Posts tonen met het label Hirsch Ballin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hirsch Ballin. Alle posts tonen

donderdag, juli 10, 2008

191. Thuis via internet aangifte doen van geboorte of erkenning van je kind wordt nog deze kabinetsperiode ingevoerd

Elektronisch aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap

Bron: Justitie | Nieuwsbericht | 16-04-2008

Burgers kunnen straks bij de burgerlijke stand elektronisch aangifte doen van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een geboorte of een overlijden. Ook hoeven bij een huwelijksaangifte geen stukken als een geboorte-uittreksel meer te worden overlegd.

Minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Bijleveld (BZK) willen dat nog deze kabinetsperiode mogelijk maken. Zij zullen daarvoor de elektronische burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op elkaar afstemmen.

De overheid gaat uit van gegevens die ze al heeft door bij het huwelijk niet meer verschillende bewijsstukken te vragen. Akten van de burgerlijke stand, die nu alleen in papieren vorm bestaan, krijgen een elektronische versie. De burger kan straks thuis met behulp van de computer aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap.

Iemand die elektronisch aangifte doet van bijvoorbeeld een huwelijk, kan volstaan met het verstrekken van gegevens die wettelijk vereist zijn om te mogen trouwen.

De vernieuwde burgerlijke stand biedt, behalve voor de burger, ook voordelen voor de gemeenten. De elektronische opslag van akten zorgt voor een aanzienlijke besparing qua ruimte en kosten, in vergelijking met de papieren versie.

Meer informatie:

Thuis aangifte doen van geboorte of huwelijk

Bron: Justitie | Persbericht | 16-04-2008

Burgers kunnen straks bij de burgerlijke stand elektronisch aangifte doen van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een geboorte of een overlijden. Ook hoeven bij een huwelijksaangifte geen stukken als een geboorte-uittreksel meer te worden overlegd. Minister Hirsch Ballin van Justitie en staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties willen dat nog deze kabinetsperiode mogelijk maken. Zij zullen daarvoor de elektronische burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) op elkaar afstemmen.

Het plan sluit aan bij het streven van het kabinet naar een moderne en 'dienstbare overheid'. De administratieve lasten moeten omlaag en dienstverlening aan burgers en bedrijven moet beter. De overheid gaat uit van gegevens die ze al heeft door bij het huwelijk niet meer verschillende bewijsstukken te vragen. Uit meldingen bij het ‘meldpunt last van de overheid’ (www.lastvandeoverheid.nl/) bleek dat het aanleveren van de geboorteakte bij een huwelijk door veel burgers overbodig wordt gevonden. Het meldpunt heeft in samenwerking met de Kafkabrigade deze meldingen opgepakt.

Een nieuwe stap is de digitale aangifte. Akten van de burgerlijke stand, die nu alleen in papieren vorm bestaan, krijgen een elektronische versie. De burger kan straks thuis met behulp van de computer aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap. Als de ambtenaar dan nog vragen heeft of als er onduidelijkheden zijn, neemt hij contact op met degene die aangifte heeft gedaan. Zo nodig volgt een uitnodiging voor een gesprek.

Iemand die elektronisch aangifte doet van bijvoorbeeld een huwelijk, kan volstaan met het verstrekken van gegevens die wettelijk vereist zijn om te mogen trouwen. De ambtenaar controleert deze informatie en als ze juist blijkt, volgt er een afspraak voor de huwelijksvoltrekking.

Deze werkwijze is veel efficiënter dan de bestaande procedure. Nu moeten voor een huwelijksaangifte allerlei stukken, zoals een geboorteakte en een uittreksel GBA, persoonlijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand worden overgelegd. Dat kost tijd, geld en moeite omdat ze vaak bij andere gemeenten moeten worden opgevraagd. Iemand die in Amsterdam wil trouwen en in Groningen geboren is, moet nu zijn geboorteakte in Groningen aanvragen. Voortaan hoeft de burger geen stukken meer te verzamelen en in te leveren en dus ook geen leges meer te betalen voor dergelijke stukken Dat is alleen anders in een ingewikkelde internationale zaak of als er redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens.

