Posts tonen met het label Valse beschuldigingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Valse beschuldigingen. Alle posts tonen

donderdag, maart 08, 2012

380. Kamervragen over valse beschuldigingen door moeders tegen vaders bij scheiding

2012Z03109 – Beantwoording van de vragen van het lid Bontes (PVV) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over tientallen vaders die jaarlijks vals beschuldigd worden door ex’en van misbruik of mishandeling (ingezonden 17 februari 2012)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum: 8 maart 2012
Ons kenmerk: 237560
Uw kenmerk: 2012Z03109
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden.
Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

Onderwerp: Beantwoording vragen over tientallen vaders die jaarlijks vals beschuldigd worden van misbruik of mishandeling

In antwoord op uw brief van 17 februari 2012 deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Bontes (PVV) over tientallen vaders die jaarlijks vals beschuldigd worden door ex’en van misbruik of mishandeling (ingezonden 17 februari 2012) worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Veiligheid en Justitie,
I.W. Opstelten

Ministerie van Veiligheid en Justitie
Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving
Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden
Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
2 DJOA
Schedeldoekshaven 100
2511 EX Den Haag
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
www.rijksoverheid.nl/venj

2012Z03109 - Antwoorden op vragen van het lid Bontes (PVV) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over tientallen vaders die jaarlijks vals beschuldigd worden door ex’en van misbruik of mishandeling (ingezonden 17 februari 2012)

1. Bent u bekend met het bericht ‘Aantijgingen vrouwen lastig aan te pakken’? 1)

Antwoord op vraag 1
Ja.

2. Hoe komt het dat een moeder die een onjuiste aangifte doet van misbruik of mishandeling zelden wordt vervolgd, terwijl het Openbaar Ministerie (OM) juist heeft gesteld altijd over te gaan tot vervolging bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf? 2)

Antwoord op vraag 2
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft mij meegedeeld dat de woordvoerder van het OM in Groningen heeft gezegd dat ernaar wordt gestreefd om bewust onjuist gedane zedenaangiftes – indien bewijsbaar - altijd te vervolgen. In veel gevallen liggen dergelijke aangiftes echter in een schemergebied tussen onjuiste en bewust onjuiste aangiftes. In die gevallen is het opsporingsonderzoek complex en arbeidsintensief. Het OM bekijkt dan of het onderzoek opportuun is en of er voldoende capaciteit beschikbaar is om het uit te voeren. Alleen het doen van een bewust onjuiste aangifte is strafbaar en vervolgbaar op grond van artikel 188 Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak dat jaarlijks tientallen bewust onjuiste aangiftes tegen vaders worden gedaan vanwege misbruik of mishandeling, en dat daarvoor zelden wordt vervolgd, kan ik niet bevestigen. Bij het OM zijn hiervan geen aantallen bekend.

3. Deelt u de mening dat de gevolgen van een valse aangifte groot zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om deze misstanden een halt toe te roepen?

Antwoord
Ja, ik verwijs naar de brief die de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie op 4 november 2011 aan uw Kamer heeft gestuurd in reactie op een brief van het Vaderkenniscentrum/Stichting Kind en Omgangsrecht (Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 31 839, nr. 141). In punt 6 in die brief is de Staatssecretaris specifiek ingegaan op bewust onjuist gedane aangiftes en de manier waarop de politie en het OM daarmee omgaan. Zie verder ook het antwoord op vraag 4.

4. Bent u voorts bereid om de gevolgen die een valse aangifte heeft op andere terreinen aan te pakken, zoals bijvoorbeeld in civiele procedures die zijn opgestart door de ex met betrekking tot de kinderen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
In de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik (2010A026, Stcrt. 2010, nr. 19123) is bepaald dat het OM bij gebleken valsheid van een aangifte – als de zaak eerder in de publiciteit is geweest – een perspublicatie kan uitbrengen waarin duidelijk wordt gemaakt dat het een bewust onjuiste aangifte betrof. Deze publicatie dient ertoe het veiligheidsgevoel van de burgers te herstellen en een bijdrage te leveren aan het eerherstel van de ten onrechte beschuldigde. Het OM heeft mij meegedeeld dit onderdeel van de aanwijzing ruimhartig te zullen toepassen.

