Deze website is gericht op wetgeving en rechtspraak (jurisprudentie) rond gedeeld ouderschap voor èn na (echt)scheiding. Kinderen hebben recht op beide ouders, ook na scheiding. Index. Graag toezending van rechterlijke uitspraken aan de redactie.
Scheiden heeft ingrijpende gevolgen, ook op financieel gebied. Het Nibud heeft de nieuwste informatie, rekentabellen en regels voor u op een rij gezet in de Geldwijzer Alimentatie & Co-ouderschap.
Alle nieuwe regelingen zijn in dit boekje verwerkt. Ook als de echtscheiding alweer enige tijd geleden is uitgesproken, kan deze informatie zeker nuttig voor u zijn. Nu voor €14,95 in de Nibud-webwinkel
Wat is er veranderd?
Voor het berekenen van kinderalimentatie gelden met ingang van 1 april nieuwe richtlijnen. De voornaamste verandering is de invoering van een draagkrachttabel waarmee vastgesteld kan worden hoeveel ouders na een scheiding kunnen bijdragen aan de kosten van de kinderen. Nieuw is ook dat ouders met een omgangsregeling minder alimentatie betalen naarmate ze meer voor hun kinderen zorgen. Lees meer over de nieuwe regels
Een eigen huis...
Om gericht een nieuwe woning te kunnen zoeken, is het slim als u van tevoren weet welk deel van uw inkomen u kunt of wilt besteden aan wonen. Kijk daarom eerst naar uw inkomsten en uitgaven en schat vervolgens in wat er in de nieuwe situatie aan uw uitgaven zal veranderen.
Met een koopwoning kunt u vermogen opbouwen. Maar kopen is niet automatisch de beste keus. In 2013 is er veel veranderd in de regelgeving op het gebied van de woningmarkt. Kopen of huren?
Weer grip op uw geld
Na een scheiding verandert uw financiële situatie. Een goed moment om uw geldzaken op een rij ze zetten, met het gratis online Persoonlijk Budgetadvies van het Nibud. Waar geeft u relatief veel aan uit? Wat is er veranderd in uw inkomsten en waar heeft u ruimte om uw uitgaven aan te passen? Wilt u sparen, maar weet u niet hoeveel u precies kunt missen? Deze tool geeft u weer grip op uw geldzaken! Start het Persoonlijk Budgetadvies
Een nieuwe start
Maak een nieuwe start met uw geldzaken met het Nibud Grippakket! Met de de Nibud-tabbladenset en kasboek om met uw administratie aan de slag te gaan. Om te besparen: 'De beste bespaartips' en 'Meer met je geld' om bewust te kiezen waar u uw geld aan uitgeeft. Samen van 41,35 voor 35 euro!
Alimentatie Rekentool
De alimentatiebedragen worden jaarlijks met een percentage aangepast. Op Nibud.nl vindt u de percentages van de afgelopen jaren én een handige rekentool om het nieuwe bedrag uit te rekenen. Rekentool Alimentatie
UITNODIGING LEUVENSE WORKSHOP: GEDEELD OUDERSCHAP NA SCHEIDING
Inzichten uit het onderzoek ‘Scheiding in Vlaanderen’ en beleidssuggesties van ervaringsdeskundigen
Plaats en tijd: België, Leuven, woensdag 20 maart 2013, KU Leuven, 16u ‐ 19u Aanmelding/inschrijving: Vòòr 31 januari 2013 op tel. +32/(0)16/23 65 07 of Trefpunt.Zelfhulp@soc.kuleuven.be
Doelstelllingen
Zelfhulpgroepen informeren over en laten reageren op recente wetenschappelijke inzichten over gedeeld ouderschap na scheiding.
De gepresenteerde onderzoeksresultaten zijn afkomstig van de studie ‘Scheiding in Vlaanderen’. In de workshop wordt de nadruk gelegd op vier perspectieven: dat van het kind, de ouders, de grootouders en de nieuwe partners. Thema’s die onder andere behandeld zullen worden: Wat zijn de voorwaarden voor goed co‐ouderschap? Hoe beïnvloedt gedeeld ouderschap het welbevinden en de schoolloopbanen van kinderen? Wat is de invloed van de verblijfsregeling op het sociaal leven van ouders?
Ervaringsdeskundigen en onderzoekers laten debatteren over beleidsaanbevelingen en ‐ suggesties.
In debatgroepen per perspectief krijgen onderzoekers en ervaringsdeskundigen die zelf een echtscheiding doormaakten en zich als lotgenoten engageren rond dit thema, de kans om beleidsaanbevelingen te formuleren.
Programma
16u00 - Onthaal met verwenkoffie en broodjes 16u15 - Inleiding door prof. Dr. K. Matthijs 16u20 - Gedeeld ouderschap na scheiding vanuit vier perspectieven: het kind, de ouders, de grootouders en de nieuwe partners
Drie onderzoekers presenteren resultaten van het onderzoek Scheiding in Vlaanderen 17u00 - Debat in vier groepen
Deelnemers debatteren in groep over elk van de vier perspectieven.
Na een halfuur schuift de groep door naar het volgende perspectief. 18u40 - Samenvatting van de aanbevelingen 19u00 - Einde
Scheidingskinderen in een co-ouderschapsregeling zitten beter in hun vel en halen hogere schoolcijfers dan scheidingskinderen in een eenoudergezin bij moeder of in een stiefgezin met de nieuwe vriend van moeder.
Uit het onderzoek 'Scholieren en gezinnen 2006-2011" van de Universiteit Utrecht onder 5300 schoolkinderen, blijkt dat kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, beter in hun vel zitten en hogere cijfers halen op school, dan kinderen die na een scheiding in een eenoudergezin bij moeder wonen of in een stiefgezin bij moeder met een nieuwe vriend (stiefvader). Het afgelopen decennium steeg het percentage co-ouderschapsregelingen na scheiding van 5% naar 20%. En van de huidige basisschoolleerlingen met gescheiden ouders (gemiddeld 6 per klas) pendelt bijna een kwart tussen vader en moeder. Sommige kinderen wonen om de week bij een van de ouders, anderen vier dagen bij de één en drie bij de ander. Deze kinderen doen het echter beter dan kinderen in stiefgezinnen of eenoudergezinnen, omdat co-ouders minder ruzie blijken te maken dan andere ex-partners. Kinderen hebben daardoor minder last van de scheiding.
Kinderen uit intacte gezinnen hebben betere schoolprestaties Universiteit Utrecht - Sociale Wetenschappen - 31.10.2012
Kinderen van wie de ouders bij elkaar zijn, hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Van gezinnen die niet intact zijn, presteren de kinderen uit co-oudergezinnen op school het best. De minst goede schoolprestaties zijn opgetekend bij kinderen uit eenoudergezinnen. Dat schrijven scheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht en filosofe Corrie Haverkort in hun boek ‘Kinderen uit nieuwe gezinnen’.
In het boek wordt gebruik gemaakt van statistische gegevens van Spruijts onderzoek ‘Scholieren en Gezinnen 2011’. Gedurende vijf jaar (van 2006 tot 2011) namen in totaal 5300 scholieren uit de groepen 7 en 8 van de basisschool en de klassen 1, 2 en 3 voor het voortgezet onderwijs mee aan dit onderzoek.
Welbevinden
Het onderzoek toont aan dat in een gemiddelde Nederlandse klas van 30 leerlingen, minstens 6 kinderen zitten die opgroeien in zogenoemde nieuwe gezinnen. Zulke nieuwe gezinnen zijn bijvoorbeeld co-oudergezinnen, stiefgezinnen, eenoudergezinnen en verweduwde gezinnen. Niet alleen de schoolprestaties van kinderen uit deze nieuwe gezinnen blijven achter, ook het welbevinden ligt bij hen lager dan bij kinderen uit intacte gezinnen.
Stiefvader
Van alle nieuwe gezinnen komt volgens Spruijt het stiefvadergezin het meest voor in Nederland, een gezinsvorm waarbij het kind woont bij de biologische moeder en haar nieuwe partner. Die stiefvader in het gezin heeft een flinke invloed op het welbevinden van het kind, zo blijkt uit de cijfers in het boek. Spruijt: “Moeders zijn zoals verwacht in elk gezinstype het allerbelangrijkst: voor het welbevinden van het kind in een stiefvadergezin is een goede band tussen moeder en kind ook van het grootste belang. Maar de stiefvader blijkt in dergelijke situaties op plaats twee te komen, nog voor de uitwonende biologische vader.”
Stiefvader en stiefkind kunnen dus een sterke band opbouwen. Tegelijkertijd blijkt dat bloedbanden geen garantie zijn voor goede verhoudingen tussen kind en ouder: ook bloedbanden moeten worden opgebouwd en onderhouden.
