Posts tonen met het label Gedeeld ouderschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedeeld ouderschap. Alle posts tonen

dinsdag, mei 21, 2013

575. Spanje voert co-ouderschap in als uitgangspunt voor regeling van ouderschap na (echt)scheiding

Spaans ministerie van Justitie verplicht zich om komende maand juni met nationaal wetsvoorstel voor gedeeld en gezamenlijk ouderschap (co-ouderschap) in het Spaanse familierecht te komen

Bron: Europapress, Spanje, Sociale politiek, Vertaald uit het Spaans door Peter Tromp, 21 mei 2013

MADRID, 21 mei. (IRIN) - Het Spaanse ministerie van Justitie heeft zich verplicht tot uitwerking van nationale Spaanse wetgeving voor gedeeld en gezamenlijk ouderschap (co-ouderschap) in het Spaanse familierecht, verklaarde Juan Carlos Ruiz, woordvoerder van de regioraad van Murcia, na afloop van de vergadering van dinsdag van de Parlementaire Groep met de nationale staatssecretaris van Justitie, Fernando Román.

Tijdens deze bijeenkomst, die plaatsvond op het Spaanse ministerie van Justitie tussen de regionale parlementaire woordvoerders en de nationale staatssecretaris, heeft Ruiz de tekst gepresenteerd van de regionale wet die op 12 februari 2013 in de Regionale Vergadering van Murcia werd aangenomen, welke stelt dat gedeeld en gezamenlijk ouderschap als de gewenste optie geldt voor rechters bij hun beslissingen over het verblijf van en de zorg over de kinderen in het geval van scheiding van de ouders.

In deze zin, herinnerde Ruiz eraan dat de nationale regering van Spanje zich heeft verplicht om in de komende maand juni met een enkel nationaal wetsvoorstel te komen om het burgerlijk wetboek in dit opzicht te wijzigen. Momenteel wordt co-ouderschap in de Spaanse nationale wetgeving slechts verleend indien beide partijen daarmee instemmen of wanneer de verzoekende ouder een ondertekende verklaring van de officier van justitie kan overleggen.

Na de vergadering, betitelde Ruiz de betoonde ontvankelijkheid van de nationale staatssecretaris voor de voorstellen van de parlementaire fractie als "zeer positief", en sprak de verwachting uit dat de tekst die in de regionale kamer van Murcia werd vastgesteld nu door de nationale staatssecretaris zal worden verwerkt en opgenomen in de laatste voorstellen voor de nieuwe nationale wetgeving.

Ruiz herinnerde eraan dat het doel van de in de regio Murcia ontwikkelde norm is het "waarborgen van het recht van kinderen om op te groeien bij, en te worden opgevoed door, beide ouders, ook als er sprake is van een (echt)scheiding tussen de echtgenoten, en het opheffen van de discriminatie tussen de ouders en het erkennen van het gelijke recht van beide ouders om de eigen kinderen op te voeden en van de eigen kinderen te genieten."

Volgens de gegevens die Ruiz verstrekte, wordt momenteel in 97 procent van de gevallen van (echt)scheiding het verblijf van, en de zorg over, de kinderen aan de moeder toegewezen. “Dit discrimineert ouders niet alleen onterecht, maar vormt ook een extra complicatie voor vrouwen bij het combineren van werk en gezin", concludeerde hij.



zondag, mei 06, 2012

541. Gedeeld ouderschap na scheiding: Analyse van het beschikbare onderzoek naar verblijfsco-ouderschap (Linda Nielsen, 2011)

Shared Parenting After Divorce: A Review of Shared Residential Parenting Research
Source: Linda Nielsen - Journal of Divorce & Remarriage - Volume 52, Issue 8 - pages 586-609 - Available online: 18 Nov 2011
Gedeeld ouderschap na scheiding: Een analyse en beoordeling van het beschikbare onderzoek naar gedeeld verblijfsco-ouderschap
Bron: Linda Nielsen - Tijdschrift voor Echtscheiding & Hertrouwen - Volume 52, Nummer 8 - Pagina's 586-609 - beschikbaar online: 18 november 2011

ABSTRACT
One of the most complex and compelling issues confronting policymakers, parents, and the family court system is what type of parenting plan is most beneficial for children after their parents' divorce. How much time should children live with each parent? An increasing number of children are living with each parent at least 35% of the time in shared residential parenting families: How are these children and their parents faring? In what ways, if any, do divorced parents who share the residential parenting differ from parents whose children live almost exclusively with their mother? How stable are shared residential parenting plans? By reviewing the existing studies on shared parenting families, these questions are addressed.

