Posts tonen met het label familierecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familierecht. Alle posts tonen

dinsdag, mei 21, 2013

575. Spanje voert co-ouderschap in als uitgangspunt voor regeling van ouderschap na (echt)scheiding

Spaans ministerie van Justitie verplicht zich om komende maand juni met nationaal wetsvoorstel voor gedeeld en gezamenlijk ouderschap (co-ouderschap) in het Spaanse familierecht te komen

Bron: Europapress, Spanje, Sociale politiek, Vertaald uit het Spaans door Peter Tromp, 21 mei 2013

MADRID, 21 mei. (IRIN) - Het Spaanse ministerie van Justitie heeft zich verplicht tot uitwerking van nationale Spaanse wetgeving voor gedeeld en gezamenlijk ouderschap (co-ouderschap) in het Spaanse familierecht, verklaarde Juan Carlos Ruiz, woordvoerder van de regioraad van Murcia, na afloop van de vergadering van dinsdag van de Parlementaire Groep met de nationale staatssecretaris van Justitie, Fernando Román.

Tijdens deze bijeenkomst, die plaatsvond op het Spaanse ministerie van Justitie tussen de regionale parlementaire woordvoerders en de nationale staatssecretaris, heeft Ruiz de tekst gepresenteerd van de regionale wet die op 12 februari 2013 in de Regionale Vergadering van Murcia werd aangenomen, welke stelt dat gedeeld en gezamenlijk ouderschap als de gewenste optie geldt voor rechters bij hun beslissingen over het verblijf van en de zorg over de kinderen in het geval van scheiding van de ouders.

In deze zin, herinnerde Ruiz eraan dat de nationale regering van Spanje zich heeft verplicht om in de komende maand juni met een enkel nationaal wetsvoorstel te komen om het burgerlijk wetboek in dit opzicht te wijzigen. Momenteel wordt co-ouderschap in de Spaanse nationale wetgeving slechts verleend indien beide partijen daarmee instemmen of wanneer de verzoekende ouder een ondertekende verklaring van de officier van justitie kan overleggen.

Na de vergadering, betitelde Ruiz de betoonde ontvankelijkheid van de nationale staatssecretaris voor de voorstellen van de parlementaire fractie als "zeer positief", en sprak de verwachting uit dat de tekst die in de regionale kamer van Murcia werd vastgesteld nu door de nationale staatssecretaris zal worden verwerkt en opgenomen in de laatste voorstellen voor de nieuwe nationale wetgeving.

Ruiz herinnerde eraan dat het doel van de in de regio Murcia ontwikkelde norm is het "waarborgen van het recht van kinderen om op te groeien bij, en te worden opgevoed door, beide ouders, ook als er sprake is van een (echt)scheiding tussen de echtgenoten, en het opheffen van de discriminatie tussen de ouders en het erkennen van het gelijke recht van beide ouders om de eigen kinderen op te voeden en van de eigen kinderen te genieten."

Volgens de gegevens die Ruiz verstrekte, wordt momenteel in 97 procent van de gevallen van (echt)scheiding het verblijf van, en de zorg over, de kinderen aan de moeder toegewezen. “Dit discrimineert ouders niet alleen onterecht, maar vormt ook een extra complicatie voor vrouwen bij het combineren van werk en gezin", concludeerde hij.



zaterdag, oktober 25, 2008

209. Presentatie nieuwe benadering personen- en familierecht op themadag de Nieuwe Familie van het Studiecentrum Rechtspleging SSR

Zutphen, 14 oktober 2008 - Op 16 oktober a.s. organiseert SSR de themadag de Nieuwe Familie. SSR lector personen- en familierecht mr. Alexander Labohm houdt die middag een rede waarin hij een nieuw inzicht presenteert van ‘de nieuwe familie’. Ofwel een nieuwe benadering van het personen- en familierecht. Prof. dr. ir Iteke Weeda, hoogleraar emancipatievraagstukken, geeft haar mening op het onderwerp vanuit een sociologisch perspectief. Een selectie van deskundige inleiders zoals raadsheren, advocaten en hoogleraren verzorgen verschillende workshops.

Deze dag is bestemd voor leden en medewerkers uit de RO betrokken bij het familie- en jeugdrecht. Ook toegankelijk voor advocaten, accountants, notarissen, mediators en psychologen.

De locatie Koninklijke Jaarbeurs Beatrix gebouw in Utrecht. Tijd: 13.30-18.30 uur. Deelname: kosteloos.

Download hier de programmaflyer voor het totale programma

Alexander Labohm Lector familierecht bij SSR en raadsheer aan het Gerechtshof in ’s Gravenhage

“Voor het familierecht is SSR bezig met een inhaalslag. We moeten steeds streven naar een zo goed mogelijke aansluiting tussen de verschillende niveaus van onze cursussen en ervoor waken dat er geen doublures optreden. Maar we moeten ook zorgen voor voldoende verschillende docenten, zodat kijken, luisteren en denken bij SSR vanuit diverse invalshoeken gebeurt – even divers als het familierecht.”

'Nieuwe Families' uitdaging voor familierechter

Bron: Studiecentrum Rechtspleging SSR IPTC – ANP Pers Support - Rubriek: Binnenland : Justitie / Rechtspraak-Sociale Vraagstukken / family / divorce Publicatietijd: 13/10/2008 07:02

Dit is een origineel persbericht.