Ambtenaren van de burgerlijke stand zullen voortaan gebruik maken van de gegevens van de GBA, die een aantal gegevens uit akten van de burgerlijke stand bevat. De realisatie van de GBA-V, het centrale GBA-deel dat op centraal niveau de persoonsgegevens van alle in Nederland wonende burgers bevat, stelt ambtenaren in staat de door de burger verstrekte gegevens direct en on-line te controleren.

De vernieuwde burgerlijke stand biedt, behalve voor de burger, ook voordelen voor de gemeenten. De elektronische opslag van akten zorgt voor een aanzienlijke besparing qua ruimte en kosten, in vergelijking met de papieren versie. Overigens blijft het mogelijk een papieren akte aan te vragen, net als persoonlijk aangifte doen in het stadhuis. Met de vernieuwing wordt tevens tegemoet gekomen aan een wens van de gemeenten.

Het elektronisch maken van de burgerlijke stand is een hele klus die – behalve nieuwe wetgeving – aanpassing vereist van de geautomatiseerde systemen en een goede afstemming op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Om dat proces in goede banen te leiden komt er een stuurgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken, van de VNG en van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, de beroepsvereniging van ambtenaren van de burgerlijke stand en van de gemeentelijke basisadministratie. Ook de gemeente Den Haag, die een bijzondere taak heeft op het terrein van de burgerlijke stand, neemt deel.

Column Hirsch Ballin: Vernieuwde burgerlijke stand

Bron: Justitie | Column Hirsch Ballin | Nieuwsbericht | 16-04-2008

Iedereen - ook al is hij er zich niet van bewust - heeft minstens tweemaal te maken met de burgerlijke stand. Bij aangifte van geboorte en bij aangifte van overlijden. Belangrijke gebeurtenissen, die een ambtenaar schriftelijk vastlegt in een officiële akte die een plaatsje krijgt in de registers van de burgerlijke stand. Zo ook als mensen trouwen of zich als partners laten registreren.

Maar voor het zover is, moet er aangifte worden gedaan, dat wil zeggen, op het stadhuis in de rij staan voor het loket waar een ambtenaar verzoekt om allerlei documenten. Bij trouwen bijvoorbeeld kopieën van de geboorteakte, een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie (gba) en een bewijs dat je niet al getrouwd bent of als partner geregistreerd staat. Is de aanstaande bruid of bruidegom in een andere gemeente geboren, of gescheiden? Dan moet hij of zij die stukken daar eerst opvragen.

Het kan gemakkelijker, sneller en goedkoper, door akten van de burgerlijke stand elektronisch op te maken. Binnen drie jaar is het zover. De burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie moeten dan digitaal op elkaar zijn afgestemd.

Een stel dat wil trouwen hoeft straks niet eerst alle documenten te verzamelen, maar kan thuis via internet aangifte doen door de nodige gegevens te verstrekken. Kloppen de gegevens, dan kan er een afspraak worden gemaakt om het huwelijk te voltrekken. Voor alle duidelijkheid: dat gebeurt nog gewoon, in levenden lijve, door een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Minister Ernst Hirsch Ballin

Bekijk de reacties van bezoekers (3) | Reageer



Brief van 29 september 2008 van Justitie aan de Tweede Kamer over de toekomstige regeling van thuis via internet (a) aangifte doen van geboorte of (b) erkenning van een kind

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018; 2500 AE DEN HAAG

Van: Ministerie van Justitie
Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken - Directie Wetgeving
Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag
Bezoekadres: Schedeldoekshaven 100; 2511 EX Den Haag
Telefoon (070) 3 70 79 11
Fax (070) 3 70 75 16
www.justitie.nl

Onderdeel: Sector privaatrecht
Datum: 29 september 2008
Ons kenmerk: 5565132/08/6
Onderwerp: Vereenvoudiging toegang burgerlijke stand


Het streven van het kabinet is erop gericht om de administratieve lasten voor de burger zoveel mogelijk te verminderen. In dat kader bestaat het voornemen om te komen tot vereenvoudiging van de toegang tot de burgerlijke stand waarvan ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij deze op de hoogte stel.

