Posts tonen met het label kinderbescherming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderbescherming. Alle posts tonen

maandag, maart 31, 2008

183. Nationale Ombudsman oordeelt dat directeur kinderbescherming alleen "in redelijkheid" gegrond verklaarde klachten zonder gevolg mag laten

Een vrouw dient een aantal klachten in tegen de Raad voor de Kinderbescherming en de onafhankelijke klachtencommissie verklaart haar klachten gegrond. De raad moest adviseren over de omgang (co-ouderschap of voogdij) met haar drie kinderen uit een gestrand huwelijk. De vestigingsmanager wenst echter geen maatregelen te nemen naar aanleiding van deze gegrondverklaring van de klachten. Onderzoek wees uit dat de vestigingsmanager in redelijkheid niet kon besluiten om geen maatregelen te nemen en aanbevolen werd om wel een concrete maatregel te nemen (rapport 2006/234).


Rapport 2006/234

Nationale Ombudsman, datum: 28-6-2006


Samenvatting

Rapportnummer: 2006/0234

Verzoekster diende op een gegeven moment een klacht in over de wijze waarop de Raad voor de Kinderbescherming te Zutphen onderzoek had verricht. De onafhankelijke klachtencommissie verklaarde uiteindelijk een vijftal klachten van verzoekster gegrond. De vestigingsmanager van de Raad liet verzoekster daarop weten dat zij geen gevolgen verbond aan de gegrondverklaring van vier van verzoeksters klachten.

Verzoekster vond deze beslissing van de vestigingsmanager niet juist en wendde zich met deze klacht tot de Nationale ombudsman.

De Nationale ombudsman telde voorop dat krachtens artikel 6, vijfde lid van het Besluit klachtbehandeling van de Raad, de directeur van de Raad aan de klager dient mee te delen of en zo ja, welke gevolgen binnen de organisatie worden verbonden aan de door de klachtencommissie geheel of gedeeltelijk gegrond verklaarde klacht(en). Dit Besluit behelst dus geen verplichting voor de directeur om maatregelen te treffen.

Dit laat naar het oordeel van de Nationale ombudsman echter onverlet dat in het geval de directeur niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om af te zien van het nemen van maatregelen, het nalaten hiervan als onjuist is te kwalificeren. Dit geldt met name in die gevallen waarbij door de klachtencommissie is geoordeeld dat de opzet en uitvoering van het raadsonderzoek niet (in alle opzichten) juist is geweest en deze beslissing dus ook van belang voor andere (soortgelijke) zaken kan zijn. In dit geval besliste de klachtencommissie onder meer dat het raadsonderzoek zorgvuldiger had kunnen geschieden. Naar het oordeel van de Nationale ombudsman betekende dit dat niet zonder meer en reeds op voorhand viel uit te sluiten dat de uitkomst van het onderzoek een andere had kunnen zijn indien de raadsonderzoeker voor een juiste opzet en invulling van het onderzoek had gekozen. Hiermee was de conclusie uit het raadsrapport discutabel geworden. De vestigingsmanager had in dit geval dan ook niet in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat het niet nodig was naar aanleiding van dit oordeel van de klachtencommissie verdere maatregelen te nemen.

De onderzochte gedraging was niet behoorlijk.

Het voorgaande gaf de Nationale ombudsman aanleiding de minister van Justitie de aanbeveling te doen ervoor te zorgen dat (in ieder geval) de vestigingsmanager van de Raad te Zutphen de beslissing van de klachtencommissie op dit punt alsnog onder de aandacht van haar medewerkers bracht.

zondag, december 09, 2007

170. Meest ingrijpende wetswijziging sinds 1922 – Overheid verheft zich als ‘superopvoeder’ boven de ouders en grijpt naar willekeur in

Het kind is belangrijker dan de ouders

NRC-Handelsblad - Binnenland - Door onze redacteuren Antoinette Reerink en Frederiek Weeda - 24 november 2007

Rotterdam, 24 nov. De overheid wil ingrijpen bij falende opvoeders makkelijker maken. Daartoe dient de meest ingrijpende wetswijziging in de kinderbescherming sinds 1922.

