Posts tonen met het label Aangifte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aangifte. Alle posts tonen

donderdag, november 15, 2012

562. EO De Vijfde Dag - Wanhopige strijd om kind - Pieter wil zijn zoon weer zien

Uitzending van EO - De Vijfde Dag op donderdagavond 15 november 2012 om 21.05 uur op Nederland 2

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.


Pieter is boos op Jeugdzorg, omdat hij vindt dat ze hem tegen werken in het contact met zijn zoon. Sinds 2008 heeft Pieter zijn zoon door toedoen van jeugdzorg en de moeder niet meer gesproken. De Vijfde Dag over een vader die al ruim 10 jaar vecht voor een normale omgang met zijn zoon en in een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek vrijwel op alle punten gelijk krijgt, maar desondanks nog steeds met lege handen staat.

Je zult het contact met je eigen kind verliezen. Jaarlijks overkomt dat vele duizenden ouders in Nederland. De Vijfde Dag volgt Pieter, die sinds zijn scheiding in 2001 een wanhopige strijd voert om zijn zoon Max te mogen zien.

Pieter heeft een omgangsregeling die hem het recht geeft om Max eens in de zoveel tijd te zien, maar zijn ex-vrouw weigert daar aan mee te werken. Als Pieter Max eens bij haar op komt halen, zegt zij dat hij ziek is. Wanneer hij zijn zoon toch meeneemt, belt zij de politie om aangifte te doen van ontvoering. Pieter wordt klemgereden door vier politieauto's en moet mee naar het bureau.

Ook de bemoeienis van Bureau Jeugdzorg maakt niet dat Pieter zijn zoon vaker kan zien. Integendeel: in 2011 wordt het hem zelfs verboden om zijn zoon nog langer te zien. Volgens Jeugdzorg is dat om rust voor Max te creëren. Maar een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de rechter stelt Pieter in bijna alle punten in het gelijk. Jeugdzorg heeft gefaald, want de problemen van Max zijn alleen maar toegenomen tijdens hun bemoeienis.

De weg lijkt vrij voor Pieter om weer contact met Max op te nemen. Maar dat blijkt ingewikkelder dan het lijkt. En wil Max zijn vader eigenlijk wel zien?

Studiodiscussie
In de studio discussiëren Jan Dirk Sprokkereef van Jeugdzorg Nederland en familieadvocaat Resit Kaya met elkaar over de vraag hoe Bureau Jeugdzorg de waarheid kan achterhalen wanneer beide ouders elkaar tegenspreken. En hoe sterk moet de mening van het kind worden meegewogen?

'Politie en justitie moeten actiever toezien op naleving omgangsregeling'
EO - De Vijfde Dag : 14-11-2012

Politie en justitie moeten veel actiever handelen als een ouder weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Nu verwijzen ze vaak ten onrechte direct door naar een advocaat. Dat zegt politierecherchekundige Benjamin Wondergem.

Ouders die problemen ondervinden met een omgangsregeling, omdat de andere ouder niet meewerkt, kunnen een tweetal wegen bewandelen. Ze kunnen naar een advocaat stappen, die een civiele procedure start, maar ze kunnen ook naar de politie stappen en aangifte doen. Die laatste route blijkt door de opstelling van politie en justitie echter zelden succesvol. Ze verwijzen doorgaans terug naar het civiel recht.

Ten onrechte, volgens Benjamin Wondergem, die als recherchekundige én ervaringsdeskundige onderzoek deed onder politie en justitie naar hoe aangiftes bij omgangsproblemen worden behandeld. ,,Ik heb in mijn onderzoek gemerkt dat er veel te weinig kennis is, zowel bij de politie als bij justitie, over wat de strafrechtelijke mogelijkheden zijn als iemand weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Daardoor zijn agenten, maar ook officieren van justitie weinig geneigd om aangiftes op te nemen en te vervolgen.’’

Kinderen de dupe
De route via de familierechter is vaak een lange, geldverslindende procedure die soms jarenlang duurt, volgens Wondergem. ,,Daardoor worden kinderen onnodig gedupeerd. Hoe langer zoiets duurt, hoe moeilijker de situatie komt te liggen. Omdat kinderen steeds meer loyaliteit ervaren richting de ouder bij wie ze wonen en daardoor bij ruzie tussen de ouders ook steeds meer vervreemd raken van de andere ouder. Er moet dus snel gehandeld worden.’’

Het strafrecht biedt mogelijkheden om snel en effectief te handelen, volgens Wondergem. Toch biedt het geen garantie op succes: ,,Als je een ouder- veroordeelt, geeft dat nog geen garantie dat de andere ouder daarna het kind wel kan zien. Maar het is in ieder geval een belangrijk signaal naar ouders toe, dat ze niet zomaar ongestraft niét mee kunnen werken aan een omgangsregeling.’’

Mediation
De echte oplossing zit er volgens Wondergem in dat ouders beseffen wat ze hun kind aandoen, door voortdurend confrontaties te zoeken en niet mee te werken. ,,Als politie en justitie snel handelen en de zaak voor de rechter komt, moet er eigenlijk direct mediation komen. Verplichte behandeling! Een ouder moet inzien wat hij of zij een kind aandoet door het van de andere ouder weg te houden en daarmee het kind in een conflictsituatie te plaatsen.’’

+ Handleiding Aangifte Onttrekking Ouderlijk Gezag (art 279) bij niet nakomen omgang bij gezamenlijk gezag van het Vader Kennis Centrum

Bij deze reportage

'Politie en justitie moeten actiever toezien op naleving omgangsregeling'
Politie en justitie moeten veel actiever handelen als een ouder weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Nu verwijzen ze vaak ten onrechte direct door naar een advocaat. Dat zegt politierecherchekundige Benjamin Wondergem hier.


VADER KENNIS CENTRUM
Informatie en kennis die eraan bijdraagt om de rol van beide ouders bij de opvoeding van, de zorg voor en het onderwijs aan kinderen op waarde te schatten en met overheidsbeleid te ondersteunen. Zie hier.

Samenvatting kijkersreacties: Kijker overwoog zelfmoord door omgangsproblemen
Een samenvatting van de bijna tweehonderd reacties leverde de reportage over omgangsproblemen op, die De Vijfde Dag op donderdag 15 november 2012 uitzond. Sommige kijkers hebben zelfs zelfmoord overwogen vanwege de omgangsproblemen. U leest de samenvatting hier.

Wat kun je doen als je ex-partner niet meewerkt aan een omgangsregeling?
Je ex-partner staat je niet toe je kind te blijven zien. De afgesproken omgangsregeling wordt niet nageleefd. Wat kun je dan doen? De Vijfde Dag zet het hier op een rijtje.

Waarom Max onherkenbaar is gemaakt
De Vijfde Dag heeft er bewust voor gekozen om ‘Max’ onherkenbaar in beeld te brengen. Dit omdat de minderjarige jongen al slachtoffer is van de situatie waarin hij zich bevindt en hij niet ook nog eens ‘slachtoffer’ moet worden van een uitzending waarin de ruzie tussen zijn ouders centraal staat. Zie verder hier.


woensdag, november 14, 2012

560. 'Politie en justitie moeten actiever toezien op naleving omgangsregeling'

'Politie en justitie moeten actiever toezien op naleving omgangsregeling'
Achtergrondartikel, 15-11-2012

Politie en justitie moeten veel actiever handelen als een ouder weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Nu verwijzen ze vaak ten onrechte direct door naar een advocaat. Dat zegt het Vader Kennis Centrum (VKC).

Ouders die problemen ondervinden met een omgangsregeling, omdat de andere ouder niet meewerkt, kunnen een tweetal wegen bewandelen. Ze kunnen naar een advocaat stappen, die een civiele procedure start, maar ze kunnen ook naar de politie stappen en aangifte doen. Die laatste route blijkt door de opstelling van politie en justitie echter zelden succesvol. Ze verwijzen doorgaans terug naar het civiel recht.

Ten onrechte, volgens het VKC, die onderzoek deed onder politie en justitie naar hoe aangiftes bij omgangsproblemen worden behandeld. Het bestuur van het VKC heeft bij dit onderzoek gemerkt dat er veel te weinig kennis is, zowel bij de politie als bij justitie, over wat de strafrechtelijke mogelijkheden zijn als iemand weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Daardoor zijn agenten, maar ook officieren van justitie weinig geneigd om aangiftes op te nemen en te vervolgen.

Kinderen de dupe
De route via de familierechter is vaak een lange, geldverslindende procedure die soms jarenlang duurt, volgens het VKC. Daardoor worden kinderen onnodig gedupeerd. Hoe langer zoiets duurt, hoe moeilijker de situatie komt te liggen. Omdat kinderen steeds meer loyaliteit ervaren richting de ouder bij wie ze wonen en daardoor bij ruzie tussen de ouders ook steeds meer vervreemd raken van de andere ouder. Er moet dus snel gehandeld worden.

Het strafrecht biedt mogelijkheden om snel en effectief te handelen, volgens VKC. Toch biedt het geen garantie op succes: Als je een ouder- veroordeelt, geeft dat nog geen garantie dat de andere ouder daarna het kind wel kan zien. Maar het is in ieder geval een belangrijk signaal naar ouders toe, dat ze niet zomaar ongestraft niét mee kunnen werken aan een omgangsregeling.

