Posts tonen met het label 30145. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 30145. Alle posts tonen

donderdag, april 24, 2008

189. Tweede Kamerlid mr. Jan de Wit reageert op editorial 'Gelijkwaardig ouderschap' van justitie ambtenaar mv. mr. drs. J. Kok in familierechtblad

Een reactie op het artikel 'Gelijkwaardig ouderschap', van mr. drs. J. Kok [1]
Bron :: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht; Aflevering 2008-2; 19; Reacties

Door mr. J. de Wit [2]

In het editorial van het oktobernummer van 2007 van dit tijdschrift becommentarieert mevrouw mr. drs. J. Kok het amendement gelijkwaardig ouderschap, dat een nieuwe norm aanbrengt in het wetsvoorstel bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige echtscheiding (Kamerstukken II 2006/07, 30 145). Haar conclusie dat ze er graag van uit gaat 'dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze ('het kind wordt speelbal van strijdende ouders') zal gaan uitleggen' vraagt om een reactie van de indiener van dit amendement.

Ten eerste verdient de stelling van mevrouw Kok dat het amendement een krappe meerderheid behaalde een relativering. De VVD heeft tijdens de regeling van werkzaamheden op 20 juni 2007 (acht dagen na de stemmingen over dit wetsvoorstel en de amendementen) laten weten geacht te willen worden voor mijn amendement gestemd te hebben. Dit is niet erg opmerkelijk, gezien het feit dat de formulering van het gelijkwaardig ouderschap niet nieuw is maar eerder is gebruikt in het initiatiefwetsvoorstel van de heer Luchtenveld (inderdaad, lid van de VVD). Zo bezien hebben alleen de PvdA en de ChristenUnie tegen het amendement gestemd, en dat is toch een aanzienlijke minderheid aan tegenstemmers.

Interessanter zijn natuurlijk de inhoudelijke overwegingen die mij er toe gebracht hebben dit amendement in te dienen. Uitgangspunt bij iedere echtscheiding (of het beëindigen van een samenleving) waarbij een kind betrokken is moet steeds zijn dat het kind recht behoudt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Het is principieel een juiste keuze dat gelijkwaardig ouderschap de norm wordt, waarvan zonodig kan worden afgeweken. De ene ouder heeft niet meer rechten dan de andere ouder, beide ouders zijn en blijven gelijkwaardig, ook na echtscheiding of het eindigen van de samenleving. Deze norm in de wet geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen. Indien er geschillen ontstaan moet ook de rechter bij de beslechting daarvan het uitgangspunt hanteren dat beide ouders gelijkwaardig zijn, en het kind recht heeft op opvoeding en verzorging door beide ouders. Wanneer de rechter in het belang van het kind tot een beslissing komt, die op het eerste oog geen recht doet aan dit uitgangspunt, zal de rechter dit bijzonder goed moeten motiveren. De huidige praktijk is dat het kind soms al snel aan een van beide ouders (vaak de moeder) wordt toegewezen. Dit doet geen recht aan de gelijkwaardigheid van beide ouders en is (in tegenstelling tot wat wel gesuggereerd wordt) nou juist niet in het belang van het kind. Het is in het belang van het kind dat het contact heeft en verzorgd wordt door beide ouders. Ik ben dan ook blij met de ruime steun in de Tweede Kamer en hoop op instemming van de Eerste Kamer.

Over de uitspraak van de Rechtbank Haarlem, waarin is bepaald dat de kinderen in de woning blijven en dat afwisselend de vader en de moeder bij de kinderen in de woning verblijven, heb ik uitdrukkelijk gezegd dat dit een voorbeeld is dat inhoud geeft aan gelijkwaardig ouderschap. Dit kan immers een uitstekende oplossing zijn, en dat kan ook gelden voor andere vormen van co-ouderschap. In eerste instantie proberen de ouders samen tot een oplossing te komen en wanneer dat niet lukt beslist de rechter. Dat dit niet in alle gevallen zal leiden tot een 50-50% verdeling is evident, maar waarom de norm van gelijkwaardig ouderschap naar de mening van mevrouw Kok de kans vergroot dat het kind tot speelbal wordt gemaakt van strijdende ouders is mij niet duidelijk. Integendeel, juist in de huidige praktijk waarbij de beide ouders aan het kind trekken met alle stuitende taferelen van dien is het kind te vaak speelbal van zijn ouders. De norm na echtscheiding wordt nu gelijkwaardigheid. Dat schept duidelijkheid en kan een heleboel ellende voorkomen.

