Posts tonen met het label Rechtbank Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rechtbank Utrecht. Alle posts tonen

dinsdag, oktober 30, 2012

558. Vader opnieuw veroordeelt tot 7 jaar cel extra bovenop eerdere veroordeling tot 9 jaar cel voor "ontvoering" van zijn dochter (totaal 16 jaar cel)

Genderjustitie bij Openbaar Ministerie en in de Nederlandse rechtspraak

Vandaag werd een Soedanese vader voor de 'ontvoering' van zijn dochter naar Soedan na een eerdere veroordeling tot 9 jaar cel, opnieuw en herhaald vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM) voor hetzelfde feit en door de Rechtbank Utrecht voor het zelfde feit weer opnieuw veroordeeld tot nog eens 7 jaar cel wegens zgn. 'voortdurende' ontvoering.

Deze vader is nu dus veroordeeld tot in totaal 16 jaar cel. En als de pet van het OM daar vanmiddag of morgen naar staat, kan het OM weer vervolgen en er zo nog eens 9 jaar opstapelen .... en dan nog eens 9 jaar ..... en nog eens 9 jaar .... en ...

Een Nederlandse moeder kan de kinderen daarentegen straffeloos naar Nederland ontvoeren. Want terwijl het Openbaar Ministerie vrouwen en moeders voor het strafbare feit van kinderontvoering niet of nauwelijks vervolgt of zelfs weigert te vervolgen, worden vaders door datzelfde OM en hetzelfde strafbare feit juist op de boven beschreven wijze genadeloos en herhaald vervolgd en gestraft en krijgen zo eindeloos opgestapelde straffen opgelegd die een levenslange gevangenisstraf kunnen overtreffen.

En mocht u nog denken dat dit in 'de Nederlandse rechtstaat' niet voor kan komen of hooguit uitzondering is, dan heeft u helaas ongelijk. Er zijn veel meer vaders die op deze wijze slachtoffer geworden zijn van deze willekeurige justitieterreur door het Openbaar Ministerie en voor tientallen jaren in deze Nederlandse Goelag archipel verdwenen zijn door herhaalde vervolging en opeenstapeling van gevangenisstraffen voor hetzelfde vergrijp.

Zeven jaar cel voor voortdurende ontvoering dochter
Bron: Rechtspraak.nl : Rechtbank Utrecht, Utrecht, 30-10-2012

Een 45-jarige man uit Nieuwegein is opnieuw veroordeeld voor de voordurende ontvoering van zijn inmiddels 9-jarige dochter. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf opgelegd van 7 jaar. In 2007 nam de man zijn dochter, zonder de toestemming van de moeder die het gezag over het kind heeft, uit Nederland mee naar Soedan. Sindsdien verblijft het meisje daar.

Meisje nog steeds niet terug
De man weigert sinds 2007 alle medewerking aan de terugkeer van zijn dochter. Ook instanties zoals Interpol en het Centrum Internationale Kinderontvoering is het niet gelukt om het meisje terug te laten keren naar Nederland. Rechtbanken in Nederland en Soedan hebben bepaald dat het kind bij de moeder moet verblijven.

Eerder veroordeeld
In 2010 werd na cassatie door de Hoge Raad, een gevangenisstraf van 8 jaar en 9 maanden aan de man opgelegd voor het onttrekken van zijn dochter aan het gezag van de moeder voor de periode van juni 2007 tot en met juni 2009. Omdat er sindsdien niets veranderd is aan de situatie is er volgens de rechtbank sprake van een voortdurend delict. De man is daarom vandaag veroordeeld voor de periode juni 2009 tot en met augustus 2012.

Band minder hecht
De rechtbank is van oordeel dat de man zich nog steeds schuldig maakt aan het ontrekken van het gezag van zijn minderjarige dochter. Nu de ontvoering al jaren voortduurt, worden de gevolgen voor de moeder en de dochter ook zwaarder. De moeder verkeert al jaren in onzekerheid of zij haar dochter ooit weer terug zal zien. Ook oordeelt de rechtbank dat het niet ondenkbeeldig is dat de band tussen moeder en dochter steeds minder hecht zal worden en dat dit mogelijk zelfs tot vervreemding tussen het meisje en haar moeder kan leiden. De rechtbank rekent dit de man zeer ernstig aan.

Uitspraken: BY1613


LJN: BY1613, Rechtbank Utrecht , 16/700937-12 [P]

Datum uitspraak: 30-10-2012
Datum publicatie: 30-10-2012
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie: 
Een 45-jarige man uit Nieuwegein is opnieuw veroordeeld voor de voordurende ontvoering van zijn inmiddels 9-jarige dochter. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf opgelegd van 7 jaar. In 2007 nam de man zijn dochter, zonder de toestemming van de moeder die het gezag over het kind heeft, uit Nederland mee naar Soedan. Sindsdien verblijft het meisje daar.


Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/700937-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 oktober 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]
geboren op [1967] te [geboorteplaats] (Soedan)
wonende te [woonplaats]
thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Nieuwegein
raadsman mr. A.J. Hardonk, advocaat te Amsterdam

1  Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 oktober 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2  De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
In de periode van 19 juni 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Veenendaal en Nieuwegein en Soedan opzettelijk zijn minderjarige dochter [minderjarige] heeft onttrokken gehouden aan het wettelijk gezag van [moeder].

3  De voorvragen
De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vordering en er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4  De beoordeling van het bewijs

4.1  Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangifte van mevrouw [moeder], de beslissing van de rechtbank te Utrecht van 1 september 2010 waarin het ouderlijk gezag is toegekend aan de moeder van de minderjarige [minderjarige], de beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof te Soedan, waarin is bepaald dat de moeder van [minderjarige] de voogdij krijgt over [minderjarige] en waarin is bepaald dat [minderjarige] aan haar moeder, mevrouw [moeder] moet worden toevertrouwd.