Mediation
De echte oplossing zit er volgens het VKC in dat ouders beseffen wat ze hun kind aandoen, door voortdurend confrontaties te zoeken en niet mee te werken. Als politie en justitie snel handelen en de zaak voor de rechter komt, moet er eigenlijk direct mediation komen. Verplichte behandeling! Een ouder moet inzien wat hij of zij een kind aandoet door het van de andere ouder weg te houden en daarmee het kind in een conflictsituatie te plaatsen.

Handleiding Aangifte Onttrekking Ouderlijk Gezag (art 279) bij niet nakomen omgang bij gezamenlijk gezag van het Vader Kennis Centrum


Wanhopige strijd om kind: Pieter wil zijn zoon weer zien
EO - De Vijfde Dag, Uitzending op donderdag 15 november om 21.05 uur op Nederland 2

Pieter is boos op Jeugdzorg, omdat hij vindt dat ze hem tegen werken in het contact met zijn zoon. Sinds 2008 heeft Pieter zijn zoon niet meer gesproken. De Vijfde Dag over een vader die al ruim 10 jaar vecht voor een normale omgang met zijn zoon en in een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek vrijwel op alle punten gelijk krijgt, maar desondanks nog steeds met lege handen staat. (EO - De Vijfde Dag, Uitzending op donderdag 15 november om 21.05 uur op Nederland 2).

Je zult het contact met je eigen kind verliezen. Jaarlijks overkomt dat vele duizenden ouders in Nederland. De Vijfde Dag volgt Pieter, die sinds zijn scheiding in 2001 een wanhopige strijd voert om zijn zoon Max te mogen zien.

Pieter heeft een omgangsregeling die hem het recht geeft om Max eens in de zoveel tijd te zien, maar zijn ex-vrouw weigert daar aan mee te werken. Als Pieter Max eens bij haar op komt halen, zegt zij dat hij ziek is. Wanneer hij zijn zoon toch meeneemt, belt zij de politie om aangifte te doen van ontvoering. Pieter wordt klemgereden door vier politieauto's en moet mee naar het bureau.

Ook de bemoeienis van Bureau Jeugdzorg maakt niet dat Pieter zijn zoon vaker kan zien. Integendeel: in 2011 wordt het hem zelfs verboden om zijn zoon nog langer te zien. Volgens Jeugdzorg is dat om rust voor Max te creëren. Maar een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de rechter stelt Pieter in bijna alle punten in het gelijk. Jeugdzorg heeft gefaald, want de problemen van Max zijn alleen maar toegenomen tijdens hun bemoeienis.

De weg lijkt vrij voor Pieter om weer contact met Max op te nemen. Maar dat blijkt ingewikkelder dan het lijkt. En wil Max zijn vader eigenlijk wel zien?

Studiodiscussie
In de studio discussiëren Jan Dirk Sprokkereef van Jeugdzorg Nederland en familieadvocaat Resit Kaya met elkaar over de vraag hoe Bureau Jeugdzorg de waarheid kan achterhalen wanneer beide ouders elkaar tegenspreken. En hoe sterk moet de mening van het kind worden meegewogen?

Uitzending van EO - De Vijfde Dag op donderdagavond 15 november 2012 om 21.05 uur op Nederland 2



Pieter is boos op Jeugdzorg, omdat hij vindt dat ze hem tegen werken in het contact met zijn zoon. Sinds 2008 heeft Pieter zijn zoon door toedoen van jeugdzorg en de moeder niet meer gesproken. De Vijfde Dag over een vader die al ruim 10 jaar vecht voor een normale omgang met zijn zoon en in een onafhankelijk gerechtelijk onderzoek vrijwel op alle punten gelijk krijgt, maar desondanks nog steeds met lege handen staat. Je zult het contact met je eigen kind verliezen. Jaarlijks overkomt dat vele duizenden ouders in Nederland. De Vijfde Dag volgt Pieter, die sinds zijn scheiding in 2001 een wanhopige strijd voert om zijn zoon Max te mogen zien. Pieter heeft een omgangsregeling die hem het recht geeft om Max eens in de zoveel tijd te zien, maar zijn ex-vrouw weigert daar aan mee te werken. Als Pieter Max eens bij haar op komt halen, zegt zij dat hij ziek is. Wanneer hij zijn zoon toch meeneemt, belt zij de politie om aangifte te doen van ontvoering. Pieter wordt klemgereden door vier politieauto's en moet mee naar het bureau. Ook de bemoeienis van Bureau Jeugdzorg maakt niet dat Pieter zijn zoon vaker kan zien. Integendeel: in 2011 wordt het hem zelfs verboden om zijn zoon nog langer te zien. Volgens Jeugdzorg is dat om rust voor Max te creëren. Maar een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de rechter stelt Pieter in bijna alle punten in het gelijk. Jeugdzorg heeft gefaald, want de problemen van Max zijn alleen maar toegenomen tijdens hun bemoeienis. De weg lijkt vrij voor Pieter om weer contact met Max op te nemen. Maar dat blijkt ingewikkelder dan het lijkt. En wil Max zijn vader eigenlijk wel zien? Studiodiscussie In de studio discussiëren Jan Dirk Sprokkereef van Jeugdzorg Nederland en familieadvocaat Resit Kaya met elkaar over de vraag hoe Bureau Jeugdzorg de waarheid kan achterhalen wanneer beide ouders elkaar tegenspreken. En hoe sterk moet de mening van het kind worden meegewogen?  

Bij deze reportage 'Politie en justitie moeten actiever toezien op naleving omgangsregeling' Politie en justitie moeten veel actiever handelen als een ouder weigert mee te werken aan een omgangsregeling. Nu verwijzen ze vaak ten onrechte direct door naar een advocaat. Dat zegt het Vader Kennis Centrum (zie achtergrondartikel hierboven).
 
VADER KENNIS CENTRUM Informatie en kennis die eraan bijdraagt om de rol van beide ouders bij de opvoeding van, de zorg voor en het onderwijs aan kinderen op waarde te schatten en met overheidsbeleid te ondersteunen. Zie hier.

Samenvatting kijkersreacties: Kijker overwoog zelfmoord door omgangsproblemen Een samenvatting van de bijna tweehonderd reacties leverde de reportage over omgangsproblemen op, die De Vijfde Dag op donderdag 15 november 2012 uitzond. Sommige kijkers hebben zelfs zelfmoord overwogen vanwege de omgangsproblemen. U leest de samenvatting hier.  

Wat kun je doen als je ex-partner niet meewerkt aan een omgangsregeling? Je ex-partner staat je niet toe je kind te blijven zien. De afgesproken omgangsregeling wordt niet nageleefd. Wat kun je dan doen? De Vijfde Dag zet het hier op een rijtje.  

Waarom Max onherkenbaar is gemaakt De Vijfde Dag heeft er bewust voor gekozen om ‘Max’ onherkenbaar in beeld te brengen. Dit omdat de minderjarige jongen al slachtoffer is van de situatie waarin hij zich bevindt en hij niet ook nog eens ‘slachtoffer’ moet worden van een uitzending waarin de ruzie tussen zijn ouders centraal staat. Zie verder hier.
 

woensdag, april 27, 2011

110427. Oproep gesloten - Dringende oproep tot deelname aan enquete over uw ervaringen met het doen van aangifte van onttrekking (WvS, Art. 279) bij de politie

Oproep gesloten

DRINGENDE OPROEP!!


Geachte lezer,

Er zijn veel klachten over de politie omdat ze vaak niet bereid zijn om een aangifte op te nemen. Dit ondanks het niet naleven van de omgangsregeling tussen uitwonende ouder en kind. Als het lukt om de aangifte wel op te laten nemen wordt het vervolgens geseponeerd

Zelf studeer ik aan de politie academie en ben een onderzoek gestart naar deze problematiek. Om meer inzicht te krijgen in deze problemen zoek ik ouders die deze problemen hebben ervaren of nog steeds ervaren.

Bent u van mening dat U aangifte bij de politie over het niet nakomen van een omgangsregeling onterecht niet wordt opgenomen. Bent u van mening dat als de aangifte wel is opgenomen hij vervolgens wordt afgewezen (geseponeerd) door politie of justitie waardoor de zaak nooit voor de rechter komt. Dan wil ik U vragen aan mijn onderzoek mee te werken.

Als U bereid bent om U ervaringen met mij te delen, kan ik aan de hand van de verkregen feiten binnen de politie organisatie en het Openbaar Ministerie onderzoeken waarom dit in het algemeen gebeurd. Zonder u medewerking is dit erg moeilijk.

Door hier aan mee te werken help u mee om inzicht te krijgen in de problematiek die er mogelijk zijn bij de vervolging van het niet uitvoeren van een omgangsregeling.

Na medewerking zal ik u informeren over de resultaten van mijn onderzoek.

Door op ENTER of de knop te klikken kunt u na beantwoorden naar de volgende vraag.

Door op de onderstaande link te dubbel klikken wordt de vragenlijst gestart.