Verder stelt mevrouw Kok dat ouders 'uiteraard' gelijkwaardig zijn en dat dit nu reeds juridisch tot uitdrukking komt in het uitoefenen van het gezamenlijk gezag. Hiermee wordt gesuggereerd dat het amendement overbodig zou zijn, maar dat is niet zo. Mevrouw Kok ziet over het hoofd dat de situatie na echtscheiding of het eindigen van de samenleving een fundamenteel andere is dan in de periode tijdens huwelijk of samenleven. Twee partijen gaan uit elkaar en moeten met het oog op die nieuwe situatie nieuwe afspraken maken. Het is dan goed dat beide partijen weten dat dat moet gebeuren op basis van gelijkwaardigheid. Het uitdrukkelijk vastleggen van de norm gelijkwaardig ouderschap moet aan deze gelijkwaardigheid bij gaan dragen. De rechter moet daaraan de gemaakte afspraken toetsen en als hij zelf een oplossing moet zoeken (omdat beide partijen er niet uitkomen) is dat ook voor de rechter richtsnoer.

Ik hoop en verwacht dat de rechtspraktijk wijs zal zijn, tot zover net als mevrouw Kok. Het uitoefenen van de rechtspraktijk kan echter in volledige wijsheid, juist met de rechtsnorm gelijkwaardig ouderschap.

________________________________________
Voetnoten:
[1] Editorial Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht; oktober 2007, 98.
[2] Mr. J. de Wit is Tweede Kamerlid voor de SP en indiener van het amendement gelijkwaardig ouderschap.
________________________________________

Zie voor meer informatie ook:
  1. Justitieambtenaar Jeanette Kok ontraadt in een editorial in het oktober-2007-nummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht aan rechters de uitvoering van de rechtsnorm "gelijkwaardig ouderschap" in de rechtspraktijk
  2. Breaking news 12 juni 2007 - Tweede Kamer kiest voor gelijkwaardig ouderschap na scheiding
  3. Eindversie van het in de Tweede Kamer aangenomen Wetsvoorstel 30145 zoals dat naar de Eerste Kamer is gestuurd
  4. Ook VVD stemde op 12 juni 2007 vóór gelijkwaardig ouderschap

maandag, december 10, 2007

174. Radio-interview met mevrouw mr. Quik-Schuijt (oud-familierechter, nu SP-senator) op de Dag van de Rechten van het Kind

Inleiding:

Een klein groepje machtige, als "moedermaffia" bekend staande feministische juristen en doctorandussen uit het Ministerie van Justitie, rechterlijke macht, kinderbescherming en universitaire wereld houdt het Nederlandse familie- en scheidingsrecht nu al decennia lang in een ijzeren wurggreep gevangen en blokkeert elke ontwikkeling naar een meer gelijkwaardig en gedeeld ouderschap na de scheiding. Men deinst er daarbij niet voor terug om de Tweede Kamer als wetgever openlijk de les te leren en haar wetgevingsinitiatieven te frustreren en tegen te werken. Steeds dezelfde namen duiken daarbij op en het groepje blijkt over een uitstekend georganiseerde politieke en juridische lobby te beschikken.


Hieronder volgt het transcript van een radio-interview met mevrouw mr. Nanneke Quik-Schuijt, oud-familierechter en vice-president van de Rechtbank Utrecht en nu senator voor de SP, bij het NCRV-radioprogramma Casa Luna ter gelegenheid van de jaarlijkse Internationale Dag voor de Rechten van het Kind op 20 november j.l.

In haar interview legt mv. Quik ons uit hoe zij over het Wetsvoorstel 30145 op de "Bevordering van het voortgezet ouderschap na scheiding" van de volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer eigenlijk denkt, met name wat betreft het daarin bij amendement van haar eigen partij de SP opgenomen onderdeel op het "Gelijkwaardig Ouderschap na scheiding". Daarbij legt zij "en passant" tevens uit hoe zij over de ondergeschikte rol van vaders en het vaderschap na scheiding voor kinderen denkt.

Ook legt zij uit hoe zij bij de behandeling van dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer vanuit haar functie als SP-senator door het stellen van schriftelijke vragen denkt, de Minister van Justitie tot uitspraken te kunnen dwingen die het "Gelijkwaardig Ouderschap" uit dat wetsvoorstel bij voorbaat tot een dode letter in deze wet zullen maken.

Pikant detail daarbij is dat de door mv. Quik in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel met dit doel aan de Minister van Justitie gestelde schriftelijke vragen, voor de minister van justitie juist weer van een antwoord zullen worden voorzien vanuit de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie en dus (mede) door justitieambtenaar mv. Jeanette Kok, als Raadadviseur van de Minister van Justitie bij de Directie Wetgeving. Jawel - dezelfde mevrouw Kok die in een gelijknamig Editorial in het afgelopen oktobernummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht al te hoop liep tegen het "Gelijkwaardig ouderschap" en daarbij de rechterlijke macht zelfs opriep om deze wetgeving uit de Tweede Kamer in het Wetsvoorstel 30145 gewoon naast zich neer te leggen met de volgende slotzin:
Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!