Het uitgangspunt is dat het voor de burger mogelijk wordt gemaakt om voortaan elektronisch aangifte te doen ten behoeve van het opmaken van akten van de burgerlijke stand en dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de verificatie van de daarbij benodigde gegevens in beginsel verricht aan de hand van de gegevens die zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: GBA).

De voorgenomen maatregelen zullen worden opgenomen in een wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

De voorgenomen wijzigingen moeten ook de behandeling van de aangiften voor de overheid vergemakkelijken, waardoor de werkprocessen aan snelheid en efficiency zullen kunnen winnen.

De beoogde verbeteringen zijn mogelijk geworden door de ontwikkeling van de elektronische communicatiemiddelen en door de modernisering van de GBA.

In de gevallen dat de gegevens niet, of niet alle in de GBA door de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen worden geverifieerd omdat die gegevens bijvoorbeeld alleen in registraties in het buitenland voorkomen, zal de aangever verplicht zijn zelf aan te tonen dat zijn informatie op waarheid berust, op de thans geldende wijze.

De rechtshandelingen waar het hier om gaat zijn de volgende.

1. Aangifte van geboorte.
Aangifte langs elektronische weg zal mogelijk worden gemaakt. De identificatie van de aangever zal geschieden met behulp van DigID en van andere hulpmiddelen.

2. Erkenning.
Nagegaan zal worden in welke gevallen erkenning van een kind langs elektronische weg mogelijk kan worden gemaakt.

3. Melding van een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap.
Voorgesteld wordt om mogelijk te maken dat de melding van een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap plaatsvindt bij elke gemeente in Nederland, ongeacht de woonplaats van de aanstaande echtelieden of geregistreerde partners in Nederland en dat deze elektronisch kan plaatsvinden.

De benodigde gegevens zullen door de betrokkenen in de vorm van een eigen verklaring kunnen worden aangeleverd. De gegevens worden vervolgens geverifieerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap plaatsvindt, aan de hand van de gegevens die zijn opgenomen in het centrale deel van de GBA. Afschriften of uittreksels uit het register van geboorten behoeven dan niet meer door de burger te worden opgehaald bij de gemeente van geboorte.

Op deze wijze wordt de procedure die aan een huwelijksvoltrekking en registratie van een partnerschap vooraf gaat aanzienlijk vereenvoudigd en vergemakkelijkt.

4. Aangifte van overlijden.
In de praktijk wordt de aangifte in de meeste gevallen verzorgd door de begrafenisondernemer. Voorgesteld wordt om het mogelijk te maken dat dit langs elektronische weg geschiedt. Evenals in het geval van de aangifte van de geboorte zal de aangever de benodigde gegevens aan de ambtenaar van de burgerlijke stand verstrekken, die vervolgens de gegevens van de overledene verifieert aan de hand van de GBA.

Verder wordt voorgesteld om een akte van burgerlijke staat in te voeren. Deze kan worden opgemaakt voor een ieder die ter gelegenheid van vestiging in Nederland en eerste inschrijving in de GBA zijn identiteit of burgerlijke staat gegevens niet kan aantonen met bewijsstukken. Deze akte heeft -evenals de overige akten van de burgerlijke stand- de sterke bewijskracht van een authentieke akte. De akte zal worden opgemaakt aan de hand van een aantal wettelijk aan te wijzen bescheiden.

Voorts zal worden geregeld dat akten van de burgerlijke stand voortaan elektronisch zullen worden opgemaakt en opgeslagen, alsmede dat afschriften en uittreksels uit de akten eveneens in elektronische vorm kunnen worden afgegeven.