Met vriendelijke groet,

B. Wondergem

www.thesistools.com/web/?id=193019

zaterdag, november 20, 2010

360a. Casus 1 - Aangifte Onttrekking (WvS, Art. 279) bij politie en OM in de praktijk

Casus 1 - Aangifte- en vervolgingsbeleid naar geslacht bij het misdrijf 'onttrekking aan ouderlijk gezag' - Over gender racisme en discriminatie naar geslacht door politie en OM


Inleiding

'Onttrekking' (Wetboek van Strafrecht, Artikel 279) is het weghouden van de kinderen bij een andere ouder met gezamenlijk gezag in strijd met de door de familierechter bij de scheiding beschikte regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedtaken. Het is een zwaar misdrijf dat als volgt omschreven staat in het Wetboek van Strafrecht:
Artikel 279: Misdrijf van onttrekking aan het ouderlijk gezag
Wetboek van Strafrecht, Tweede Boek. Misdrijven, Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid, Artikel 279: Onttrekking

1.Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.
Discriminatie naar geslacht door politie, OM en rechterlijke macht
Het is echter ook een misdrijf waarbij structureel gender racisme en discriminatie naar geslacht bij (a) het aangiftebeleid van de politie, (b) het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie en (c) het veroordelingsbeleid van de rechterlijke macht in Nederland hoogtij vieren op een wijze die aan elke geloofwaardigheid van de Nederlandse rechtstaat inmiddels een einde heeft gemaakt.

Wanneer een moeder (vrouw) aangifte van onttrekking doet tegen een vader (man), dan is een enkel telefoontje van moeder naar de politie voldoende om:
1. landelijk onmiddelijk het hele Nederlandse politiekorps met gillende sirenes uit te laten rukken zonder dat zelfs nog maar een proces-verbaal door de politie werd opgemaakt,
2. pers, media en burgerij landelijk in rep en roer te brengen met zgn. Amber Alerts,
3. het OM vervolgens bij de vervolging tegen de vader als dader, onder het motief dat het een repeterend misdrijf zou zijn, bij herhaling (ja u leest dat goed) de hoogste straf van 6 tot 9 jaar gevangenis te laten eisen,
4. het OM achteraf als verrader te laten optreden door elke gesloten overeenkomst of afspraak willens en wetens gemaakt met de vader waarbij alsnog de kinderen terug geleid kunnen worden achteraf met voeten te treden en niet na te komen,
5. de strafrechter te bewegen de maximale straf van 6 tot 9 jaar bij herhaling op te leggen aan de vader als dader (ja u leest dat weer goed).

Want dat is "in a nutshell" de karakteristiek van het Nederlandse aangifte-, vervolgings- en veroordelingsbeleid door politie, OM en rechterlijke macht in onderlinge collusie wanneer door een moeder tegen een vader telefonisch aangifte wordt gedaan.

Wanneer echter een vader tegen een moeder van hetzelfde misdrijf aangifte doet bij de politie, dan gebeurt er niets, maar dan ook helemaal niets, van dat al:
1. De politie wil de aangifte eerst niet opnemen en stuurt vader weg, weigert vervolgens de aangifte deugdelijk te onderzoeken en/of moeder als dader te horen, en/of maakt zich er met een 'Jantje van Leien' vanaf (moeder ontkent of spreekt dat tegen meneer),
2. Het OM wil de aangifte daaropvolgend niet vervolgen en seponeert, liefst pas na 6 maanden tot een jaar, en op absurde gronden, zonder rekenschap af te leggen,
3. De rechterlijke macht traineert het in procedure nemen van een zaak en weigert een straf op te leggen of legt een symbolische straf op van enkele uurtjes taakstraf die niet uitgevoerd word.

Deze structurele discriminatie naar geslacht door politie, justitie en rechterlijke macht bij de afhandeling van het misdrijf van onttrekking (art. 279) heeft inmiddels zo'n stuitende omvang aangenomen dat het Vaderkenniscentrum.nl de komende periode een aantal casussen waaruit dat blijkt gaat publiceren om deze aan u voor te kunnen leggen.

Het extreme aangifte-, vervolgings-, en veroordelingsbeleid wanneer moeders aangifte tegen vader doen mag bij u inmiddels bekend verondersteld worden, o.m. uit het langsvliegende Amber Alert-circus.

Hieronder kunt u lezen hoe het daarentegen bij politie en OM toegaat, wanneer een vader aangifte van onttreking aan het ouderlijk gezag door de moeder doet/wil doen.

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum.nl


Casus 1: Een vader doet aangifte van het misdrijf van onttrekking door een moeder



Inhoudsopgave:
A. Proces-verbaal aangifte onttrekking (WvS, Art. 279)
B. Informatie uit Politieregisters
C. Sepot Politie Gelderland-Zuid
D. Beklagbrief vader aan Openbaar Ministerie inzake sepot
E. Antwoord van het OM op de beklagbrief vader aan Openbaar Ministerie inzake sepot

A. PROCES – VERBAAL AANGIFTE VAN ONTTREKKING (WVS, ART. 279)

Aangifte

Plaats delict : [plaats delict]
HKS object : Woning, [omschrijving woning]
Pleegdatum : Op [datum voorjaar] 2010 te [tijdstip]
Verbalisant : [verbalisant]

Ik, verbalisant, [verbalisant], verklaar het volgende:

Op [datum voorjaar] 2010 te [tijdstip], verscheen voor mij, in het politiebureau, [adres] te [plaats], een persoon die mij opgaf te zijn:

Achternaam : [achternaam]
Voornamen : [voornamen]
Geboren : [geboortedatum]
Geboorteplaats/land : [geboorteplaats] in Nederland
Geslacht : man
Burger service nummer  : [BSN]
Nationaliteit : Nederlandse
GBA-nummer : [GBA]

Hij deed aangifte terzake overige misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid en verklaarde het volgende:

“Op [datum voorjaar] 2010 te [tijdstip] werd op de [plaats delict], het in de aanhef vermelde feit gepleegd.

Ik doe aangifte van onttrekking van het ouderlijk gezag van mijn kinderen. Dit feit is gepleegd op [datum voorjaar] 2010 omstreeks [tijdstip] op bovengenoemde locatie.

Met betrekking tot het onttrekken van het ouderlijk gezag kan ik u het volgende verklaren:

Ik lig momenteel in scheiding met mijn vrouw. Wij hebben samen [aantal] kinderen. [namen en leeftijden van de kinderen]. Mijn vrouw heet [vrouw], geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende [plaats delict].

Op [datum voorjaar] 2010 heeft mijn vrouw een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank [locatie]. Ik heb op [datum voorjaar 2010] een verweerschrift ingediend bij de rechtbank te [locatie].

Omtrent het ouderlijk gezag van de kinderen heeft de rechtbank te [locatie] een beschikking opgesteld op [datum]. In de beschikking staat vastgesteld onder [vindplaats in de beschikking] dat ik de kinderen op de volgende tijdstippen mag zien:
-in de oneven weken van [tijdstip op vaste namiddag in de week] tot [tijdstip op vaste vooravond in de week twee dagen later]
-in de even weken op [vaste ochtend in de week] van [tijdstip] tot [tijdstip]
-daarnaast mag ik op [vaste dag in de week] met [naam kind 1] naar [activiteit]. En op [twee vaste avonden in de week] met [naam kind 2] naar [activiteit].

Afgelopen [datum voorjaar 2010] was ik om [tijdstip] precies op het adres [plaats delict]. Daar deed mijn vrouw de deur open en zij vertelde mij meteen dat ik de kinderen die dag niet mee zou krijgen. Zij gaf mij daarbij geen reden op.

Ik heb toen de telefoon gepakt om de politie te bellen. Mijn vrouw zei toen tegen mij: “ja, bel de politie maar”. Vervolgens heeft zij de deur dicht gedaan. De politie is volgens mij toen bij mijn vrouw langs geweest. Toen heeft zij aangegeven dat zij de kinderen niet meer aan mij mee wil geven.

Ik heb dus uiteindelijk mijn kinderen wederom niet meegekregen. Mijn vrouw heeft zich dus niet gehouden aan de uitspraak van de rechtbank. Dit is niet de eerste keer dat zij dit doet, ik heb hier vorige week [datum voorjaar] 2010 ook al aangifte van gedaan. De politie heeft toen ook al met haar gesproken, zij had toen aangegeven dat zij de kinderen in de toekomst wel weer aan mij mee wil geven.

Ik kan u vertellen dat ik afgelopen [datum voorjaar 2010] [naam kind 2] opgehaald heb om naar [activiteit] te gaan. Ik heb [naam kind 2] toen gewoon meegekregen. Mogelijk dat dit gekomen is doordat de politie met haar heeft gesproken.