Bron: Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, Jaargang 2007, Nummer 10, Editorial “Gelijkwaardig ouderschap”, Mr. Drs. J. Kok, Oktober 2007 (Zie voor de digitale weergave van het volledige Editorial de volgende link.)

Het zal duidelijk zijn. Het onderdeel "Gelijkwaardig Ouderschap" in het wetsvoorstel 30145 moet in dit opzetje bij voorbaat tot een dode letter in de wet worden gemaakt. Daarmee is de cirkel van het kleine groepje feministische juristen en doctorandussen, dat in Den Haag al decennia feitelijk de dienst uitmaakt op het terrein van het familierecht, weer rondgetrokken en zijn Tweede Kamer als wetgever en Minister van Justitie opnieuw met de rug tegen de muur geplaatst.


Interview met mv. mr. Nanneke Quik-Schuijt, oud-familierechter / vice-president van de Rechtbank Utrecht en nu senator voor de SP, bij het NCRV-radioprogramma Casa Luna ter gelegenheid van de jaarlijkse Internationale Dag voor de Rechten van het Kind


NCRV Radio 1- Casa Luna – 00.00 – 01.00 uur in de Nacht van maandag op dinsdag 20 november 2007
Presentator: Hijlco Span
Gast: Nanneke Quik-Schuijt, Eerste Kamerlid voor de SP


Ze was kinderrechter en vice-president van de rechtbank in Utrecht. In juni werd ze senator voor de Socialistische Partij. Ze stapte over van de PvdA naar de SP omdat de socialisten ambitieuzere plannen hebben op het gebied van opvoeding en jeugdzorg. Aan de vooravond van de Internationale dag voor de rechten van het kind praat Quik-Schuijt met presentator Hijlco Span over de aanpak van problemen tussen ouders en kinderen, voorvallen uit haar lange carrière en haar portefeuille in de Eerste Kamer.


Download en beluister hier de podcast met het volledige radio-interview met mevrouw mr. Quik-Schuijt.


Transcript van de bewuste fragmenten uit het radio-interview:
Transcriptie door Pieter Tromp, Vaderkenniscentrum:

{…………………………..}

Presentator

Nee ik bedoel die omgangsregeling … ik weet dat er veel boze dwaze vaders zijn, …

Quik-Schuijt

Ja.

Presentator

…die met name ook boos op u zijn,

Quik-Schuijt

Ja.

Presentator

omdat zij hun kind ehm .. minder mogen zien!?

Quik-Schuijt

Ja, ja, ja. Ja, dat blijft natuurlijk een heel erg moeilijk eh .. moeilijk punt. Als de relatie tijdens het huwelijk goed was, is de omgangsregeling daarna meestal ook goed. Maar de …, daar waar problemen zijn is vaak dat de kinderen nog heel jong waren, dat er niet een stevige basis is, zal ik maar zeggen. En het .. het zit natuurlijk altijd in de persoonlijkheid van de ouders. Ik bedoel als ouders goed met elkaar kunnen opschieten, is de omgangsregeling nooit een probleem. En godzijdank kunnen 95% van de Nederlandse ouders die gaan scheiden dat heel prima met elkaar regelen, …

Presentator

… als volwassen mensen!?

Quik-Schuijt

… hebben respect …..precies … voor elkaars rol in dit leven van dit kind. Maar die 5 of 10 procent – ik weet het niet precies – die dat niet kunnen en dat via de rechter moeten, dat zijn ook mensen die niet zelf zo heel makkelijk en evenwichtig in elkaar zitten. En dáár zit het hele eieren-eten. En dat kind .. een jong kind is 100% afhankelijk van de ouder en als ie dus naar … nou laten we maar gewoon zeggen naar de vader gaat …want dat is toch wat het meeste voorkomt ..ehm …en die moeder wil het niet, is ertegen, gunt het die man niet, maar die doet het alleen maar omdat het moet van de rechter, en er een dwangsom op staat: “Dat voelt dat kind! Die raakt verscheurt!”

Quik-Schuijt

Dan moet je zeggen: Nou, moeders daar moet jij doorheen, en je moet je kind daarin begeleiden. Maar als dat na een jaar nog steeds met zoveel spanning en toestanden gepaard gaat, en het kind krijgt nachtmerries, ontwikkeld zich niet meer, staat stil, ehm, dan zeg je ja, dan moet je kiezen voor het kind.

Presentator

Maar dan is uiteindelijk dus de vader het slachtoffer?

Quik-Schuijt

Absoluut ja, nee maar dat is ook zo. Ik bedoel …

Quik-Schuijt

D’r is ooit gezegd: vrouwen zijn de zwakke partij. Nou financieel vaak nog wel, maar met de kinderen staan zij meestal het sterkste.

Presentator

En u kiest altijd voor het kind?

Quik-Schuijt

Altijd. Ja.