Laagopgeleiden scheiden vaker
Spruijt merkt ook op dat er tegenwoordig onder laagopgeleiden relatief meer gescheiden wordt dan onder hoogopgeleiden. Hoe hoger de opleiding, hoe minder er wordt gescheiden. “Dat is een trend van de laatste jaren. Scheiden zou een dalend cultuurgoed kunnen worden genoemd: het gebeurde aanvankelijk vooral in de hogere sociale klassen, tegenwoordig meer in de lagere.” Dat hoger opgeleiden minder scheiden kan komen doordat ze beter communiceren, conflicten flexibeler kunnen oplossen en meer ruimte en geld hebben om zich individueel te ontplooien. Bovendien weten ze meer over de nadelige gevolgen van een scheiding voor hun kinderen.
Dit onderzoek sluit nauw aan bij een van de vier onderzoeksthema’s van de Universiteit Utrecht: Jeugd en identiteit.
Boek en congres
Het boek van Ed Spruijt en Corrie Haverkort verschijnt 31 oktober bij uitgeverij LannooCampus. Zes dagen na het verschijnen van het boek, op 6 november, vindt er een congres plaats dat ‘kinderen uit scheidingsgezinnen’ als onderwerp heeft.
Co-ouders doen het goed BNR.NL - Door Anne-Greet Haars - 31 october 2012
Kinderen die na een scheiding te maken krijgen met co-ouderschap zitten lekkerder in hun vel dan kinderen die bij één van de ouders wonen.
Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. De uitkomsten staan in het boek 'Kinderen uit nieuwe gezinnen' dat vandaag uitkomt.
Ook halen deze kinderen hogere cijfers op school dan de kinderen die na een scheiding bij één van de ouders wonen of in een stiefgezin.
Minder ruzie
Scheidingsonderzoeker en schrijver van het boek, Ed Spruijt, zegt dat deze kinderen beter in hun vel zitten omdat Nederlandse co-ouders veel minder ruzie maken. "Dat is de belangrijkste risicofactor voor scheidingskinderen: hoe meer ruzie de ouders maken, hoe slechter het met de kinderen gaat."
Oplossen
Kinderen die in een 'normaal' gezin wonen hebben er ook baat bij als ouders tevreden zijn, vertelt Spruijt. "Een meningsverschil is niet zo erg, en als een ruzie weer wordt opgelost, dan is het ook niet erg. Maar kenmerkend voor de probleemgezinnen is dat de ruzie jarenlang duurt en niet worden opgelost: daar hebben kinderen veel last van."
Stiefgezinnen
Uit het onderzoek blijkt ook dat er meer stiefgezinnen zijn dan dat er in het bevolkingsregister staat. "Het bevolkingsregister loopt altijd achter, omdat het niet meteen wordt doorgegeven. Bovendien hebben bijvoorbeeld vaders vaak twee adressen: ze wonen al lang met een ander gezin ergens anders samen, terwijl ze nog op hun oude adres staan ingeschreven."
Betere schoolprestaties voor kinderen uit intacte gezinnen
België - Goed Gevoel - Scheiden - 31/10/12
Kinderen van wie de ouders bij elkaar zijn, hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Van gezinnen die niet intact zijn, presteren de kinderen uit co-oudergezinnen op school het best. De minst goede schoolprestaties worden opgetekend bij kinderen uit eenoudergezinnen. Dat schrijven scheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht en filosofe Corrie Haverkort in hun boek "Kinderen uit nieuwe gezinnen".
In het boek wordt gebruikgemaakt van statistische gegevens van Spruijts onderzoek "Scholieren en Gezinnen 2011". Gedurende vijf jaar (van 2006 tot 2011) deden 5.300 scholieren uit het basis- en secundair onderwijs mee aan dit onderzoek. Het onderzoek toont aan dat in een gemiddelde Nederlandse klas van 30 leerlingen minstens zes kinderen zitten die opgroeien in zogenoemde nieuwe gezinnen. Niet alleen de schoolprestaties van kinderen uit deze gezinnen blijven achter, ook het welzijn ligt bij hen lager dan bij kinderen uit intacte gezinnen.
Van alle nieuwe gezinnen komt volgens Spruijt het stiefvadergezin het meest voor in Nederland, een gezinsvorm waarbij het kind woont bij de biologische moeder en haar nieuwe partner. Moeders zijn in elk gezinstype het allerbelangrijkst voor het welbevinden van het kind. Maar de stiefvader blijkt op plaats twee te komen, nog voor de uitwonende biologische vader.
Spruijt merkt ook op dat er tegenwoordig onder laagopgeleiden relatief meer gescheiden wordt dan onder hoogopgeleiden. Dat kan komen doordat hoger opgeleiden beter communiceren, conflicten flexibeler kunnen oplossen en meer ruimte en geld hebben om zich individueel te ontplooien. Bovendien weten ze meer over de nadelige gevolgen van een scheiding voor hun kinderen.
Co-ouders ruziën minder dan andere gescheiden ouders TROUW - Nederland - Marijke de Vries − 31/10/12
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, zitten lekkerder in hun vel en halen hogere cijfers op school dan kinderen die na een scheiding bij één van de ouders wonen of in een stiefgezin. Meer lezen
Bij co-ouders komt minder ruzie voor Volkskrant - Binnenland - ANP - 31/10/12
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij hun vader of moeder wonen, zitten lekkerder in hun vel en halen hogere cijfers op school dan kinderen die na een scheiding bij een van de ouders wonen of in een stiefgezin. Meer lezen
Co-ouders doen het goed Nederlands Dagblad - Gratis Nieuws - 31-10-2012
Kinderen van gescheiden ouders die afwisselend bij vader en moeder wonen, zitten beter in hun vel en presteren beter op school dan kinderen die na een scheiding bij een ouder of in een stiefgezin wonen. Meer lezen
Minder ruzie thuis beter voor toekomst van kind Nederlands Dagblad - Betaalartikel - 01-11-2012
UTRECHT - Hoe minder er geruzied wordt tussen een vader en een moeder, hoe beter kinderen in hun vel zitten en ook op school beter presteren. Dat is een conclusie uit een groot onderzoek van echtscheidingsdeskundige Ed Spruijt van de Universiteit Utrecht. Meer lezen
Kind uit compleet gezin scoort beste Reformatorisch Dagblad - Binnenland - Binnenlandredactie - 31-10-2012
UTRECHT – Kinderen uit een normaal tweeoudergezin hebben gemiddeld de beste schoolprestaties. Na een echtscheiding scoren kinderen uit co-oudergezinnen op school het beste. De minst goede schoolprestaties komen voor bij kinderen uit eenoudergezinnen, zo blijkt uit het boek ”Kinderen uit nieuwe gezinnen”, dat woensdag verschijnt. Meer lezen
Meerderheid Nederlanders (71%) is voorstander van co-ouderschap na scheiding: Vrouwen (76%) nog wat meer dan mannen (67%)
Persbericht Vader Kennis Centrum, 14 september 2012
In verband met de Dag voor de Scheiding 2012 op vrijdag 14 september heeft het Vader Kennis Centrum door opinieonderzoeksbureau IPSOS Synovate bij haar verkiezingsonderzoek ("De Politieke Barometer") onder een representatieve steekproef Nederlanders, ook een aantal onderzoeksvragen laten meelopen naar de voorkeuren en meningen van het Nederlandse publiek over de huidige regeling(en) van het ouderschap na scheiding.
A. De belangrijkste hoofduitkomsten van het opinie-onderzoek van IPSOS Synovate in opdracht van het Vader Kennis Centrum zijn:
Ruim een tweederde meerderheid (zeven op de tien) van de Nederlanders vindt dat co-ouderschap de beste oplossing is na een scheiding.
Bijna de helft (45%) van de Nederlanders vindt dat co-ouderschap na een scheiding ook al mogelijk moet zijn vanaf de geboorte.
Acht op de tien vinden dat scholen en instanties beide ouders na de scheiding op gelijke wijze moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
Iets meer dan de helft (53%) vindt dat de naleving van ouderschaps- en omgangsregelingen na een scheiding beter door de rechtbank en de politie gehandhaafd moeten worden.
B. De uitgesplitste uitkomsten naar (a)geslacht (man/vrouw), (b) regio, (c) leeftijd, (d) opleiding en (e) politieke voorkeur (VVD, PvdA, SP, PVV, D66 en CDA):
In het opinieonderzoek naar de ouderschapsreglingen na een scheiding zijn de resultaten daarnaast eveneens uitgesplitst naar geslacht (man/vrouw), regio, leeftijd, opleiding en politieke voorkeur. Daaruit komen nog een aantal highlights. Zo blijkt bijv. dat:
Nederlandse vrouwen hebben een significant sterkere voorkeur voor co-ouderschap na scheiding dan mannen (Vrouwen: 76%; Mannen: 67%)
Vrouwen zijn daarbij significant meer dan mannen van mening dat co-ouderschap na scheiding ook niet aan de leeftijd van de kinderen is gebonden en bij een scheiding ook al vanaf de geboorte van de kinderen kan beginnen. (Vrouwen: 52%; Mannen: 39%)
Middelbaar (74%) en hoger (75%) opgeleide Nederlanders vinden co-ouderschap significant vaker de beste oplossing na een scheiding dan lager opgeleiden (64%).
