, eveneens ingegeven door de crisis, kan ook leiden tot een mama- en papatraject, waarin beide ouders drie, hooguit vier dagen werken. De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW-premie omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers. De continuïteit van ouderlijke zorg is op zo’n manier gewaarborgd omdat er altijd één ouder thuis is en er hooguit twee dagen per week van een crèche of naschoolse opvang gebruikgemaakt moet worden. Meer continuïteit thuis en een gelijkwaardiger verdeling van werk en zorg kan ook gestimuleerd worden door flexibele werktijden voor beide ouders, en thuiswerken. De nabije toekomst zal dit overigens afdwingen. De babyboomgeneratie gaat de komende jaren met pensioen en dat veroorzaakt een aanzienlijke krimp van de beroepsbevolking. Werkgevers zullen meer moeite moeten doen om geschikte kandidaten voor bepaalde functies te vinden. Dat geeft die kandidaten meer onderhandelingsruimte. Flexibeler arbeidsvoorwaarden om ouderschap en werk evenwichtiger te combineren, zullen daar ongetwijfeld deel van uitmaken.

Weekblad, pagina 32-33: Tien tips voor vaders

donderdag, januari 22, 2009

228. Persaankondiging - Moeder voor de eerste keer vervolgd voor niet nakomen omgangsregeling na scheiding

Persbericht: Utrecht, 21 januari 2009

A.s. donderdag 22 januari, 13.00 uur bij de rechtbank Leeuwarden:

Moeder vervolgd voor niet nakomen omgangsregeling na scheiding

Voor de eerste keer in Nederland moet een moeder zich voor de strafrechter verantwoorden, omdat ze jarenlang elke medewerking aan contact en omgang tussen vader en zoon weigerde en de beschikte omgangsregeling niet nakwam. De uitspraak is vooral van belang voor de vele vaders die door hun ex belemmerd worden in de door de rechtbank beschikte omgang met hun kinderen, zonder dat daar tot nu toe veel aan werd gedaan. Daar lijkt nu verandering in te komen.

De moeder in deze zaak wordt vervolgd en gedagvaard door het Openbaar Ministerie op aangifte van vader van onttrekking aan het ouderlijk gezag (Wetboek van Strafrecht, Artikel 279) en moet zich nu komende donderdag 22 januari om 13.00 uur voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Leeuwarden verantwoorden. Uitspraak volgt twee weken later. Veel gescheiden vaders maken hetzelfde door en als gevolg daarvan rolt deze zaak nu ook als een sneeuwbal door het hele land. Het gevolg is dat op 20 februari in Maastricht een gelijksoortige zaak voor de politierechter komt en dat overal in Nederland aangiftes worden gedaan op basis van Art. 279.

Voorgeschiedenis:

Handleiding van Vaderkenniscentrum voor aangifte “Onttrekking Ouderlijk Gezag (WvS, Art 279)” bij niet-nakoming omgangsregeling bij gezamenlijk gezag

25 september 2005 - Vaderkenniscentrum – Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 6 – Belangrijke uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 voor omgangsouders met gezamenlijk gezag : Het niet-nakomen van de (voorlopige) omgangsregeling bij gezamenlijk gezag is onttrekking aan ouderlijk gezag en strafbaar

25 september 2005 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 7 - Stappenplan aangifte (1)

14 oktober 2005 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 13 - Stappenplan aangifte (2)

21 februari 2007 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding, Bericht 110 - Aanbeveling Nationale Ombudsman aan Politie (Rapport 2007/034)

In 2001 wordt de scheiding tussen moeder en vader uitgesproken. Er volgen enkele mislukte bemiddelingspogingen bij de mediator en de kinderbescherming over de omgang tussen vader en zoon. Moeder weigert echter acht jaar lang elke medewerking. In maart 2007 bepaalt het gerechtshof in Leeuwarden dat er omgang tussen zoon en vader moet komen: “Wij kunnen geen enkele reden bedenken waarom het kind zijn vader niet zou kunnen zien.” Moeder geeft echter meteen aan het kind niet voor te zullen bereiden op omgang en wenst hieraan ook verder niet mee te werken. Het Gerechtshof bepaalt dan tevens dat vader m.b.v. de sterke arm van politie/justitie de uitvoering van het vonnis kan afdwingen. Toen vader zich echter na hernieuwde weigering van moeder uiteindelijk bij het politiebureau meldde, werd dit vonnis van het gerechtshof afgeserveerd als “civiele kwestie” en weigerde de politie actie te ondernemen!

Vanaf mei 2007 doet vader dan na elke gemiste omgang bij de politie aangifte van “onttrekking aan het ouderlijk gezag” (WvS, Art. 279). Eerst na veel aandringen bij, en briefwisselingen met, politie en justitie neemt de politie uiteindelijk deze aangifte op. In december 2008 wordt moeder eerst gedagvaard voor de politierechter. Al snel trekt de officier van Justitie de zaak terug en wordt de zaak nu komende donderdag voorgelegd aan de meervoudige strafkamer[1].

Vader

Vader Peter Brons uit Burgum (Frl) zag na 8 jaar wachten geen andere uitweg meer dan aangifte. Hij zegt: “Ik wil als vader graag deel uit blijven maken van het leven van mijn zoon, hem waar nodig helpen bij school en schoolkeuze, hem terzijde staan in verdriet en succes.” “Omdat er in Nederland t.a.v. FAMILY LIFE na scheiding echter tot nu toe geen enkele rechtshandhaving plaatsvindt, bepaald de moeder in feite naar eigen bevinden of een rechtsuitspraak wel of niet wordt nageleefd. In de praktijk heeft de rechtspraak dus geen enkele praktische betekenis. Als het gaat om moeders die verzoeken om rechtshandhaving, is de politie echter niets te dol en zet men klakkeloos het zwaailicht aan.”

Zittingsgegevens Rechtbank Leeuwarden

Tijdstip: donderdag 22 januari om 13.00 uur; Locatie: Rechtbank Leeuwarden, Zaailand 102 te Leeuwarden (Graag bij de balie aanmelden voor de zaak Norbruis - Zaal A)

Verdere inlichtingen bij:

Peter Brons (de vader in deze zaak), e. pbrons@chello.nl

Drs. Peter A.N. Tromp (Vaderkenniscentrum), t. 030-238 3636, e. vaderkenniscentrum@gmail.com



[1] Vanwege het unieke karakter en belang van deze zaak heeft het OM de zaak nu voorgelegd aan de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank. En vanwege de verwachte publieke belangstelling heeft de Rechtbank Leeuwarden de zitting van de donderdagmorgen naar de middag verplaatst. Verder besteed NOVA in haar uitzending van donderdagavond a.s. ook aandacht aan deze zaak.

Zie verder ook