In de film Ladybird Ladybird van de Britse regisseur Ken Loach verliest de alleenstaande moeder Maggie het ouderlijk gezag over haar vier kinderen na een brand in huis. Als ze eenmaal een stabiele relatie heeft met een betrouwbare man, krijgt ze opnieuw een baby, en wéér een. Maar de jeugdzorginstanties hebben er geen vertrouwen in: na elke bevalling wordt de pasgeborene prompt afgevoerd naar een tehuis, onder hartverscheurend gehuil van Maggie.

Het is het schrikbeeld voor ouders: dat de overheid ingrijpt in de opvoeding of zelfs hun kind uit huis haalt. Deze week presenteerden de ministers Rouvoet (Jeugd en Gezin, CU) en Hirsch Ballin (Justitie, CDA) een wetsvoorstel dat het de overheid gemakkelijker moet maken in te grijpen in de opvoeding van kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd.

Het is de meest ingrijpende wetswijziging in de kinderbescherming sinds 1922, zegt hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. Zij ziet de wet als een goede poging om het belang van het kind boven dat van de ouders te stellen. Men wil voorkomen dat ouders eindeloos kansen krijgen, zonder oplossing. Dat leidde er immers toe dat ouders hun kind doodden, zoals de peuter Savanna, het meisje van Nulde en het Maasmeisje.

Bedoeling van de wetswijziging is dat ondertoezichtstelling effectiever wordt, vaker wordt opgelegd, en dat ouders zo’n maatregel niet meer ervaren als straf. „Dat is het ook niet”, zegt hoogleraar pedagogiek Doret de Ruyter, die de minister adviseerde. „Het is een tijdelijke maatregel om ouders te helpen, totdat ze zelf het stokje weer kunnen overnemen.”

Het werkt zo: de rechter stelt op verzoek van de Kinderbescherming of Bureau Jeugdzorg een kind onder toezicht van een voogd, die praktische, psychische en pedagogische hulp regelt. Elk jaar wordt bekeken of de ouders alleen verder kunnen.

Wat verandert er precies? Ouders die nu opvoedingshulp weigeren terwijl hun kind in zijn ontwikkeling dreigt te stagneren, worden voortaan verplicht die hulp te accepteren. Hun kind wordt dan onder toezicht gesteld, al blijft het thuis wonen. Dat zijn de ‘lichte gevallen’. De Ruyter: „Nu wordt alleen direct ingegrepen bij evidente gevallen van mishandeling, verwaarlozing of misbruik. Men wacht tot het fout is gegaan met de ontwikkeling van het kind. Tot het kind bijvoorbeeld in zichzelf gekeerd raakt, spijbelt of agressief wordt.”

Dat gaat nu om zo’n 22.000 kinderen per jaar.

De Ruyter: „In de toekomst kan een moeder die bijvoorbeeld een jaar depressief raakt door een echtscheiding, verplicht worden therapie te volgen. Een jaar is lang voor de ontwikkeling van een kind. Maar ingrijpen zal alleen gebeuren als het kind eronder lijdt, wat niet altijd zo is. Sommige kinderen blijven zich goed ontwikkelen ondanks nare omstandigheden.”

Bovendien kan de rechter ouders voortaan gemakkelijker definitief uit de ouderlijke macht zetten. Nu gebeurt dat sporadisch, 250 tot 500 keer per jaar, omdat de rechter het belang van ouders die een nieuwe kans willen vaak zwaar laat wegen. Dit kan ertoe leiden dat een kind, dat soms al lang gehecht is aan pleegouders, toch terug moet naar zijn moeder, als die bijvoorbeeld gestopt is met drinken.