De oudere generatie Nederlanders (50 plus: 76%) vindt co-ouderschap significant vaker de beste oplossing na een scheiding dan de generatie 35 t/m 49 jarigen (66%).
Nederlanders met een PvdA- (79(%) en D66- (80%) voorkeur bij de landelijke verkiezingen vinden co-ouderschap significant (nog) vaker de beste oplossing na een scheiding dan bijv. de Nederlanders met een CDA-(66%) of PVV- (69%) voorkeur.
Nederlanders met een PvdA-voorkeur vinden significant vaker (87%) dan Nederlanders met een SP-voorkeur (79%), dat scholen en instanties beide ouders op gelijke wijze moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind na de scheiding.
En de oudere generatie Nederlanders (50-plus: 84%) vindt nog significant vaker dan de jongere generatie (t/m 34 jaar: 75%) dat scholen en instanties beide ouders na de scheiding op gelijke wijze zouden moeten informeren en betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
Verantwoording
Het onderzoek is online uitgevoerd door IPSOS Synovate in opdracht van het Vader Kennis Centrum onder een representatieve steekproef van 1.243 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De resultaten zijn achteraf gewogen op leeftijd, geslacht, opleiding en regio, zodat de groep ondervraagden een goede afspiegeling vormt van de Nederlandse samenleving.
Toelichting
Eenzelfde onderzoek heeft eerder ook in België plaats gevonden en werd gepubliceerd in de grootste Belgische franstalige krant Le Soir van 25 juni 2012:
Zie voor het originele Le Soir artikel over het Belgische onderzoek:
Divorce : la garde alternée a la cote (Le Soir Belge - DORZEE, HUGUES - Page 7 - Lundi 25 juin 2012)
Une majorité de Belges préconise la garde alternée (Le Soir Belge - Page 1 - Lundi 25 juin 2012)
Nederlandse vertaling van het Le Soir artikel:
Opinieonderzoek - Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap (Vader Kennis Centrum (VKC), maandag, 25 juni 2012)
En in samenwerking met de partnerorganisaties van het Vader Kennis Centrum binnen het Platform voor Europese Vaders (PEV) zullen deze opinieonderzoeken ook in andere Europese landen nog plaats gaan vinden.
Op aanvraag zijn bij het Vader Kennis Centrum de onderliggende tabellen en resultaten van het in opdracht van Vader Kennis Centrum door IPSOS Synovate uitgevoerde opinie-onderzoek met de hoofdresultaten en de uitsplitsingen naar (a) geslacht (man/vrouw), (b) regio, (c) leeftijd, (d) opleiding en (e) politieke voorkeur (VVD, PVV, PvdA, SP, D66 en CDA) verkrijgbaar.
Wat doet Vader Kennis Centrum
Het Vader Kennis Centrum uit Utrecht bevordert gelijkwaardig ouderschap, betrokken vaderschap en een meer vaderinclusief beleid bij overheden, instanties en werkgevers. Het centrum richt zich daarbij op de ontsluiting van informatie en kennis die eraan bijdraagt om de rol van beide ouders en genders bij de opvoeding van, de zorg voor en het onderwijs aan kinderen op waarde te schatten en met overheidsbeleid te ondersteunen op een wijze die aan inzet en betrokkenheid van beide ouders en genders voor kinderen recht doet.
Dit doet zij onder meer met de volgende activiteiten:
Het Vader Kennis Centrum organiseert een jaarlijks Vaderschapssymposium en de jaarlijkse uitreiking van de Vaderdagtrofee (m/v) voor vaderschapsinitiatieven i.s.m. de Universiteit van Amsterdam.
De stichting Vader Kennis Centrum heeft verder o.m. een advies- en hulptelefoon voor (gescheiden) ouders en vaders, beheert een aantal voorlichtingswebsites voor ouders en vaders, die dagelijks bekeken worden door gemiddeld 175 unieke lezers en verspreidt de email-nieuwsbrief "Gescheiden Ouders en Kinderen" met ruim 300 abonnees.
Verdeling kosten minderjarige bij co-ouderschap naar behoefte van het kind en draagkracht van de beide ouders (Gerechtshof Leeuwarden, LJN: BX6225, 17 juli 2012)
LJN: BX6225, Gerechtshof Leeuwarden, 200.101.032/01
Datum uitspraak: 17-07-2012
Datum publicatie: 31-08-2012
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Hoger beroep
Vindplaats: Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
Verdeling kosten minderjarige bij co-ouderschap.
Uitspraak
Beschikking d.d. 17 juli 2012
Zaaknummer 200.101.032
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. O.J.C. Toxopeus, kantoorhoudende te Veendam,
tegen
[de vader],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M. Hoekman-Haan, kantoorhoudende te Stadskanaal.
Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van 15 november 2011 van de rechtbank Groningen (zaaknummer 124516/FA RK 11-320) zoals bij partijen bekend.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 27 januari 2012, heeft de moeder verzocht de beschikking van 15 november 2011 te vernietigen en opnieuw beslissende:
I. te bepalen dat het hoofdverblijf van de minderjarige [het kind] (hierna: [het kind]), geboren op [geboortedatum] in de [gemeente X], bij haar is;
II. haar toestemming te verlenen om [het kind] op een basisschool in [plaats 2] te laten gaan;
III. te bepalen dat [het kind] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ieder weekend van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de vader zal verblijven alsmede de helft van de vakanties en feestdagen;
IV. te bepalen dat de vader gehouden zal zijn aan haar te betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] een bedrag van € 300,- per maand.
Bij verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 20 maart 2012, heeft de vader het verzoek bestreden en verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze te ontzeggen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van een brief van 31 januari 2012 van de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad) waarin wordt meegedeeld dat de raad in deze zaak geen onderzoek heeft verricht, een faxbericht van 9 februari 2012, een brief van 15 februari 2012 en een brief van 23 mei 2012 met bijlagen, van mr. Hoekman-Haan, een brief van 17 februari 2012 met een bijlage en een faxbericht van 23 mei 2012 met bijlagen, beide van mr. Toxopeus.
Ter zitting van 7 juni 2012 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder en de vader en hun advocaten.
Mr. Toxopeus heeft mede het woord gevoerd aan de hand van de door haar ter zitting van het hof overgelegde pleitnotitie.
De beoordeling
De vaststaande feiten
1. Uit de - inmiddels verbroken - affectieve relatie tussen de moeder en de vader is de thans nog minderjarige [het kind] geboren. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over haar uit.
2. De ouders hebben hun zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [het kind] tot op heden zo verdeeld dat [het kind] steeds om en om een week bij de vader en bij de moeder verblijft. [het kind] staat ingeschreven op het adres van de vader.
3. Bij het bereiken van de schoolgaande leeftijd door [het kind] is tussen de ouders een geschil ontstaan over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken.
4. Bij verzoekschrift van 16 februari 2011 heeft de vader verzocht om het hoofdverblijf van [het kind] bij hem te bepalen en te bepalen dat tussen [het kind] en de moeder een zorgregeling zal gelden van één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot maandagochtend.
5. Bij verweerschrift, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, van 27 april 2011 heeft de moeder verzocht om het hoofdverblijf van [het kind] bij haar te bepalen en tevens te bepalen dat als zorgregeling tussen [het kind] en de vader zal gelden één weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag tot maandagochtend, subsidiair dat ieder van de ouders [het kind] om en om een week bij zich heeft van zondagmiddag tot zondagmiddag.
6. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling door de rechtbank heeft de vader zijn verzoek gewijzigd in die zin dat hij heeft verzocht om te bepalen dat [het kind] haar hoofdverblijf bij hem krijgt, dat [het kind] zal worden ingeschreven op een basisschool in [plaats 1] en dat een zorgregeling zal gelden waarbij [het kind] de ene week bij hem en de andere week bij de moeder verblijft.
7. Bij de bestreden beschikking is bepaald dat [het kind] haar hoofdverblijf bij de vader heeft, dat zij de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft en is aan de vader vervangende toestemming verleend om [het kind] in te schrijven op een basisschool in [plaats 1]. De moeder is hiertegen in hoger beroep gekomen.
De geschilpunten
8. De geschilpunten tussen partijen betreffen:
- het hoofdverblijf en daarmee samenhangend de plaats waar [het kind] naar school dient te gaan;
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;
- de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind].
Het hoofdverblijf, de plaats waar [het kind] naar school dient te gaan en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
9. Het hof is evenals de rechtbank van oordeel dat in de gegeven situatie het belang van [het kind] het meest is gediend met handhaving van de huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in die zin dat [het kind] de ene week bij haar vader en de andere week bij haar moeder verblijft en met vaststelling van haar hoofdverblijf bij de vader, waarbij [het kind] (onveranderd) in [plaats 1] naar school gaat. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank dienaangaande over en maakt deze tot de zijne. Het hof voegt daar aan toe dat in hoger beroep niet van andere feiten of omstandigheden is gebleken dan die in eerste aanleg reeds zijn meegewogen en welk oordeel het hof, zoals gezegd, overneemt.
