Posts tonen met het label vaderschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vaderschap. Alle posts tonen

zaterdag, februari 25, 2012

371. Verplicht overwerken om alimentatie te betalen (Hoge Raad, LJN BU9850, 3 feb. 2012)

Hoge Raad reduceert vader tot werkslaaf en inkomstenbron; geen plek voor wettelijke plicht tot betrokken en gelijkwaardig vaderschap voor de kinderen

Verplicht meer werken om alimentatie te betalen

Bron: JuroFoon - 15-02-2012 | 149 reacties

Als je niet genoeg kinderalimentatie kunt opbrengen met je voltijdbaan, kun je gedwongen worden meer te gaan werken.

Hoe ver moet een kinderalimentatieplichtige gaan om volledig aan zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen? Uit rechtspraak blijkt dat er veel van de alimentatieplichtige gevergd kan worden.

Toekomstige middelen
Om te bepalen hoeveel je als onderhoudsplichtige aan kinderalimentatie moet betalen, wordt gekeken naar je draagkracht. Daarbij wordt echter niet alleen rekening gehouden met de middelen waarover je beschikt, maar ook over de middelen waarover je zou kunnen beschikken. Onder omstandigheden kan daarom van je verlangd worden dat je meer gaat werken dan een 'normale' werkweek.

Meer uitgaven
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als je extra lasten voor je rekening hebt gekregen, bijvoorbeeld door het stichten van een tweede gezin of het aangaan van aanzienlijke schulden. Je kunt dan door de rechter gedwongen worden meer te gaan werken om aan je alimentatieverplichting te voldoen. Hierbij moet uiteraard wel rekening gehouden worden met de in de Arbeidstijdenwet gestelde maxima.

Wat vind jij hiervan? Vind je het redelijk dat iemand meer dan 40 per week werkt om kinderalimentatie te kunnen betalen? Geef nu je mening in de poll!

Wil je meer weten over alimentatie, neem dan contact op met één van onze juristen.


Bron: Hoge Raad, 3 februari 2012, LJN BU9850 (o.a.)

Hoge Raad der Nederlanden, LJN: BU9850, Hoge Raad , 11/01097

Datum uitspraak: 03-02-2012
Datum publicatie: 03-02-2012
Rechtsgebied: Civiel overig
Soort procedure: Cassatie
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie:
Art. 81 RO. Verzoek tot vaststelling kinderalimentatie. Draagkracht. Oordeel hof dat van alimentatieplichtige gevergd kan worden dat deze naast zijn voltijdse dienstbetrekking inkomsten uit een nevenbetrekking verwerft.

Uitspraak 3 februari 2012

Hoge Raad der Nederlanden
RvdW 2012, 255
Eerste Kamer
11/01097
EV/IF

Beschikking

in de zaak van:

[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. R.W. van den Hoek,

t e g e n

[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. I.J. Pieters.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 355091/FA RK 09-10459 van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 maart 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.068.914.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 december 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep, met compensatie van de kosten.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 3 februari 2012.

Conclusie
Zaaknr. 11/01097
Mr. Huydecoper
Zitting van 16 december 2011

Conclusie inzake

[Eiser]
verzoeker tot cassatie

tegen

[Verweerster]
verweerster in cassatie

Feiten en procesverloop
1. Aanleiding tot dit cassatiegeding vormt een in december 2009 namens de verweerster in cassatie, [verweerster], in de eerste aanleg ingediend verzoek tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage ten laste van de verzoeker tot cassatie, [eiser]. De bijdrage werd verzocht voor de minderjarige [de zoon], de zoon die uit het huwelijk van partijen in 1997 werd geboren. Dat huwelijk is in juli 2000 door echtscheiding ontbonden(1); maar partijen hebben na de datum van huwelijksontbinding nog geruime tijd - tot 2008(2) - in het kader van een affectieve relatie met elkaar verkeerd. Issam woont bij [verweerster].

2. In de eerste aanleg is [eiser] niet verschenen. Het verzoek van de kant van [verweerster] werd (dus) als onweersproken toegewezen.
Op het namens [eiser] ingestelde hoger beroep heeft het hof de in de eerste aanleg vastgestelde uitkering vastgesteld op lagere bedragen (met verschillende ingangsdata).