4.2  Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte op 20 juli 2010 door het gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar, welke straf de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 22 november 2011 heeft verlaagd naar een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren en negen maanden.
Ook toen ging het om onttrekking van de minderjarige [minderjarige] aan het ouderlijk gezag door de moeder over de periode van 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009.
In die zaak zijn door de verdediging verweren gevoerd die in eerste aanleg en nadien in hoger beroep zijn verworpen.
De verdediging zal zich, in dat licht bezien en gelet op de huidige stand van de jurisprudentie ter zake van artikel 279 Wetboek van Strafrecht, thans beperken tot een strafmaatverweer.

4.3  Het oordeel van de rechtbank

Op 17 mei 2012 heeft mevrouw [moeder], moeder van de minderjarige [minderjarige], geboren op [2003], aangifte gedaan tegen verdachte. In de aangifte en haar aanvullende verklaring verklaart mevrouw [moeder] dat verdachte tijdens een vakantie in Egypte hun dochter [minderjarige] in juni 2007 tegen haar wil in naar zijn familie in Soedan heeft gebracht. Van dit feit heeft zij op 10 oktober 2007 aangifte gedaan en verdachte is hiervoor veroordeeld.
Middels bemiddeling is geprobeerd om [minderjarige] terug naar Nederland te halen. Daarnaast werden Interpol, een hoogwaardigheidsbekleder uit Soedan, een mediator en het Centrum Internationale Kinderontvoering ingeschakeld om [minderjarige] naar Nederland terug te halen.
Dit is niet gelukt. Verdachte heeft nooit medewerking verleend aan de terugkeer van [minderjarige].
Aangeefster [moeder] heeft ook in Soedan een procedure aanhangig gemaakt, hetgeen resulteerde in een beslissing van het gerechtshof te Khartoum (Soedan) van 7 maart 2012 waarin is geoordeeld dat [minderjarige] aan de moeder moet worden toevertrouwd.
Tot op heden is [minderjarige] nog steeds niet terug en wordt zij nog steeds onttrokken aan het gezag van aangeefster [moeder] .
Bij beschikking van de rechtbank Utrecht, sector handels- en familierecht van 1 september 2010 is de echtscheiding tussen [moeder] en verdachte uitgesproken, waarbij het ouderlijk gezag over hun minderjarige dochter [minderjarige] aan [moeder] is toegekend .
Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem van 19 juli 2010 is verdachte veroordeeld ter zake van onttrekking aan het gezag van de minderjarige [minderjarige] over de periode 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009 tot een gevangenisstraf van negen jaren .
De beslissing van het gerechtshof van 19 juli 2010 is door de Hoge Raad op 22 november 2011 vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De gevangenisstraf is in verband met een overschrijding van de redelijke termijn verminderd tot acht jaren en negen maanden .
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij handelt zoals hij heeft gedaan en dat ook zal blijven doen omdat het als zijn taak als goede vader beschouwt om aldus een goede toekomst voor zijn dochter te bewerkstelligen .

Bewijsoverwegingen
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in juni 2007 met instemming van de moeder van zijn dochter, mevrouw [moeder], met wie hij toen nog gehuwd was, [minderjarige] naar Soedan heeft gebracht.
De rechtbank is van oordeel dat dit verweer van verdachte geen bespreking behoeft, nu dit reeds in de eerdere procedure in eerste aanleg en in hoger beroep aan de orde is gesteld en is gepasseerd.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 279 Wetboek van Strafrecht een zogeheten voortdurend delict betreft, hetgeen betekent dat het strafbare feit wordt gepleegd tot het moment dat aan de strafbare toestand een einde komt. Dit houdt in dat de strafbare toestand eindigt op het moment dat [minderjarige] aan haar moeder wordt overgedragen, hetgeen tot op heden nog niet is gebeurd.
Verdachte heeft voldoende mogelijkheden en gelegenheid gehad om een einde te maken aan de verboden toestand, welke hij bewust niet heeft gebruikt, zodat elke dag dat [minderjarige] niet aan de zorg van haar moeder is toevertrouwd, verdachte zich schuldig maakt aan de onttrekking aan het gezag van zijn dochter [minderjarige].

4.4  De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
In de periode van 19 juni 2009 tot en met 3 augustus 2012 te Nederland en Soedan, opzettelijk een minderjarige, te weten [minderjarige], geboren op [2003], die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, heeft onttrokken gehouden aan het wettig over de minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte daar toen [minderjarige], waarvan de moeder genaamd is [moeder], en inmiddels het eenhoofdige gezag heeft over [minderjarige] en hij, verdachte, de vader is, opzettelijk zonder instemming van die [moeder], voornoemde [minderjarige] op een plaats in Soedan (bij zijn familie) gelaten, en heeft nagelaten er voor te zorgen dat voornoemde [minderjarige] terugkeerde naar die [moeder], zodat de uitoefening van het gezag door die [moeder] onmogelijk was geworden, dat voornoemde [minderjarige] daardoor werd onttrokken aan het wettig gezag, hetwelk de moeder over [minderjarige] uitoefende;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5  De strafbaarheid

5.1  De strafbaarheid van het feit
Strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.
Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

5.2  De strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6  De strafoplegging

6.1  De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar met aftrek van het voorarrest.

6.2  Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij het bepalen van de op te leggen straf rekening te houden met de door het gerechtshof in hoger beroep reeds opgelegde vrijheidsstraf, waardoor geen ruimte meer voor zwaardere gevallen mogelijk is. Ook in het licht van de jurisprudentie in soortgelijke gevallen, lijkt de door het gerechtshof en nadien door de Hoge Raad opgelegde straf van uitzonderlijke zwaarte en daarmee niet passend.