De door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind]
10. De moeder heeft als (mede-)verzorgende ouder in haar beroepschrift verzocht om een bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] ter hoogte van € 300,- per maand. Ter zitting van het hof heeft zij bij haar verzoek gepersisteerd. De moeder heeft daarbij de behoefte van [het kind] gesteld op € 389,- per maand, hetgeen de vader niet, althans onvoldoende, heeft weersproken zodat het hof daar vanuit zal gaan.
11. De vader heeft tegen het verzoek van de moeder ingebracht dat hij reeds een groot deel van de kosten van [het kind] draagt en dat, zoals uit de door hem overgelegde draagkrachtberekening blijkt, er voor het overige geen ruimte is voor een aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van [het kind].
De verdeling van de kosten van [het kind]
12. [het kind] verblijft om en om een week bij de vader en bij de moeder. De kosten van [het kind] ter hoogte van € 389,- per maand worden daarom voor de helft aan elk van de beide ouders toegerekend, te weten € 194,50 per maand. Het hof overweegt voorts dat ouders naar rato van hun draagkracht dienen bij te dragen in de kosten van hun kind.
De draagkracht van de vader
13. De door de vader in hoger beroep overgelegde draagkrachtberekening is - behoudens voor wat betreft het kindgebonden budget en de inkomensafhankelijke combinatiekorting - door de moeder niet, althans onvoldoende weersproken zodat het hof deze berekening als uitgangspunt zal nemen.
14. De vader heeft onweersproken gesteld dat hij de kosten van de kinderopvang betaalt. Uit de door de vader overgelegde stukken is gebleken dat deze kosten in 2012 (€ 391,59 minus € 333,58) € 58,- netto per maand bedragen.
15. Het hof zal een nieuwe draagkrachtberekening maken en daarbij het kindgebonden budget, de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de netto kosten van de kinderopvang meenemen. Dit leidt tot de aan deze beschikking gehechte berekening (I). Daaruit blijkt dat de vader een draagkrachtruimte van € 589,- per maand heeft waarvan 70%, te weten € 412,- per maand, beschikbaar heeft ten behoeve van [het kind]. Aangezien de vader het kindgebonden budget ontvangt, kan hij geen aanspraak op fiscaal voordeel maken.
De draagkracht van de moeder
16. Van de zijde van de moeder zijn bij brief van 23 mei 2012 financiële gegevens overgelegd die door de vader niet, althans onvoldoende, zijn weersproken zodat het hof daar van uit zal gaan. Aangezien niet anders is gesteld of gebleken, hanteert het hof ter zake van het inkomen van de moeder de door haar overgelegde jaaropgaven over 2011. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de woonlasten, de premie zorgverzekering, huur- en zorgtoeslag en de aflossing op het flexibel krediet, zoals daarvan uit de door de moeder overgelegde stukken blijkt. Dit leidt tot de aan deze beschikking gehechte berekening (II). Daaruit blijkt dat de moeder een draagkrachtruimte van € 66,- per maand heeft waarvan 70%, te weten € 46,- per maand, beschikbaar is voor [het kind].
17. Uit de aan deze beschikking gehechte draagkrachtvergelijking (III) blijkt dat naar rato van de draagkracht van de ouders het aandeel van de vader in de behoefte van [het kind] € 350,- per maand bedraagt en dat het aandeel van de moeder € 39,- per maand bedraagt. De kosten van [het kind] die aan elk van beide ouders worden toegerekend bedragen € 194,50 per maand per ouder, zodat de vader in de behoefte van [het kind] aan de moeder (€ 39,- minus € 194,50) € 155,50 per maand dient te betalen. De vader kan, ook na aftrek van zijn aandeel in de behoefte van [het kind], dit bedrag aan de moeder betalen. Het hof zal aldus beslissen.
De slotsom
18. Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
bepaalt de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [het kind], geboren op
[geboortedatum] in de [gemeente X], met ingang van 27 januari 2012 op € 155,50 per maand;
bepaalt dat deze bijdrage, voor zover de termijnen niet reeds zijn verstreken, telkens bij vooruitbetaling aan de moeder moeten worden voldaan;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, M.P. den Hollander en I.A. Vermeulen, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 juli 2012 in bijzijn van de griffier.
Datum uitspraak: 11-10-2011
Datum publicatie: 27-10-2011
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl
Inhoudsindicatie:
De verhuizing van de moeder naar [plaats A] heeft tot gevolg dat aan de co-ouderschapsregeling zoals partijen waren overeengekomen geen uitvoering meer kan worden gegeven op een wijze die in het belang van de minderjarige te achten is. De rechtbank merkt daarbij op dat aan de co-ouderschapsregeling al gedurende twee jaren zonder ernstige conflicten tussen partijen of problemen in de ontwikkeling van de minderjarige en op dat hieraan op een voor de minderjarige vertrouwde wijze uitvoering wordt gegeven. De moeder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank laten leiden door haar eigen behoefte om naar [plaats A] te verhuizen en aan haar behoefte het belang van de minderjarige en het belang van de vader ondergeschikt gemaakt. De moeder had kunnen voorzien dat deze verhuizing op termijn de uitvoering van de co-ouderschapregeling onmogelijk zou maken. De omstandigheid dat de vader tegen de verhuizing van de moeder op dat moment geen stappen heeft ondernomen, doet hieraan niet af. De moeder heeft daarmee een situatie veroorzaakt die in strijd met de belangen van de minderjarige te achten is. Het verzoek van de vader mbt hoofdverblijf van de minderjarige bij hem te bepalen wordt toegewezen onder afwijzing van het verzoek van de moeder.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel
familie- en jeugdrecht
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken d.d. 11 oktober 2011
in de zaak van:
[naam moeder],
wonende te [plaats A] ,
hierna mede te noemen: de moeder,
advocaat: mr. L.A. Mulders, gevestigd te Haarlem,
--tegen--
[naam vader],
wonende te [plaats B],
hierna mede te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.J.F. Manders, gevestigd te Haarlem.
1 Verloop van de procedure
Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:
- het op 10 augustus 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift met bijlagen van de moeder;
- het op 22 september 2011 ingekomen verweerschrift met bijlagen van de vader;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 23 september 2011,
en het verhandelde ter terechtzitting op 26 september 2011 in aanwezigheid van partijen, bijgestaan door hun advocaten.
2 De vaststaande feiten
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:
2.1 Partijen hebben van oktober 2006 tot en met november 2008 een affectieve relatie gehad.
2.2 Uit deze relatie is op [datum] 2007 de minderjarige [naam minderjarige] geboren. De minderjarige is door de vader erkend. Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
2.3 Bij het uiteengaan hebben partijen afgesproken dat de moeder met [naam minderjarige] in de woning van de vader te [plaats B] blijft wonen, totdat zij een fulltime baan en geschikte woonruimte voor haarzelf en [naam minderjarige] heeft verkregen. Vader zou zolang bij zijn ouders verblijven.
Daarbij hebben zij onder meer afgesproken dat [naam minderjarige] op de dagen dat de moeder werkt door de ouders van de vader zal worden verzorgd.
2.4 Bovenstaande regeling is medio februari 2009, voordat de moeder vervangende woonruimte had gevonden geëindigd. De vader heeft zijn woning weer betrokken en de moeder heeft tijdelijk bij een vriend onderdak gevonden. [naam minderjarige] is bij de vader blijven wonen en werd doordeweeks verzorgd door de ouders van de vader.
2.5 Op 16 juli 2009 zijn partijen ter beëindiging van het door de moeder aangespannen kort geding overeengekomen dat [naam minderjarige] vrijdag 17 juli 2009 om 18.00 door de moeder bij zijn grootouders (vz) wordt opgehaald en omgang met haar zal hebben tot zondagavond 19 juli 2009, waarbij hij teruggebracht wordt bij de grootouders. [naam verblijft vervolgens de hele week bij de vader/de grootouders. [naam minderjarige] wordt vervolgens op zondagavond 26 juli 2009 om 19.00 uur door de moeder opgehaald bij de vader/de grootouders waarna [naam minderjarige] de hele week bij de moeder verblijft. Partijen zijn daarbij ondermeer overeengekomen dat deze regeling van gelijke wekelijkse omgang tussen [naam minderjarige] en de ouders daarna voorlopig geldt tot 15 januari 2010 en dat zij voor 15 januari 2010 in onderling overleg een ouderschapsplan zullen opstellen.
2.6 De moeder heeft op 8 maart 2010 een door haar gekochte woning in [plaats A] betrokken. In juli 2011 is de moeder bevallen van een zoon uit de relatie tussen haar en haar nieuwe partner. Op [datum] 2011 wordt [naam minderjarige] vier jaar oud en zal hij naar de basisschool gaan.
2.7 Partijen hebben vanaf eind augustus 2010 getracht via mediation tot een ouderschapsplan te komen, hetgeen niet is gelukt.