De voorgenomen maatregelen zullen worden opgesteld in nauw overleg met alle betrokken partijen, zoals de VNG, de beroepsvereniging van ambtenaren van de burgerlijke stand: Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVvB) en alle belanghebbende ministeries. Daartoe is een stuurgroep in het leven geroepen. Om tot implementatie van de maatregelen te komen zal het nodig zijn om de automatiseringssystemen bij gemeenten aan te passen, waarbij zoveel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Voorts zal het nodig zijn om de ambtenaren van de burgerlijke stand voor te bereiden op de wijzigingen in hun werkwijze. Daartoe wordt een plan van aanpak ontwikkeld.

Het is de bedoeling dat de beoogde wetswijzigingen nog in de lopende kabinetsperiode het Staatsblad bereiken en dat ook in die periode een begin wordt gemaakt met de implementatie. Te verwachten is, dat niet alle gemeenten tegelijk klaar zullen zijn voor de invoering. De zorgvuldigheid vergt dat rekening wordt gehouden met een gefaseerde invoering.

Voor burgers zal het mogelijk blijven om in persoon aangifte te doen als zij dit verkiezen boven de elektronische weg.

De Minister van Justitie,
Hirsch Ballin



Aangifte baby via internet

Bron: TrotseVaders.nl - 16 oktober 2008 20:37, redactie, 1,011 keer gelezen

Het wordt mogelijk om elektronisch aangifte te doen van de geboorte van je baby. De aangifte kan straks gewoon via de computer thuis aan de burgerlijke stand worden doorgegeven. Zijn er nog onduidelijkheden bij de ambtenaar na de elektronische aangifte dan meldt hij zich en volgt er zonodig nog een gesprek. Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie en staatssecretaris Ank Bijleveld van Binnenlandse Zaken kondigden aan dat ze de digitale aangifte nog deze kabinetsperiode mogelijk willen maken. Het blijft wel mogelijk om persoonlijk aangifte te doen in het gemeentehuis.

maandag, december 10, 2007

172. Klein groepje moeder- en justitielobbyisten tegen gelijkwaardig ouderschap maakt feitelijk dienst uit in familie- en scheidingsrecht

Een klein groepje machtige, als "moedermaffia" bekend staande feministische juristen en doctorandussen uit het Ministerie van Justitie, rechterlijke macht, kinderbescherming en universitaire wereld houdt het Nederlandse familie- en scheidingsrecht nu al decennia lang in een ijzeren wurggreep gevangen en blokkeert elke ontwikkeling naar een meer gelijkwaardig en gedeeld ouderschap na de scheiding.

Men deinst er daarbij niet voor terug om de Tweede Kamer als wetgever openlijk de les te leren en haar wetgevingsinitiatieven te frustreren en tegen te werken.

Steeds dezelfde namen duiken daarbij op en het groepje blijkt over een uitstekend georganiseerde politieke en juridische lobby te beschikken.

Zo verklaart justitieambtenaar Jeanette Kok van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie in het oktobernummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, spreekbuis van de rechtspraak in het familierecht, over het in uitvoering nemen van het op 12 juni 2007 door de Tweede Kamer aangenomen Wetsvoorstel 30145 op de "Bevordering van het voortgezet ouderschap na scheiding" nu al openlijk:

"Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!"

Haar openlijke oproep aan de rechtspraak tot het terzijde leggen van de wetgeving van de Tweede Kamer wordt daarop door kompanen uit het machtsgroepje zoals de oud-rechter Nanneke Quik-Schuijt in de Eerste Kamer overgenomen om de minister van justitie Hirsch-Ballin tot de uitspraak te dwingen dat het gelijkwaardig ouderschap door de rechterlijke macht niet in uitvoering zal hoeven te worden genomen. (Meer over de activiteiten van Quik-Schuijt op dit vlak in volgende bijdragen.)

Zo maakt dit machtsgroepje in het Nederlandse familie- en scheidingsrecht feitelijk de dienst uit en zet men keer op keer de voltallige gekozen volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer en de minister van justitie met de rug tegen de muur.