6.3  Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte is op 19 juli 2010 door het gerechtshof veroordeeld ter zake van onttrekking aan het gezag van een minderjarige over de periode 24 juni 2007 tot en met 18 juni 2009 tot een gevangenisstraf voor de maximale duur van 9 jaar, welke straf nadien door de Hoge Raad is teruggebracht tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar en 9 maanden.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich thans nog steeds schuldig maakt aan de onttrekking aan het gezag van zijn minderjarige dochter [minderjarige].
[minderjarige] verblijft momenteel nog steeds bij familie van verdachte in Soedan, terwijl er diverse Nederlandse en Soedanese rechterlijke uitspraken liggen, waarbij is bepaald dat [minderjarige] aan haar moeder moet worden toevertrouwd. Verdachte negeert al deze rechterlijke uitspraken en doet niets om te bewerkstelligen dat [minderjarige] bij haar moeder, mevrouw [moeder], in Nederland terugkeert.
Nu het delict nog steeds voortduurt, worden de gevolgen voor de direct betrokkenen, mevrouw [moeder] en [minderjarige], steeds zwaarder. Mevrouw [moeder] verkeert al jaren in onzekerheid of zij haar dochter ooit weer bij zich zal hebben in Nederland en is de afgelopen jaren vele malen teleurgesteld. De rechtbank acht het niet ondenkbeeldig dat de band tussen moeder en [minderjarige] als gevolg van het voortduren van het delict, door het verloop van tijd steeds minder hecht zal worden en dat dit mogelijk zelfs tot vervreemding van haar moeder zal leiden.
De rechtbank rekent verdachte dit zeer ernstig aan.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan verdachte wederom een vrijheidsstraf van lange duur dient te worden opgelegd.
De duur van de op te leggen vrijheidsstraf zal van lange duur zijn, maar lager dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen de eerder aan verdachte opgelegde gevangenisstraf van acht jaren en negen maanden.

7  De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 63 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

8  De beslissing
De rechtbank:

Bewezenverklaring
  • verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
  • spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
  • onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is;
  • verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging
  • veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van ZEVEN (7) JAREN;
  • bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mv. mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, voorzitter, mv. mr. C.S.K. Fung Fen Chung en mv. mr. I.M. Vanwersch, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 oktober 2012.


Extra straf voor ontvoeren dochter
NOS Nieuws : dinsdag 30 okt 2012, 15:20

In 2007 nam de man zijn dochter van 4 mee naar zijn familie in Sudan.

Een 45-jarige man uit Nieuwegein is voor de tweede keer veroordeeld voor het ontvoeren van zijn dochter. De rechtbank in Utrecht legde hem een gevangenisstraf op van 7 jaar. Eerder werd hij al veroordeeld tot 8 jaar en 9 maanden.

In 2007 nam de man zijn dochter van 4 mee naar zijn familie in Sudan. Dat gebeurde zonder toestemming van de moeder, die het gezag over het kind heeft. Het meisje is inmiddels 9 jaar en is waarschijnlijk nog steeds bij familie in Sudan. De man weigert zijn medewerking aan haar terugkeer naar Nederland.

Rechtbanken in zowel Sudan als Nederland hebben bepaald dat het kind bij de moeder thuishoort.

'Voortdurend delict'
De eerdere veroordeling van de man van Sudanese afkomst, die in Nederland zijn straf uitzit, gaat over de periode juni 2007 tot en met juni 2009. De rechtbank spreekt van een "voortdurend delict" en heeft hem daarom opnieuw veroordeeld, nu voor de periode van juni 2009 tot en met augustus 2012.

De rechtbank vindt het een heel ernstig feit dat de man het meisje bij haar moeder weghoudt en heeft daarom besloten opnieuw een lange straf op te leggen. "Daarbij speelt mee dat de moeder haar dochter al 5 jaar moet missen en in onzekerheid verkeert of ze haar überhaupt ooit nog zal terugzien", zegt de persrechter.

Hechtingsproblemen
"Voor het meisje geldt dat je je kunt afvragen of ze inmiddels niet van haar moeder is vervreemd." Na zo'n tijd gaan ook hechtingsproblemen een rol spelen, aldus de rechtbank. "Het is zeer kwalijk dat de vader dit heeft bewerkstelligd."

De rechtbank kan niet zeggen of de man nu wel zal meewerken aan terugkeer van het kind naar Nederland.



_____
Disclaimer: Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. VKC huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel VKC de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is VKC niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van VKC worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van VKC voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

dinsdag, januari 04, 2011

400. Zitting over gezamenlijk gezag en de verdeling van de zorg en opvoedtaken na scheiding bij de Rechtbank Utrecht (Video)

Bron: EO – programma De Rechtbank – Aflevering 5 - Player omroep.nl - Dinsdag 4 januari 2011 om 22:35

Video (familierechtzaak begint vanaf min. 4:20):

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

1. Bedreigingszaak van een ambtenaar in functie bij de politierechter
Strafrechter Paola Bernini treft tijdens haar zitting verdachte B. tegen over zich. Hij heeft agenten uitgescholden en bedreigd, en zit nu in voorarrest. De verdachte B. kan zich weinig herinneren van het voorval. Een grote hoeveelheid bier is daar debet aan. Advocaat mr. Labee houdt zijn hart vast of zijn cliënt zich kan beheersen tijdens de zitting.

2. Familierechtzaak inzake gezamenlijk gezag en de verdeling van de zorg en opvoedtaken na scheiding bij de Rechtbank Utrecht (vanaf min. 4:20)
Elf jaar waren ze samen,de heer en mevrouw Orij-Hazeleger. Inmiddels is de liefde dusdanig bekoeld dat ze elkaar, voor het eerst sinds een jaar, weer treffen in de rechtbank. Inzet is het ouderlijk gezag en een omgangsregeling betreffende de kinderen. Voor zowel de vader als moeder is het een beladen zitting. Aan familierechter Bart van Meegen om zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen in de, inmiddels niet meer leefbare, situatie.