3. Namens [eiser] is tijdig(3) en regelmatig cassatieberoep ingesteld. Van de kant van [verweerster] is een verweerschrift ingediend, waarbij (onvoorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep is ingesteld. [eiser] heeft een verweerschrift in het incidentele cassatieberoep laten indienen.

Bespreking van de cassatiemiddelen
1. In het principale cassatieberoep wordt in de eerste plaats geklaagd over een oordeel van het hof dat ertoe strekt, dat van [eiser] gevergd kan worden dat deze, naast de "voltijds"-dienstbetrekking die hij daadwerkelijk vervult, een zeker bedrag aan inkomsten uit een nevenbetrekking verwerft. Het middel bestrijdt dat iets dergelijks van een alimentatieplichtige gevergd zou mogen worden; en het voert aan dat bij dit oordeel onvoldoende rekening zou zijn gehouden met het feit dat tot het huidige gezin van [eiser] een jong kind behoort, en dat [eiser] een deel van de "zorgtaak" voor dit kind voor zijn rekening zou behoren te nemen. Ook wordt erop gewezen dat de zorg voor dit kind beperkingen oplegt aan de mogelijkheden van de nieuwe partner van [eiser] om inkomen te verwerven; ook dat zou het hof onvoldoende in zijn beoordeling hebben betrokken.

2. Bij de beoordeling van deze klachten moet uitgangspunt zijn dat de draagkracht van een alimentatieplichtige moet worden bepaald aan de hand van de middelen die deze daadwerkelijk ter beschikking heeft én de middelen waarover deze redelijkerwijs zou moeten kunnen beschikken(4).
Het principale middel strekt er vooral toe, dat de redelijkheid zou meebrengen dat van een alimentatieplichtige (andere mogelijke bronnen van draagkracht, zoals vermogen, buiten beschouwing gelaten) niet mag worden gevergd dat deze arbeidsinkomen verwerft in een omvang die uitgaat boven wat geldt voor de "normale" werkweek, zoals die in de Nederlandse samenleving gebruikelijk is.

3. Dat standpunt lijkt mij in zijn algemeenheid niet juist.
Ik denk dat het in veel gevallen wél zo zal zijn dat mag worden aangenomen dat de alimentatieplichtige die een volle werkweek aan het verdienen van een inkomen besteedt, daarmee datgene aan "draagkracht" inbrengt wat in redelijkheid van hem verwacht mag worden; maar ik denk ook dat er (heel wat) gevallen denkbaar zijn waarin van een alimentatieplichtige een grotere inzet mag worden verwacht.

4. Ik denk dan aan "bijkomende omstandigheden" als de volgende:
- in de werksituatie van de betrokkene is "overwerk" algemeen gangbaar, of minstens gebruikelijk. Dat kan ertoe bijdragen dat ook van de betrokkene mag worden verlangd dat hij die mogelijkheid benut;
- de betrokkene heeft lange tijd, zonder tekenen dat dat als uitzonderlijk of excessief werd ervaren of gevoeld, méér dan de met een "normale" werkweek gemoeide tijd gewerkt; en leefwijze, en ook de bestedingen voor hem en zijn naasten, zijn op de daarmee gepaard gaande tijdsindeling en op de daarmee gegenereerde inkomsten afgestemd geraakt;
- de betrokkene heeft bijzondere lasten voor zijn rekening gekregen, bijvoorbeeld door het stichten van een tweede gezin en/of door het aangaan van aanzienlijke schulden. In zo'n situatie kan het zo zijn, dat een méér dan "doorsnee" arbeidsinspanning van de betrokkene gevergd mag worden(5);

5. Welke omstandigheden van dien aard zijn dat die afwijking van de in alinea 3 als "gewoon" veronderstelde situatie rechtvaardigen, en hoe die omstandigheden in een gegeven geval gewaardeerd moeten worden is, naar zich opdringt, iets wat in overwegende mate ter beoordeling moet staan van de rechters in de feitelijke aanleg.
Ik zou denken dat er geen aanleiding is om aan de motivering van een oordeel als hier bedoeld, "verzwaarde" eisen te stellen. Een dergelijk oordeel moet dus voor de lezer, inclusief de "hogere" rechter, duidelijk maken langs welke weg de rechter daartoe is gekomen; waarbij niet kan worden verlangd dat alle aangevoerde argumenten afzonderlijk worden genoemd en gewaardeerd (6).