SSR, OPLEIDINGSINSTITUUT VAN DE RECHTERLIJKE ORGANISATIE

Zutphen, 9 oktober - Op donderdag 16 oktober 2008 organiseert Studiecentrum Rechtspleging (SSR), hét opleidingsinstituut van rechters en officieren in Nederland, de themamiddag 'De Nieuwe Familie: van Aardappeleters tot fast food snackers', bestemd voor familie- en jeugdrechters, officieren van justitie, advocaten, notarissen, accountants en psychologen. Locatie is de Koninklijke Jaarbeurs in Utrecht.

'De Nieuwe Familie' staat voor de vele nieuwe en verschillende samenlevingsvormen die Nederland nu kent zoals LAT-relaties van gescheiden ouders, lesbische huwelijken met eigen kinderen, homohuwelijken met geadopteerde kinderen, nieuwe gezinnen met kinderen uit een eerste en tweede huwelijk etc. Nieuwe samenlevingsvormen die leiden tot nieuwe maatschappelijke én juridische problemen. De themamiddag staat daarom in het teken van een nieuwe en actuelere benadering van het personen- en familierecht waar uitwisseling van kennis van diverse disciplines centraal komt te staan.

Familierechter steeds vaker oordelen in complexe problemen

Het juridisch touwtrekken rond baby Donna waar een draagmoeder haar baby via internet verkoopt aan pleegouders en de biologische vader de baby opeist, is een voorbeeld van een 'Nieuwe Familie' probleem waarmee dit keer de rechtbank Utrecht werd geconfronteerd. Andere voorbeelden zijn de kinderontvoeringen, dwaze vaders die hun kinderen niet meer zien en in het ergste geval de kinddodingen en zelfdoding door een emotioneel ontspoorde ouder. Met name de echtscheidingen van deze nieuwe samenlevingsvormen maakt dat de familierechter steeds vaker een oordeel moet vellen in complexere zaken.

"Was u destijds verliefd op meneer?"

Mr. Alexander Labohm is raadsheer in het gerechtshof in Den Haag en sinds 1 januari 2008 benoemd tot lector personen- en familierecht bij SSR. Het personen- en familierecht is zijn passie. Hij introduceert tijdens deze themamiddag de term 'De Nieuwe Familie'. Samen met prof. dr.ir. Iteke Weeda, hoogleraar emancipatievraagstukken aan de Rijksuniversiteit Groningen, houdt hij een pleidooi om familieproblemen op een nieuwe manier te benaderen. De familierechter heeft niet alleen kennis nodig van andere rechtsgebieden zoals fiscaal recht en het huwelijksvermogensrecht maar ook van andere disciplines zoals de psychologie. Met deze kennis krijgt de familierechter meer inzicht in het juridische, zakelijke maar vooral in het menselijk proces van scheiden. Labohm pleit voor een eerdere interventie door de familierechter, waarbij het menselijk proces naast het juridisch proces synchroon loopt. Zo kan de familierechter zowel op juridisch als op menselijk niveau maatwerk leveren. Dit voorkomt vervreemding tussen ouders en emotionele schade bij of ontsporing van betrokken kinderen.

Grote belangstelling Personen- en familierecht

Het enthousiasme voor de dag is groot. Ruim 300 mensen uit de rechterlijke organisatie en andere disciplines hebben zich bij SSR aangemeld. Diverse inleiders uit het veld behandelen in workshops het echtscheidingsproces vanuit verschillende perspectieven.

De dag is tevens de kick-off van een te ontwikkelen vernieuwd opleidingsprogramma personen- en familierecht dat SSR in de komende twee jaar wenst te ontwikkelen voor rechters, gerechtssecretarissen, officieren van justitie en parketsecretarissen en raio's. Dit brede cursusprogramma, bestaande uit ruim zestig cursustitels, varieert in onderwerp en rechtsgebied bijvoorbeeld van Verwerken van traumatische ervaringen, Mediation, Fiscaal recht tot Marokkaans en Turks recht).

Links: http://www.ssr.nl/


Meer informatie? De Themadag flyer met het programma is nu digitaal beschikbaar op www.ssr.nl.


Workshopthema’s:

  • Ouderschapsonderzoek
  • De stem van het kind
  • Het menselijke proces van scheiden
  • Het "leerlandschap" van de rechterlijke organisatie en de rol van SSR
  • De verplichte vertegenwoordiging van de advocaat bij echtscheiding
  • De rol van de accountant bij de gerechtelijke procedures
  • De rol van de boedelnotaris

Studiecentrum Rechtspleging (SSR) is al bijna vijftig jaar hét opleidingsinstituut van de rechterlijke organisatie in Nederland. Opdrachtgevers zijn de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal. Jaarlijks biedt SSR meer dan 400 verschillende cursussen en leergangen variërend van basis-, specifieke- , verdieping- en mastercursussen aan rechters, officieren van justitie en hun ondersteunende medewerkers. Al meer dan veertig jaar is SSR ook verantwoordelijk voor de raio-opleiding (rechterlijke ambtenaar in opleiding) die jonge juristen opleidt tot rechter of officier. Verschillende cursussen zijn ook toegankelijk voor de advocatuur. Door de sterk gestegen vraag naar opleidingen en bijscholing ontvangt SSR nu jaarlijks bijna 24.000 cursusdeelnemers op de cursuslocaties in Zutphen en Utrecht. Docenten zijn zeer ervaren professionals uit het veld en de universitaire wereld. Zo slaat SSR een belangrijke brug tussen theorie en praktijk hetgeen het Studiecentrum ook internationaal gezien tot een uniek opleidingsinstituut en ontmoetingsplaats maakt.