Als een civiele procedure over bijvoorbeeld het vaststellen van een omgangs- of zorgregeling nog loopt, kan betrokkene het gegeven van een bewust onjuist gedane aangifte zelf in de procedure naar voren brengen. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van een sepotbrief van het OM of de hiervoor genoemde perspublicatie. Als een omgangs- of zorgregeling al door de rechter is vastgesteld, en de aangifte is meegenomen bij zijn weging van de belangen van het kind, dan kan betrokkene een nieuwe gerechtelijke procedure starten om deze regeling opnieuw te laten vaststellen. Ook dan kan betrokkene een sepotbrief of perspublicatie inbrengen.

Voetnoten
1)‘Aantijgingen vrouwen lastig aan te pakken’ (Volkskrant)
2)‘Valse zedenaangifte altijd vervolgd’ (NOS)

Gerelateerde artikelen



zaterdag, februari 25, 2012

372. Tientallen vaders door ex’en vals beschuldigd van misbruik of mishandeling (Kamervragen PVV)

Bron: PVV, 17 februari 2012
http://ikregeer.nl/documenten/kv-154273

Vragen van het lid Bontes (PVV) aan de minister van Veiligheid en Justitie over tientallen vaders die jaarlijks vals beschuldigd worden door ex’en van misbruik of mishandeling.

1.) Bent u bekend met het bericht ‘Aantijgingen vrouwen lastig aan te pakken(*)?

2.) Hoe komt het dat een moeder die een onjuiste aangifte doet van misbruik of mishandeling zelden wordt vervolgd, terwijl het Openbaar Ministerie juist heeft gesteld altijd over te gaan tot vervolging bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf (**)?

3.) Deelt de minister de mening dat de gevolgen van een valse aangifte groot zijn? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om deze misstanden een halt toe te roepen?

4.) Bent u voorts bereid om de gevolgen die een valse aangifte heeft op andere terreinen aan te pakken, zoals bijvoorbeeld in civiele procedures die zijn opgestart door de ex met betrekking tot de kinderen? Zo neen, waarom niet?

(*)‘Aantijgingen vrouwen lastig aan te pakken’, De Volkskrant, 16 februari 2012
(**) ‘Valse zedenaangifte altijd vervolgd’’, NOS, 28 januari 2012


Valse zedenaangifte altijd vervolgd
Bron: NOS Nieuws - zaterdag 28 jan 2012, 12:17

Justitie stelt voortaan altijd vervolging in bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Dat heeft een woordvoerster van het Openbaar Ministerie gezegd.

Het doen van een valse aangifte is al strafbaar, maar tot nu toe bracht het OM zo'n zaak vaak niet voor de rechter.

Volgens justitie kost het natrekken van valse meldingen veel tijd en geld en is zo'n aangifte bovendien erg belastend voor degene die beschuldigd wordt.

"Zedenmisdrijven zijn zware feiten, zeker bij kinderen. Daarom zetten we er altijd zwaar op in", zegt officier van justitie Eva Kwakman. "Maar als je vals beschuldigd wordt van een zedenmisdrijf, dan heeft dat ook enorme gevolgen. Zowel emotioneel als voor je omgeving waarin je zit."

"Vaak wordt een valse aangifte gedaan door mensen die zelf klem zitten, psychische problemen hebben of uitvluchten zoeken in een situatie waarin ze terecht zijn gekomen", vertelt Kwakman.

De officier van justitie noemt het voorbeeld van een meisje dat te laat is thuisgekomen en op zoek moet naar een goede verklaring voor haar ouders.