6. Bij deze beoordeling komen natuurlijk ook argumenten aan de orde die "aan de andere kant" gewicht in de schaal leggen. Het middel noemt als zodanig, dat de betrokkene in redelijkheid mag verlangen, over tijd te beschikken om voor zijn kinderen te kunnen zorgen.
Ook weging van zulke argumenten is (overwegend) feitelijk van aard; maar daarbij is nog wel deze vanzelfsprekendheid uit te spreken, dat het aan de partijen is om die argumenten aan te dragen en zonodig feitelijk te onderbouwen. Het ligt niet op de weg van de rechter om die ambtshalve te onderzoeken - integendeel, in art. 24 Rv. ligt besloten dat de rechter dat niet behoort te doen.

7. Het middel legt de nadruk op twee specifieke argumenten: het al even aangestipte argument van de behoefte aan zorg voor het inmiddels geboren kind (waarbij zowel zorgtaken aan de kant van [eiser] als aan de kant van zijn nieuwe partner worden aangestipt); en het argument dat niet verwacht zou mogen worden dat [eiser] méér werktijd aanwendt, dan overeenkomt met de maxima die de Arbeidstijdenwet voorschrijft.

8. Beide genoemde (groepen van) argumenten zijn in de feitelijke instanties niet naar voren gebracht (er wordt dan ook niet verwezen naar vindplaatsen in de stukken, waar die argumenten zouden zijn aangevoerd). Voor beide argumenten geldt daarom, dat het hof niet gehouden was, die in zijn beoordeling te betrekken.
Wat het aan de Arbeidstijdenwet ontleende argument betreft geldt nog dit, dat het hof in rov. 7 is uitgegaan van verhoging van het bruto jaarinkomen van [eiser] met € 4.000,-, naast diens "reguliere" inkomen van ca. € 33.700,-/jaar. Dat betekent een extra verdienste naar rato van ongeveer 12%. Verhoging van de "standaard" arbeidstijd met ongeveer 12% levert nog lang geen overschrijding van de bij de Arbeidstijdenwet gestelde maxima op. Dat accentueert, dat het hof ook geen aanleiding had om zich uit eigen beweging te verdiepen in de vraag of dit probleem aan de orde kon komen.

9. Aan de hand van deze beschouwingen kom ik ertoe, het principale middel als ongegrond te beoordelen.

10. Het incidentele middel bevat een tweeledige klacht, gericht tegen het feit dat het hof bij zijn beoordeling rekening heeft gehouden met de lasten in verband met een schuld van [eiser].
In de eerste plaats wordt geklaagd dat het hof een onbegrijpelijk oordeel zou hebben gegeven omdat de schuld in kwestie van de kant van [verweerster] wél zou zijn betwist. Uit het verweerschrift en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in appel(7) blijkt echter niet van stellingen die het hof moest opvatten als een - inhoudelijke, gemotiveerde - betwisting van het bestaan van deze schuld of van de gerechtvaardigdheid van het aangaan daarvan(8). Dat geldt ook voor de stellingen die in het middel worden aangehaald.

11. Verder wordt geklaagd op het thema dat het hof in aanmerking had moeten nemen dat aan de aanspraak op "kinderalimentatie" een zeker mate van voorrang toekomt boven andere op de debiteur rustende verplichtingen(9).
Deze klacht lijkt mij ondeugdelijk. Blijkens HR 18 november 2011, RvdW 2011, rechtspraak.nl LJN BU4937, rov. 3.5.3, kan er vooralsnog rechtens niet van uit worden gegaan dat aan aanspraken op levensonderhoud van kinderen een zekere voorrangspositie ten opzichte van andere schulden toekomt. Het hof heeft dan ook terecht het hier verdedigde argument niet aanvaard(10).