3. Verkeersovertredingen bij de kantonrechter
Voor kantonrechter Sjef de Laat staat de ochtend in het kader van verkeersovertredingen. Een vrouw ontvangt een bekeuring voor te hard rijden, maar heeft zelf niet achter het stuur gezeten. Ze weigert te betalen. Haar zoon blijkt meer te weten van de overtreding.

woensdag, november 24, 2010

361. 'Meet The Judge'-bijeenkomst Rechtbank Utrecht op 24 november 2010 - Verslag

Auteur: Peter Tromp Msc, Coördinator/voorzitter van Vaderkenniscentrum.nl van Stichting Kind en Omgangsrecht

Woensdagavond 24 november 2010 was ik aanwezig bij de bijeenkomst “Meet The Judge” van de Rechtbank Utrecht. Deze bijeenkomst van de Rechtbank Utrecht bleek druk bezocht. Er was een gemeleerde groep van bezoekers met enerzijds ervaringen met het recht en anderzijds jonge en oudere mensen die geïnteresseerd waren in de opleiding tot rechter.

Van de zijde van de Rechtbank Utrecht waren, naast de communicatieadviseurs van de rechtbank, ook aanwezig de president van de rechtbank, dhr. mr. H.AE. Uniken Venema (zie ook bijlage 1), en een groep van ca. 10 rechters, w.v. (slechts) één oud-familierechter, meerdere bestuursrechters, meerdere civiele rechters, een kantonrechter en meerdere strafrechters.

De totale groep bezoekers werd na ontvangst opgedeeld over vijf gesprekstafels, waarna in drie gespreksronden, waarbij de rechters steeds in koppels van gesprekstafel wisselden, in tafelgesprekken aan de steeds wisselende rechterskoppels vragen gesteld kon worden.

Zoals gezegd was de vertegenwoordiging vanuit het familierecht echter minimaal en dat was erg jammer. Later begreep ik van een van de andere deelnemers wel dat er tegenwoordig geen vaste familierechters meer zijn en dat alle rechters in een job-rotatie- of rouleerschema van vijf jaar alle rechtsgebieden beurtelings voor hun rekening nemen. Toch vond ik het bijzonder jammer en erg mager dat er, behalve oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders, van de huidige groep familierechters aan de Rechtbank Utrecht helemaal niemand aanwezig was.


Inhoudsopgave:

A. Eerste gespreksronde:
1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM

B. Tweede gespreksronde:
4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen

C. Derde gespreksronde:
5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden (Update: Later bleek dit een studiemiddag van de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht met de Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) te zijn geweest, die op 12 november 2009 in Utrecht plaatsvond. Zie hieronder in de tekst bij punt 6 voor een link naar een verslag daarvan op de OZO-website.)
7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen

Bijlagen:
Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht
Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

A. Mijn eerste gespreksronde:

1. Vraag naar de verhouding tussen de geslachten bij de Utrechtse rechters en beleid van de rechtbank gericht op meer mannelijke en allochtone rechters
Op mijn vraag naar een gender-breakdown analyse van de populatie rechters naar geslacht, i.v.m. de overvloed aan vrouwelijke rechters in het familierecht, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar, rechter/persrechter aan de Rechtbank Utrecht en oud-advocaat, verzekerd dat de Rechtbank Utrecht evenveel mannelijke als vrouwelijke rechters zou tellen. Door het job-rotation systeem zou de oververtegenwoordiging van vrouwelijke rechters in het familierecht zijn opgevangen. Wel werd ik verwezen naar de recente RAIO-enquete onder Rechterlijke Ambtenaren In Opleiding (RAIO - zie hieronder, de beginopleiding voor rechters) waaruit zou blijken dat daar veel meer vrouwen dan mannen op af kwamen. Andere bronnen waarnaar verwezen werd voor meer informatie over de verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke rechters waren het Ministerie van Justitie en de Raad voor de Rechtspraak aan de Kneuterdijk in Den Haag.

Verder blijken er nauwelijks allochtone rechters te zijn en blijkt er geen gericht beleid te worden gevoerd door de rechtbanken en de beide opleidingstrajecten (zie hieronder) om een representatieve populatie rechters op te leiden naar zowel allochtone afkomst als naar geslacht

2. RAIO of RIO: De twee trajecten van de rechtersopleiding
Er zijn voor rechters twee opleidingstrajecten: 1. de RAIO-opleiding voor jonge beginnende rechters die 4-6 jaar duurt en 2. de RIO-opleiding (Rechters In Opleiding) die 1 jaar duurt voor ervaren juristen, die vanuit advocatuur etc. zij-instromen. In dat ene jaar RIO opleiding krijg je een opleiding in een tweetal rechtssectoren (bv. familierecht en bestuursrecht). Voorwaarde voor toelating tot deze zij-instroom van de RIO-opleiding is 6 jaar relevante werkervaring in een juridisch beroep. RAIO's in opleiding mogen nog geen recht spreken in rechtszaken, maar RIO's in opleiding juist wel begreep ik. De selectiecriteria aan de poort blijken voor beide opleidingen erg hoog en zwaar en er zijn veel afvallers. Men moet verder als het ware bij de rechtbank van opleiding solliciteren voor toelating.

3. Geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel bij rechtbank voor het niet-nakomen van rechterlijke beschikkingen in het familierecht: Dat is de taak van het OM
Daarnaar gevraagd, na eerst gewezen te hebben op de massaliteit waarmee in het familierecht beschikkingen (omgang, ouderschapsplan) door de ouders niet worden nagekomen, m.n. door moeders, werd mij door dhr. mr. J.W. Wagenaar meegedeeld dat hij en zijn collegarechters zich op geen enkele manier verantwoordelijk voelen voor het niet-nakomen en de handhaafbaarheid en handhaving van rechterlijke uitspraken. Mw. mr. H.A. Brouwer verwees daarvoor geheel naar het OM. Het OM wordt door de rechterlijke macht dus geheel verantwoordelijk gesteld voor het niet nakomen en/of handhaven van beschikkingen in het familierecht.

B. Mijn tweede gespreksronde:

4. Bij de bestuursrechters van de Rechtbank Utrecht dienen weinig tot geen bestuursrecht zaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg als bestuursorganen
De Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg zijn tevens zgn. bestuursorganen en moeten daarmee o.m. ook voldoen aan de wetgeving inzake openbaar bestuur (WOB) en de eisen die daarin gesteld worden aan bestuursorganen. Daarnaar gevraagd deelde mw. mr. J.M. Willems, bestuursrechter aan de Rechtbank Utrecht, echter mee dat er in Utrecht nauwelijks bestuursrechtzaken tegen de Raad voor de Kinderbescherming of de Bureaus Jeugdzorg spelen. mv. Willems vertelde verder dat er in het bestuursrecht in Utrecht enerzijds een accent gelegd wordt op mediation, bevorderen dat partijen er onderling uitkomen. Anderzijds wordt er een accent gelegd op snel beslissen door de rechter, d.w.z. er wordt snel gekozen wie van de partijjen in zijn gelijk zou staan: rechtspreken als keuzeproces.

C. Mijn derde gespreksronde:

5. Over neutraliteit en onafhankelijkheid van, en non-discriminatie door, de Utrechtse rechters in het familierecht
Ondanks het ontbreken van een "equal level playing field" (een gelijk speelveld) tussen vaders en moeders in het familierecht getuige het feit dat rechters in het familierecht bij scheiding de kinderen in 85% van de gevallen met moeders meegeven en eveneens in diezelfde 85% van de gevallen vaders naar de kinderen op een onoverbrugbare achterstand zetten in een marginale omgangsregeling/ouderschapsplan, vinden de rechters bij de Rechtbank Utrecht toch dat men geen last heeft van een zgn. "maternal preference". Men acht zichzelf neutraal, onafhankelijk en discrimineert niet ten opzichte van vaders verzekert dhr. mr. A.S. Penders, de enige aanwezige oud-familierechter en voormalig Hoofd Juridische Ondersteuning aan de Rechtbank Utrecht, mij. En in zijn eigen praktijk als familierechter waren de kinderen even vaak in de zorg van vader meegegeven als in de zorg van moeder, zo deelde hij mee. Men is zich kennelijk nauwelijks bewust van het ontbrekende gelijke speelveld tussen vaders en moeders en de "maternal preference" voor moeders en enorme discriminatie van vaders van rechters in familierechtbeschikkingen bij de Rechtbank Utrecht zo blijkt nu. Daarnaar gevraagd ontkent men dit of vindt men dat het eigenlijk niet bestaat.

6. Er heeft in het verleden een studiemiddag van de Rechtbank Utrecht met de Dwaze Vaders plaats gevonden
Diverse malen tijdens het gesprek wordt mij door dhr. mr. A.S. Penders verder gewezen op een studiemiddag die in het verleden met de Dwaze Vaders aan de Rechtbank Utrecht werd georganiseerd. Ik hou mij daarom aanbevolen als iemand mij nadere informatie kan verschaffen over wat op deze studiemiddag aan de orde kwam.

Update met dank aan Theo Nieuwenhuizen (OZO): Later bleek dit geen studiemiddag met de Dwaze Vaders te zijn geweest, maar een studiemiddag met de Stichting Ouders Zonder Omgang. De studiemiddag van Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO) met de Afdeling Familierecht van de Rechtbank Utrecht heeft in Utrecht plaats gevonden op vrijdag 12 november 2009. Het verslag daarvan valt terug te lezen in het laatste nummer van OZO-nieuws in 2009 op de website van OZO. Zie daarvoor: http://www.stozo.nl/OZOnieuws2009-4.htm

7. Beschikbare tijd per zaak: Utrechtse familierechters schrijven eigen beschikkingen en vonnissen niet, dat doen de secretaressen van de rechters
Op mijn vraag hoeveel tijd familierechters nu beschikbaar hebben voor een zaak in het familierecht krijg ik van dhr. mr. A.S. Penders als antwoord, zoveel tijd als hij zelf nodig acht, zonder dat hij concrete informatie geeft over de hoeveelheid tijd die hij in de voorbereiding en na de zitting aan een familierechtzaak kan besteden en besteed. Op mijn doorvragen deelt dhr. mr. A.S. Penders wel mede dat de Utrechtse familierechters als tijdsbesparing de eigen beschikkingen en vonnissen niet hoeven te schrijven, dat doen de secretaressen voor de rechters. Zij maken een samenvatting en schrijven de beschikking waarna de rechter goed(- of af)keurt.

Mw. mr. V.M.M. van Amstel, vice-president van de Rechtbank Utrecht en bestuursrechter, deelt daarop mee dat zij zelf gemiddeld per werkweek van 4 dagen ongeveer 15 rechtszaken afhandelt en rekent voor dat dit op een gemiddeld beschikbare tijd van ca. 2,5 uur per zaak neerkomt. Als een zaak echter meer tijd vraagt dan neemt zij die ook in de thuisuren zo deelt zij mede (vgl. de situatie voor een leerkracht die ook vaak 's avonds thuis nog werkt aan de lesvoorbereiding voor de volgende dag etc.).