Presentator

Ja, ja.

Presentator

Maakt u dat eh …, maakt u dat verdrietig, of maakt u dat boos, dat de dwaze vaders - om ze zo maar eens even te noemen – dat die, dat die het daar niet mee eens? Dat ze u echt daar, soms ook in felle bewoordingen, op aanvallen, op keuzes die u gemaakt heeft … voor het kind en daarmee in hun ogen … ook voor de moeder?

Quik-Schuijt

Als ik heel eerlijk mag zijn ehm, … die mensen die neem ik dat niet kwalijk, want ik begrijp hun frustratie en ellende wel.

Ik weet ook, dat het maar een stuk of dertig mensen zijn, die allemaal in drie of vier clubs zitten, want ik kom steeds weer diezelfde namen tegen.

Quik-Schuijt

Dus ik wordt er niet zo erg warm of koud van.

Quik-Schuijt

Maar wat ik wel vervelend vind is dat de publieke opinie zich daar héél erg door laat beïnvloeden.

Als ik zie wat er nu weer voor een wetsontwerpen in de kamer liggen, dan denk ik: “Wie denkt er hier nog aan het kind !!” Die vaders ….

Presentator

Over welk wetsontwerp heeft u het dan bijvoorbeeld ?

Quik-Schuijt

Nou d’r ligt, d’r ligt een wetsontwerp ehm, waarin het gaat over gelijkwaardig ouderschap na echtscheiding. En mensen willen - dat lees en hoor je - dat je dat uitlegt als fifty-fifty, elk de helft van de opvoeding. En daar ben ik op zichzelf een groot voorstander van, en … ik vind ook … tegenwoordig … die ouders die elk vier dagen werken en elk een zorgdag voor hun rekening nemen .. Prima, en die kunnen na de scheiding op dezelfde voet doorgaan.

Quik-Schuijt

Maar als ouders tijdens het huwelijk ‘n …. afspraken hadden gemaakt dat de moeder volledig thuis was, wat je toch nog héél veel ziet, en de vader full-time werkte, dan vind ik het voor het kind, in verband met die continuïteit, die heeft al zoveel te verwerken, hij moet verhuizen, hij moet naar een andere school, naar een andere voetbalclub, hij raakt zijn vader kwijt. En dan moet hij ook nog ineens de helft van de week bij zijn vader wonen, terwijl altijd zijn moeder de dagelijkse zorg had! Dat vind ik niet goed voor dat kind.

Presentator

Nee, nee, en zo’n wetsontwerp, dat stelt algemene regels, algemene voorwaarden …. ?

Quik-Schuijt

Nou ja, kijk de term ‘gelijkwaardig ouderschap’ daar kan je natuurlijk alle kanten mee uit. Want, want gelijkwaardig ouderschap staat al jaren in de wet tijdens het huwelijk, maar ook daar zijn ouders volledig vrij om zelf samen te bepalen hoe ze dat doen. En, en, ja, ik denk, d’r is nog maar tien procent van de vaders die een zorgdag voor zijn rekening neemt. Als mannen dat nou meer zouden doen, zouden ze ook veel vanzelfsprekender betrokken worden in die zorg na de scheiding.

{…………………………..}

Presentator

Dat wetsvoorstel voor dat gelijkwaardig ouderschap, daar bent u kritisch over. Nou bent u tegenwoordig in de gelukkige omstandigheid dat u daar ook een mening over kunt hebben die er ook toe doet, want u bent sinds kort senator namens de SP in de Eerste Kamer. Waarom heeft u die overstap gemaakt van de rechtbank naar de politiek?

Quik-Schuijt

Ja, kijk. Laten we maar eerlijk zijn, ik werd gevraagd voor die functie. En toen dacht ik … nou … ik was al eigenlijk minder gaan werken omdat mijn dochter gevraagd had of ik op haar kinderen wilde passen. En ik merkte dat, als je niet meer fulltime werkt, je bent niet meer bij alle vergaderingen, je bent niet meer de … ik had altijd toch wel het gevoel dat ik een beetje de spil was, omdat ik degene was die d’r het langste zat

Presentator

U was vice-president ook van die rechtbank?

Quik-Schuijt

Ik was vice-president, ja … En ik merkte dat ik het gewoon minder leuk vond toen ik korter ging werken, maar ik zou dat gedaan hebben tot mijn zeventigste, want dat mag, als niet dit jaar .. de week voor Kerst lag er ineens een brief in de bus, thuis, of ik me eventueel kandidaat wilde stellen. Toen dacht ik, nou dat komt precies op het goede moment.

{…………………………..}

Presentator

Wat hoopt u namens de SP te kunnen bereiken in de Eerste Kamer?