zaterdag, augustus 09, 2008

201. BD9377 - Schoolkeuze en gezamenlijk gezag - homovader - Rechtbank Haarlem maakt gezamenlijk gezag na scheiding tot immaterieel lachertje

Uitspraak rechtbank Haarlem in zaak homosexuele vader tegen eenzijdige schoolkeuze van moeder
LJN: BD9377, Rechtbank Haarlem , 146986 / KG ZA 08-325

Datum uitspraak: 04-08-2008
Datum publicatie: 06-08-2008
Rechtsgebied: Civiel overig
Soort procedure: Kort geding

Inhoudsindicatie:
Gezamenlijke gezag na echtscheiding; geschil (als bedoeld in artikel 1:253a BW) over schoolkeuze voor de minderjarige; kort geding. De moeder, bij wie de minderjarige zijn verblijfplaats heeft, heeft de minderjarige ingeschreven bij de evangelische en ”Bijbelgetrouwe” Passieschool. Ook de minderjarige zelf heeft als zijn mening kenbaar gemaakt dat hij naar die school wil. De vader, openlijk homoseksueel en samenwonend met zijn partner, heeft daar bezwaar tegen en vordert in kort geding veroordeling van de moeder tot ongedaanmaking van die inschrijving. De vader vreest onder meer dat de levensbeschouwing van De Passie tot verwijdering tussen hem en zijn zoon zal leiden, pesterijen van de minderjarige en confrontaties met de opvatting dat de vader door zijn geaardheid of door zijn relatie zondig is. De voorzieningenrechter oordeelt dat voor een afwijken van de schoolkeuze gemaakt door degenen die het meest met de consequenties van die keuze zullen worden geconfronteerd, te weten de minderjarige en de ouder die de dagelijkse zorg over hem heeft, doorgaans niet in het belang van de minderjarige zal zijn en dat daarom voor een verbod als gevraagd vrij evidente goede gronden moeten bestaan. De voorzieningenrechter acht die in het onderhavige geval niet aanwezig.

Uitspraak

vonnis RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht, zaaknummer / rolnummer: 146986 / KG ZA 08-325

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2008 in de zaak van

[Eiser], wonende te Purmerend, eiser, procureur mr. D.M. Veerman,

tegen

[Gedaagde], wonende te Purmerend, gedaagde, procureur mr. Y. Welter.

Partijen zullen hierna afzonderlijk de vader en de moeder en tezamen partijen dan wel de ouders genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:- de dagvaarding van 12 juni 2008- de mondelinge behandeling van 28 juli 2008 alwaar de vader en de moeder zijn verschenen- de pleitnota van de raadsman van de vader- de pleitnota van de raadsvrouw van de moeder

1.2. Ter aanvulling op het vorenstaande [zij] vermeld dat na een schorsing van de mondelinge behandeling de rechter in aanwezigheid van de griffier doch buiten aanwezigheid van partijen en hun raadslieden, na te noemen, met de moeder meegekomen minderjarige heeft gehoord. Van dat horen is na hervatting van de mondelinge behandeling, met voorafgaand verkregen toestemming van bedoelde minderjarige, in het kort aan partijen verslag gedaan.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn op 21 oktober 1994 met elkaar gehuwd. Uit dit huwelijk zijn drie thans nog minderjarige kinderen geboren, [A], geboren op 22 december 1995 ([…]), de oudste is.

2.2. Het huwelijk van partijen is op 11 november 2005 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 11 oktober 2005 in de registers van de burgerlijke stand.

2.3. Partijen zijn tijdens hun huwelijk beide lid geweest van de Christengemeente (Pinkstergemeente); de moeder is dat nog steeds; de vader is na de echtscheiding overgegaan naar de Christelijk gereformeerde kerk.

2.4. Partijen zijn na de echtscheiding het gezamenlijk gezag over hun kinderen blijven uitoefenen. De gewone verblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. Bij de echtscheiding hebben partijen een omgangsregeling getroffen waarbij de kinderen om het weekend en gedurende de helft van de vakanties bij de vader verblijven.

2.5. [A] zat tot huidige zomervakantie op een interconfessionele basisschool te Purmerend. Na de zomervakantie gaat [A] naar de middelbare school. Teneinde voor [A] een geschikte middelbare school te vinden zijn de ouders begin dit jaar met [A] bij vier scholen langs geweest, te weten de interconfessionele school het Da Vinci college en de openbare school het Jan van Egmond college, beide te Purmerend, de evangelische school De Passie te Amsterdam (verder te noemen: De Passie) en de christelijke school het Pascal college te Zaandam. Vervolgens is [A] vergezeld van de moeder voor een kenningsmakingsdag, waarbij ook leerlingen van De Passie aanwezig waren, nogmaals bij De Passie geweest.

2.6. De moeder heeft [A] in eerste instantie zowel bij De Passie als bij het Da Vinci college ingeschreven. De inschrijving bij het Da Vinci college heeft zij later weer ongedaan gemaakt.
2.7. De vader is openlijk homoseksueel en woont samen met zijn partner.