3 Het verzoek en de grondslag daarvan
3.1 Het verzoek van de moeder strekt tot:
a. het vaststellen van de hoofdverblijfplaats van [naam minderjarige] bij de moeder in [plaats A];
b het verlenen van vervangende toestemming aan de moeder om [naam minderjarige] in te schrijven op de basisschool [naam] te [plaats A];
c. het vaststellen van een zorg- en contactregeling, inhoudende dat [naam minderjarige] de oneven weken van vrijdagmiddag na school om 08.30 uur bij de vader verblijft, waarbij de vader [naam minderjarige] uit school ophaalt en brengt en dat [naam minderjarige] in de even weken van woensdagmiddag uit school om 12.00 uur t/m donderdagochtend naar school op 08.30 uur bij de vader verblijft, waarbij de vader [naam minderjarige] uit school ophaalt en brengt.
d. het vaststellen van een door man te betalen kinderbijdrage van € 382 per maand met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift.
3.2 De moeder heeft haar verzoek gebaseerd op de stelling dat het vanaf het moment dat [naam minderjarige] naar de basisschool gaat niet langer in zijn belang is gelet op de reisafstand dat de gedeelde zorgregeling blijft voortduren. Zij is daarbij van mening dat zij, omdat zij slechts drie halve dagen per week werkt in haar eigen zaak waarbij zij haar eigen werktijden kan bepalen, de meest aangewezen persoon is om de verzorging en opvoeding van [naam minderjarige] op zich te nemen. Bovendien is moeder de primaire hechtingsouder. Het is daarbij voor de moeder erg belangrijk dat [naam minderjarige] deel uitmaakt van haar nieuwe gezin en ook een hechte band met zijn broertje kan ontwikkelen. De vader werkt 40 uur per week, zodat de feitelijke zorg voor [naam minderjarige] indien het hoofdverblijf bij de vader is, op de schouders van zijn ouders terecht zal komen. Voor de moeder is dit niet acceptabel, mede gezien het feit dat zij wel in staat is om deze zorg zelf op zich te nemen.
4 Het verweer en zelfstandig verzoek
4.1 De vader heeft het verzoek gemotiveerd bestreden en heeft zelf verzocht te bepalen dat:
a. de hoofdverblijfplaats van [naam minderjarige] in het vervolg bij zijn vader te [plaats B] zal zijn;
b de vader vervangende toestemming wordt verleend om [naam minderjarige] te doen inschrijven op een, nog nader te bepalen, basisschool in [plaats B];
c. [naam minderjarige] in de oneven weken van vrijdagmiddag na school om 12.00 uur tot en met maandagochtend naar school om 08.30 uur bij de moeder verblijft, waarbij de moeder [naam minderjarige] uit school ophaalt en naar school brengt;
d. [naam minderjarige] in de even weken van woensdagmiddag uit school om 12.00 uur tot en met donderdagochtend naar school om 08.30 uur bij de moeder verblijft, waarbij de moeder [naam minderjarige] uit school ophaalt en naar school brengt;
e. [naam minderjarige] gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de moeder verblijft,
zulks met afwijzing van de verzoeken van de moeder.
4.2 De vader stelt zich op het standpunt dat er voor de moeder geen noodzaak was om naar [plaats A] te verhuizen. De moeder heeft hem ook nimmer om toestemming verzocht voor deze verhuizing, hetgeen wel op haar weg had gelegen. De vader meent dat de handelwijze van de moeder niet in het belang van [naam minderjarige] is en dat hij door de moeder voor een fait accompli is gesteld. De omstandigheid dat [naam minderjarige] in [maand] van dit jaar vier jaar oud wordt en dus naar school zal gaan, maakt de uitvoering van de huidige zorgregeling als gevolg van de verhuizing van de moeder de facto onuitvoerbaar. Door haar handelen ontneemt de moeder [naam minderjarige] het recht om de hechte band met zijn vader voort te zetten en heeft zij laten zien dat zij haar eigen belang boven het belang van [naam minderjarige] stelt. Het zou volstrekt onacceptabel zijn indien de huidige situatie als feitelijk gegeven wordt geaccepteerd en dat op basis daarvan de beslissing zou worden genomen dat [naam minderjarige] in het vervolg bij zijn moeder hoofdverblijf heeft.
Daarbij voert de vader aan dat hij zeer goed in staat is om [naam minderjarige] een stabiele omgeving te bieden waarin voldoende oog is voor contact met de andere ouder. Hij heeft de zorgtaken met betrekking van [naam minderjarige] vanaf zijn geboorte op zich genomen op de momenten dat hij daartoe in staat was. Dat hield in de eerste periode na zijn geboorte in dat partijen voor een deel de zorgtaken op zich namen en dat een groot deel van die zorgtaken bij grootouders(vz) werden neergelegd. Sinds de procedure in kort geding heeft de vader zijn werkzaamheden als internationaal chauffeur neergelegd en vervult hij een functie als nationaal vrachtwagenchauffeur. Dit houdt in dat hij dagelijks tussen 16.00 en 17.00 uur thuis is en vanaf dat moment ook de zorgtaken op zich neemt. Bij een hoofdverblijf van [naam minderjarige] bij de vader hoeft de opvang door de grootouders tot een minimum beperkt te blijven. Bovendien hebben de grootouders [naam minderjarige] vanaf zijn geboorte mede verzorgd en behoren zij tot een voor [naam minderjarige] vertrouwde omgeving.
5 Beoordeling van het verzoek
hoofdverblijf en inschrijving school
5.1 Gebleken is dat de moeder in maart 2010 is verhuisd naar [plaats A] zonder dat zij hiervoor de benodigde toestemming van de vader had verkregen. Tussen partijen is niet in geschil dat de huidige co-ouderschapsregeling niet kan worden voortgezet vanaf het moment dat [naam minderjarige] naar de basisschool gaat. De afstand tussen [plaats A] en [plaats B] maakt voortzetting van deze regeling onmogelijk.
5.2 De moeder heeft naar voren gebracht dat de verhuizing naar [plaats A] noodzakelijk was. Op dat moment had zij een vast dienstverband en bevond [plaats A] zich centraal in haar werkgebied. Volgens de moeder was het voor haar financieel niet mogelijk om in [plaats B] of in de directie omgeving van [plaats B] een woning te kopen, terwijl zij de huur van de woning in [plaats] van € 1.000 per maand waar zij op dat moment verbleef financieel niet kon opbrengen. In [plaats B] zou zij alleen een studio kunnen huren, maar dit vond onder andere de vader niet acceptabel. Uiteindelijk heeft zij een woning gevonden in [plaats A], waar voldoende ruimte aanwezig is voor haarzelf en [naam minderjarige].
Niet gebleken is dat de moeder heeft getracht overeenstemming te bereiken met de vader over de verhuizing. Zij heeft zelf ter zitting verklaard dat zij de verhuizing aan de vader heeft gemeld een paar dagen nadat zij de sleutel van de woning had gekregen en dat de vader hierop verrast reageerde.
5.3 De rechtbank is voldoende gebleken dat partijen in onderling overleg niet kunnen komen tot een regeling vanaf [datum] 2011 die voor beiden bevredigend is. De verhuizing van de moeder naar [plaats A] heeft tot gevolg dat aan de co-ouderschapsregeling zoals partijen waren overeengekomen geen uitvoering meer kan worden gegeven op een wijze die in het belang van de minderjarige te achten is. De rechtbank merkt daarbij op dat aan de co-ouderschapsregeling al gedurende twee jaren zonder ernstige conflicten tussen partijen of problemen in de ontwikkeling van de minderjarige en op dat hieraan op een voor de minderjarige vertrouwde wijze uitvoering wordt gegeven.
De moeder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank laten leiden door haar eigen behoefte om naar [plaats A] te verhuizen en aan haar behoefte het belang van de minderjarige en het belang van de vader ondergeschikt gemaakt. De moeder had kunnen voorzien dat deze verhuizing op termijn de uitvoering van de co-ouderschapregeling onmogelijk zou maken. De omstandigheid dat de vader tegen de verhuizing van de moeder op dat moment geen stappen heeft ondernomen, doet hieraan niet af.
De moeder heeft daarmee een situatie veroorzaakt die in strijd met de belangen van de minderjarige te achten is. Immers, of de minderjarige nu hoofdverblijf zal hebben bij de vader of de moeder, zijn andere ouder heeft minder zorg voor en contact met hem dan voorheen. Dat [naam minderjarige] elke werkdag met zijn vader bij de grootouders blijft eten doet hieraan niet af. De door de moeder aangevoerde argumenten hebben de rechtbank er niet van kunnen overtuigen dat bepaling van het hoofdverblijf van de minderjarige bij haar, meer in het belang van de minderjarige zou zijn dan bepaling van het hoofdverblijf van de minderjarige bij de vader, tegen welk verblijf door de moeder geen contra-indicaties zijn aangedragen.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat het belang van de minderjarige zich er niet tegen verzet dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bepaald bij de vader, waarbij de minderjarige in de voor hem vertrouwde omgeving kan opgroeien ook al is dit met enige hulp en bijstand van de ouders van de vader. De rechtbank zal in die zin beslissen en derhalve het verzoek van de vader toewijzen en het verzoeken van de moeder afwijzen.