Quik-Schuijt

Ja, ik ben daar wel een beetje eh .. nou laat ik zeggen … bescheiden over. Je kan natuurlijk als Eerste Kamerlid niet zoveel, laten we wel wezen. Wij …

Presentator

U kunt wetten toetsen … en uiteindelijk kunt u wetten tegenhouden !

Quik-Schuijt

We kunnen ze toetsen, we kunnen ze tegenhouden. We kunnen vragen stellen, waardoor we, zoals bij dat gelijkwaardig ouderschap, helder op tafel krijgen van gaat het nou over vijftig/vijftig….., of of gaat ..of mogen we … mag je daar iedere invulling aan geven die ouders zelf willen. Dat kan je doen. Maar dat ik nou werkelijk de jeugdzorg en de … op poten krijg, en de wachtlijsten afgeschaft krijg, dat geloof ik niet hoor.

{…………………………..}

172. Klein groepje moeder- en justitielobbyisten tegen gelijkwaardig ouderschap maakt feitelijk dienst uit in familie- en scheidingsrecht

Een klein groepje machtige, als "moedermaffia" bekend staande feministische juristen en doctorandussen uit het Ministerie van Justitie, rechterlijke macht, kinderbescherming en universitaire wereld houdt het Nederlandse familie- en scheidingsrecht nu al decennia lang in een ijzeren wurggreep gevangen en blokkeert elke ontwikkeling naar een meer gelijkwaardig en gedeeld ouderschap na de scheiding.

Men deinst er daarbij niet voor terug om de Tweede Kamer als wetgever openlijk de les te leren en haar wetgevingsinitiatieven te frustreren en tegen te werken.

Steeds dezelfde namen duiken daarbij op en het groepje blijkt over een uitstekend georganiseerde politieke en juridische lobby te beschikken.

Zo verklaart justitieambtenaar Jeanette Kok van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie in het oktobernummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, spreekbuis van de rechtspraak in het familierecht, over het in uitvoering nemen van het op 12 juni 2007 door de Tweede Kamer aangenomen Wetsvoorstel 30145 op de "Bevordering van het voortgezet ouderschap na scheiding" nu al openlijk:

"Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!"

Haar openlijke oproep aan de rechtspraak tot het terzijde leggen van de wetgeving van de Tweede Kamer wordt daarop door kompanen uit het machtsgroepje zoals de oud-rechter Nanneke Quik-Schuijt in de Eerste Kamer overgenomen om de minister van justitie Hirsch-Ballin tot de uitspraak te dwingen dat het gelijkwaardig ouderschap door de rechterlijke macht niet in uitvoering zal hoeven te worden genomen. (Meer over de activiteiten van Quik-Schuijt op dit vlak in volgende bijdragen.)

Zo maakt dit machtsgroepje in het Nederlandse familie- en scheidingsrecht feitelijk de dienst uit en zet men keer op keer de voltallige gekozen volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer en de minister van justitie met de rug tegen de muur.

Lees het volledige tot dissidentie oproepende editorial van de justitieambtenaar Jeanette Kok in het oktobernummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht of zie voor een digitale weergave hieronder:

Gelijkwaardig ouderschap

Editorial uit het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, Jaargang 2007, nummer 10, oktober 2007

Mevrouw mr. drs. Jeanette Kok - Raadadviseur bij de Directie wetgeving, sector privaatrecht, van het Ministerie van Justitie

Op 12 juni 2007 is het wetsvoorstel bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30145) dat onder meer het ouderschapsplan introduceert en de flitsscheiding afschaft, door de Tweede Kamer aanvaard. Het is de Ministers van Justitie en voor Jeugd en Gezin gelukt om het wetsvoorstel door de Tweede Kamer te loodsen ondanks de kritiek dat een procedure voor een administratieve echtscheiding ter vervanging van de flitsscheiding in het wetsvoorstel ontbreekt. Bij amendement De Wit (nr. 26) is het zogenoemde gelijkwaardig ouderschap na scheiding in de wet vastgelegd. Het is de vraag welke betekenis deze nieuwe norm gaat krijgen.

De Wit heeft in navolging van Luchtenveld (29 676) een amendement ingediend om het gelijkwaardig ouderschap in de wet op te nemen. De norm komt er kort gezegd op neer dat een kind over wie de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, zijn recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders behoudt na ontbinding of beëindiging van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of de samenleving. Het amendement behaalt een krappe meerderheid, de fracties van de SP, GroenLinks, D66, de PvdDieren, de SGP, het CDA en de PW stemmen voor het amendement, de overige fracties tegen.