2.8. Door de vader is met betrekking tot De Passie een uitspraak d.d. 15 juni 2007, oordeel nr. 2007-100, van de Commissie Gelijke Behandeling overgelegd. In genoemde uitspraak staat onder meer het volgende:
(…)2.4 Het dagblad Het Parool bevatte op 6 januari 2007 een bijlage waarinscholen in Amsterdam ten behoeve van ouders en leerlingen informatie gaven[over] hun schoolinstelling, de scholengids. In een interview met de directeurvan de school noteerde een journalist van Het Parool het volgende: “ Ook aanleerkrachten worden bijzondere eisen gesteld. Homoseksualiteit strookt niet metde uitgangspunten van ‘....’; openlijk homoseksuele leerkrachten zult u hierniet aantreffen.”2.5 Op 11 januari 2007 heeft de algemeen directeur van deschool de weergegeven passage nader toegelicht in een persbericht op de websitevan de school. Hij stelt daarin het volgende: “Het op de bijbel gebaseerdeuitgangspunt van [verweerster] is dat intieme seksuele relaties thuishoren inhet monogame huwelijk van man en vrouw. Medewerkers die in dienst treden van dePassie ondertekenen een verklaring dat zij de Bijbelse uitgangspunten van deschool persoonlijk zullen naleven en zullen voorleven aan de leerlingen. In hetartikel in de scholengids is inderdaad het hebben van een homoseksuele relatieals voorbeeld bedoeld (…)”.(…)3.8 Onderdeel van de bijbelseuitgangspunten is de visie op de seksuele moraal. Volgens verweerster houdt dezein dat intieme seksuele relaties exclusief zijn voorbehouden aan een man en eenvrouw binnen een monogaam huwelijk. Een homoseksuele relatie staat daarmee opgespannen voet. In een concreet geval van een sollicitatie offunctioneringsgesprek, zal een homoseksuele (potentiële) medewerker niet alleende grondslag moeten onderschrijven, maar ook op een geloofwaardige wijze moetenaangegeven hoe hij hieraan in het dagelijks leven en op school uitvoeringgeeft.(…)3.26 Verweerster heeft aangevoerd dat de woorden in het Paroolen de daaropvolgende persberichten niet het beleid ten aanzien van homoseksuelenweergeven. Zij wenst immers de AWGB na te leven. Wel staan de visie op deseksuele moraal en de eis daarnaar te leven op gespannen voet met openlijkehomoseksualiteit van een ( potentiële) medewerker. Het enkele feit van dehomoseksualiteit zal volgens verweerster echter nooit als selectie- dan welbeoordelingscriterium worden toegepast. Verweerster zal te allen tijde ingesprek gaan met de (potentiële) medewerker om in samenspraak na te gaan of hetzijn van openlijk homoseksueel het geloofwaardig uitdragen van de grondslag vanverweerster in de weg staat.3.27 Verweerster is er evenwel niet in geslaagdde Commissie ervan te overtuigen dat een dergelijke samenspraak ooit tot eenandere conclusie van verweerster zal leiden dan dat reeds de enkeleomstandigheid dat een (potentieel) personeelslid “openlijk” homoseksueel is inde weg staat aan (continuering van) een dienstverband. (…)3.28 Op grond vanal het vorenstaande komt de Commissie tot het oordeel dat verweerster met haaruitspraken en het daaraan ten grondslag liggende beleid onderscheid heeftgemaakt op grond van het enkele feit van de homoseksuele gerichtheid van(potentiële) leerkrachten.
2.9. Tot voor kort heeft de moeder vanwege de gebrekkige sociale vaardigheden van [A] (en van een broertje van [A]) contact onderhouden met Bureau Jeugdzorg.

3. Het geschil

3.1. De vader vordert - zakelijk weergegeven - dat de voorzieningenrechter voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de moeder te veroordelen1. tot het ongedaan maken van de inschrijving van [A] op De Passie te Amsterdam;2. tot betaling aan de vader van een dwangsom van EUR 100,-, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen dwangsom, vanaf de dag na betekening van dit vonnis, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de moeder geheel of gedeeltelijk niet aan dit vonnis voldoet;3. in de kosten van deze procedure, waaronder een salaris voor de procureur.

3.2. De vader heeft een aantal bezwaren aangevoerd tegen de inschrijving van [A] bij De Passie. Samengevat houden die bezwaren het volgende in. De onderwijskwaliteit, leerlingenzorg en de onderwijsorganisatie bij De Passie zijn onvoldoende. De evangelische en ”Bijbelgetrouwe” levensbeschouwing die door De Passie wordt gehuldigd, zou [A] tot de zijne kunnen maken - hetgeen ook door De Passie wordt beoogd -, wat tot verwijdering tussen [A] en hem zou kunnen leiden. Gelet op die levenbeschouwing van De Passie zou [A] door de geaardheid van de vader mogelijk het onderwerp van pesterijen worden, zouden medeleerlingen van [A] mogelijk niet met [A] thuis bij de vader mogen komen of zou [A] of de vader zelf door De Passie of (ouders van) [A]’s klasgenoten geconfronteerd kunnen worden met de opvatting dat de vader door zijn geaardheid of door zijn relatie zondig is. De vader is bang dat [A] als gevolg hiervan schade aan zijn (sociale) ontwikkeling en in zijn prestaties zal ondervinden. Voorts zal de grote reisafstand tussen huis (Purmerend) en school (Amsterdam) voor [A], die sociaal toch al niet vaardig is, een extra hindernis vormen voor het opbouwen van sociale contacten in zijn leefomgeving te Purmerend. Die grote reisafstand brengt bovendien extra kosten met zich.
Gelet op voornoemde bezwaren stelt de vader dat schoolkeuze voor De Passie niet in het belang van [A] is.