Lees het volledige tot dissidentie oproepende editorial van de justitieambtenaar Jeanette Kok in het oktobernummer van het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht of zie voor een digitale weergave hieronder:

Gelijkwaardig ouderschap

Editorial uit het Tijdschrift voor Familie- en Jeugdrecht, Jaargang 2007, nummer 10, oktober 2007

Mevrouw mr. drs. Jeanette Kok - Raadadviseur bij de Directie wetgeving, sector privaatrecht, van het Ministerie van Justitie

Op 12 juni 2007 is het wetsvoorstel bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30145) dat onder meer het ouderschapsplan introduceert en de flitsscheiding afschaft, door de Tweede Kamer aanvaard. Het is de Ministers van Justitie en voor Jeugd en Gezin gelukt om het wetsvoorstel door de Tweede Kamer te loodsen ondanks de kritiek dat een procedure voor een administratieve echtscheiding ter vervanging van de flitsscheiding in het wetsvoorstel ontbreekt. Bij amendement De Wit (nr. 26) is het zogenoemde gelijkwaardig ouderschap na scheiding in de wet vastgelegd. Het is de vraag welke betekenis deze nieuwe norm gaat krijgen.

De Wit heeft in navolging van Luchtenveld (29 676) een amendement ingediend om het gelijkwaardig ouderschap in de wet op te nemen. De norm komt er kort gezegd op neer dat een kind over wie de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, zijn recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders behoudt na ontbinding of beëindiging van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of de samenleving. Het amendement behaalt een krappe meerderheid, de fracties van de SP, GroenLinks, D66, de PvdDieren, de SGP, het CDA en de PW stemmen voor het amendement, de overige fracties tegen.

* Commentaar Vaderkenniscentrum:
I.t.t. wat mv. Kok stelt behaalde Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 in de Tweede Kamer geen krappe, maar juist een zeer ruime en zelfs grondwettelijke, meerderheid van 111 vóórstemmen, dus 74% van de stemmen. (Zie voor nadere toelichting daarop verder hieronder)

Op het eerste gezicht klinkt het amendement sympathiek. Ik ben het met de heer De Wit eens dat een gelijkwaardige uitoefening van het ouderschap de norm zou moeten zijn. Gelijkwaardig ouderschap zou dan wel moeten worden opgevat als: de ene ouder is niet meer gerechtigd dan de andere ouder tot uitoefening van het gezag en daaraan verandert de scheiding als zodanig niets. En in dit laatste punt zit het probleem. In het nieuwe vijfde lid van art. 247 is namelijk bepaald dat ouders bij het maken van afspraken over de kinderen rekening kunnen houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de beëindiging van de relatie, echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan.

Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel heeft de Minister van Justitie geprobeerd enige duidelijkheid te krijgen over de betekenis van het opnemen van de norm in de wet. De opname van de norm in de wet mag immers niet louter een symbolische functie hebben. In antwoord hierop refereert De Wit aan de uitspraak van de Rechtbank Haarlem (LJN AZ5284) waarin is bepaald dat de man en de vrouw gerechtigd zijn telkens afwisselend één week omgang te hebben met hun twee kinderen in die zin dat de ouders in het kader van de omgangsregeling afwisselend een week bij de kinderen in de echtelijke woning zullen verblijven. De ouders dienen dus iedere week hun spullen te pakken in plaats van de kinderen. Ik hoop dat deze uitspraak, zoals de rechter stelt, in het belang van het kind is en de uitspraak niet leidt tot nieuwe conflicten tussen de ouders. Voortdurende ruzies zijn immers voor kinderen het ergst en het meest schadelijk op de korte en lange termijn.

Het voorbeeld van De Wit doet vermoeden dat hij bedoelt dat gelijkwaardig ouderschap in conflictsituaties co-ouderschap betekent, tenzij er praktische belemmeringen zijn. Dit is ook de uitleg die Van Bommel en Zander hieraan geven. Zij stellen onder meer dat gelijke rechten voor ouders de enig denkbare basis is om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Dit betekent dat zowel de vader als de moeder de plicht en het recht hebben om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Bij gebrek aan enige overeenstemming tussen de ouders kan dat in hun ogen betekenen dat er ook kwantitatief een 50-50% verdeling van de zorg plaatsvindt (Stcrt. 26 oktober 2005).