12. Daarom lijkt ook het incidentele middel mij niet gegrond.

Conclusie
Ik concludeer zowel in het principale als in het incidentele cassatieberoep tot verwerping, met compensatie van de kosten.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten
[1] Wanneer partijen getrouwd zijn, blijkt niet uit de stukken. Het is voor de beoordeling in cassatie ook niet van belang.
[2] Dit gegeven ontleen ik aan alinea 3 van het inleidend verzoekschrift. Het is volgens mij niet weerproken.
[3] De beschikking van het hof is van 8 december 2010. Het cassatierekest is op 4 maart 2011 ingekomen.
[4] HR 5 december 2008, NJ 2009, 2, rov. 3.4.2; Personen- en Familierecht (losbl.), Wortmann, art. 397, aant. 1 (onder "b. Draagkracht"); De Bruijn-Lückers, Alimentatieverplichtingen, 2011, p. 43; Koens - Van der Linden, Kind en scheiding, 2010, p. 193; Asser/De Boer I*, 2010, nr. 624.
[5] Ik meen dat de hier verdedigde gedachte(n) steun vindt/vinden bij Keijser, Handleiding bij scheiding, 2003, p. 125 en bij De Boer, noot bij HR 2 december 1994, NJ 1995, 287, alinea 8, aangehaald in voetnoot 13 bij de conclusie voor HR 21 december 2007, NJ 2008, 28. Zie ook de beslissing van het hof, beoordeeld in HR 24 december 2010, RvdW 2011, 42, rechtspraak.nl LJN BO1816.
[6] Dit is, meen ik, ook tot uitgangspunt genomen in de conclusie van A - G Langemeijer voor HR 27 mei 2011, NJ 2011, 255; waarin eveneens een oordeel over de "bijverdien-capaciteit" van de alimentatieplichtige aan de orde was. De Hoge Raad deed deze zaak met toepassing van art. 81 RO af.
[7] In de eerste aanleg is, om voor de hand liggende redenen, de schuld van [eiser] niet aan de orde geweest.
[8] Men kan daarentegen het betoog van de kant van [verweerster] ook zo opvatten, dat het bestaan van deze schuld (expliciet) werd erkend - wat trouwens ook voor het betoog in de voorlaatste alinea van het incidentele middel geldt.
De aan de partijstandpunten in de feitelijke instanties te geven uitleg is, voeg ik ten overvloede toe, aan de rechters in feitelijke aanleg voorbehouden, zie o.a. HR 18 november 2011, RvdW 2011, 1422, rechtspraak.nl LJN BS1706, rov. 3.4.2; HR 28 oktober 2011, RvdW 2011, 1315, rechtspraak.nl LJN BQ9880, rov. 3.3.2.
[9] Zoals uit de normen, geformuleerd door de Werkgroep alimentatienormen van de NVvR, in de wandeling bekend als het "Tremarapport", zou zijn af te leiden. Ik neem aan dat - mede - gedoeld wordt op par. 4.7.2 van het "Tremarapport". Andere delen van dit rapport die voor de hier te onderzoeken vraag van betekenis zijn heb ik niet aangetroffen. In par. 18 van de toelichting (hfdst. 6 van het rapport) leest men bevindingen die niet sporen met het namens [verweerster] in cassatie verdedigde (en die wel sporen met de hierna in alinea 11 aangehaalde beslissing van de Hoge Raad).
[10] Ik kan er dan aan voorbijgaan dat, anders dan het incidentele middel lijkt te veronderstellen, de in het Tremarapport neergelegde normen niet kunnen gelden als "recht" in de zin van art. 79 RO en dat de rechter bij het vaststellen van alimentatie niet aan deze normen, die het karakter van een aanbeveling hebben, gebonden is; zie bijvoorbeeld Asser/De Boer I*, 2010, nr. 627.

_____
Disclaimer: Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. VKC huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel VKC de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is VKC niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van VKC worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van VKC voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

zondag, november 25, 2007

169. Boekrecensie - Weg van Lila - Patrick van Rhijn


De losbandige vrijgezel wordt tegen wil en dank een volwassen man met verantwoordelijkheid.