* Commentaar Vaderkenniscentrum:
I.t.t. wat mv. Kok stelt behaalde Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 in de Tweede Kamer geen krappe, maar juist een zeer ruime en zelfs grondwettelijke, meerderheid van 111 vóórstemmen, dus 74% van de stemmen. (Zie voor nadere toelichting daarop verder hieronder)

Op het eerste gezicht klinkt het amendement sympathiek. Ik ben het met de heer De Wit eens dat een gelijkwaardige uitoefening van het ouderschap de norm zou moeten zijn. Gelijkwaardig ouderschap zou dan wel moeten worden opgevat als: de ene ouder is niet meer gerechtigd dan de andere ouder tot uitoefening van het gezag en daaraan verandert de scheiding als zodanig niets. En in dit laatste punt zit het probleem. In het nieuwe vijfde lid van art. 247 is namelijk bepaald dat ouders bij het maken van afspraken over de kinderen rekening kunnen houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de beëindiging van de relatie, echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel heeft de Minister van Justitie geprobeerd enige duidelijkheid te krijgen over de betekenis van het opnemen van de norm in de wet. De opname van de norm in de wet mag immers niet louter een symbolische functie hebben. In antwoord hierop refereert De Wit aan de uitspraak van de Rechtbank Haarlem (LJN AZ5284) waarin is bepaald dat de man en de vrouw gerechtigd zijn telkens afwisselend één week omgang te hebben met hun twee kinderen in die zin dat de ouders in het kader van de omgangsregeling afwisselend een week bij de kinderen in de echtelijke woning zullen verblijven. De ouders dienen dus iedere week hun spullen te pakken in plaats van de kinderen. Ik hoop dat deze uitspraak, zoals de rechter stelt, in het belang van het kind is en de uitspraak niet leidt tot nieuwe conflicten tussen de ouders. Voortdurende ruzies zijn immers voor kinderen het ergst en het meest schadelijk op de korte en lange termijn.

Het voorbeeld van De Wit doet vermoeden dat hij bedoelt dat gelijkwaardig ouderschap in conflictsituaties co-ouderschap betekent, tenzij er praktische belemmeringen zijn. Dit is ook de uitleg die Van Bommel en Zander hieraan geven. Zij stellen onder meer dat gelijke rechten voor ouders de enig denkbare basis is om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Dit betekent dat zowel de vader als de moeder de plicht en het recht hebben om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Bij gebrek aan enige overeenstemming tussen de ouders kan dat in hun ogen betekenen dat er ook kwantitatief een 50-50% verdeling van de zorg plaatsvindt (Stcrt. 26 oktober 2005).

Uiteraard zijn ouders gelijkwaardig. Dit komt juridisch reeds tot uitdrukking in het uitoefenen van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Indien de nieuwe rechtsnorm echter een meer dwingend karakter zou gaan krijgen, vergroot dit naar mijn mening alleen maar de kans dat het kind in conflictsituaties tot speelbal wordt gemaakt van strijdende ouders.

Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!



(*) Nadere toelichting bij het commentaar van Vaderkenniscentrum:

Mevrouw mr. drs. Jeanette Kok, Raadadviseur bij de Directie Wergeving van het Ministerie van Justitie, neemt het met de aanduiding “krappe meerderheid” hier niet nauw met de waarheid in haar Editorial.

Alleen PvdA en CU hebben tegen het Amendement 26 op Gelijkwaardig Ouderschap bij Wetsvoorstel 30145 gestemd. De VVD heeft haar aanvankelijke nee-stem later gecorrigeerd in een ja-stem en ook aan de Eerste Kamer per missive laten weten geacht te zijn te hebben vóórgestemd (zie hieronder voor de weergave van het document met deze VVD-stemcorrectie op de website van de Eerste Kamer).

Bij de stemming over het Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 werden er dus 39 stemmen geacht te hebben tegengestemd en 111 stemmen geacht te hebben vóórgestemd. 74% van de Tweede Kamerleden hebben daarmee uiteindelijk vóór Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 op het Gelijkwaardig Ouderschap gestemd. Dat kun je met de beste wil van de wereld geen krappe meerderheid noemen zoals Jeanette Kok in haar Editorial doet. Het gaat hier om een zeer ruime, ja zelfs een grondwettelijke, meerderheid.


Stemcorrectie VVD inzake Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30 145:

“De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.”

Bron:
Eerste Kamer; Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30.145)

http://www.eerstekamer.nl/9324000/1/j9vvgh5ihkk7kof/vh6xlx3hg5vq
Zie daar onder de kop “Behandeling in TK”:

-

12 juni 2007
- stemmingsoverzicht (herzien)

Afdeling Inhoudelijke Ondersteuning

stemmingen in de Tweede Kamer

Herzien in verband met stemming amendement 26 (21 juni 2007)


aan: de leden en plv. leden van de vaste commissie voor Justitie
datum: 13 juni 2007


betreffende wetsvoorstel 30145:
Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding)

Artikel I, onderdeel G
(De Wit)

Het is in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders en ook verzorgd wordt door beide ouders. In het wetsvoorstel worden twee normen ontwikkeld; de ene ouder is verplicht de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te bevorderen, de ouder zonder gezag heeft ook de plicht omgang te hebben met zijn kind. Het wetsvoorstel is hierin niet duidelijk genoeg.