Confronteren
"We zijn steeds beter geworden in het onderzoeken. Wij kijken niet alleen naar de aangifte, ook naar andere dingen die te onderzoeken zijn, zoals locaties en sporen", zegt Kwakman. "Dat betekent dat wij steeds beter zien als iets gewoon niet gebeurd kan zijn. Daar confronteren we aangevers nu mee."

Het geld en de tijd die met het onderzoeken van de valse aangiften verloren gaat, besteedt justitie liever aan zaken die echt gebeurd zijn, zegt Kwakman. "Want helaas gebeuren er veel zedenfeiten wel en daar zijn wij voor en daar willen wij ons op richten."

Justitie denkt dat er veel minder valse aangiftes komen als er altijd wordt vervolgd.

Trefwoorden Justitie, vervolging, zedenmisdrijf, valse aangifte

Audio

'Geld en moeite liever besteden aan dingen die echt gebeurd zijn'
Wie een valse aangifte doet van een zedenmisdrijf, wordt voortaan daadwerkelijk strafrechtelijk vervolgd. Officier van Justitie Eva Kwakman vertelt waarom er strenger wordt opgetreden.

_____
_____
Disclaimer: Vader Kennis Centrum (VKC) kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. VKC huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel VKC de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is VKC niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van VKC worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van VKC voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____
_____

donderdag, januari 13, 2011

409. Tuchtrecht gezondheidszorg LJN: YG0843: Huisarts gewaarschuwd omdat hij, zonder vader te informeren, moeder adviseert om de kinderen aan te melden bij het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening Flevoland. Ook advies dient beschouwd te worden als medische verrichting.

Medisch tuchtrecht: Toegewezen klacht tegen huisarts.
Twee dochters van vader en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vader ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. De huisarts adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover de huisarts vader ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. De huisarts krijgt hiervoor een waarschuwing van het regionaal medisch tuchtcollege Zwolle. (Zie voor de volledige uitspraak van het tuchtcollege hieronder.)

Vader schrijft ter toelichting aan Vaderkenniscentrum|SKO:

Beste Vaderkenniscentrum | SKO,

Ik wil graag de uitspraak van het medisch tuchtcollege met jullie delen die naar aanleiding van mijn klachtschrift is gedaan.

Kort samengevat is de zaak als introductie:
Mijn ex en ik hadden een meningsverschil over (sexueel) afwijkend gedrag van mijn kinderen. Ik vond (en vind) dat het omgaan van mogelijk lastig gedrag bij jonge kinderen in eerste instantie gezocht moeten worden bij de ouders zelf, en dat de kinderen niet in allerlei trajecten terecht moeten komen. Mijn ex vond (en vindt)  dat kinderen ondersteuning nodig hebben bij afwijkend gedrag.

We hebben dit in den beginnen bespreekbaar proberen te maken bij de gezamenlijke huisarts en deze had al snel de vinger op de zere plek: de verhoudingen van de beide ouders naar elkaar toe waren niet goed voor de kinderen. Helaas heeft hij hier niet op doorgepakt, maar is hij gesprekken met moeder alleen aangegaan en heeft hij uiteindelijk na nieuwe signalen van moeder en overleg met het AMK besloten door te verwijzen naar het Centrum Psychotraumatische Hulpverlening (CPH) in Dronten. Hier zijn mijn kinderen zonder mijn toestemming onderzocht en na 5 maanden was de conclusie dat beide dochters niets mankeerden, maar dat de oudste wellicht wat last kon hebben van de scheiding!!!

Ik heb om principiële redenen de huisarts voor het tuchtcollege gedaagd met onderstaande waarschuwing als gevolg.

http://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2011/YG0843

Het CPH ga ik nu proberen aan te pakken. Bij het tuchtcollege kan ik helaas alleen de directrice dagen, maar ik overweeg een aangifte van onttrekking van het ouderlijk gezag. Zij hadden geen reden om de verrichtingen te starten zonder mijn toestemming (zoals dat zo mooi aangegeven staat in de bovengenoemde uitspraak van het tuchtcollege). Dit verhaal wordt dus nog verder vervolgd.