Uiteraard zijn ouders gelijkwaardig. Dit komt juridisch reeds tot uitdrukking in het uitoefenen van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Indien de nieuwe rechtsnorm echter een meer dwingend karakter zou gaan krijgen, vergroot dit naar mijn mening alleen maar de kans dat het kind in conflictsituaties tot speelbal wordt gemaakt van strijdende ouders.

Ik ga er graag vanuit dat de rechtspraak wel wijzer zal zijn en de norm niet op deze wijze zal gaan uitleggen!



(*) Nadere toelichting bij het commentaar van Vaderkenniscentrum:

Mevrouw mr. drs. Jeanette Kok, Raadadviseur bij de Directie Wergeving van het Ministerie van Justitie, neemt het met de aanduiding “krappe meerderheid” hier niet nauw met de waarheid in haar Editorial.

Alleen PvdA en CU hebben tegen het Amendement 26 op Gelijkwaardig Ouderschap bij Wetsvoorstel 30145 gestemd. De VVD heeft haar aanvankelijke nee-stem later gecorrigeerd in een ja-stem en ook aan de Eerste Kamer per missive laten weten geacht te zijn te hebben vóórgestemd (zie hieronder voor de weergave van het document met deze VVD-stemcorrectie op de website van de Eerste Kamer).

Bij de stemming over het Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 werden er dus 39 stemmen geacht te hebben tegengestemd en 111 stemmen geacht te hebben vóórgestemd. 74% van de Tweede Kamerleden hebben daarmee uiteindelijk vóór Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30145 op het Gelijkwaardig Ouderschap gestemd. Dat kun je met de beste wil van de wereld geen krappe meerderheid noemen zoals Jeanette Kok in haar Editorial doet. Het gaat hier om een zeer ruime, ja zelfs een grondwettelijke, meerderheid.


Stemcorrectie VVD inzake Amendement 26 bij Wetsvoorstel 30 145:

“De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.”

Bron:
Eerste Kamer; Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding (30.145)

http://www.eerstekamer.nl/9324000/1/j9vvgh5ihkk7kof/vh6xlx3hg5vq
Zie daar onder de kop “Behandeling in TK”:

-

12 juni 2007
- stemmingsoverzicht (herzien)

Afdeling Inhoudelijke Ondersteuning

stemmingen in de Tweede Kamer

Herzien in verband met stemming amendement 26 (21 juni 2007)


aan: de leden en plv. leden van de vaste commissie voor Justitie
datum: 13 juni 2007


betreffende wetsvoorstel 30145:
Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet ouderschap na scheiding en het afschaffen van de mogelijkheid tot het omzetten van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding)

Artikel I, onderdeel G
(De Wit)

Het is in het belang van het kind dat het contact heeft met beide ouders en ook verzorgd wordt door beide ouders. In het wetsvoorstel worden twee normen ontwikkeld; de ene ouder is verplicht de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te bevorderen, de ouder zonder gezag heeft ook de plicht omgang te hebben met zijn kind. Het wetsvoorstel is hierin niet duidelijk genoeg.

Gelijke rechten en plichten voor beide ouders is de basis om beide ouders onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid te laten dragen. Beide ouders hebben het recht en de plicht om gelijkwaardig aan de opvoeding deel te nemen. Ouderschap is uitsluitend gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. De continuering van de opvoedingsrelatie tussen kind en beide ouders is in het belang van het kind. Gelijkwaardig ouderschap en een opvoedingsplicht dienen ook na een echtscheiding, een geregistreerd partnerschap of een periode van samenleven centraal te blijven staan.

Om expliciet duidelijk te maken dat beide ouders gelijke rechten en plichten hebben wordt gelijkwaardig ouderschap de norm. In de wet wordt opgenomen dat het kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Deze wettelijke basis voor gelijkwaardig ouderschap geeft ouders een uitgangspositie om gezamenlijk tot een bij hun situatie passende oplossing te komen.

Aangenomen. Voor: SP, GroenLinks, D66, PvdD, SGP, CDA en de PVV


De VVD heeft in de plenaire vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement te hebben gestemd.