5.4 De moeder heeft desgevraagd aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat indien het hoofdverblijf van [naam minderjarige] wordt bepaald bij de vader, [naam minderjarige] zal worden ingeschreven op de basisschool “[naam]”. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader zoals genoemd onder 4.1 b als hierna te melden toewijzen. Het verzoek van de moeder zal worden afgewezen.
zorgregeling
5.5 De moeder heeft, in het geval de hoofdverblijfplaats van [naam minderjarige] wordt bepaald bij de vader, zich niet verzet tegen toewijzing van de zorgregeling zoals door de man voorgesteld en genoemd onder 4.1 c, d en e., noch heeft zij om een andersluidende regeling verzocht.
De rechtbank zal, nu haar dit niet strijdig met het belang van [naam minderjarige] voorkomt, conform het verzoek van de vader beslissen. Het verzoek van de moeder met betrekking tot de zorgregeling zal worden afgewezen.
kinderbijdrage
5.6 Nu het hoofdverblijf van [naam minderjarige] wordt bepaald bij de vader, is de grond van het verzoek van de moeder tot een door de vader te betalen kinderbijdrage komen te vervallen. Het verzoek van de moeder zal daarom worden afgewezen.
6 Beslissing
De rechtbank:
6.1 Wijst af de verzoeken van de moeder.
6.2 Bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [naam]:
- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2007 in de gemeente [plaats], is bij de vader.
6.3 Bepaalt dat de verklaring van toestemming van de moeder tot inschrijving van de minderjarige [naam minderjarige] voornoemd op de basisschool [naam] te [plaats] voor zover nodig vervangen wordt door een verklaring van toestemming van de kinderrechter.
6.4 Stelt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt vast:
De minderjarige [naam minderjarige] verblijft in de oneven weken van vrijdagmiddag na school om 12.00 uur tot en met maandagochtend naar school om 08.30 uur bij de moeder, waarbij de moeder [naam minderjarige] uit school ophaalt en naar school brengt. Daarnaast verblijft [naam minderjarige] in de even weken van woensdagmiddag uit school om 12.00 uur tot en met donderdagochtend naar school om 08.30 uur bij de moeder, waarbij de moeder [naam minderjarige] uit school ophaalt en naar school brengt. Voorts verblijft [naam minderjarige] gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de moeder.
6.5 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
6.6 Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. van Andel, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. Dijkstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
11 oktober 2011.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.
_____
_____
Disclaimer: Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. VKC huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel VKC de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is VKC niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van VKC worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van VKC voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____
_____
Hassnae Bouazza Columnist voor Vrij Nederland. Vertaalster Arabisch-Engels.
Foto Jupiterimages
Hoeveel vaders zullen dit jaar vaderdag alleen doorbrengen? Met opgekropt verdriet en woede omdat hun ex hun het recht ontzegt hun eigen kind te zien? In de wet ligt het recht van de ouder op het kind verankerd, maar in de praktijk is de vader volledig overgeleverd aan de grillen van zijn voormalige vrouw of geliefde. Te vaak komt het nog voor dat moeders hun eigen rancune belangrijker vinden dan het recht van zowel het kind als de vader elkaar te zien. Veel te vaak nog is het antwoord van feministes die ik spreek: „Zolang er nog vaders zijn die hun verantwoordelijkheid ontlopen, kan ik me er niet druk om maken.” Een godgeklaagd schandaal.
Als vaders kinderen ontvoeren en de moeder het recht op haar kind(-eren) ontzeggen, wordt het hele justitiële apparaat in werking gesteld, maar om onbekende redenen wordt er aanzienlijk minder adequaat gereageerd als de moeder hetzelfde onrecht begaat. Sterker, de vrouw kan ongestoord haar gang gaan en de vaders die het op kunnen brengen, moeten jarenlang procederen om te krijgen waar ze recht op hebben.
Neem stel A. Na een jarenlange, turbulente relatie gaan ze uit elkaar. Ze spreken co-ouderschap af zonder tussenkomst van rechter of mediator. Dit gaat een drietal jaar goed tot de man een nieuwe, serieuze relatie krijgt. De vrouw belt hem op en deelt hem mee dat, omdat hij een relatie heeft, hij zijn zoon niet meer mag zien. Hij stapt naar de rechter, maar door de tegenwerking van de vrouw, duurt het en duurt het, tot hij het opgeeft.
Zijn zoon zou hij acht jaar lang niet zien. Alleen op zijn verjaardag werd hij geacht een duur cadeau te geven (zijn geld was kennelijk wel goed genoeg), hetgeen hij ook deed want zijn liefde voor zijn zoon was allesverzengend en de pijn die hij voelde bij het gemis ook. Alimentatie moest hij ook betalen, ook al mocht hij zijn kind niet zien.
Stel B: vrouw ziet haar relatie niet meer zitten en pakt haar spullen en het zoontje. De vader wordt in onwetendheid gelaten. Als de vrouw weer contact met hem opneemt, gebruikt ze het zoontje als wisselgeld: ze wil het huis, en als dat gebeurt, kan hij zijn kind weer zien. De vader in dit geval heeft mazzel: het stel woonde samen en het huurcontract stond op zijn naam, dus haar chantagepoging mislukt jammerlijk. Na mediation besluiten ze dat vader het zoontje ieder weekend heeft en de moeder doordeweeks. Al na een paar weken verandert de moeder de afspraak zonder overleg met de vader.
Stel C: bij de rechtbank wordt de scheiding behandeld. De vader geeft aan dat hij heel graag vaker zijn kind wil zien. De rechter toont alle begrip en kent hem één dag in de maand extra toe. Eén dag naast twee weekends in de maand.
En daar zit het euvel. Als de wet de vader al niet als gelijke behandelt, hoe kunnen we dat dan verwachten van verbitterde vrouwen die alleen nog maar in termen van wraak en macht kunnen denken?
Hoe goed ben jij als moeder wanneer jij je kind ontzegt zijn of haar vader te zien?
Toegegeven, inmiddels kunnen vrouwen strafrechtelijk vervolgd worden voor het niet nakomen van de bezoekregeling, maar ook dat leidt in de praktijk tot niets. De zaak van Peter Brons, de eerste vader die zijn ex aanklaagde, zegt alles: de vrouw weigert mee te werken ondanks de taakstraf die ze opgelegd krijgt. Brons blijft met lege handen achter, terwijl dat niet zou hoeven. Waarom durven we niet de vraag te stellen hoe goed je als moeder bent als je je kind zijn of haar vader ontzegt?
Een moeder die niet in staat is haar eigen gevoelens van rancune opzij te zetten en zich als een volwassene te gedragen, is wat mij betreft niet in staat de zorg voor haar kinderen op zich te nemen. Toen duidelijk werd dat de ex van Brons niet mee zou werken, had hij meteen zijn zoon toegewezen moeten krijgen. Moeders die weigeren mee te werken, verliezen het recht op hun kind. Grof geschut? Jazeker, maar de status quo handhaven en duizenden vaders in de steek laten, mag niet langer een optie zijn. Bovendien mag, als het aan mij ligt, de alimentatieplicht voor een vader vervallen zodra hem zijn kind wordt ontzegd. Nu worden vaders aan hun plicht gehouden, maar hun recht wordt met voeten getreden.
Als we niet accepteren dat vaders kinderen ontvoeren, mogen we ook niet accepteren dat moeders de vaders frustreren. Moeders hebben niet het alleenrecht op kinderen. Zolang je samen het kind verwekt, heb je evenveel recht erop. De vaders (en moeders, laten we die ook niet vergeten) die hun verantwoordelijkheid ontlopen, staan hier volledig buiten.
Daarnaast is het van essentieel belang dat bij scheiding, net als in België, co-ouderschap de norm wordt. Op die manier hoeft de bezoekregeling niet eens ter discussie te staan en sla je het machtsmiddel uit de handen van wrokkige exen.
Het wordt tijd dat de feministes hun eigen slachtofferschap waar ze zo aan hechten aan de kant zetten en opkomen voor vaders die wél de zorg voor hun kinderen op zich willen nemen. Laten we hun grieven serieus nemen en voorbij het Batman- of Spiderman-masker kijken dat de radeloze vaders opzetten om gebouwen te beklimmen en aandacht voor hun verdriet te vragen.
------------------------
Hassnae Bouazza eerder als panellid in het Vara-programma Vrouw & Paard van 9 oktober 2009 over omgangsfrustratie door moeders
Een voortdurend frisse en relativerende wind in "Vrouw & Paard", het inmiddels beëindigde VARA-vrouwenpanel onder de gespreksleiding van Hanneke Groenteman, was Hassnae Bouazza. En ik zeg het dan ook maar meteen eerlijk en ruiterlijk: "Ik ben een echte fan van Hassnae Bouazza."