GENERAL CONCLUSIONS BY LINDA NIELSEN
Given the growing popularity of shared residential parenting, policymakers and professionals who work in family court, as well as parents, should find the research compelling. As demonstrated in this review, overall these studies have reached four general conclusions.
  1. First and foremost, most of these children fare as well or better than those in maternal residence—especially in terms of the quality and endurance of their relationships with their fathers.
  2. Second, parents do not have to be exceptionally cooperative, without conflict, wealthy, and well educated, or mutually enthusiastic about sharing the residential parenting for the children to benefit.>
  3. Third, young adults who have lived in these families say this arrangement was in their best interest—in contrast to those who lived with their mothers after their parents’ divorce.
  4. And fourth, our country, like most other industrialized countries, is undergoing a shift in custody laws, public opinion, and parents’ decisions—a shift toward more shared residential parenting.
With the research serving to inform us, we can work together more effectively and more knowledgeably to enhance the well-being of children whose parents are no longer living together.

zondag, maart 16, 2008

182. Gedeeld ouderschap na scheiding beste optie voor kinderen

Auteur: Drs. Peter A.N.Tromp, Vaderkenniscentrum, februari 2008

Als we kijken naar wat het beschikbare wetenschappelijk onderzoek zegt over het werkelijke belang van het kind dan komt daaruit een geheel ander beeld naar voren, dan wat nu in Nederlandse familierechtbanken doorgaat voor het "belang van het kind" als argument voor een standaardpraktijk van beschikkingen die scheidingskinderen veroordelen tot eenouderlijke zorg door in hoofdzaak alleen hun moeders.

Vergelijken we de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien in een vorm van co-ouderschap of gedeeld ouderschap, met geregeld contact met en zorg van hun beide ouders, met de uitkomsten voor kinderen die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts één der ouders, meestal de moeder, dan doen de kinderen die in co-ouderschap of gedeeld ouderschap opgroeien het veel beter.

Betere uitkomsten voor kinderen
En die betere uitkomsten voor kinderen werden ook gemeten wanneer daarbij gecontroleerd werd op reeds voor de scheiding bestaande conflicten tussen de ouders als zelfselecterende factor voor co-ouderschap of gedeeld ouderschap. Uit een meta-analyse op 33 onderliggende scheidingsonderzoeken concludeerde Bauserman (American Psychological Association, 2002), dat kinderen die opgroeien in een vorm van co-ouderschap met frequent contact met en zorg van beide ouders, minder gedrags- en emotionele problemen hadden, een hoger gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen hadden, beter relaties konden opbouwen en behouden, zowel binnen het gezin als daarbuiten en beter op school presteerden, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg waren opgegroeid.

Het verging de kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap daarbij zoveel beter dan de kinderen die onder eenouderlijke zorg bij één van de ouders opgroeiden, dat gelijkwaardig of gedeeld ouderschap na scheiding verreweg “second best” bleek voor kinderen en voor hen de ideale situatie van een intact gebleven gezin nog het meest benaderde.

Uit een reeks van andere onderzoeken blijkt verder dat kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap bij beide ouders zich beter ontwikkelen, tevredener zijn, beter aangepast zijn en meer zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde hebben in vergelijking met kinderen die na een scheiding opgroeien onder eenouderlijke zorg van één der ouders (Nunan, 1980; Cowan, 1983; Pojman, 1982; Livingston, 1983; Noonan, 1984; Shiller, 1984, 1986; Handley, 1985; Wolchik, 1985; Bredfield, 1985; Öberg & Öberg, 1987).

Uit een Harvard studie op 517 scheidingsfamilies over een periode van ruim 4 jaar bleken kinderen die na de scheiding opgroeiden onder gedeeld ouderschap minder depressief, minder gedragsafwijkend, en behaalden zij betere schoolresultaten dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg opgroeiden. (Buchanan, Maccoby, Dornbusch, 1996.)

En ook jongens die onder gedeeld ouderschap of co-ouderschap opgroeien, blijken minder emotionele problemen te hebben dan jongens die na de scheiding opgroeien onder de eenouderlijke zorg van één van de beide ouders (Pojman 1982; Shiler 1986).

Vanuit een oogpunt van het belang van het kind bezien is de huidige praktijk van eenouderlijke zorg in het Nederlandse familierecht daarom dan ook volstrekt onbegrijpelijk.

Onderzoek wijst uit dat het veel minder goed gaat met kinderen die na de scheiding vaderloos opgroeien onder de eenouderlijke zorg van slechts een der ouders, meestal de moeder. Kinderen die vaderloos opgroeien in eenoudergezinnen hebben meer depressieklachten, gebruiken eerder drugs en alcohol, krijgen meer ongelukken en plegen vaker zelfmoord dan kinderen die opgroeien met de zorg en betrokkenheid van beide ouders. (Zweeds bevolkingsonderzoek naar de gevolgen van eenoudergezinnen voor kinderen, Ringbäck Weitoft, Hjern, Haglund, Rosén, 2003).

Opgroeiende kinderen (0-12) in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer risico om in armoede te leven, lopen meer risico op fysiek, emotioneel en seksueel misbruik, lopen eerder van huis weg, lopen meer risico op gezondheidsklachten en hebben meer problemen op school en in de omgang met anderen.