Gelijke rechten en plichten voor beide ouders is de basis om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Beide ouders hebben het recht en de plicht om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Ouderschap is uitsluitend gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. De continuering van de opvoedingsrelatie tussen kind en beide ouders is in het belang van het kind. Gelijkwaardig ouderschap en een opvoedingsplicht dienen ook na een echtscheiding, een geregistreerd partnerschap of een periode van samenleven centraal te blijven staan.

Om expliciet duidelijk te maken dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen.

Aangenomen. Voor: SP, GroenLinks, D66, PvdD, SGP, CDA en de PVV


De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.



zondag, december 09, 2007

171. Justitieambtenaar Jeanette Kok ontraadt in familierechttijdschrift rechters uitvoering van "gelijkwaardig ouderschap" in de rechtspraktijk

Mv. mr. drs. Jeanette Kok, ambtenaar aan het Ministerie van Justitie, Directie Wetgeving, verklaart in het editorial van het oktober-2007-nummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, spreekbuis voor de rechtspraktijk in het familierecht, over het in uitvoering nemen van de rechtsnorm van het "gelijkwaardig ouderschap" na scheiding, zoals die werd opgenomen in het op 12 juni 2007 in de Tweede Kamer aangenomen Wetsvoorstel 30145 op de "Bevordering van het voortgezet ouderschap na scheiding" het volgende:

"Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!"

Lees hieronder dit editorial waarin welbeschouwd de rechtspraktijk opgeroepen wordt om nieuwe wetgeving te negeren.


Gelijkwaardig ouderschap
Editorial uit het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, Jaargang 2007, nummer 10, oktober 2007

Door mv. mr. drs. Jeanette Kok - Raadadviseur, Directie wetgeving, sector privaatrecht, Ministerie van Justitie

Op 12 juni 2007 is het wetsvoorstel bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30145) dat onder meer het ouderschapsplan introduceert en de flitsscheiding afschaft, door de Tweede Kamer aanvaard. Het is de Ministers van Justitie en voor Jeugd en Gezin gelukt om het wetsvoorstel door de Tweede Kamer te loodsen ondanks de kritiek dat een procedure voor een administratieve echtscheiding ter vervanging van de flitsscheiding in het wetsvoorstel ontbreekt. Bij amendement De Wit (nr. 26) is het zogenoemde gelijkwaardig ouderschap na scheiding in de wet vastgelegd. Het is de vraag welke betekenis deze nieuwe norm gaat krijgen.

De Wit heeft in navolging van Luchtenveld (29 676) een amendement ingediend om het gelijkwaardig ouderschap in de wet op te nemen. De norm komt er kort gezegd op neer dat een kind over wie de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, zijn recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders behoudt na ontbinding of beëindiging van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of de samenleving. Het amendement behaalt een krappe meerderheid, de fracties van de SP, GroenLinks, D66, de PvdDieren, de SGP, het CDA en de PW stemmen voor het amendement, de overige fracties tegen.

* Commentaar Vaderkenniscentrum:
I.t.t. wat mv. Kok stelt behaalde Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 in de Tweede Kamer geen krappe, maar juist een zeer ruime en zelfs grondwettelijke, meerderheid van 111 vóórstemmen, dus 74% van de stemmen. (Zie voor nadere toelichting daarop verder hieronder)

Op het eerste gezicht klinkt het amendement sympathiek. Ik ben het met de heer De Wit eens dat een gelijkwaardige uitoefening van het ouderschap de norm zou moeten zijn. Gelijkwaardig ouderschap zou dan wel moeten worden opgevat als: de ene ouder is niet meer gerechtigd dan de andere ouder tot uitoefening van het gezag en daaraan verandert de scheiding als zodanig niets. En in dit laatste punt zit het probleem. In het nieuwe vijfde lid van art. 247 is namelijk bepaald dat ouders bij het maken van afspraken over de kinderen rekening kunnen houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de beëindiging van de relatie, echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel heeft de Minister van Justitie geprobeerd enige duidelijkheid te krijgen over de betekenis van het opnemen van de norm in de wet. De opname van de norm in de wet mag immers niet louter een symbolische functie hebben. In antwoord hierop refereert De Wit aan de uitspraak van de Rechtbank Haarlem (LJN AZ5284) waarin is bepaald dat de man en de vrouw gerechtigd zijn telkens afwisselend één week omgang te hebben met hun twee kinderen in die zin dat de ouders in het kader van de omgangsregeling afwisselend een week bij de kinderen in de echtelijke woning zullen verblijven. De ouders dienen dus iedere week hun spullen te pakken in plaats van de kinderen. Ik hoop dat deze uitspraak, zoals de rechter stelt, in het belang van het kind is en de uitspraak niet leidt tot nieuwe conflicten tussen de ouders. Voortdurende ruzies zijn immers voor kinderen het ergst en het meest schadelijk op de korte en lange termijn.