Aan niemand werd het recht of toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Terug naar inhoudsopgave

B. INFORMATIE UIT POLITIEREGISTERS

[datum voorjaar]-2010 nr. [meldingsnummer]
[man] belde om te vertellen dat de kinderen van hem door zijn ex niet werden meegegeven voor de bezoekregeling van vandaag [datum voorjaar 2010] van [tijdstip] tot [tijdstip]. Zonder opgaaf van reden. Zij opende wel de voordeur voor hem maar zei hem dat hij de kinderen niet mee kreeg. [man] heeft kinderen niet gehoord of gezien. Hij voorziet problemen voor de rest van de week, hij heeft elke dag een bezoekregeling om kinderen te zien. Heb uitgebreid gesproken met hem en hem verteld dit alles vast te leggen. Heb haar geprobeerd te bellen maar zij was constant in gesprek. [man] is zeer teleurgesteld in het optreden van de politie en eist dat politie haar tot de orde roept. Collega’s zijn vervolgens bij haar langs gegaan. Zij zegt te weigeren de kinderen mee te geven en weet dat zij volledig ingaat tegen het rechtelijk bevel van de bezoekregeling. Zij zegt dat hij de kinderen mishandelt en dat hij ze mee neemt naar het buitenland en dat wil ze niet hebben.

Terug naar inhoudsopgave

C. SEPOT-BRIEF POLITIE GELDERLAND-ZUID [DISTRICTSVERMELDING]

Ons kenmerk : [PV-nummer]
Telefoon : [telefoonnummer]
Datum : [datum najaar] 2010
Betreft : Afloopbericht

Geachte heer [man],

Naar aanleiding van de aangifte die door of namens u gedaan is onder bovengenoemd kenmerk, deel ik u het volgende mede.

Wij hebben uw aangifte nader bekeken. Daarbij bleek dat het juridisch gezien hier niet gaat om een strafrechtelijk feit. De politie doet alleen onderzoek naar strafrechtelijke feiten en daarom kunnen wij in dit geval geen onderzoek instellen. De aangifte blijft wel in onze administratie geregistreerd.

Mocht u het niet eens zijn met deze beslissing dan kunt u binnen 6 weken na ontvangst van deze brief, schriftelijk en gemotiveerd uw beklag doen bij het Openbaar Ministerie, adres:
            Arrondissementsparket [locatie en adres]
Als u daarbij een kopie meestuurt van deze brief, bevordert dit een snelle afhandeling

Heeft u naar aanleiding van deze brief nog vragen of heeft u aanvullende informatie, dan kunt u op werkdagen tussen 08.30 uur en 16.30 uur, contact opnemen met het Centraal Informatiepunt Slachtoffers te [locatie], telefoonnummer: [telefoonnummer].
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.

De districtschef
Namens deze,
Districtsadministratie [Districtsvermelding]

Terug naar inhoudsopgave

D. BEKLAGBRIEF VADER BIJ OPENBAAR MINISTERIE INZAKE SEPOT

Aan: Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket [locatie en adres]
Betreft: beklag over brieven Politie Gelderland-Zuid
Datum: [datum van indiening binnen de daarvoor gestelde termijn van 6 weken]

Geachte heer/mevrouw,

Met grote verbazing heb ik kennis genomen van de brieven van het bedrijfsbureau van Politie Gelderland-Zuid, [districtsvermelding] van [datum najaar] 2010, kenmerk [kenmerk] en kenmerk [kenmerk]. De brieven zijn bijgevoegd bij deze brief.

In de brieven wordt gemeld dat de aangiften die ik heb gedaan met betrekking tot onttrekking van het ouderlijk gezag, artikel 279 Sr, niet zou gaan om een strafbaar feit. Dit bevreemd mij zeer. Mogelijk dat u een ander Wetboek van Strafrecht hanteert dan in Nederland gehanteerd wordt. Graag zou ik dan van die versie een afschrift willen ontvangen. Ik ga er echter van uit dat u hetzelfde Wetboek van Strafrecht hanteert. In dat geval dient u zich, net zoals ik en iedere andere Nederlandse rechtspersoon, te houden aan de wettelijke regels.

Ik ben het niet eens met de door de Politie Gelderland-Zuid opgestelde brieven. Buiten dat in de brieven iedere vorm van argumentatie ontbreekt, wordt met deze beslissing de wet volledig naast zich neergelegd. Alvorens in te gaan op de redenen waarom ik het niet eens ben, eerst wat achtergrondinformatie zodat u een volledig beeld krijgt van wat er zich afspeelt.

Elk kind heeft het recht bij zijn ouders op te groeien en om met beide ouders contact te houden wanneer het van een of van beiden gescheiden leeft, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. Dit is vastgelegd in het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind, welk geratificeerd is door Nederland. Mede op grond van dit verdrag is in maart 2009 een wetswijziging “Voortgezet ouderschap en zorgvuldige echtscheiding” doorgevoerd.

Helaas verlopen niet alle echtscheidingen even vlekkeloos. In een aantal gevallen ontvouwt zich een hevige strijd tussen beide ouders. In een aantal andere gevallen wordt de strijd gevoerd door één van de ouders. Dit laatste is bij mij het geval. En daar waar kinderen in het spel zijn, zijn de kinderen vaak de dupe van de strijd die gevoerd wordt.

In mijn geval begon de moeder van mijn kinderen vrijwel direct na de beslissing van de rechtbank te [locatie] omtrent de omgangsregeling, zoals opgesteld in de beschikking van [datum najaar] 2009, de omgangsregeling te frustreren. De kinderen werd het recht op omgang met hun vader ontnomen. Verschillende malen is getracht met tussenkomst van mijn advocaat en de politie de omgangsregeling weer op gang te brengen, echter de problemen hielden aan.

Ik heb uiteindelijk op [datum voorjaar] 2010 en op [datum voorjaar] 2010 aangifte gedaan van onttrekking van de ouderlijke macht op grond van artikel 279 Wetboek van Strafrecht.

Dit artikel wordt veelvuldig toegepast in gevallen waarin, laten we maar man en paard noemen, vaders hun kinderen niet terugbrengen naar hun moeder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben. In dat geval worden vaders, veelal hardhandig, aangepakt in het bijzijn van hun kinderen en worden de kinderen teruggebracht naar de moeder. Indien aangifte wordt gedaan door de moeder van onttrekking van de ouderlijke macht wordt een strafrechterlijk onderzoek ingesteld en wordt de vader strafrechterlijk vervolgd.

In het geval dat de moeder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben weigert om de kinderen mee te geven aan de vader, wordt er door politie en justitie plotseling anders gehandeld. In dat geval wordt er niet opgetreden tegen de moeder. Dit is ook bij mij het geval geweest. De politie handelt daarmee in strijd met artikel 2 van de Politiewet 1993, waarin staat: "De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven". Het gevolg van het handelen van de politie is dat de kinderen het recht op zorg en omgang met de vader wordt ontnomen.

Er is bovendien sprake van ongelijke behandeling in het optreden van de politie. Dit is in strijd met artikel 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor vaders zijn er in dat geval twee mogelijkheden om er voor te zorgen dat de kinderen toch zorg en omgang kunnen krijgen met de vader. Vader kan een civielrechtelijke procedure starten of kan trachten de moeder strafrechtelijk te laten vervolgen. In mijn geval heb ik beide gedaan.

Ik heb een kort geding aangespannen bij de rechtbank te [locatie] om er voor te zorgen dat de beschikking van [datum najaar] 2009, zoals is vastgesteld door de rechtbank te [locatie], wordt nageleefd. De rechter heeft daarbij geoordeeld dat al mijn verzoeken, waaronder het verzoek om een dwangsom voor iedere dag dat de omgangsregeling niet wordt nageleefd, werden afgewezen. Met andere woorden: via een civielrechtelijke procedure is het niet mogelijk gebleken het recht op zorg en omgang met vader af te dwingen. Ook hier is sprake van een ongelijke behandeling. De beslissing van de rechtbank heeft er overigens voor gezorgd dat mijn kinderen vervolgens gedurende 4,5 maand geen enkel contact meer hebben gehad met hun vader, maar dit terzijde.

Dan de strafrechtelijke procedure. Bij het doen van aangifte van onttrekking van de ouderlijke macht stuitte ik op verzet bij de politie. Dit terwijl ieder burger gerechtigd is om aangifte te doen van een strafbaar feit (art. 161 Wetboek van Strafvordering) en de politie verplicht is de aangifte op te nemen (art. 163 Wetboek van Strafvordering, lid 5). Als burger, of in ieder geval als vader, moet je op je strepen gaan staan om dit voor elkaar te krijgen. Het heeft me dan ook 5 weken gekost om de aangifte die ik heb gedaan op [datum voorjaar] 2010 ([PV nummer]) uiteindelijk opgenomen te krijgen. Wel vreemd, aangezien de moeder van mijn kinderen het wel eenvoudig voor elkaar heeft gekregen om een valse aangifte te doen van stalking door mij. Ook dit doet vermoeden dat er sprake is van een ongelijke behandeling.

Moeders zijn zich terdege bewust van de rechtsongelijkheid die zowel door justitie als politie wordt gebezigd. Zij zijn zich bewust dat de ouder bij wie de kinderen hun hoofdverblijf hebben, de macht hebben om te kunnen bepalen wanneer de kinderen de andere ouder mag zien. Zij zijn zich bewust dat de politie niet optreedt tegen dit handelen. Zij zijn zich bewust dat de rechter in hun voordeel zal uitspreken. Zij zijn zich bewust dat de officier van justitie niet tot strafvervolging over zal gaan. En zo lang moeders op geen enkel vlak worden aangepakt of zelfs maar aangesproken worden, zullen ook in de toekomst moeders de zorg en omgang met vaders blijven frustreren. Het is een zichzelf in stand houdend systeem.