Ook mw. mr. V.M.M. van Amstel benoemd daarbij weer, evenals eerder de bestuursrechter mw. mr. J.M. Willems uit de tweede ronde, een zekere mate van tijdsdruk als inherent aan het proces van beslissingen nemen en keuzes maken waarvoor de rechter nu eenmaal staat en benadrukt de noodzaak van het "keuzes maken" voor rechters, het wikken en wegen, waarbij te licht bevonden wordt.

Op mijn daarop bij mw. mr. V.M.M. van Amstel opgeworpen tegenwerping en aangezwengelde discussie dat er in het familierecht juist veel teveel door rechters gereduceerd wordt tot het maken van keuzes tussen de beide ouders - vóór de een en tégen de ander - terwijl het er in het familierecht nu juist om zou moeten gaan dat er GEEN keuze voor één van de beide ouders gemaakt wordt, maar dat BEIDE ouders na de uitgesproken scheiding behouden blijven voor het kind en dat familierechtelijke beschikkingen nou juist niet moeten gaan over het maken van keuzes tussen de ouders, maar over regelingen die het mogelijk moeten maken dat beide ouders beschikbaar blijven in het leven van hun kinderen, komt door de inmiddels ontbrekende tijd helaas niet echt meer aan bod. Bijzonder jammer, want ik was benieuwd geweest naar de reactie van mv. Vivienne van Amstel op dit onderwerp.

8. De Rechtbank Utrecht meent in Rv. Art. 815, Lid 6 een ontsnappingsclausule te hebben gevonden voor de verplichte wettelijke eis dat partijen bij een scheiding altijd een ouderschapsplan moeten opstellen en voorleggen aan de rechter en hanteert deze ontsnappingsclausule ook in de praktijk en eist niet altijd het wettelijke ouderschapsplan!
Op mijn vraag dat, nu de wet op het voortgezet ouderschap na scheiding sinds maart 2009 in Art. 815, Leden 2 en 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bij scheiding altijd een ouderschapsplan voorschrijft, er bij scheidingszaken aan de Rechtbank Utrecht ook altijd door de familierechter een ouderschapsplan wordt vastgesteld, deelt de vice-president van de Rechtbank Utrecht, mw. mr. V.M.M. van Amstel, mij mede, dat dat niet altijd gebeurd aan de Rechtbank Utrecht en dat dat ook niet altijd noodzakelijk zou zijn. De Rechtbank Utrecht heeft voor het verplicht op te stellen Ouderschapsplan namelijk een ontsnappingsclausule gevonden en past die ook toe in Art. 815, Lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Art. 815, Leden 2 en 3: Wettelijk verplicht ouderschapsplan bij scheiding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 2.Het verzoekschrift bevat een ouderschapsplan ten aanzien van:
a. hun gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen;
b. de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten ingevolge artikel 253sa of 253t het gezag gezamenlijk uitoefenen.

Lid 3.In het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:
a. de wijze waarop de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vormgeven;
b. de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen;
c. de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.

Art. 815, Lid 6: De ontsnappingsclausule van de Rechtbank Utrecht om toch geen verplicht ouderschapsplan van scheidende partijen met kinderen te eisen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv); Derde Boek. Van regtspleging van onderscheiden aard; Zesde Titel. Rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht; Tweede afdeling. Rechtspleging in scheidingszaken:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/DerdeBoek/ZesdeTitel/Tweedeafdeling/1/Artikel815/geldigheidsdatum_30-11-2010

Lid 6.Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a tot en met c, redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

9. Ongrondwettelijke beperking van de openbaarheid van rechterlijke uitspraken door de Rechtbank Utrecht
Grondwet, Art. 121: Openbaarheid van rechtspraak
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001840/geldigheidsdatum_30-11-2010#Hoofdstuk6
Met uitzondering van de gevallen bij de wet bepaald vinden de terechtzittingen in het openbaar plaats en houden de vonnissen de gronden in waarop zij rusten. De uitspraak geschiedt in het openbaar.
Volgens Art. 121 uit de Nederlandse grondwet èn Art. 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) (fair trial) dienen rechterlijke uitspraken allemaal en zonder uitzondering in het openbaar te geschieden.  Maar van de ca. twee miljoen uitspraken, die Nederlandse rechters jaarlijks doen (en die inmiddels ook allemaal digitaal door de rechterlijke macht worden gearchiveerd), wordt slechts ca. 1% in geanonimiseerde vorm ook via Rechtspraak.nl en het internet openbaar en publiek toegankelijk gemaakt. Welke uitspraken wel/niet openbaar worden gemaakt wordt daarbij geheel aan de rechters zelf ter vrije keuze over gelaten. En als de pers of andere belanghebbenden vanuit het belang van een uitspraak toch graag kennis willen nemen van een bepaalde uitspraak in geanonimiseerde vorm die niet door de rechters is gepubliceerd, dan komen zij in omslachtige, ingewikkelde en tijdrovende schriftelijke aanvraagprocedures bij de rechtbanken en gerechtshoven terecht.

Wanneer ik dit echter voorleg aan de rechters van de Rechtbank Utrecht dan verwijst de vice-president, mv. Vivienne van Amstel, mij desondanks naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Art. 27:
http://wetten.overheid.nl/BWBR0001827/EersteBoek/Eerstetitel/Derdeafdeling/Artikel27/geldigheidsdatum_30-11-2010

1.De terechtzitting is openbaar. De rechter kan evenwel gehele of gedeeltelijke behandeling met gesloten deuren of slechts met toelating van bepaalde personen bevelen:
a. in het belang van de openbare orde of de goede zeden,
b. in het belang van de veiligheid van de Staat,
c. indien de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen, of
d. indien openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.