3.3. De moeder voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het feit dat de middelbare scholen in Noord-Holland op 14 augustus 2008 weer beginnen en [A] dan, als de gevraagde voorzieningen voordien niet zouden worden getroffen, naar de mening van de vader tegen zijn ([A]’s) belang in naar De Passie zou gaan, de vader een spoedeisend belang geeft bij de door hem gevraagde voorzieningen. Hieraan doet niet af dat sedert het moment dat de vader bekend werd met de keuze van de moeder voor De Passie als middelbare school voor [A] inmiddels enkele maanden zijn verstreken. Het primaire verweer van de moeder dat de vader niet-ontvankelijk in zijn vordering is omdat hij daarbij geen spoedeisend belang heeft, wordt derhalve verworpen.

4.2. Bij de beoordeling van de vordering van de vader stelt de voorzieningenrechter voorop dat die een geschil betreft als bedoeld in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek en dat bij de beoordeling van een dergelijk geschil uitgangspunt is dat de rechter een zodanig beslissing neemt als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

4.3. De voorzieningenrechter overweegt dat een afwijken van de schoolkeuze gemaakt door degenen die het meest met de consequenties van die keuze zullen worden geconfronteerd - in dit geval [A] en de moeder - doorgaans niet in het belang van de desbetreffende minderjarige zal zijn. De minderjarige zou dan immers tegen zijn wil en tegen de wil van de ouder die de dagelijkse zorg over hem heeft naar een school moeten waar hij niet heen wil en ook de ouder bij wie hij verblijft niet wil dat hij heen gaat. Voor het geven van een verbod als door de vader gevraagd, dienen dan ook vrij evidente goede gronden te bestaan.

4.4. De door de vader voor zijn vordering gestelde gronden kunnen grofweg in vijf categorieën worden onderverdeeld, die als volgt kunnen worden aangeduid: de kwaliteit van De Passie, het punt homoseksualiteit, de reistijd, de sociale contacten en het bestaan van goede alternatieven.

4.5. De stelling van de vader dat de onderwijskwaliteit, de leerlingenzorg en de onderwijsorganisatie bij De Passie te wensen over laat, is voornamelijk gebaseerd op het feit dat de Inspectie voor het Onderwijs (verder te noemen: de Inspectie) in 2006 en 2007 een zusterschool van De Passie, te weten de Passie school te Utrecht heeft onderzocht en die school als een risicoschool heeft aangemerkt. Wat dit betreft overweegt de voorzieningenrechter dat dat onderzoek en die beoordeling niet De Passie (in Amsterdam) betreft, maar de Passie school in Utrecht. Het feit dat de Inspectie zorgen heeft over de Passie school in Utrecht, behoeft nog niet te betekenen dat de onderwijskwaliteit van De Passie (in Amsterdam) onder de maat zou zijn. Voor het geval dat in 2006 en 2007 toch het geval geweest zou zijn, kan uit het door de moeder overgelegde artikel uit het Nederlands Dagblad van 21 maart 2008 in ieder geval worden opgemaakt dat de Inspectie de kwaliteit van De Passie verbeterd vindt en de Passie school in Utrecht niet langer als een risicoschool beschouwt. Daar kan aan worden toegevoegd dat De Passie niet voorkomt op het door de Inspectie op het internet gepubliceerd overzicht “Zeer zwakke scholen voortgezet onderwijs per 1 juli 2008”, zoals dat door de moeder in het geding is gebracht.

4.6. De onder het punt homoseksualiteit door de vader voor zijn vordering geven argumenten beoordeelt de voorzieningenrechter als volgt. De voorzieningenrechter acht de door de vader geuite vrees, gelet ook op de door de vader overgelegde uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling begrijpelijk. Echter de vrees van de vader betreft een toekomstige onzekere gebeurtenis. Wellicht valt het in de praktijk allemaal reuze mee. Daarvoor kan de gerechtvaardigde verwachting worden ontleend aan het feit dat de ouders ter zitting eensgezind hebben verklaard dat [A] - die inmiddels tegen de dertien loopt - in het geheel geen moeite heeft met het (openlijk) homoseksueel zijn van de vader en diens samenwonen met zijn partner. De voorzieningenrechter acht de vrees van de vader niet dusdanig reëel dat die een evident goede grond oplevert als hiervoor onder 4.4 bedoeld. Bij dit oordeel heeft de voorzieningenrechter betrokken dat de moeder ter zitting heeft toegezegd dat zij erop zal letten of hetgeen de man vreest zich ook daadwerkelijk gaat voordoen en, als dat het geval zou zijn, zij daaraan de nodig consequenties zal verbinden. Voorts acht de voorzieningenrechter van belang de toezegging van de moeder ter zitting gedaan dat zij het contact met Bureau Jeugdzorg zal hervatten en in stand zal houden en daarbij ook aandacht zal geven aan de door de vader geuite vrees. Tenslotte acht de voorzieningenrechter in het onderhavige verband nog van belang de door de moeder ter zitting gedane toezegging dat zij in ieder geval tegen het einde van het komende schooljaar met de vader onder begeleiding van een onafhankelijke deskundige derde (bijvoorbeeld de betrokken medewerker/ster van Bureau Jeugdzorg) het verloop van het verblijf van [A] op De Passie zal evalueren en daarbij zal bezien of de schoolkeuze voor De Passie op dat moment nog steeds de juiste is.