Erg goed overigens om op internet een punt te vinden met lotgenoten. Eigenlijk is het allemaal te triest voor woorden. Ik heb inmiddels al wel gemerkt dat ik mijn karaktereigenschappen en mijn doorzettingsvermogen het beste kan uiten op de instanties, dan op mijn ex. Deze krijgt uiteindelijk in rechtszaken toch altijd wel gelijk. Ik ervaar rechtszaken met mijn ex dan ook niet als recht, maar als een loterij. Je weet maar nooit, de kans is er.. maar je krijgt het uiteindelijk toch niet.

Met vriendelijke groet,
Een vader
Zelf een klacht indienen bij een regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Hier vindt u meer informatie indien u zelf bij een van de regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg een klacht wilt indienen tegen uw huisarts of een andere behandelaar uit de gezondheidszorg.
U kunt uw klacht alleen schriftelijk indienen. De klacht moet geschreven zijn in het Nederlands. Het voorval waarop de klacht betrekking heeft mag niet langer dan tien jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Als u een klacht wilt indienen kunt u het klaagschrift formulier gebruiken. In een klaagschrift moet in ieder geval staan:
  • Uw naam, voornamen en adres
  • De naam, het werkadres en eventueel het woonadres van de aangeklaagde;
  • De formulering van de klacht, zoveel mogelijk voorzien van de data, feiten en omstandigheden waarop die klacht berust
  • Uw handtekening
  • Als u niet de patiënt bent:
    • Naam, adres en geboortedatum van de patiënt
    • Het belang dat u heeft bij het indienen van de klacht
    • De aard van de relatie met de patiënt
    • De reden waarom patiënt zelf geen klacht kan indienen en indien mogelijk de handtekening van de patiënt als blijk van zijn/haar instemming
  • Als iemand anders u vertegenwoordigt, dan moet u diegene schriftelijke machtigen en de machtiging meesturen.
Advies
Voor hulp bij het indienen van uw klacht kunt u contact opnemen met het Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg (IKG) in uw regio. Het IKG kan u bijstaan tijdens de tuchtrechtprocedure. De dienstverlening is gratis. Via het telefoonnummer 0900-2437070 wordt u doorverbonden met het IKG-bureau in uw regio.

Waar moet ik mijn klacht indienen?
U kunt het klaagschrift opsturen naar het tuchtcollege in de regio waar de beroepsbeoefenaar woont:

Uitspraak Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 001/2010 (LJN: YG0843, 13 januari 2011)

Datum uitspraak: 13-01-2011
Datum publicatie: 13-01-2011
LJN: YG0843
Domein: Gezondheidszorg

Inhoudsindicatie:
Klacht tegen huisarts. Twee dochters van klager en zijn ex-partner vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Klager ziet geen aanleiding voor een behandeling, de moeder oordeelt hier anders over. Verweerder adviseert de moeder na ruggespraak met het AMK de kinderen zelf aan te melden bij een centrum voor psychotrauma. Dit advies is te beschouwen als een verrichting waarover verweerder klager ten onrechte niet (zelf) heeft geïnformeerd. Overige klachtonderdelen ongegrond. Waarschuwing.

Uitspraak

Beslissing d.d. 13 januari 2011 naar aanleiding van de op 7 januari 2010 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A, wonende te B,
k l a g e r

-tegen-

C, huisarts, werkzaam te B, bijgestaan door mr. D. Zwartjens, advocaat te Utrecht,
v e r w e e r d e r

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Klager heeft een klaagschrift ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Zij hebben vervolgens gerepliceerd en gedupliceerd, de repliek met een bijlage. Beiden hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.

De zaak is behandeld ter openbare zitting van 3 december 2010, alwaar klager is verschenen. Voor verweerder is alleen diens gemachtigde verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft klager nog tweemaal stukken overgelegd.