In de aflevering van 9 oktober 2009 van Vrouw & Paard zegt Hassnae Bouazza tegen Tweede Kamerlid Joël Voordewind van de ChristenUnie n.a.v. zijn voorstel voor verplichte vaderregistratie (14min20):
"Dit is èèn aspect, maar d'r zijn toch ook ontzettend veel vaders die hèèl erg graag hun kinderen willen zien en die die kans niet krijgen vanwege de moeders. Want d'r zijn heel veel moeders die gewoon hun kinderen gebruiken als wapens. Wat doet u daar tegen? Is het niet eigenlijk achterlijk dat we in Nederland hier ..., dat de vader standaard slechts een keer in de twee weken het kind kan zien? Zou het niet gewoon evenredig verdeeld moeten worden? ... Die vrouwen moeten aangepakt worden."
(Een vraag van Hassnae Bouazza waar vervolgens door zowel gespreksleider Hanneke Groenteman als Joël Voordewind snel, schielijk en ontwijkend over heen gepraat wordt, zonder dat er een antwoord op gegeven wordt. En zoals uit het nu in NRC Handelsblad door Hassnae Bouazza gepubliceerde artikel blijkt, laat zij zich gelukkig niet zo makkelijk door Hanneke Groenteman en Joël Voordewind de mond snoeren. Zie hoe dat toegaat de video van deze aflevering van Vrouw & Paard hieronder vanaf 14min20.)
Peter Tromp
Vaderkenniscentrum.nl
------------------------------------------------ Vara-programma Vrouw & Paard
Bron: VARA - 9 oktober 2009
------------------------------------------------ Hassnae Bouazza (geboren 1973 in Oujda, Marokko) is schrijver, journalist, columnist, programmamaker en vertaler Arabisch-Engels. Ze werkt onder andere als columnist voor Vrij Nederland, de Volkskrant, NRC Handelsblad, Frontaal Naakt en De Buren en als programmamaker voor de VPRO. Ze is geboren in de stad Oujda nabij de Algerijnse grens. Ze verliet met haar familie Marokko om zich bij haar vader te voegen die al in Nederland was, als gastarbeider. Ze kwam in Arkel te wonen, waar de familie Bouazza de enige Marokkaanse was. Ze studeerde Engels taal-en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht en, na haar afstuderen, een jaar Franse literatuur aan diezelfde Universiteit.
Het werk van Bouazza valt op vanwege de vrijmoedige aanpak van taboeonderwerpen zoals porno in de Arabische wereld. ‘Eens per maand open ik het raam voor u naar de Arabische wereld.’ Zo schrijft Hassnae Bouazza in Vrij Nederland. In de stukken van Hassnae voorziet zij verschijnselen uit de Islamitische wereld die haar bezighouden van haar eigentijdse en humoristische mening.Misschien heb je haar ook gezien in de aflevering van het programma Advocaat van de Duivel waarin Geert Wilders terecht staat.
Ze stelde een bundel samen met verhalen over sterke Arabische vrouwen, Achter de sluier (1999), in een poging het clichébeeld bij te stellen dat in Nederland heerst over de Arabische vrouw. In de bundel zijn verhalen opgenomen van onder anderen Nawal el Saadawi, Tahar Ben Jelloun en Naguib Mafouz. Ze werkt op dit moment aan haar debuut, een bundel met korte verhalen over relaties tussen mensen, waarbij de altijd intrigerende relatie tussen mannen en vrouwen de boventoon voert. De schrijver Hafid Bouazza is haar broer.
Aangepast op basis van: Hassnae Bouazza - Winternachten - internationaal literatuurfestival Den Haag en Hassnae Bouazza: VARA
----------
Het artikel van Hassnae Bouazza in NRC Handelsblad van zaterdag 19 juni 2010 was onderdeel van een drieluik artikelen over vaderschap dat in verband met vaderdag verscheen in het Opinie en Debat Katern van NRC Handelsblad met daaraan toegevoegd een interactieve debatmogelijkheid onder de titel “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” in het opinie weblog van de NRC. U kunt daar ook nog steeds zelf reageren.
De andere twee, in het drieluik over vaderschap in NRC handelsblad van 19 juni 2010 verschenen, artikelen zijn:
1. “Vrouw, laat het moedermonopolie toch los” van schrijver Herman Stevens
2. “Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof” van publiciste Heleen Crul
----------
Het is niet stoer en slecht voor je carrière om er meer voor je kinderen te willen zijn en een aandeel in het huishouden te leveren. Voor mannen dan. Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit onderzoek blijkt, vraag publiciste Heleen Crul zich vandaag af in NRC Handelsblad. Des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé.
Hoe kan de overheid helpen? Denk eens aan langer bevallingsverlof, langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland bestaat, flexibele werktijden voor beide ouders en thuiswerken, een mama- en papatraject waarin beide ouders hooguit vier dagen werken. “De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers,” meent Crul.
Trouwens, waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen, vraagt schijver Herman Stevens zich af. Nederland lijkt wel stil te staan! Het oude rolpatroon bestaat nog steeds: mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Me Tarzan, you Jane. En dat heeft ook gevolgen voor het opvoeden van kinderen: “Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding.” Stevens zich af waarom. Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben? “Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar.” Stevens pleit dan ook voor het einde van de archaïsche rolverdeling, helemaal in een economie met tweeverdieners. En omdat niemand alleen leeft om te werken, moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.
Wat vindt u? Moeten mannen meer voor hun kinderen gaan zorgen? Waarom is dat nog steeds geen usance in Nederland? En is het een taak van de overheid om het vaderschapsverlof te bevorderen?
Dit bericht “Vrouwen, laat het moedermonopolie los!” heeft 29 reacties:Zelf reageren
Herman Stevens Schrijver. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman ‘Vaderland ’ (Prometheus).
Foto AFP
Sinds de pil is het krijgen van kinderen een keuze geworden, en een keuze die vooral voor vrouwen met de tijd prangender wordt. Vrouwen die na hun studie een carrière beginnen, komen na het krijgen van kinderen al snel in tijdnood, want zij zullen toch voor het leeuwendeel van de verzorging opdraaien, als we de statistieken moeten geloven. Veel mannen gaan immers meer uren werken. De reden daarvoor is simpel. De meeste moeders gaan minder werken, of stoppen er helemaal mee, dus moeten vaders harder werken, want kinderen maken het leven niet goedkoper.
De ongelovige reacties op Wouter Bos’ besluit om meer tijd te besteden aan zijn kinderen lieten zien hoezeer Nederland met zichzelf in de knoop zit. Op veel terreinen lijkt het zo’n modern land. Maar als je beter gaat kijken, lijkt de tijd stil te staan. De meeste Nederlanders leven niet zoveel anders dan hun ouders. Mannen werken, vrouwen tutten en zorgen. Als de vrouw werkt, doet ze dat in veel gevallen voor een tweede autootje en wat andere extra’s.
Meer dan de helft van de collegebanken wordt bezet door meisjes en toch zit een groot aantal van die vrouwen later thuis om te genieten van de kinderen. Dat er al een generatie lang van hogerhand op vrouwen wordt ingepraat dat het goed zou zijn als ze carrière maakten, verandert daar weinig aan. Veel gestudeerde vrouwen doen na hun zwangerschapsverlof een stapje terug omdat ze het belangrijk vinden om zelf voor hun kinderen te zorgen. En geef ze ongelijk. Niemand verwijt zich op zijn sterfbed dat hij te veel tijd aan zijn kinderen heeft besteed.
Dit traditionele gezinsmodel zal pas veranderen wanneer de economie er geen ruimte meer voor laat. De kans is groot dat de huidige crisis in een paar jaar het behaaglijke vloerkleed onder de middenklasse vandaan zal trekken. Dan wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen zijn om te gaan werken. Anders kunnen ze zich geen leuke woning, geen goede school en geen betrouwbare gezondheidszorg veroorloven.
Als het zover komt (aan de winnaar van de verkiezingen zal het niet liggen), wordt het ook tijd om de rolverdeling in de huishouding eens opnieuw te bekijken. Want het kostwinnersgezin is ook een vorm van apartheid. Me Tarzan, you Jane. Het gros van de mannen komt thuis tegen de tijd dat de kleine kinderen al in hun pyjama rondlopen. Mannen spelen de eerste vier jaar een marginale, karikaturale rol in de opvoeding. Maar als we naar een economie van tweeverdieners toegaan, is het ook afgelopen met de Tarzan-en-Jane-spelletjes. Waarom zouden vaders hun aandeel in de opvoeding niet mogen opeisen? Omdat moeders negen maanden voorsprong hebben?
Dankzij de crisis wordt het leven zo duur dat beide ouders wel gedwóngen worden te werken
Het beeld is bekend. Mannen voetballen met hun kinderen, maar de rest hoort tot het territorium van de vrouw. Onder elkaar letten vrouwen al scherp op ieder foutje, maar een man kan het nooit goed doen. Een man die met zijn kind op een speelplaatsje komt (en ik doe dat bijna elke dag) krijgt al gauw het woord papadag naar zijn hoofd gegooid, alsof ze de rest van de week geen vader zijn. Anders komt het moedermonopolie in gevaar. Op het schoolplein wisselen moeders informatie met elkaar uit, terwijl vaders aan de zijlijn staan. Dat is zonde. De evolutie van onze soort is te danken aan zulke geprekjes, en het wordt zo langzamerhand tijd dat mannen mogen meepraten.