4.7. Voor wat betreft het door de vader genoemde argument van de reistijd overweegt de voorzieningenrechter dat hoewel de reistijd naar Amsterdam aanzienlijk langer is dan wanneer [A] naar een school in Purmerend zou gaan, die reistijd dezelfde is als wanneer [A] naar het door de vader zelf geopperde alternatief van het Pascal college te Zaandam zou gaan. Daarnaast is gebleken dat de reis per openbaar vervoer van de woning van de moeder naar De Passie (in Amsterdam) geen gecompliceerde is. Bovendien is ter zitting komen vast te staan dat [A] vergezeld van een jongen en een meisje vanuit Purmerend naar de Passie zal reizen, nu deze twee kinderen uit Purmerend ook naar die school zullen gaan en klasgenoten van [A] zullen worden. Hoewel de afstand tussen de woonplaats van [A] en de school in Amsterdam een beletsel kan vormen voor het opbouwen van sociale contacten, acht de voorzieningenrechter dit, gelet op het feit dat [A] nu reeds twee in Purmerend woonachtige toekomstige klasgenoten kent, niet van dien aard dat dit grond kan geven voor toewijzing van het gevorderde.

4.8. Alle argumenten van de vader afzonderlijk, maar ook tezamen en in hun onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende grond voor toewijzing van het gevorderde. Daaraan kan de omstandigheid dat met name het Da Vinci college in Purmerend een goed alternatief zou kunnen zijn, niet afdoen. Bij zijn oordeel heeft de voorzieningenrechter tenslotte ook betrokken de omstandigheid dat de keuze van de moeder en [A] voor De Passie inmiddels al weer enige maanden geleden is gemaakt en ook al geruime tijd aan de vader bekend is, de behandeling van de vordering van de vader - vanwege de vele verhinderdata die bij de aanvraag van dit kort geding zijn opgegeven - eerst een kleine drie weken voor de aanvang van het schooljaar heeft plaatsgevonden en, naar uit het gesprek met [A] is gebleken, hij zich er inmiddels erg op heeft ingesteld het komende schooljaar naar De Passie te gaan.

4.9. Gelet op het feit dat partijen gewezen echtgenoten zijn, zullen de proceskosten tussen partijen op de hierna te noemen wijze worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten heeft te dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2008.

Lees ook:

Uitspraak Commissie Gelijke Behandeling uit 1999--38
Commissie voor Gelijke Behandeling - CGB - 29 april 1999
De CGB oordeelde in 1999 dat een reformatorische school ten onrechte een samenwonende homoseksuele sollicitant had afgewezen: "De Commissie oordeelt dat de eisen die een instelling op godsdienstige grondslag mag stellen niet mogen leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid." Lees meer >>

Ergernis over weren homoleraar
Parool - 11 januari 2007
Wethouder Ahmed Aboutaleb (Onderwijs) eist opheldering van de evangelische scholengemeenschap De Passie uit het Amsterdamse Westelijk Havengebied over het beleid homoseksuele leerkrachten te weren.In de Scholengids van Het Parool, die dit weekeinde verscheen, liet directeur Jaap Wisse van De Passie weten dat homoseksualiteit niet strookt met de uitgangspunten van de school en dat er dus geen openlijk homoseksuele docenten werken.

Ophef over antihomotekst Amsterdamse school
Pestweb - 11 januari 2007

Homoseksualiteit en religie - School moet zich in alle gevallen uitspreken tegen homodiscriminatie
School en veiligheid - Ongedateerd, maar na 11 januari 2007

Uitspraak Commissie Gelijke Behandeling 2007-100: School maakt in haar personeelsbeleid onderscheid op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid
Commissie voor Gelijke Behandeling - CGB - 15 juni 2007 - Volledig oordeel

Samenvatting oordeel
Een instelling van bijzonder onderwijs heeft in de pers over haar personeelsbeleid het volgende verklaard: “ Ook aan leerkrachten worden bijzondere eisen gesteld. Homoseksualiteit strookt niet met de uitgangspunten van de school; openlijk homoseksuele leerkrachten zult u hier niet aantreffen.” De school heeft verklaard dat zij van al haar medewerkers eist dat zij de grondslag van de school voor- en naleven in zowel hun werk als privé-tijd. Daarbij hoort dat een intieme, seksuele, relatie slechts is voorbehouden aan een man en een vrouw binnen een monogaam huwelijk. Hiermee maakt de school direct onderscheid op grond van homoseksuele gerichtheid. De uitzondering die instellingen van bijzonder onderwijs toekomt, is in de onderhavige zaak niet van toepassing, omdat de school in haar personeelsbeleid onderscheid maakt op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid.