Ik zal nu aangeven waarom ik het niet eens ben met de stelling dat het niet zou gaan om een strafbaar feit.

Het artikel met betrekking tot onttrekking van het ouderlijk gezag betreft artikel 279 Wetboek van Strafrecht. Dit artikel luidt:

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 279
  1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.

In een uitspraak van de Hoge Raad (LJN AR8250, 01198/04) van 15 februari 2005 stelt de Hoge Raad dat het niet houden aan een omgangsregeling door een ouder belast met ouderlijk gezag wel degelijk een strafbaar feit is.

De Nationale Ombudsman heeft in het rapport 2007/034 van 16 februari 2007 de volgende aanbeveling gegeven: “Gelet op de hiervoor genoemde jurisprudentie ziet de Nationale Ombudsman aanleiding om de korpsbeheerder in overweging te geven om de relevante jurisprudentie (de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005) als uitgangspunt te nemen voor het politieoptreden bij omgangsproblemen.”

In de slotbeschouwing van het betreffende rapport stelt de Nationale Ombudsman voorts:
“De Nationale ombudsman wenst hier te benadrukken dat, indien er sprake is van gezamenlijk gezag, de ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de kinderen en de onderlinge verhoudingen. De ruimte voor de politie om zich in dit soort conflicten te mengen is beperkt.

Voorts verwijs ik u ook naar de uitspraken die zijn gedaan door Rechtbank Leeuwarden (LJN BH2027, 17/754502-08 VON) van 5 februari 2009 en door Rechtbank Maastricht van 20 februari 2009, waarin bevestigd wordt dat het gaat om een strafbaar feit.

Bovenstaande stelt dus dat het niet houden aan een omgangsregeling wel degelijk een strafbaar feit is. Dientengevolge verzoek ik u uw beslissing te heroverwegen. Het spreekt vanzelf dat ik mij zal richten tot de Nationale Ombudsman als u nog steeds van mening blijft dat het hier niet gaat om een strafbaar feit.

Om u verder alvast een stap voor te zijn verzoek ik u een zorgvuldige afweging te maken met betrekking tot het al dan niet strafrechtelijk vervolgen. Ik ben me bewust dat het voor u een lastige kwestie is en dat u daarom, om het uzelf makkelijk te maken, vlug geneigd bent de aangifte te seponeren. In dat geval vraag ik u uiteraard om een goed beargumenteerde sepotreden. Een sepotreden als “onvoldoende wettig en overtuigend bewijs” kan in mijn ogen niet gegeven worden, aangezien moeder op [datum voorjaar] 2010 zelf heeft aangegeven “te weigeren de kinderen mee te geven en weet dat zij volledig ingaat tegen het rechtelijk bevel van de bezoekregeling” (citaat afkomstig uit politieregisters). Ik heb u echter uitgelegd dat moeder weet dat zij zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk niet aangepakt wordt en zij zich daarom niet houdt aan de omgangsregeling. Door niet strafrechtelijk te vervolgen geeft u wederom een signaal af naar de moeder dat het niet houden aan de omgangsregeling toegestaan is en zullen toekomstige problemen met betrekking tot de omgang zich blijven voordoen. U belast daarmee uw eigen politieapparaat met onnodig veel werk en handelt niet conform artikel 2 van de Politiewet.

Ik hoop dat u gaat inzien dat u mede verantwoordelijk bent voor de omgangsproblematiek en daarmee mede veroorzaker bent van de schade die dit toebrengt aan mijn kinderen.

Ik schrijf u deze brief overigens op de dag van de rechten van het kind, de dag bovendien dat moeder zich wederom niet houdt aan de omgangsregeling, die nota bene door haar zelf is voorgesteld aan de rechter.

Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet,
[vader]

Bijlagen: 2

Terug naar inhoudsopgave

E. ANTWOORD OPENBAAR MINISTERIE OP BEKLAGBRIEF VADER INZAKE SEPOT

Contactpersoon: [contactpersoon]
Doorkiesnummer: [doorkiesnummer]
Datum: 6 december 2010
Ons kenmerk: [kenmerk]
Onderwerp: beklag

Geachte heer [vader],

Bij deze bericht ik u dat ik in uw brief van 20 november jl. aanleiding heb gezien om de politie nader onderzoek te laten doen. Zodra ik de resultaten van dit onderzoek ontvangen heb, zal ik u hier nader over berichten.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

De Officier van Justitie
namens deze,

[sr. parketsecretaris]
sr. parketsecretaris

Terug naar inhoudsopgave
_____
Disclaimer: Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

vrijdag, maart 26, 2010

315. Vonnissen Rechtbank Assen in civiele gijzeling van omgangsfrustrerende moeder Gea uit Hollandscheveld (zgn. lijfsdwang; LJN: BL9070)

Rechtbank Assen - Vonnissen in kort geding 3 februari 2010 en spoed-appel 23 maart 2010 inzake de rechtmatigheid van lijfsdwang na niet-nakoming omgangsregeling

LJN: BL9070,Voorzieningenrechter Rechtbank Assen, 77269 / KG ZA 09-292
Datum uitspraak: 23-03-2010
Datum publicatie: 26-03-2010
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Kort geding

Inhoudsindicatie:

Rechtmatigheid lijfsdwang na niet-nakoming omgangsregeling

Uitspraak

Vonnissen in kort geding 3 februari 2010 en spoed-appel 23 maart 2010

Vonnis in kort geding van 3 februari 2010

Vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 77269 / KG ZA 09-292

Vonnis in kort geding van 3 februari 2010

in de zaak van

[DE MAN],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
toegevoegd advocaat mr. R. Kaya,

tegen

[DE VROUW],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
toegevoegd advocaat mr. R.J. Skála.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de brief met bijlage d.d. 18 januari 2010 van mr. Skála
- de faxbrief met bijlagen d.d. 20 januari 2010
- de mondelinge behandeling op 22 januari 2010, alwaar [de man], vergezeld van zijn advocaat, en [de vrouw], vergezeld van haar advocaat, zijn verschenen.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Partijen hebben tot november 2005 een affectieve relatie gehad.

2.2. Uit de relatie is het navolgende, thans nog minderjarig kind geboren: [het kind] [de vrouw], geboren te [woonplaats] op 31 maart 2002 (hierna genoemd [het kind])

2.3. De vrouw heeft het gezag over [het kind]. [het kind] verblijft sinds de beëindiging van de relatie bij zijn moeder.

2.4. Bij beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 1 december 2009 is bepaald dat:
- voor een periode van twee maanden, te beginnen op zaterdag 12 december 2009, een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdagmiddag per veertien dagen van 14.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat de daaropvolgende periode, te beginnen op zaterdag 13 februari 2010 een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdag per veertien dagen van 10.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat voor de periode met ingang van zaterdag 18 december 2010 geldt dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur, met dien verstande dat man [het kind] haalt en terugbrengt.

3. Het geschil

3.1 De man vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, de vrouw te veroordelen:
om over te gaan tot nakoming van de omgangsregeling, zoals in voornoemde beschikking is uitgesproken,
- met veroordeling van de vrouw tot betaling van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat zij, twee dagen na betekening van het vonnis, in gebreke blijft aan het vorenstaande te voldoen,
- met machtiging om het vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm indien de vrouw in gebreke blijft,
- met machtiging om het vonnis ten uitvoer te leggen met gijzeling van de vrouw gedurende twee dagen voor iedere dag dat zij in gebreke blijft.
Tevens vordert de man de veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure.

3.2 De vrouw voert verweer. Zij heeft ter zitting onder meer aangevoerd dat cassatie zal worden ingesteld van de beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden, omdat zij van mening is dat omgang met de man niet in het belang van [het kind] is. Volgens haar heeft het gerechtshof onvoldoende aandacht besteed aan het feit dat er in het verleden sprake is geweest van agressief gedrag van de man. Mede gelet op de houding van de man toen hij [het kind] wilde komen halen, acht zij het niet verantwoord om [het kind] met zijn vader mee te laten gaan. Zij stelt dat [het kind] bovendien niet naar zijn vader wil omdat hij zich bij hem niet veilig voelt. [het kind] zal vanwege zijn angsten onder behandeling gaan bij de GGZ en in het kader van de therapie zal de man worden ingeschakeld. Daaraan zal de vrouw haar medewerking verlenen. Volgens de vrouw kan omgang op dit moment nog niet aan de orde zijn.

3.3. De man betwist de stellingen van de vrouw. Volgens de man is er geen reden om hem de omgang met [het kind] te ontzeggen en de door het gerechtshof vastgestelde regeling niet na te komen. Hij wijst op proefcontacten tussen hem en zijn zoon, die goed verliepen zolang moeder er niet bij was. Hij wijst er ook op dat hij al 3 jaar geen contact heeft gehad met zijn zoon en hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat zijn zoon het beeld van hem heeft dat hier door zijn moeder wordt geschetst.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voorzover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De man beroept zich op nakoming van de door het gerechtshof Leeuwarden bij beschikking van 1 december 2009 vastgestelde omgangsregeling. Die beschikking is gegeven naar aanleiding van het hoger beroep dat moeder instelde tegen de beschikking van deze rechtbank van 10 december 2008, alsmede het incidenteel appel van de man, waarin hij verzocht een ruimere omgangsregeling vast te stellen.