Samenhangende artikelen:

1. Uitspraak van de dames rechters van het Gerechtshof Amsterdam - Vaders hebben geen rechten - De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin Lila gescheiden wordt van haar zorgende vader en de discussie daarover in de rubriek Vrouw van de Telegraaf (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr 160)

2. Autobiografische roman "Weg van Lila" (2007) – Boekrecensie van de eerste autobiografische roman van Patrick van Rhijn (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr. 169)

3. Autobiografische zomerroman Vaderstad (2009) – Tweede autobiografische roman (met CD) van Patrick van Rhijn (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr. 271)

Eindelijk een Nederlands boek over de misstanden van het familierecht, dacht ik toen ik het boek in handen had. Er waren al een paar boeken over dit onderwerp in Groot Brittannië verschenen, maar zoals te verwachten, gingen die natuurlijk over het Britse systeem dat toch enigszins afwijkt van de Nederlandse rechtspraak.

Het boek is overzichtelijk in 4 delen opgedeeld.
  • Deel 1 speelt zich af in Londen waar de hoofdpersoon een losbandig vrijgezellenleven leidt.
  • Deel 2 het korte familieleven in Nederland.
  • Deel 3 het leven van een alleenstaande papa die voor zijn dochtertje van 0 tot 3 jaar zorgt.
  • Deel 4 het rouwproces van papa die zijn dochtertje moet missen nu zij bij mama woont.
Misschien ligt het aan mijn leeftijd dat het eerste deel mij niet zo kan bekoren. Ik persoonlijk vind het niet zo interessant om alle details van iemands heftige seksleven te lezen, maar misschien dat leeftijdsgenoten dit herkennen of zo willen zijn, hierdoor juist gepakt worden en het boek gaan lezen.

Toch speelt het eerste deel van dit boek bij nader inzien een belangrijke rol in het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Het is het startpunt vanwaar de hoofdpersoon groeit van een losbandige vrijgezel in een zorgzame, verantwoordelijke papa.

De persoonlijke groei van de hoofdpersoon in dit verhaal is mooi en erg realistisch beschreven. Wat sterk naar voren komt door het hele verhaal heen, zijn de emoties van alle partijen die zo karakteristiek zijn voor dit soort familiekwesties.

Aan mensen die geen ervaring hebben met de familierechtbanken, kan ik zeggen dat de wispelturigheid en dreigementen van de moeder, de laksheid van advocaten, het eindeloze wachten, de knoeierij van de Raad voor de Kinderbescherming en het gedoe bij de rechtbanken ook erg realistisch zijn.

Zeer 'verrassend' is de uitspraak in Hoger Beroep van drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam die niet zoals gebruikelijk voor continuïteit kiezen, maar 'regelgeving in het buitenland' verkiezen boven de gang van zaken in eigen land. Deze uitspraak van de Amsterdamse rechters leidde in de rubriek Vrouw van de Telegraaf van 7 oktober 2007 zelfs tot een discussie van de dag onder de titel: "Vaders hebben geen rechten".

Al met al is het een boek dat de moeite van het lezen waard is. Vooral voor jonge mensen die aan het begin van het traject staan, is het een ‘eyeopener’.

Hopelijk zullen er meer vaders in Nederland de moeite nemen om hun verhaal en ervaringen met de familierechtbanken op te tekenen.

Marijke de Both
Purple Heart van Fathers 4 Justice



Weg van Lila staat in de Bestseller Top 25 Literatuur (best verkochte boeken) op Bol.com



Boekpresentatie Patrick van Rhijn

Boek "Weg van Lila" wordt door zangeres Do gepresenteerd aan schrijver Patrick van Rhijn, 18 oktober 2007 19:30, te Hilversum




Patrick van Rhijn presenteert zijn nieuwe boek "Weg van Lila" samen met zangeres (Do)minique van Hulst op 18 oktober 2007 in Hilversum

Patrick van Rhijn met Peter Tromp van Vaderkenniscentrum tijdens de presentatie in Hilversum

Nederlandse Do(minique van Hulst) zingt haar wereldhit 'We're in heaven'





Weg van Lila

Op 7 juli 2006 verloor Patrick van Rhijn, na drie jaar alleen voor zijn dochtertje te hebben gezorgd, de laatste rechtszaak om haar hoofdverblijfplaats. Zijn nu 4-jarige dochtertje woont sindsdien bij haar moeder in Zweden.