Homodocent weren mag niet
Parool - 16 juni 2007
De evangelische scholengemeenschap De Passie in Amsterdam mag leerkrachten die uitkomen voor hun homoseksualiteit niet langer weren. Dat heeft de Commissie Gelijke Behandeling gisteren bepaald in een zaak die het Meldpunt Discriminatie Amsterdam had aangespannen.

Homoleraar mag homo zijn
NRC - Binnenland - Door een onzer redacteuren - 2 september 2008

Rotterdam, 2 sept. Reformatorische scholen mogen geen leraren met een homoseksuele relatie weigeren. Dat schrijft minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) aan de Tweede Kamer, als reactie op de Visienota (homo)seksualiteit van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS).

In deze nota, op 30 juni van dit jaar overhandigd aan de minister, maakt de VGS onderscheid tussen ‘homoseksuele gerichtheid’ en ‘homoseksuele relaties’. Leraren met een homoseksuele gerichtheid verdienen steun, zegt de VGS. Het uitoefenen van een homoseksuele relatie is daarentegen „in strijd met de grondslag” van reformatorische scholen.

Plasterk wijst dit onderscheid af. Volgens de minister blijkt uit de Algemene wet gelijke behandeling dat het verboden is iemand te discrimineren op grond van geaardheid. Daarbij zou het niets uitmaken of een betrokkene wel of geen relatie heeft. „Ik raad de VGS dan ook aan zich nader (ook juridisch) te bezinnen op dit personeels- en leerlingenbeleid en daarover in overleg te treden met de Commissie Gelijke Behandeling”, schrijft de minister.

Pieter Moens, voorzitter van de ‘Stuurgroep (homo)seksualiteit’ van de VGS, zegt dat zijn organisatie „ernaar streeft om binnen de wet te blijven”. Maar, voegt hij toe, over welke wet gaat het dan? „Plasterk heeft het over de Algemene wet gelijke behandeling. Maar je hebt ook de klassieke vrijheden van onderwijs, godsdienst en meningsuiting. Dat botst weleens.” Een definitief oordeel wil Moens „graag overlaten aan de Tweede Kamer”.

Reformatorische scholen willen niet discrimineren, benadrukt Moens. „We zeggen niet dat we een leraar met een homoseksuele relatie zullen ontslaan. Wel werken we graag met mensen die onze grondslag, gebaseerd op wat de Bijbel zegt, onderschrijven.”

zondag, november 25, 2007

169. Boekrecensie - Weg van Lila - Patrick van Rhijn


De losbandige vrijgezel wordt tegen wil en dank een volwassen man met verantwoordelijkheid.

Samenhangende artikelen:

1. Uitspraak van de dames rechters van het Gerechtshof Amsterdam - Vaders hebben geen rechten - De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin Lila gescheiden wordt van haar zorgende vader en de discussie daarover in de rubriek Vrouw van de Telegraaf (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr 160)

2. Autobiografische roman "Weg van Lila" (2007) – Boekrecensie van de eerste autobiografische roman van Patrick van Rhijn (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr. 169)

3. Autobiografische zomerroman Vaderstad (2009) – Tweede autobiografische roman (met CD) van Patrick van Rhijn (Jurisprudentie Ouderschap na scheiding nr. 271)

Eindelijk een Nederlands boek over de misstanden van het familierecht, dacht ik toen ik het boek in handen had. Er waren al een paar boeken over dit onderwerp in Groot Brittannië verschenen, maar zoals te verwachten, gingen die natuurlijk over het Britse systeem dat toch enigszins afwijkt van de Nederlandse rechtspraak.

Het boek is overzichtelijk in 4 delen opgedeeld.
  • Deel 1 speelt zich af in Londen waar de hoofdpersoon een losbandig vrijgezellenleven leidt.
  • Deel 2 het korte familieleven in Nederland.
  • Deel 3 het leven van een alleenstaande papa die voor zijn dochtertje van 0 tot 3 jaar zorgt.
  • Deel 4 het rouwproces van papa die zijn dochtertje moet missen nu zij bij mama woont.
Misschien ligt het aan mijn leeftijd dat het eerste deel mij niet zo kan bekoren. Ik persoonlijk vind het niet zo interessant om alle details van iemands heftige seksleven te lezen, maar misschien dat leeftijdsgenoten dit herkennen of zo willen zijn, hierdoor juist gepakt worden en het boek gaan lezen.

Toch speelt het eerste deel van dit boek bij nader inzien een belangrijke rol in het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Het is het startpunt vanwaar de hoofdpersoon groeit van een losbandige vrijgezel in een zorgzame, verantwoordelijke papa.

De persoonlijke groei van de hoofdpersoon in dit verhaal is mooi en erg realistisch beschreven. Wat sterk naar voren komt door het hele verhaal heen, zijn de emoties van alle partijen die zo karakteristiek zijn voor dit soort familiekwesties.

Aan mensen die geen ervaring hebben met de familierechtbanken, kan ik zeggen dat de wispelturigheid en dreigementen van de moeder, de laksheid van advocaten, het eindeloze wachten, de knoeierij van de Raad voor de Kinderbescherming en het gedoe bij de rechtbanken ook erg realistisch zijn.