2. DE FEITEN
Op grond van de stukken waaronder het medisch dossier en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager is vader van drie kinderen, een meisje van destijds 7 en een tweeling (een jongen en een meisje) van destijds bijna 5 jaar oud. Klager en de moeder van de kinderen zijn gescheiden. Allen waren patiënt in de huisartsenpraktijk van verweerder.

Op 3 september 2009 vond op initiatief van klager een gesprek plaats tussen verweerder en beide ouders. Onderwerp van dit gesprek was seksueel getint gedrag van beide dochters, mogelijk onder invloed van een van de dochters van de nieuwe partner van klager. Klager was van oordeel dat mogelijk afwijkend gedrag vanzelf wel zou verdwijnen omdat de desbetreffende dochter van zijn partner inmiddels in een pleeggezin verbleef. Besloten werd dat verweerder een orthopedagoog zou consulteren. Deze gaf aan het gedrag van beide meisjes niet passend bij hun leeftijd te vinden. Vervolgens vond een tweede driegesprek plaats op 28 september 2009, waarin verweerder de bevindingen van de orthopedagoog weergaf. Verweerder gaf aan dat aanhouden van het afwijkende gedrag reden zou zijn om verder onderzoek te adviseren. De ouders zaten niet op één lijn, klager stond afhoudend ten opzichte van een verdere behandeling.

Vervolgens is de moeder nog een aantal malen alleen op het spreekuur gekomen om te overleggen over de kinderen. Moeder kwam met nieuwe voorbeelden van seksueel getint gedrag. Zij gaf aan dat zij en klager niet op één lijn zaten. Verweerder adviseerde haar te proberen het eens te worden met klager. Op 9 november 2009 gaf de moeder te kennen dat dit niet gelukt was. Vervolgens heeft verweerder contact opgenomen met de vertrouwensarts van het AMK over de vraag hoe te handelen. De (advocaat van) moeder heeft bij aangetekende brief van 30 december 2009 aan klager laten weten dat de kinderen behandeld zouden worden in een centrum voor hulpverlening bij psychotrauma. Klager heeft hiertegen, als mede met het gezag beklede ouder, geprotesteerd maar genoemd centrum heeft de aanmelding van de twee dochters door uitsluitend de moeder wel geaccepteerd. Na een achttal observaties in een spelkamer luidde het vervolgadvies om de oudste dochter eenmaal per vier weken ondersteunende begeleiding te geven. Voor de jongste dochter was geen vervolgbehandeling geïndiceerd.

Klager heeft per e-mail dringend aan verweerder verzocht zijn kinderen niet meer te behandelen en dit in een voorkomend geval aan een andere huisarts in de praktijk over te laten.

Het AMK heeft desgevraagd aan klager laten weten niet op de hoogte te willen worden gehouden omdat het AMK pas in beeld komt als er een melding is gedaan.

3. HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT
Klager verwijt verweerder, zakelijk weergegeven:

- dat hij zonder klager hierin te kennen en tegen diens wens overleg over diens kinderen heeft gevoerd met een vertrouwensarts van het AMK;

- dat hij overleg heeft gehad met de ex-partner van klager over zijn kinderen zonder klager hierin te kennen;

- dat hij geen overleg heeft gehad met klager als gezaghebbende ouder over de behandeling van zijn kinderen.

4. HET STANDPUNT VAN VERWEERDER
Verweerder voert -zakelijk weergegeven- aan dat op hem geen plicht rust de ex-partner in te lichten over zijn consulten met de moeder, die overigens ook onder zijn geheimhoudingsplicht vallen. Op 28 september 2009 is hij in gesprek geweest met klager en toen heeft hij aangegeven dat verder onderzoek nodig zou zijn. Klager heeft toen zelf aangegeven dat hij niet verder wilde praten. De vertrouwensarts adviseerde via verweerder de moeder om de kinderen te laten onderzoeken in een centrum voor psychotraumahulpverlening. Als de ouders dat niet zouden doen, dan adviseerde zij een melding te doen bij het AMK aangezien zij de situatie als zeer ernstig inschatte. Het centrum verricht laagdrempelig onderzoek, dus was er geen sprake van een ingrijpende behandeling, terwijl verweerder ook niet hiernaar verwezen heeft omdat hij op aangeven van het AMK de moeder heeft geadviseerd de kinderen zelf aan te melden bij het centrum. Het was ook de taak van de moeder om klager hierover te informeren, hetgeen zij naar zijn weten ook heeft gedaan. Verweerder acht het overigens van groot belang in het kader van goed hulpverlenerschap dat de kinderen onderzocht zouden worden, zelfs als één van de ouders dat niet wenselijk achtte, omdat immers anders een AMK-melding moest worden gedaan om verder onderzoek af te dwingen.