Het voorbeeld van De Wit doet vermoeden dat hij bedoelt dat gelijkwaardig ouderschap in conflictsituaties co-ouderschap betekent, tenzij er praktische belemmeringen zijn. Dit is ook de uitleg die Van Bommel en Zander hieraan geven. Zij stellen onder meer dat gelijke rechten voor ouders de enig denkbare basis is om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Dit betekent dat zowel de vader als de moeder de plicht en het recht hebben om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Bij gebrek aan enige overeenstemming tussen de ouders kan dat in hun ogen betekenen dat er ook kwantitatief een 50-50% verdeling van de zorg plaatsvindt (Stcrt. 26 oktober 2005).

Uiteraard zijn ouders gelijkwaardig. Dit komt juridisch reeds tot uitdrukking in het uitoefenen van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Indien de nieuwe rechtsnorm echter een meer dwingend karakter zou gaan krijgen, vergroot dit naar mijn mening alleen maar de kans dat het kind in conflictsituaties tot speelbal wordt gemaakt van strijdende ouders.

Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!


Voor een reactie op dit editorial van de zijde van het Tweede Kamerlid mr. Jan de Wit, indiener van het bij wetsvoorstel 30145 aangenomen amendement op de invoering van de rechtsnorm op het gelijkwaardig ouderschap, zie:

Voor meer informatie zie verder ook:

  1. Breaking news 12 juni 2007 - Tweede Kamer kiest voor gelijkwaardig ouderschap na scheiding
  2. Eindversie van het in de Tweede Kamer aangenomen Wetsvoorstel 30145 zoals dat naar de Eerste Kamer is gestuurd
  3. Ook VVD stemde op 12 juni 2007 vóór gelijkwaardig ouderschap


Commentaar bij het Editorial van Jeanette Kok door het Vaderkenniscentrum:

Mevrouw mr. drs. Jeanette Kok, Raadadviseur aan de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie, neemt het met de aanduiding “krappe meerderheid” hier niet nauw met de waarheid in haar Editorial.

Alleen PvdA en CU hebben tegen het Amendement 26 op Gelijkwaardig Ouderschap bij Wetsvoorstel 30145 gestemd. De VVD heeft haar aanvankelijke nee-stem later gecorrigeerd in een ja-stem en ook aan de Eerste Kamer per missive laten weten geacht te zijn te hebben vóórgestemd (zie hieronder voor de weergave van het document met deze VVD-stemcorrectie op de website van de Eerste Kamer).

Bij de stemming over het Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 werden er dus 39 stemmen geacht te hebben tegengestemd en 111 stemmen geacht te hebben vóórgestemd. 74% van de Tweede Kamerleden hebben daarmee uiteindelijk vóór Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 op het Gelijkwaardig Ouderschap gestemd. Dat kun je met de beste wil van de wereld geen krappe meerderheid noemen zoals Jeanette Kok in haar Editorial doet. Het gaat hier om een zeer ruime, ja zelfs een grondwettelijke, meerderheid.


Stemcorrectie VVD inzake Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30 145:

“De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.”

Bron: Eerste Kamer; Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30.145)
http://www.eerstekamer.nl/9324000/1/j9vvgh5ihkk7kof/vh6xlx3hg5vq

Zie daar onder de kop “Behandeling in TK”:

- 12 juni 2007
- stemmingsoverzicht (herzien)

Afdeling Inhoudelijke Ondersteuning

stemmingen in de Tweede Kamer

Herzien in verband met stemming amendement 26 (21 juni 2007)


aan: de leden en plv. leden van de vaste commissie voor Justitie
datum: 13 juni 2007

betreffende wetsvoorstel 30145:
Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding)

Artikel I, onderdeel G
(De Wit)

Het is in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders en ook verzorgd wordt door beide ouders. In het wetsvoorstel worden twee normen ontwikkeld; de ene ouder is verplicht de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te bevorderen, de ouder zonder gezag heeft ook de plicht omgang te hebben met zijn kind. Het wetsvoorstel is hierin niet duidelijk genoeg.

Gelijke rechten en plichten voor beide ouders is de basis om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Beide ouders hebben het recht en de plicht om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Ouderschap is uitsluitend gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. De continuering van de opvoedingsrelatie tussen kind en beide ouders is in het belang van het kind. Gelijkwaardig ouderschap en een opvoedingsplicht dienen ook na een echtscheiding, een geregistreerd partnerschap of een periode van samenleven centraal te blijven staan.

Om expliciet duidelijk te maken dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen.

Aangenomen. Voor: SP, GroenLinks, D66, PvdD, SGP, CDA en de PVV

De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.