Zeer 'verrassend' is de uitspraak in Hoger Beroep van drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam die niet zoals gebruikelijk voor continuïteit kiezen, maar 'regelgeving in het buitenland' verkiezen boven de gang van zaken in eigen land. Deze uitspraak van de Amsterdamse rechters leidde in de rubriek Vrouw van de Telegraaf van 7 oktober 2007 zelfs tot een discussie van de dag onder de titel: "Vaders hebben geen rechten".

Al met al is het een boek dat de moeite van het lezen waard is. Vooral voor jonge mensen die aan het begin van het traject staan, is het een ‘eyeopener’.

Hopelijk zullen er meer vaders in Nederland de moeite nemen om hun verhaal en ervaringen met de familierechtbanken op te tekenen.

Marijke de Both
Purple Heart van Fathers 4 Justice



Weg van Lila staat in de Bestseller Top 25 Literatuur (best verkochte boeken) op Bol.com



Boekpresentatie Patrick van Rhijn

Boek "Weg van Lila" wordt door zangeres Do gepresenteerd aan schrijver Patrick van Rhijn, 18 oktober 2007 19:30, te Hilversum




Patrick van Rhijn presenteert zijn nieuwe boek "Weg van Lila" samen met zangeres (Do)minique van Hulst op 18 oktober 2007 in Hilversum

Patrick van Rhijn met Peter Tromp van Vaderkenniscentrum tijdens de presentatie in Hilversum

Nederlandse Do(minique van Hulst) zingt haar wereldhit 'We're in heaven'





Weg van Lila

Op 7 juli 2006 verloor Patrick van Rhijn, na drie jaar alleen voor zijn dochtertje te hebben gezorgd, de laatste rechtszaak om haar hoofdverblijfplaats. Zijn nu 4-jarige dochtertje woont sindsdien bij haar moeder in Zweden.

Zijn romandebuut Weg van Lila is het aangrijpende, maar vaak ook hilarische verslag van deze turbulente jaren. Djon Maas lijkt de tijd van zijn leven te hebben als regisseur bij MTV in Londen. Niet alleen werkt hij met wereldsterren als Robbie Williams, Janet Jackson en Christina Aguilera, maar hij weet ook de ene na de andere babe te scoren. Aan zijn leven van wilde feesten, drank, one-, two- en threenightstands komt een einde als hij Mikki leert kennen en hij eindelijk de confrontatie aangaat met zichzelf en zijn verleden.

Om privéredenen, die worden beschreven in het boek Weg van Lila, besluit Van Rhijn eind 2001 om samen met zijn Zweedse vriendin terug te keren naar Nederland. Hij trouwt met haar en niet lang daarna – in juni 2002 - krijgen zij een prachtige dochter (Lila in het boek). Het vaderschap maakt van Djon een ander mens.

Maar het huwelijk houdt geen stand en een jaar later gaan hij en zijn Zweedse partner Mikki uit elkaar en besluit Mikki terug te keren naar haar vaderland Zweden. Eerst laat ze Lila vrijwillig bij hem achter maar al snel eist ze dat het dan 1-jarige meisje bij haar in Zweden komt wonen. Djon weigert en de twee komen in de rechtszaal lijnrecht tegenover elkaar te staan in een rechtszaak over bij wie het dan 1-jarige meisje zal opgroeien.

Van Rhijn krijgt haar in eerste instantie toegewezen. Drie jaar lang voedt Djon zijn dochtertje met ziel en zaligheid op. Dan wijst de rechter – tot Djons verbijstering – Lila alsnog aan de moeder toe. Na drie jaar volledige zorg krijgt hij op 7 juli 2006 te horen dat hij het meisje alsnog naar Zweden moet laten gaan. Hoe gaat Djon om met dit verschrikkelijke verlies? Valt hij terug in zelfdestructie of lukt het hem groter te worden dan zijn verdriet?

Als teken van liefde en respect naar alle betrokkenen maar ook als voorzet tot nadenken en als kritische noot naar de wet en de positie van vaders in voogdijzaken besluit Van Rhijn om de dagboeken die hij voor zijn dochtertje bijhield in de drie jaar dat hij haar bij zich had, te gebruiken als basis voor het schrijven van zijn debuutroman



Patrick van Rhijn in Goedemorgen Nederland

Interview Goedemorgen Nederland
KRO - Goedemorgen Nederland Deel 1 - maandag 15 oktober 2007

Schrijver Patrick van Rhijn over ‘Weg van Lila’, een autobiografische roman over de strijd voor zijn dochtertje. Op maandag 15 oktober was vader Patrick van Rhijn (MTV regisseur) te gast in het programma Goedemorgen Nederland. Klik hier om de uitzending te bekijken. Het interview met Patrick van Rhijn begint zo rond de 5 minuten.

Goedemorgen presentator Sven Kockelmann na afloop: 'Ik vond Weg van Lila echt een heel aangrijpend boek!'




Boektrailer - Weg van Lila – Het vaderschap maakt van Djon een ander mens ….

Weg van Lila is het autobiografische verhaal over Djon, een jonge MTV regisseur die drie jaar alleen voor zijn dochtertje, van nu vier jaar, zorgt en die dan de rechtzaak verliest waarna hij het meisje naar haar moeder in Zweden moet laten vertrekken. Het is het hilarische, maar genadeloos eerlijke verhaal over hoe zowel de vader, de moeder als het kind die conflict- en scheidingssituatie ervaren en hoe ze omgaan met hun angsten, onzekerheden, woede en verdriet.