2.Indien iemand op een terechtzitting de orde verstoort, kan de rechter hem laten verwijderen.
Ik heb dat artikel er naderhand natuurlijk bij gepakt (zie hierboven) en dan blijkt dat dit artikel 27 Rv op geen enkele wijze aan de rechterlijke macht de mogelijkheid biedt om aan de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken beperkingen op te leggen. Het artikel betreft alleen rechterlijke beperkingsmogelijkheden voor het bijwonen van zittingen (openbaarheid van rechtszittingen), niet voor de grondwettelijke openbaarheid van rechterlijke uitspraken (openbaarheid van uitspraken). Toch is het precies dat wat de rechterlijke macht zo ruimschoots doet, het beperken van de grondwettelijke openbaarheid van uitspraken. Slechts 1% van de rechterlijke uitspraken worden immers gepubliceerd.  De andere 99% van de rechterlijke uitspraken is niet openbaar toegankelijk. Dat is in strijd met de Nederlandse grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de verwijzing van de vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, naar Art. 27 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) blijkt dus achteraf inadequaat.

De vice-president van de rechtbank Utrecht, mv. Vivienne van Amstel, deelt mij verder mee zelf een handleiding voor het (schriftelijk) opvragen van niet-gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht te hebben geschreven, welke gepubliceerd zou zijn op Rechtspraak.nl. Hoe ik later echter ook speur, die handleiding blijkt daar niet te bestaan. Op Rechtspraak.nl is alleen een schimmige en warrige lappendeken van instructies (zie bijlage 2) van de Rechtbank Utrecht terug te vinden over hoe mensen van de pers en direct-betrokkenen schriftelijk bij de Rechtbank Utrecht het verzoek kunnen doen om een uitspraak te verkrijgen. Die schriftelijke verzoekprocedure aan de rechtbank gaat echter weken duren en de uitslag ervan is ongewis want na ontvangst wordt de aanvraag beoordeeld en krijgt men hierover schriftelijk bericht, waarbij, terwijl anonimisering van uitspraken al gebruikelijk is, de rechtbank desondanks "om privacyredenen" kan beslissen geen inzage te geven. Zo staat het er althans. De openbaarheid van uitspraken wordt hiermee door de Rechtbank Utrecht geschonden.

10. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht is 'lijdelijk' en onderzoekt zelf niet, d.w.z. doet niet aan waarheidsvinding bij bv. valse beschuldigingen
Tot slot komt, naar aanleiding van mijn vraag naar waarheidsvinding door de Utrechtse familierechters in geval van valse beschuldigingen in een familie- of scheidingszaak, in mijn nagesprek met oud-familierechter dhr. mr. A.S. Penders nog een uiterst interessant punt naar boven. Naar zijn mededeling en de opvatting van de Rechtbank Utrecht is de familierechter altijd "lijdelijk" en doet deze geen eigen waarheidsvinding. De familierechter aan de Rechtbank Utrecht mag dus niet zelf onderzoeken. Het is daarom geheel aan partijen zelf om valse beschuldigingen ter zitting altijd helder en duidelijk tegen te spreken, zo niet dan moet de "lijdelijke" familierechter de valse beschuldigingen wel voor waar aannemen. Het is daarom voor u of uw advocaat dus zaak om op zittingen van de familierechter bij de Rechtbank Utrecht eventuele valse beschuldigingen door de wederpartij niet te laten lopen maar onmiddelijk en helder tegen te spreken. Waarvan nota en akte.

In het 'Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht' uit 2006 staat over de “lijdelijkheid van familierechters” echter het volgende:
De familierechter: een lijdelijk en/of leidend rechter? In de familierechtspraak is, evenals in de algemene civiele rechtspraak, lange tijd het uitgangspunt geweest dat de rechter zich lijdelijk diende op te stellen. De familierechter werd gebonden aan de feiten zoals partijen die voor hem presenteerden. Het ging om de formele waarheid en niet zozeer om de materiële waarheid. De laatste decennia is de kritiek op dit uitgangspunt toegenomen. In dit artikel wordt aan de hand van voorbeelden nagegaan waarom die lijdelijkheid steeds meer vervangen is door een actieve opstelling van de familierechter. Beschreven wordt welke mogelijkheden de familierechter heeft om voor partijen en de betrokken kinderen te komen tot een daadwerkelijke aanpak en oplossing van familierechtelijke geschilpunten.
Tijdschrift voor Familie en Jeugdrecht (2006), volume 28 , issue 5 , p. 126-131
Tot zover mijn persoonlijk verslag van de bijgewoonde "Meet The Judge" bijeenkomst op woensdagavond 24 november 2010 aan de Rechtbank Utrecht,

Het was een leerzame, geanimeerde en waardevolle ervaring,

Peter Tromp Msc
Coördinator/voorzitter van het Vaderkenniscentrum.nl van Stichting Kind en Omgangsrecht



-----

Bijlagen:

Bijlage 1: Mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50), president van de rechtbank Utrecht

Vanaf oktober 2007 is mr. H.AE. (Herco) Uniken Venema (50) benoemd tot president van de rechtbank Utrecht. Voorheen was hij lid van het College van procureurs-generaal (2005 – 2007) en president van de rechtbank Arnhem (2002 – 2005). Bij de rechtbank Utrecht heeft hij eerder gewerkt (1995 – 2002) als rechter en als sectorvoorzitter van de sector handels- en familierecht. Voor zijn overstap naar de Rechtspraak was hij advocaat in Den Haag.

Bijlage 2: Openbaarheid van uitspraken in de rechtspraak? De omslachtige of ontbrekende regelingen voor het opvragen van de 99% van de niet op Rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken bij de Rechtbank Utrecht

1. Voor de pers:

A. Persinformatie
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Persinformatie.htm

Opvragen van uitspraken
Voor informatie over of een toelichting op een bepaalde uitspraak, kunnen journalisten contact opnemen met voorlichting. Uitspraken van zaken die veel publiciteit trekken en/of juridisch interessant zijn, worden zo snel mogelijk op deze site gepubliceerd onder Actualiteiten.