5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1. Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2. Klager heeft ter zitting het eerste klachtonderdeel ingetrokken. Het college overweegt ten overvloede dat aannemelijk is dat verweerder de casus in geanonimiseerde vorm heeft besproken met de vertrouwenarts van het AMK, hetgeen niet ongebruikelijk en zorgvuldig is te noemen.

5.3. Wat het tweede klachtonderdeel betreft, aangaande de consulten met uitsluitend de moeder, overweegt het college het volgende. Uit de overgelegde journaals van verweerder met betrekking tot de kinderen blijkt niet van medische verrichtingen bij de kinderen, die in dat geval uitsluitend met de moeder zouden zijn besproken. Verweerder heeft aangegeven dat hij de consulten waarover wordt geklaagd heeft genoteerd in het dossier van de moeder. Ook overigens is met betrekking tot deze consulten niet gebleken dat verweerder adviezen heeft gegeven met behandelconsequenties voor de kinderen. Niet kan van verweerder worden verlangd dat hij ter verdediging het journaal met betrekking tot de moeder overlegt. De raadsvouw heeft ter zitting een aantal gedeeltes voorgelezen uit het journaal met betrekking tot de consulten van moeder. Al met al is niet aannemelijk dat verweerder meer met de moeder heeft besproken dan hoe om te gaan met het verschil in inzicht tussen haar en klager over de vraag of, en zo ja welke behandeling van de dochters noodzakelijk was in verband met eventueel seksueel getint gedrag bij hen. Dit hoefde verweerder niet ook met klager te bespreken en het hierop gerichte klachtonderdeel is dus niet gegrond.

5.4. Anders is dit wat het derde klachtonderdeel betreft. Weliswaar is niet komen vast te staan dat verweerder formeel de kinderen heeft verwezen naar het centrum voor hulpverlening bij psychotrauma, maar verweerder heeft uiteindelijk wel de moeder aangeraden om de kinderen daar aan te melden. Het enkele feit dat verweerder hierover advies heeft ingewonnen bij het AMK neemt niet weg dat hij als huisarts van de kinderen dat advies aan de moeder heeft gegeven en daarvoor dan ook de verantwoordelijkheid heeft te nemen.

Artikel 7:446, tweede lid, BW, voor zover hier van belang, luidt:
Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

a) alle verrichtingen -het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen- rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen.
De wetgever heeft het begrip verrichtingen ruim uitgelegd door ook nadrukkelijk het onderzoeken en het geven van raad daaronder te vatten. Anders dan verweerder, is het college dan ook van oordeel dat het geven van het genoemde advies beschouwd dient te worden als een verrichting als bedoeld in artikel 7:446, tweede lid, BW. Hiervoor is dus in beginsel ex artikel 7:450 juncto artikel 7:465 BW toestemming van de ouders nodig die met het gezag belast zijn. Uitzonderingen op deze regel zijn neergelegd in artikel 7:466 BW. Het eerste lid van dit artikel ziet op noodsituaties, waarbij onverwijlde uitvoering van de verrichting kennelijk nodig is om ernstig nadeel voor de patiënte te voorkomen. Hiervan was in casu geen sprake. Volgens het tweede lid van dit artikel mag een volgens de artikelen 7:450 en 7:465 BW vereiste toestemming worden verondersteld te zijn gegeven, indien de desbetreffende verrichting niet van ingrijpende aard is. Niet aanvaard kan worden de stelling van verweerder dat de behandeling bij genoemd centrum niet van ingrijpende aard was. Er heeft immers een achttal observaties plaatsgevonden, gericht op de vraag of verdere behandeling/begeleiding noodzakelijk was, hetgeen bij de oudste dochter ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. En ook al zou het gaan om een niet-ingrijpende verrichting, dan geldt dat klager had aangegeven een dergelijke behandeling niet nodig te vinden, zodat de vereiste toestemming niet verondersteld mocht worden.