4.2. De beschikking van de rechtbank van 10 december 2008 vermeldt onder meer het volgende: “De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [het kind] is dat het contact tussen hem de man wordt hersteld. Bij de vaststelling van de omgangsregeling zal de rechtbank, gelet op de belemmeringen bij de vrouw om tot contactherstel te komen en de lange periode dat [het kind] en de man geen contact met elkaar hebben gehad, een opbouw bepalen naar de door de Raad geadviseerde omgangsregling, […]”.
Deze beschikking heeft niet geleid tot contact tussen vader en zoon. De man heeft daarop een kort geding aanhangig gemaakt waarin hij nakoming vorderde. Partijen maakten toen op 13 februari 2009 afspraken, die wederom niet hebben geleid tot contact tussen vader en zoon. Vervolgens zijn op 24 april 2009 en 15 juli 2009 nog twee korte gedingen behandeld, hetgeen heeft geleid tot twee vonnissen. Niets van dit alles heeft tot contact tussen vader en zoon geleid. Tot slot heeft het hof bij beschikking van 1 december 2009 de hiervoor weergegeven regeling getroffen. De man had ten tijde van de behandeling ter zitting drie keer getracht om zijn zoon op een door het hof bepaald moment op te halen. De vrouw heeft [het kind] nooit met zijn vader laten meegaan.

4.3. In de beschikking van 1 december 2009 heeft het hof onder meer overwogen: “In het onderhavige geval blijkt uit de stukken en het verhandelde ter zitting van het hof dat de moeder op geen enkele wijze is genegen mee te werken aan het contactherstel tussen [het kind] en zijn vader. Het hof acht het in dit verband zeer kwalijk dat de moeder niet heeft meegewerkt aan de naleving van de – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking waarvan beroep. Het hof heeft voor deze houding van de moeder geen enkele rechtvaardiging kunnen vinden in de beschikbare gegevens. In dit verband is ook de raad na uitvoerig onderzoek tot de conclusie gekomen dat er geen reden is om de omgang tussen de vader en [het kind] te ontzeggen.” Het hof concludeert dat het in het belang van [het kind] is dat binnen een jaar wordt toegewerkt naar een omgangsregeling zoals die vervolgens is bepaald.

4.4. Ter zitting van 22 januari 2010 is gebleken dat het voorgaande voor de vrouw kennelijk geen aanleiding is om haar standpunten en handelwijze met betrekking tot de omgang tussen vader en zoon bij te stellen. Zij leeft ook de beschikking van het hof niet na. De vrouw blijft volhouden dat van haar niet kan worden verwacht dat zij [het kind] met zijn vader laat vertrekken omdat dit niet in het belang is van [het kind]. Zij stelt dat zij het belang van haar zoon moet beschermen. Anderzijds stelt de vrouw ook dat haar niets te verwijten valt, omdat [het kind] niet naar zijn vader wil. De vrouw meent dat aan die keuze van de nu zevenjarige [het kind], die zijn vader nu al jaren niet heeft gezien en die inmiddels vier jaar is opgegroeid in een omgeving waar naar alle waarschijnlijkheid louter negatief over zijn vader is gesproken, een doorslaggevende betekenis moet toekomen. De vrouw is er bij herhaling op gewezen dat zij die keuze niet aan [het kind] kan laten en dat zij hem daar niet mee moet belasten, maar zij volhardt in haar standpunt.
De vrouw is er ook bij herhaling op gewezen dat zij rechterlijke uitspraken niet als irrelevant ter zijde kan leggen, maar ook dat heeft geen verandering te weeg gebracht.

4.5. De vrouw maakt aan de man verwijten omtrent de wijze waarop hij [het kind] nu kwam halen. De vrouw meent dat hij de beschikking van het hof overtreedt door niet alleen aan haar deur te verschijnen. Voor alle duidelijkheid: de beschikking van het hof laat de man vrij om zich door een vertrouwenspersoon te laten vergezellen, als hij zijn zoon komt halen.

4.6. Gezien hetgeen ter zitting naar voren kwam is er ook geen aanleiding om te veronderstellen dat de vrouw de beschikking wèl had nageleefd als de man alleen was verschenen. Desgevraagd kon de vrouw ook niet aangeven onder welke omstandigheden en voorwaarden zij [het kind] wèl met zijn vader zou laten vertrekken.
Zij volstaat momenteel met verwijzing naar een onderzoek bij de GGZ. Van dat onderzoek legt zij geen stukken over. Zij noemt geen enkel tijdpad en vader zou pas op volstrekt onbekende langere termijn een voor het overige nog onduidelijke rol kunnen krijgen.

4.7. De vrouw verwijt de man dat hij de belangen van [het kind] schaadt door te trachten [het kind] bij de vrouw af te halen, met alle confrontaties van dien. Daarbij gaat zij voorbij aan haar eigen rol in dat geheel. De vrouw heeft een duidelijke taak in deze. De ouders zijn de partijen in de procedure bij het hof en de beschikking richt zich tot de ouders. [het kind] is in deze niet degene die verplicht is de beschikking na te leven. Dat is zijn moeder. De vrouw zal [het kind] moeten motiveren en zal de voorwaarden moeten scheppen waarbinnen [het kind] met zijn vader kan vertrekken. Als de vrouw dat niet doet en volhardt in haar handelwijze, dan is zij degene die het conflict op de spits drijft.

4.8. Het geheel overziend moet de conclusie zijn dat het niet aannemelijk is dat de vrouw zal meewerken aan de uitvoering van de regeling zoals door het hof is bepaald, als er geen stevige stok achter de deur komt.

4.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan daarbij niet worden volstaan met louter een dwangsom en al helemaal niet met een dwangsom in de orde van grootte die de vrouw heeft genoemd. Uit hetgeen ter zitting door of namens de vrouw naar voren is gebracht kan niet worden afgeleid dat een dwangsom voor haar enige aanleiding zal zijn om [het kind] met zijn vader te laten vertrekken. Op het éne moment stelt de vrouw van een dwangsom geen last te hebben omdat die gezien haar inkomen toch niet verhaald kan worden. Op het andere moment geeft de vrouw aan dat zij wellicht bereid is de dwangsommen te betalen, als zij op die manier kan voorkomen dat vader en zoon omgang met elkaar hebben. Het is niet te verwachten dat louter een dwangsom onder die omstandigheden een effectief middel is om naleving af te dwingen.

4.10. De man heeft ook gevorderd dat hij wordt gemachtigd het vonnis met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen, indien de vrouw ook als het maximum aan dwangsommen is verbeurd, in gebreke blijft. Tevens heeft de man machtiging gevorderd om het vonnis ten uitvoer te leggen door gijzeling van de vrouw. Het daadwerkelijk inzetten van dergelijke dwangmiddelen zal waarschijnlijk impact hebben op [het kind]. Nu er aanleiding is om te vermoeden dat louter een dwangsom geen effectief middel zal zijn, acht de voorzieningenrechter het onontkoombaar om ook deze onderdelen van de vordering toe te wijzen op na te melden wijze. De vrouw hoeft daar geen negatieve gevolgen van te ondervinden. Als zij de beschikking van het hof naleeft, hetgeen van haar verlangd mag worden, zal van verbeuren van dwangsommen, tenuitvoerlegging met de sterke arm en gijzeling immers geen sprake zijn. Als moeder de beschikking van het hof naleeft, zal [het kind] van deze veroordeling in Kort Geding ook geen nadelen hoeven ondervinden.

4.11. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.12. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. bepaalt dat de vrouw dient mee te werken aan de omgangsregeling zoals is vastgesteld bij beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden d.d. 1 december 2009, inhoudende dat voor een periode van twee maanden, te beginnen op de eerste zaterdag na betekening van dit vonnis aan de vrouw, een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdagmiddag per veertien dagen van 14.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat de daaropvolgende periode van een half jaar een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdag per veertien dagen van 10.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat voor de periode daaropvolgend de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur, met dien verstande dat man [het kind] haalt en terugbrengt;

5.2. bepaalt dat de vrouw voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het onder 5.1. van dit vonnis bepaalde, aan de man een dwangsom verbeurt van € 500,- tot een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 4.000,-;

5.3. machtigt de man om de tenuitvoerlegging van het vonnis te bewerkstelligen door gijzeling van de vrouw gedurende twee dagen voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan het onder 5.1. van het vonnis bepaalde te voldoen;

5.4. machtigt de man om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien de vrouw in gebreke blijft aan het onder 5.1. van dit vonnis bepaalde te voldoen;

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mv. mr. T.M.L. Veen (rechter aan de Rechtbank Assen sinds 01-01-2008) en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier A.E. Meijer op 3 februari 2010.