Afdeling voorlichting van de rechtbank Utrecht:
Voor kwesties die de rechtspraak in het algemeen aangaan, kunt u zich ook wenden tot de afdeling communicatie van de Raad voor de rechtspraak in Den Haag.

Contactpersonen media:
• dhr. drs. M.F.W. Gerritsen, communicatieadviseur (030-2233028)
• dhr. mr. P.V. van Daalen, senior medewerker communicatie (030-2233027)
• mw. mr. H. Phaff, persrechter
• dhr. mr. J.W. Wagenaar, persrechter
Beide persrechters zijn bereikbaar via de afdeling voorlichting.

B. Telefoon- en faxnummers
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Telefoon-+en+faxnummers.htm

Persvoorlichting (communicatie)
Telefoon (030) 223 30 27 of (030-223 30 28)
e-mail: communicatie.rb.utrecht@rechtspraak.nl
Nb: dit e-mailadres is niet bedoeld voor zaaksgebonden informatie en/of vragen. Neem daarvoor contact op met de betreffende sector.

2. Voor direct betrokkenen in een zaak

A. Meer veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Veelgestelde+vragen/#VEELGESTELDEVRAGENNRDUITSPRAKEN

Ik zoek een rechterlijke uitspraak
Kijk in de databank op Rechtspraak.nl. Als de uitspraak niet is opgenomen in de databank, kunt u de rechtbank (of het gerechtshof) vragen om een afschrift van het vonnis. Om privacyredenen kan de rechtbank beslissen geen inzage te geven.

B. Veelgestelde vragen
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Veelgestelde+vragen.htm#rechtspraak

Waarom staat mijn uitspraak niet op www.rechtspraak.nl?
De rechtbank publiceert slechts een selectie van alle uitspraken op www.rechtspraak.nl. Uitspraken worden altijd geanonimiseerd. U zult dus nooit namen van verdachten in op onze website gepubliceerde uitspraken aantreffen. Mondelinge uitspraken van de strafrechter komen (vrijwel) nooit op www.rechtspraak.nl.

Hoe kan ik een oude uitspraak opvragen?
De rechtbank verstrekt alleen vonnissen, wanneer de belangen van de veroordeelde of andere mensen die in het vonnis genoemd worden hierdoor niet geschaad worden. Vonnissen die de rechtbank verstuurt, zijn altijd geanonimiseerd. U zult dus geen namen van betrokkenen aantreffen in het afschrift. Als u procespartij bent (geweest) heeft u overigens altijd recht op een afschrift.

U kunt uw verzoek per brief sturen naar:
Rechtbank Utrecht
T.a.v. Hoofd administratie sector Handels- & Familierecht/ Strafrecht/ Bestuursrecht/ Kanton (a.u.b. juiste sector aangeven)
Postbus 16005
3500 DA Utrecht
Vermeld in uw brief in ieder geval:
  • Waarom u een afschrift van het vonnis wilt ontvangen
  • Een beschrijving van het onderwerp van de zaak (indien mogelijk het zaaknummer)
  • De naam van de procespartij(en) waarop de zaak betrekking heeft
  • Wanneer de rechtbank uitspraak heeft gedaan.
Na ontvangst wordt uw aanvraag beoordeeld. U krijgt hierover schriftelijk bericht.

3. Voor andere geïnteresseerden dan de pers

Voor hen wordt geen enkele regeling bij de Rechtbank Utrecht gegeven.

Zie verder ook Publicaties Rechtbank Utrecht
Rechtspraak.nl – Rechtbank Utrecht
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/Utrecht/Over+de+rechtbank/Publicaties/

_____
Disclaimer: 
Aan dit verslag kunt u geen rechten ontlenen. Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

maandag, februari 23, 2009

254. Rechtbank Utrecht - Project Regierechter in echtscheidingszaken (maart - juli 2009)

Project ‘regierechter’ in echtscheidingszaken bij afdeling familierecht Utrecht
Bron: © Het Juridisch Dagblad - Van een onzer redacteuren - maandag, 23 februari 2009

Rechtbank Utrecht - De afdeling van familierecht van de van de rechtbank Utrecht start in maart 2009 het ‘project regierechter’. In dit project zal in een van te voren geselecteerd aantal echtscheidingszaken op een andere wijze worden geprocedeerd dan tot nu toe gebruikelijk was.

Het doel is op een snellere en efficiëntere wijze tot beslechting van alle tussen partijen spelende geschillen te komen.

De rechter zal op deze zittingen niet alleen de zakelijke aspecten van de scheiding bespreken, maar zal aan partijen ook vragen stellen die verband houden met het menselijke proces van scheiden. Op dit moment wordt in echtscheidingsprocedures vrijwel geen aandacht gegeven aan de emotionele aspecten van een scheiding, de rechter bespreekt deze onderwerpen in het project nu juist wel.

Hierdoor worden voor partijen en de rechter eventueel spelende onderliggende conflicten helder en kan worden ingeschat in hoeverre dergelijke conflicten mogelijk een snelle geschiloplossing in de weg staan. De definitieve afdoening van het geschil wordt hiermee versneld. In het kader van dit project is vanaf maart 2009 tot circa juli 2009 ruimte gemaakt voor 30 zaken, verdeeld over circa 15 zittingen.

De aan dit project deelnemende rechters zijn mr. A.S. Penders, mw. mr. R.C. Stijnen en mw. mr. E.W.A. Vonk.

De coördinerende administratieve medewerkers zijn mw. S. Norbart-Jacobs (tel. 030 223 3240) en dhr. L. Demon (tel. 030 223 3238). Voor meer informatie kunt u met hen contact opnemen.