Opgroeiende tieners in vaderloze eenoudergezinnen lopen meer kans op tienerzwangerschap, in de criminaliteit te belanden, te roken, alcohol en drugs te gebruiken, te spijbelen, geschorst te worden, op jonge leeftijd school te verlaten en aanpassingsproblemen te hebben.

En opgroeiende jong-volwassenen in vaderloze eenoudergezinnen hebben meer moeite opleidingen af te maken, werk te vinden, hebben vaker een laag inkomen en een uitkering, lopen meer risico dak- en thuisloos te raken, lopen meer risico in de criminaliteit te belanden, hebben eerder chronisch emotionele en psychische problemen, ontwikkelen vaker gezondheidsklachten, gaan sneller relaties aan waar ze ook sneller mee gaan samenwonen, en gaan eerder scheiden en hebben vaker buitenechtelijke kinderen. (Meta-studie “Experiments in living, The fatherless family, Civitas, O'Neill, 2002).

En sinds kort is er nu ook een samenhang vastgesteld tussen het opgroeien in vaderloze eenoudergezinnen en de prevalentie van ADHD bij kinderen (Strohschein, 2007).

Minder conflicten
Bovendien bleek uit de meta-studie van Bauserman (American Psychological Association APA, 2002) dat in tegenstelling tot wat vaak over co-ouderschap of gedeeld ouderschap beweerd wordt, het aantal conflicten tussen de ouders juist sterk verminderde in vergelijking met het aantal conflicten in situaties van eenouderlijke zorg. Beter voor de kinderen dus. Britse tienermeiden die opgroeien onder eenouderlijke zorg geven immers aan zich gestresst en overbelast te voelen door de scheidingsproblemen van hun ouders, vooral door het beroep dat op hen gedaan wordt door de verzorgende ouder, in 90% van de gevallen de moeder, voor steun in de met de andere ouder na de scheiding gevoerde strijd over de kinderen. (Bliss Survey, 2005: Girls take strain of parents' split)

Overigens hebben niet alleen de ouders minder onderlinge conflicten bij gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na scheiding zo blijkt uit het onderzoek. Ook kinderen die na de scheiding opgroeien onder gedeeld ouderschap blijken minder conflicten met hun ouders te hebben, dan kinderen die na de scheiding onder eenouderlijke zorg bij één ouder opgroeien (Karp, 1982).

Kinderen willen het zelf het liefste
Door tegenstanders van gelijkwaardig ouderschap wordt verder wel beweert dat degenen die gelijkwaardig ouderschap bepleiten alleen aan het eigenbelang van de ouders denken en niet aan dat van de kinderen. Uit onderzoeken waarin de kinderen zelf gevraagd is, waaraan zij nu de voorkeur geven, blijkt echter dat kinderen zelf verre de voorkeur geven aan gedeeld en gelijkwaardig ouderschap en zorg van beide ouders na de scheiding (Smart c.s., 2000; Fabricius, 2003). Kinderen willen zelf niets liever dan hun beide ouders na een scheiding behouden. Ook blijken kinderen die opgroeien onder gedeeld ouderschap veel tevredener dan kinderen die opgroeien onder eenouderlijke zorg, waarbij zij de voordelen van het hebben van een nauwe band met hun beide ouders zelf als belangrijk benoemen (Kelly, 1993).

Minder loyaliteitsconflicten
Door pseudo-deskundigen (Groenhuijsen) wordt vaak de verder niet onderbouwde veronderstelling opgeworpen dat kinderen die onder de gedeelde zorg van hun beide ouders opgroeien geen eigen thuis (ontneem kinderen niet hun thuis wordt er dan geroepen) overhouden, voortdurend onderweg zijn en bij het opgroeien voortdurend blootgesteld zouden worden aan loyaliteitsconflicten. Het onderzoek spreekt echter ook hier weer geheel andere taal over het werkelijke belang van het kind (Steinman, 1981, Luepnitz, 1986, Shiller, 1986, Coller, 1988, Tornstam, 2000).

Kortom bezien vanuit het werkelijke belang van opgroeiende kinderen na de scheiding dringt zich maar een conclusie op: Het gedeeld of gelijkwaardig ouderschap na de scheiding zou verre de voorkeur dienen te verkrijgen boven de huidige praktijk van eenouderlijke zorg. Als we werkelijk om kinderen geven en werkelijk in hun belang zouden handelen is gedeeld gelijkwaardig ouderschap met behoud van de nauwe betrokkenheid met beide ouders in het leven van kinderen de enig aangewezen weg.

Minder scheidingen
Daar komt bovendien nog bij dat hoe meer gedeelde zorg en gelijkwaardig ouderschap wordt ingevoerd en toegewezen en verkozen boven eenouderlijke zorg na scheiding, hoe minder ouders nog geneigd blijken om te gaan scheiden Gelijkwaardig en gedeeld ouderschap helpt dus ook direct mee om intacte gezinnen - nog steeds de meest ideale opgroeiplaats voor kinderen – juist beter en langer in stand te houden. (Brinig, Allen, 2000)