Kinderen opvoeden is niet alleen een kwestie van luiers verschonen en op het schoolplein kleumen. Kinderen opvoeden is ook een wereld betreden van spel, fantasie en liefde, al is die wereld soms ook griezelig, want hij herinnert ons aan onze vergankelijkheid. Het is treurig dat zoveel mannen zich deze wereld door de neus laten boren omdat moeders doen alsof ze er alleenrecht op hebben. Net zoals je maar liever niet wilt weten wat er gebeurt in al die gezinnen die uiteenvallen, en hoe makkelijk knikkebollende rechters gescheiden vrouwen maar hun gang laten gaan, want de kinderen horen nu eenmaal bij hun moeder.
Als we afgaan op een economie van tweeverdieners, mag het ook afgelopen zijn met die archaïsche rolverdeling. Niemand wil naar een wereld toe waar we alleen nog leven om te werken. Daarom moeten mannen ook werk van hun vaderschap maken en dat kan alleen als vrouwen het moedermonopolie loslaten.
Foto Thomas Schlijper
Vaders die vaderen verdienen meer dan bevallingsverlof
Heleen Crul Publicist. Auteur van ‘Tussen de generaties’ (Atlas).
Vaderschap wordt tegenwoordig op uiteenlopende manieren ingevuld: huismannen, parttime vaders, mannen met één papadag per week en carrièrevaders. De eerste drie krijgen in de media veel aandacht, maar ze zijn en blijven een aanzienlijke minderheid.
De meest voorkomende vorm is nog steeds de carrièrevader. „De bijdrage van mannen in de opvoeding en zorg van kinderen is in de loop der jaren licht gestegen in vergelijking met de forse stijging van het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt en hun aandeel in de zorg voor kinderen”, luidt een weinig verrassende conclusie van een nieuw onderzoek Mannen in het gezin, gepubliceerd door het NIDI, het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Wel verrassend is de verklaring voor de hardnekkigheid van het allesbehalve emancipatoire verschijnsel carrièrevader: „Het maakt mannen tot een betrouwbaarder werkgever, ze gaan zelfs harder werken.” De Nederlandse cultuur speelt een belangrijke rol bij dit gedrag, want daarin geldt nog steeds ‘dat een echte vader brood op de plank brengt’. Dat de groepsdwang onder mannen om als vader een meer solide kostwinner te worden groot is, was al langer bekend. Minder werken om er meer voor je kinderen te zijn en een aandeel in het huishouden te leveren, is ‘niet stoer’ en slecht voor je carrière, luidt het oordeel.
Zou het daarom zijn dat vaders iets minder gelukkig zijn dan kinderloze mannen, zoals uit NIDI-onderzoek blijkt? Dan is er des te meer reden om te zorgen voor een betere balans tussen werk en privé. Dat is alleen mogelijk als de overheid de komende tien jaar actief vaderschap tot speerpunt van emancipatie maakt. Andere Europese landen kunnen als voorbeeld dienen. In Zweden hebben mannen na de bevalling een maand doorbetaald ouderschapsverlof, ingegeven door het inzicht dat vaderinstinct bestaat, maar het hechtingsgedrag tussen vader en kind de kans moet krijgen zich te ontwikkelen. Het bevallingsverlof van twee dagen dat Nederlandse mannen ten deel valt, steekt wel heel schraal af bij de tien, veertien of twintig doorbetaalde verlofdagen waarop mannen elders in Europa recht hebben.
De beleidsverkenning Modernisering regeling voor verlof en arbeidstijden, die onder leiding van minister Piet Hein Donner in november 2008 werd afgerond, behelst een voorstel om de verschillende regelingen voor zorg-, kraam- en calamiteitenverlof te vereenvoudigen en samen te voegen. Vaders zouden ook een ruimer zorgverlof krijgen. Deze regeling zou begin dit jaar als wetsvoorstel naar de Kamer worden gestuurd, maar er is niets meer van vernomen.
Met een zorgverlof voor vaders bespaart de overheid veel geld op kinderopvang
De balans tussen werk- en privé is ook in ons land gediend met de mogelijkheid van een langer doorbetaald zorgverlof voor vrouwen en mannen, zoals dat in Duitsland, Noorwegen en Zweden bestaat. Voor een overheid die de komende tijd 29 miljard moet gaan bezuinigen, lijkt zo’n zorgverlof op het eerste gezicht onhaalbaar. Maar er staat een besparing tegenover, zoals de aanzienlijke subsidiëring van kinderopvang in het eerste levensjaar. De noodzaak tot meer deeltijdwerken, eveneens ingegeven door de crisis, kan ook leiden tot een mama- en papatraject, waarin beide ouders drie, hooguit vier dagen werken. De aanvulling op hun salaris kan dan gebeuren door tijdelijke kwijtschelding van AOW-premie omdat ze zelf zorgen voor toekomstige premiebetalers. De continuïteit van ouderlijke zorg is op zo’n manier gewaarborgd omdat er altijd één ouder thuis is en er hooguit twee dagen per week van een crèche of naschoolse opvang gebruikgemaakt moet worden. Meer continuïteit thuis en een gelijkwaardiger verdeling van werk en zorg kan ook gestimuleerd worden door flexibele werktijden voor beide ouders, en thuiswerken. De nabije toekomst zal dit overigens afdwingen. De babyboomgeneratie gaat de komende jaren met pensioen en dat veroorzaakt een aanzienlijke krimp van de beroepsbevolking. Werkgevers zullen meer moeite moeten doen om geschikte kandidaten voor bepaalde functies te vinden. Dat geeft die kandidaten meer onderhandelingsruimte. Flexibeler arbeidsvoorwaarden om ouderschap en werk evenwichtiger te combineren, zullen daar ongetwijfeld deel van uitmaken.
(Multatuli, Ideeën, eerste bundel, idee 326(ged.), blz. 227)
Er is geen individu die niet zou worden gehouden voor misdadig, indien hij zich veroorloofde wat de Staat zich veroorlooft.
Bob Geldof on fathers (documentaire)
Sir Bob Geldof, de Ierse leadzanger van de popgroep The Boomtown Rats en initiatiefnemer en campaigner voor Band Aid, Live Aid en Live 8 tegen de hongersnood in Africa, uit in deze documentaire voor het Britse Channel 4 die eind 2004 werd uitgezonden, zijn grote zorg over de ondergeschoven positie van vaders en vaderschap in Westerse landen.
Loyaliteit bestaat er altijd tussen ouders en kinderen, zelfs al hebben zij geen onderling contact meer. Die band is onverbreekbaar: men houdt nooit op vader of moeder van dat kind te zijn of zoon of dochter van die ouder. Dit wordt wel de ‘verticale loyaliteit’ genoemd, welke - i.t.t. 'horizontale loyaliteiten' zoals huwelijken en relaties - onverbrekelijk is en levenslang duurt. Loyaliteit is daarbij geen gevoel, maar een zijnsgegeven.
Een kenmerk van achterlijke en onbeschaafde samenlevingen zoals de Nederlandse is dat verbroken horizontale loyaliteitsbanden (bv. met een ex-partner) door rechts-ongelijkheid en discriminatie gemakkelijk ook door verticale loyaliteitsbanden snijden. Deze in Nederland op grote schaal door de overheid gefaciliteerde en vergoelijkte vorm van ernstig huiselijk geweld bij scheiding bedreven door hoofdzakelijk moeders leid tot het verbreken, vermijden of ontkennen van die verticale loyaliteit en tot loyaliteitsconflicten, resulterend in ernstig en levenslang lijden bij betrokken kinderen en getroffen ouders in nieuwe en toekomstige relaties met een partner of, wanneer kinderen zelf weer moeder of vader worden, met de eigen kinderen. Peter Tromp
Wat vindt u ervan? Is Nederland een achterlijk land bij de bescherming van betrokkenheid en familierelaties tussen kinderen en hun vaders?
Aangifte Onttrekking Ouderlijk Gezag (Art. 279 Sr) bij niet-nakomen omgang bij gezamenlijk gezag
'Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, na het beëindigen van het geregistreerd partnerschap, of na het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid, is geplaatst, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.'
Je vader aan de deur op de door een rechter vastgestelde omgangstijd door je moeder uitgescholden horen worden en je moeder daarbij horen roepen dat je vader de kinderen nooit meer te zien zal krijgen. Terwijl jij door je moeder in huis vastgehouden wordt. Kun je het je voorstellen !?
Social media plugins
Sitemeter
Events
If you tolerate this .... then your children will be next .... will be next .... will be next ....!
From the lyrics: The future teaches you to be alone, the present to be afraid and cold
And if you tolerate this .... then your children will be next .... will be next .... will be next .... !
And on the street tonight an old man plays with newspaper cuttings of his glory days
(By Manic Street Preachers, This Is My Truth, Tell Me Yours, 1998)
Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vader Kennis Centrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vader Kennis Centrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vader Kennis Centrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vader Kennis Centrum op deze website worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vader Kennis Centrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.