Vonnis in spoed-appel van 23 maart 2010

Vonnis

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 77269 / KG ZA 09-292

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[DE MAN]
wonende te [woonplaats],
executant,

tegen

[DE VROUW],
wonende te [woonplaats],
geëxecuteerde.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- Het proces-verbaal van de deurwaarder ex artikel 438 lid 4 Rv;
- de mondelinge behandeling op 23 maart 2010, alwaar [de man], en [de vrouw], zijn verschenen, alsmede gerechtsdeurwaarder E. Cuiper.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben tot november 2005 een affectieve relatie gehad.

2.2. Uit de relatie is het navolgende, thans nog minderjarig kind geboren: [het kind], geboren te [woonplaats] op 31 maart 2002 (hierna genoemd [het kind]).

2.3. De vrouw heeft het gezag over [het kind]. [het kind] verblijft sinds de beëindiging van de relatie bij zijn moeder.

2.4. Bij beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 1 december 2009 is bepaald dat:
- voor een periode van twee maanden, te beginnen op zaterdag 12 december 2009, een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdagmiddag per veertien dagen van 14.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat de daaropvolgende periode, te beginnen op zaterdag 13 februari 2010 een omgangsregeling tussen [het kind] en de man geldt, inhoudende dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een zaterdag per veertien dagen van 10.00 uur tot 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt,
- dat voor de periode met ingang van zaterdag 18 december 2010 geldt dat de man gerechtigd is [het kind] bij zich te ontvangen gedurende een weekend per veertien dagen van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur, met dien verstande dat de man [het kind] haalt en terugbrengt.

2.5. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 3 februari 2010 is onder 5.1. e.v. onder meer bepaald, dat de vrouw dient mee te werken aan de omgangsregeling zoals is vastgesteld bij beschikking van het Gerechtshof te Leeuwarden d.d. 1 december 2009.
Voorts is bepaald dat de vrouw voor iedere keer dat zij hij in strijd handelt met het onder 5.1. van het vonnis bepaalde handelt, zij aan de man een dwangsom verbeurt van € 500,- tot een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 4.000,-;
- dat de man gemachtigd is om de tenuitvoerlegging van het vonnis te bewerkstelligen door gijzeling van de vrouw gedurende twee dagen voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan het onder 5.1. van het vonnis bepaalde te voldoen;
- dat de man gemachtigd is om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien de vrouw in gebreke blijft aan het onder 5.1. van dit vonnis bepaalde te voldoen; met uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis.

3. De beoordeling

3.1. De man heeft zich naar zijn zeggen ter uitvoering van voormeld vonnis van de voorzieningenrechter driemaal bij de vrouw gemeld, teneinde de nakoming van de omgangsregeling te doen uitvoeren.

3.2. De vrouw heeft haar medewerking niet verleend. Zij voert aan dat de man slechts tweemaal de nakoming heeft verzocht. De vrouw heeft aangevoerd dat [het kind] niet aan de man is meegegeven aangezien zij dat niet in het belang van [het kind] achtte.

3.3. Vervolgens is de man overgegaan tot tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de voorzieningenrechter.

3.4. Daartoe heeft de deurwaarder zich op 23 maart 2010 om 11.45 uur begeven naar het adres van de vrouw, waarna zij om 12.15 uur in gijzeling is gesteld. Daarna heeft de vrouw de rechtmatigheid van de lijfsdwang betwist waardoor het onderhavige executie -geschil is ontstaan en de deurwaarder de vrouw heeft overgebracht naar het gerechtsgebouw te Assen teneinde een uitspraak over de wettigheid van de lijfsdwang te verkrijgen.

3.5. De voorzieningenrechter dient thans te beoordelen of het verzet van de vrouw tegen de rechtmatigheid van meergenoemd verstrekkende executiemiddel gegrond is.

3.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De vrouw heeft desgevraagd geantwoord dat zij niet van plan is en ook niet in staat is de dwangsom te voldoen aangezien zij een bijstandsuitkering geniet. De vrouw handhaaft haar standpunt dat zij geen medewerking zal verlenen aan de tenuitvoerlegging van de omgangsregeling. Vastgesteld moet worden dat ten minste twee maal het verbeuren van de dwangsom niet heeft geleid tot nakoming van de omgangsregeling. De opgelegde dwangsom is dan ook geen effectief middel gebleken om de nakoming te bewerkstelligen.

3.7. Hiermee is voldoende aannemelijk geworden dat een ander dwangmiddel dan lijfsdwang onvoldoende uitkomst zal bieden. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de man bij toepassing van de lijfsdwang opweegt tegen het belang van de vrouw bij het achterwege blijven daarvan. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat de vrouw desgevraagd geen klemmende redenen kon aanvoeren die zich tegen de lijfsdwang verzetten – zo zou tijdens haar gijzeling door haar ouders en een meerderjarige dochter voor [het kind] worden gezorgd - terwijl de man een zwaarwegend belang heeft bij het - eindelijk- kunnen verwezenlijken van de omgangsregeling met [het kind] waarvan hij al geruime tijd verstoken is gebleven. Onder deze, hierbij de eerder genoemde ineffectiviteit van de opgelegde dwangsommen betrekkende, omstandigheden acht de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis van 3 februari 2010 door middel van lijfsdwang (van vier dagen) niet disproportioneel.

3.8. Het verzet is dan ook ongegrond en voornoemd vonnis van 3 februari 2010 zal bekrachtigd worden.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

Bekrachtigt het vonnis waarvan verzet.

Dit vonnis is gewezen door dhr. mr. C.J.R. de Locht (vice-president aan de Rechtbank Assen sinds 01-02-2009) en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier A.E. Meijer op 23 maart 2010.

donderdag, januari 22, 2009

228. Persaankondiging - Moeder voor de eerste keer vervolgd voor niet nakomen omgangsregeling na scheiding

Persbericht: Utrecht, 21 januari 2009

A.s. donderdag 22 januari, 13.00 uur bij de rechtbank Leeuwarden:

Moeder vervolgd voor niet nakomen omgangsregeling na scheiding

Voor de eerste keer in Nederland moet een moeder zich voor de strafrechter verantwoorden, omdat ze jarenlang elke medewerking aan contact en omgang tussen vader en zoon weigerde en de beschikte omgangsregeling niet nakwam. De uitspraak is vooral van belang voor de vele vaders die door hun ex belemmerd worden in de door de rechtbank beschikte omgang met hun kinderen, zonder dat daar tot nu toe veel aan werd gedaan. Daar lijkt nu verandering in te komen.

De moeder in deze zaak wordt vervolgd en gedagvaard door het Openbaar Ministerie op aangifte van vader van onttrekking aan het ouderlijk gezag (Wetboek van Strafrecht, Artikel 279) en moet zich nu komende donderdag 22 januari om 13.00 uur voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Leeuwarden verantwoorden. Uitspraak volgt twee weken later. Veel gescheiden vaders maken hetzelfde door en als gevolg daarvan rolt deze zaak nu ook als een sneeuwbal door het hele land. Het gevolg is dat op 20 februari in Maastricht een gelijksoortige zaak voor de politierechter komt en dat overal in Nederland aangiftes worden gedaan op basis van Art. 279.

Voorgeschiedenis:

Handleiding van Vaderkenniscentrum voor aangifte “Onttrekking Ouderlijk Gezag (WvS, Art 279)” bij niet-nakoming omgangsregeling bij gezamenlijk gezag

25 september 2005 - Vaderkenniscentrum – Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 6 – Belangrijke uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 voor omgangsouders met gezamenlijk gezag : Het niet-nakomen van de (voorlopige) omgangsregeling bij gezamenlijk gezag is onttrekking aan ouderlijk gezag en strafbaar

25 september 2005 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 7 - Stappenplan aangifte (1)

14 oktober 2005 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding - Bericht 13 - Stappenplan aangifte (2)

21 februari 2007 - Vaderkenniscentrum - Jurisprudentie Ouderschap Na Scheiding, Bericht 110 - Aanbeveling Nationale Ombudsman aan Politie (Rapport 2007/034)

In 2001 wordt de scheiding tussen moeder en vader uitgesproken. Er volgen enkele mislukte bemiddelingspogingen bij de mediator en de kinderbescherming over de omgang tussen vader en zoon. Moeder weigert echter acht jaar lang elke medewerking. In maart 2007 bepaalt het gerechtshof in Leeuwarden dat er omgang tussen zoon en vader moet komen: “Wij kunnen geen enkele reden bedenken waarom het kind zijn vader niet zou kunnen zien.” Moeder geeft echter meteen aan het kind niet voor te zullen bereiden op omgang en wenst hieraan ook verder niet mee te werken. Het Gerechtshof bepaalt dan tevens dat vader m.b.v. de sterke arm van politie/justitie de uitvoering van het vonnis kan afdwingen. Toen vader zich echter na hernieuwde weigering van moeder uiteindelijk bij het politiebureau meldde, werd dit vonnis van het gerechtshof afgeserveerd als “civiele kwestie” en weigerde de politie actie te ondernemen!

Vanaf mei 2007 doet vader dan na elke gemiste omgang bij de politie aangifte van “onttrekking aan het ouderlijk gezag” (WvS, Art. 279). Eerst na veel aandringen bij, en briefwisselingen met, politie en justitie neemt de politie uiteindelijk deze aangifte op. In december 2008 wordt moeder eerst gedagvaard voor de politierechter. Al snel trekt de officier van Justitie de zaak terug en wordt de zaak nu komende donderdag voorgelegd aan de meervoudige strafkamer[1].