Bruning: „Voortaan zal de rust voor het kind, en de duidelijkheid over wie het opvoedt, wettelijk zwaarder wegen dan het belang van de echte ouder. Hoe jonger het kind, hoe minder tijd een ouder zal krijgen om te bewijzen dat hij het ouderlijk gezag wel aankan.”

Tegelijk onderstreept ze dat pleeggezinnen en tehuizen altijd second best zijn. „Kinderen zijn eindeloos loyaal aan hun echte ouders. Zelfs na jaren willen ze vaak terug naar hun moeder of vader.”

De Rotterdamse advocaat Reinier Feiner, die veel jeugdzaken doet, ziet overigens dat ouders lang niet altijd hun zin krijgen. „Je hoort telkens dat ouders zoveel rechten hebben, maar in de praktijk stelt dat niets voor. Ze hebben amper tijd een tegenonderzoek in te stellen als de rechter tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing heeft besloten.”

De toets voor zo’n maatregel doet het Bureau Jeugdzorg of de Raad voor de Kinderbescherming. Feiner: „De rechter geeft deze instellingen eerder het voordeel van de twijfel dan de ouders.”

De rapporterende gezinsvoogd krijgt straks volgens het wetsvoorstel recht op informatie van onder meer artsen, psychiaters en leraren over ouder of kind. Dat maakt schending van hun beroepsgeheim een minder groot risico.

Ook nieuw is dat de gezinsvoogd concrete doelen moet bepalen voor een onder toezicht gesteld gezin. Het kind moet bijvoorbeeld vaker buiten kunnen spelen, of naar huiswerkbegeleiding. Of de ouders moeten een agressiecursus volgen. „Zo wordt het voor zowel de rechter als de ouders duidelijker wat de ondertoezichtstelling inhoudt”, zegt Bruning.

Het is overigens niet zo dat een ‘afwijkende’ opvoedstijl – heel vrij, heel streng – straks aanleiding wordt voor ingrijpen, zegt De Ruyter. „Als dat bij een familie of cultuur hoort, kan een kind erbij gebaat zijn.”

Dat hulpverleners dat soms verkeerd inschatten, blijkt uit een voorbeeld van advocaat Feiner: „Een Afrikaanse moeder van vier kinderen was zwanger van de vijfde. Ze had hulpverlening aanvaard omdat zij geen Nederlands sprak en schulden had. Er kwam wekelijks iemand langs die zag dat moeder geen babykamer inrichtte. Dat vond ze zorgwekkend. De hulpverlener zei: deze moeder is geestelijk onderontwikkeld, niet voorbereid op de bevalling. Terwijl haar kinderen het gewoon goed deden op school. In de cultuur van de vrouw is het de goden verzoeken om een babykamer in te richten en vóór de geboorte al kleertjes te kopen. Toch was die kamer aanleiding om de baby direct na de geboorte door agenten uit huis te laten halen. De rechter heeft dat later teruggedraaid.”

Hulp wordt voor ouders verplicht:

  • De rechten van minderjarigen moeten voorrang krijgen boven het recht van ouders hun kind zelf op te voeden. Dat principe staat centraal bij het wetsvoorstel dat ministers Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) de afgelopen week hebben bekendgemaakt.
  • Voortaan worden ouders die opvoedingshulp weigeren verplicht die hulp aan te nemen en worden ze onder toezicht gesteld.
  • De rechter kan de banden tussen falende ouders en hun kinderen voortaan gemakkelijker doorsnijden.
  • Voogden krijgen voortaan het recht op informatie van psychiaters, huisartsen en leraren.
  • Voogden moeten, als de plannen doorgaan, ‘doelen’ opstellen waaraan de ouders en de rechter de vorderingen kunnen toetsen.
  • Nu stelt de rechter elk jaar zo’n 22.000 kinderen onder toezicht van een voogd. Zestig procent blijft thuis wonen.