Zijn romandebuut Weg van Lila is het aangrijpende, maar vaak ook hilarische verslag van deze turbulente jaren. Djon Maas lijkt de tijd van zijn leven te hebben als regisseur bij MTV in Londen. Niet alleen werkt hij met wereldsterren als Robbie Williams, Janet Jackson en Christina Aguilera, maar hij weet ook de ene na de andere babe te scoren. Aan zijn leven van wilde feesten, drank, one-, two- en threenightstands komt een einde als hij Mikki leert kennen en hij eindelijk de confrontatie aangaat met zichzelf en zijn verleden.

Om privéredenen, die worden beschreven in het boek Weg van Lila, besluit Van Rhijn eind 2001 om samen met zijn Zweedse vriendin terug te keren naar Nederland. Hij trouwt met haar en niet lang daarna – in juni 2002 - krijgen zij een prachtige dochter (Lila in het boek). Het vaderschap maakt van Djon een ander mens.

Maar het huwelijk houdt geen stand en een jaar later gaan hij en zijn Zweedse partner Mikki uit elkaar en besluit Mikki terug te keren naar haar vaderland Zweden. Eerst laat ze Lila vrijwillig bij hem achter maar al snel eist ze dat het dan 1-jarige meisje bij haar in Zweden komt wonen. Djon weigert en de twee komen in de rechtszaal lijnrecht tegenover elkaar te staan in een rechtszaak over bij wie het dan 1-jarige meisje zal opgroeien.

Van Rhijn krijgt haar in eerste instantie toegewezen. Drie jaar lang voedt Djon zijn dochtertje met ziel en zaligheid op. Dan wijst de rechter – tot Djons verbijstering – Lila alsnog aan de moeder toe. Na drie jaar volledige zorg krijgt hij op 7 juli 2006 te horen dat hij het meisje alsnog naar Zweden moet laten gaan. Hoe gaat Djon om met dit verschrikkelijke verlies? Valt hij terug in zelfdestructie of lukt het hem groter te worden dan zijn verdriet?

Als teken van liefde en respect naar alle betrokkenen maar ook als voorzet tot nadenken en als kritische noot naar de wet en de positie van vaders in voogdijzaken besluit Van Rhijn om de dagboeken die hij voor zijn dochtertje bijhield in de drie jaar dat hij haar bij zich had, te gebruiken als basis voor het schrijven van zijn debuutroman



Patrick van Rhijn in Goedemorgen Nederland

Interview Goedemorgen Nederland
KRO - Goedemorgen Nederland Deel 1 - maandag 15 oktober 2007

Schrijver Patrick van Rhijn over ‘Weg van Lila’, een autobiografische roman over de strijd voor zijn dochtertje. Op maandag 15 oktober was vader Patrick van Rhijn (MTV regisseur) te gast in het programma Goedemorgen Nederland. Klik hier om de uitzending te bekijken. Het interview met Patrick van Rhijn begint zo rond de 5 minuten.

Goedemorgen presentator Sven Kockelmann na afloop: 'Ik vond Weg van Lila echt een heel aangrijpend boek!'




Boektrailer - Weg van Lila – Het vaderschap maakt van Djon een ander mens ….

Weg van Lila is het autobiografische verhaal over Djon, een jonge MTV regisseur die drie jaar alleen voor zijn dochtertje, van nu vier jaar, zorgt en die dan de rechtzaak verliest waarna hij het meisje naar haar moeder in Zweden moet laten vertrekken. Het is het hilarische, maar genadeloos eerlijke verhaal over hoe zowel de vader, de moeder als het kind die conflict- en scheidingssituatie ervaren en hoe ze omgaan met hun angsten, onzekerheden, woede en verdriet.