Vader

Vader Peter Brons uit Burgum (Frl) zag na 8 jaar wachten geen andere uitweg meer dan aangifte. Hij zegt: “Ik wil als vader graag deel uit blijven maken van het leven van mijn zoon, hem waar nodig helpen bij school en schoolkeuze, hem terzijde staan in verdriet en succes.” “Omdat er in Nederland t.a.v. FAMILY LIFE na scheiding echter tot nu toe geen enkele rechtshandhaving plaatsvindt, bepaald de moeder in feite naar eigen bevinden of een rechtsuitspraak wel of niet wordt nageleefd. In de praktijk heeft de rechtspraak dus geen enkele praktische betekenis. Als het gaat om moeders die verzoeken om rechtshandhaving, is de politie echter niets te dol en zet men klakkeloos het zwaailicht aan.”

Zittingsgegevens Rechtbank Leeuwarden

Tijdstip: donderdag 22 januari om 13.00 uur; Locatie: Rechtbank Leeuwarden, Zaailand 102 te Leeuwarden (Graag bij de balie aanmelden voor de zaak Norbruis - Zaal A)

Verdere inlichtingen bij:

Peter Brons (de vader in deze zaak), e. pbrons@chello.nl

Drs. Peter A.N. Tromp (Vaderkenniscentrum), t. 030-238 3636, e. vaderkenniscentrum@gmail.com



[1] Vanwege het unieke karakter en belang van deze zaak heeft het OM de zaak nu voorgelegd aan de Meervoudige Strafkamer van de rechtbank. En vanwege de verwachte publieke belangstelling heeft de Rechtbank Leeuwarden de zitting van de donderdagmorgen naar de middag verplaatst. Verder besteed NOVA in haar uitzending van donderdagavond a.s. ook aandacht aan deze zaak.

Zie verder ook


zondag, november 16, 2008

215. Moeder voor het eerst vervolgd voor niet afgeven kind bij omgang (*)

(*) Toelichting vooraf:

Handreiking van het Vaderkenniscentrum voor de aangifte van Onttrekking Ouderlijk Gezag (art 279) bij politie en justitie bij het niet nakomen van een omgangsregeling bij gezamenlijk gezag

·

·

·

In 2005, nu drie jaar geleden, heeft het Vaderkenniscentrum van Stichting Kind en Omgangsrecht er als eerste van de ouderorganisaties de omgangsouders met gezamenlijk gezag op gewezen, dat omgangsfrustratie door verblijfsouders (veelal moeders) bij gezamenlijk gezag bij arrest van de Hoge Raad van 15 februari 2005 als een strafbare daad ingevolge art. 279 van het Wetboek van Strafrecht ("onttrekking van kinderen aan het gezag") aangemerkt was en gewezen op de noodzakelijkheid voor omgangsouders om hiervan ook aangifte te doen bij politie en justitie. Het Vaderkenniscentrum heeft toen omgangsouders opgeroepen bij omgangsfrustratie zoveel mogelijk aangifte bij politie en justitie te doen en daartoe ook een tweetal handreikingen beschikbaar gesteld over hoe te handelen (zie de links in het kader hiernaast).

Deze aangiften werden echter tot nu toe door een onwillige politie en justitie illegaal steeds enorm tegengewerkt. Het illegaal weigeren van het opnemen van aangifte van onttrekking kwam de politie in februari 2007 ook op een uiterst kritisch rapport van de Nationale Ombudsman te staan (zie voor dit rapport van de Nationale Ombudsman ook het kader hiernaast).

Politie en justitie lijken nu eindelijk hun leven te beteren en hun werk te gaan doen. Hieronder een situatie waarin voor het eerst niet alleen de politie de aangifte heeft opgenomen, maar ook justitie het aangegeven strafbare feit van onttrekking bij omgangsfrustratie ook daadwerkelijk zal gaan vervolgen.

Peter Tromp
Vaderkenniscentrum van Stichting Kind en Omgangsrecht

--------------------
Moeder vervolgd voor niet afgeven kind (*)
Bron: Leeuwarder Courant, Zaterdag 15 november 2008


Leeuwarden - Voor de eerste keer in Nederland (*) moet een vrouw zich voor de strafrechter verantwoorden, omdat ze de omgangsregeling voor haar zoon niet is nagekomen. De uitspraak is vooral van belang voor vaders die door hun ex belemmerd worden in de omgang met hun kinderen.

"Dit is een uniek geval, Nederland houdt zijn adem in", zegt Arthur Ross van de Stichting Ouders Zonder Omgang. Beide ouders hebben sinds een wetswijziging in 1998 gelijke omgangsrechten na een scheiding.

"Dit klinkt goed, maar Nederlandse rechters ontzien vrouwen massaal. Zo bepaalde de Hoge Raad dat er alleen sprake is van een misdrijf, wanneer iemand die geen ouderlijk gezag heeft, het kind onttrekt aan het ouderlijk gezag. Dus als de moeder haar kinderen niet meegaf aan de vader, werd dit door de vinger gezien."

In 2006 echter gaf de Amsterdamse rechtbank een moeder gelijk die haar ex aanklaagde omdat hij de kinderen moest hebben teruggebracht. "Zij had namelijk het bevoegde opzicht op de kinderen vanaf het tijdstip dat hij de kinderen moest hebben teruggebracht. Op deze uitspraak borduurt Brons nu voort."

Advocaat in ruste Peter Prinsen die zich zijn werkzame leven over over familierecht boog, onderstreept het belang van de inmenging van de strafrechter.

"Nu gaat veel tijd verloren aan civiele procedures. Ik hoop op jurisprudentie die ervoor zorgt dat een vader met hulp van de politie zonder veel discussie zijn kind mee kan krijgen. Gelijke monniken, gelijke kappen."

"Doe aangifte als je ex je kind niet geeft"

Burgum - "Mijn zoon heeft het recht zijn vader te zien." Het is kort gezegd de belangrijkste drijfveer van Peter Brons uit Burgum zijn ex voor de strafrechter te slepen. Op 15 december moet zij zich verantwoorden voor de strafrechter.

Hiermee is ze de eerste in Nederland en dat feit blijft niet onopgemerkt. Organisaties als Stichting Ouders Zonder omgang (Stozo) en Justice for Fathers volgen de zaak met argusogen. Het verhaal van Brons staat namelijk niet op zichzelf. Het gaat vaak mis met omgangsregelingen nadat ouders zijn gescheiden. Naar schatting zien 60.000 tot 80.000 kinderen een van hun ouiders niet zegt Arthur Ross van Stozo.

Na de scheiding, acht jaar geleden, zag Brons af van omgang met zijn zoon. "Er was veel ellende, mede door mijn toedoen. Ik wilde ons allen rust gunnen."

Na anderhalf jaar poogde de Burgumer via de rechtbank alsnog een omgangsregeling te krijgen. "Ik miste hem vreselijk."

Na negatief advies van de Kinderbescherming werd zijn verzoek afgewezen. "De kinderbescherming kwam tot dat advies omdat de moeder niet wilde meewerken."Uiteindelijk opperde de rechtbank een poging tot bemiddeling. Na een tijdje 'mediation' stopt dit op verzoek van de moeder. Hierop stelde de rechtbank begeleide omgang voor met Jeugdzorg. De moeder stemde aanvankelijk in, zodat de rechtbank Brons' verzoek om een gewone omgangsregeling afwees.

Brons kaartte de zaak aan bij het Gerechtshof in Leeuwarden. Dit stelde hem in maart 2007 in het gelijk. De moeder moest akkoord gaan met het contact tussen vader en zoon, dat in mei zou beginnen. "Ook toen meldde ze niet te zullen meewerken. Hierop heb ik via de voorzieningenrechter geregeld dat ik een dwangsom kan laten opleggen. Het middel heb ik achter de hand, maar nooit toegepast."

Zoals Brons verwachtte, mislukte de omgang. "Ik heb aangifte gedaan en telkens melding gemaakt als het weer niet was gelukt mijn zoon op zondag eens in de twee weken mee te krijgen. De politie schakelde jeugdzorg in, omdat ze zich zorgen maakte over mijn zoon."

Brons' zoon staat sinds vorig jaar onder toezicht van een voogd. Öp diens verzoek leg ik de dwangsom niet op vanwege de schade die dit mijn zoon kan berokkenen. zo wordt voor mijn gevoel de moeder weer in bescherming genomen. Al acht jaar zegt men dat ik begrip moet hebben en in het belang van mijn kind moet handelen."

Brons vreest dat het grote moeite zal kosten alsnog een band met zijn zoon op te bouwen. Äls het niet tot een veroordeling komt, hoop ik maar dat hij nieuwsgierig naar me wordt als hij een jaar of achttien is." De ex-partner wil vanwege de strafzaak nu niet reageren.

-----------------------------------------
------------------------------------------
Leeuwarder Courant, Zaterdag 15 november 2008
(Klik op de afbeelding voor een beter leesbare weergave)