Verweerder heeft, tot slot, het niet aan de moeder mogen overlaten om de vader te informeren Verweerder was immers de professional die, beter dan een niet-deskundige ouder die in onmin leeft met de andere ouder, zijn advies aan klager kon overbrengen.

5.6. De klacht is dus deels gegrond. Enerzijds heeft het college wel begrip voor de situatie waarin verweerder zich bevond, waarin hij op advies van een AMK-arts heeft gedaan wat hij meende dat in het belang was van de minderjarigen. Aan de andere kant werd van verweerder niet meer verlangd dan dat hij het aan de moeder gegeven advies ook aan vader uitbracht. Het niet respecteren van het toestemmingsvereiste van c.q. de informatieplicht ten opzichte van beide ouders, indien vereist, kan -zoals ook hier is gebeurd- tot een breuk in de voor een behandelrelatie tussen een patiënt en diens arts vereiste vertrouwensbasis leiden. Al met al is de maatregel van waarschuwing passend te achten. Voorts ziet het college aanleiding op onderstaande wijze bredere bekendheid te geven aan deze uitspraak.

6. DE BESLISSING

Het college:

- waarschuwt verweerder;

- bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften ‘Huisarts in praktijk’, ‘Medisch Contact’, ‘Tijdschrift voor Gezondheidsrecht’ en ‘Gezondheidszorg Jurisprudentie’.

Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, mr. Th.C.M. Willemse, lid-jurist, en S. Tiemersma, J.M. Komen en G.W.A. Diehl, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. G.E. Bart, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2011 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.

voorzitter

secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

_____
Disclaimer: Vaderkenniscentrum kan geen sluitend juridisch advies geven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Het Vaderkenniscentrum huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel het Vaderkenniscentrum de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding zal besteden, is het Vaderkenniscentrum niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties van het Vaderkenniscentrum worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid van Vaderkenniscentrum voor de door haar gegeven adviezen en reacties.
_____

woensdag, mei 19, 2010

323. Loverboy-slachtoffer Maria Mosterd: waar gebeurd of fantasie? – Peter R. de Vries

Bron: SBS6 - Programma gemist – Peter R. de Vries - Archief - zondag 9 mei 2010, 23:00 uur

Zondag 9 mei bracht ons programma een onthullende uitzending over loverboy-slachtoffer Maria Mosterd. In de bestseller ‘Echte mannen eten geen kaas’ vertelt Maria hoe ze op twaalfjarige leeftijd wordt ingewijd in een wereld van gedwongen seks, drugs en geweld.

In de eerste klas van de middelbare school maakt Maria kennis met de dan 18-jarige Manou. Hij ontpopt zich tot een extreem gewelddadige pooier, maar dat niet alleen. Manou blijkt de leider te zijn van een omvangrijke, internationale bende die handelt in drugs en vrouwen. Pas na vier jaar komt er een einde aan alle ellende.

Vanaf het moment dat het boek in de schappen ligt, is het een doorslaand succes. In twee jaar tijd worden er meer dan 250.000 exemplaren van verkocht. Maria vertelt in alle denkbare talkshows een verhaal dat ieder voorstellingsvermogen te boven gaat. Pers en publiek hangen aan haar lippen.

Maar de vraag dringt zich op hoe waarheidsgetrouw het verhaal van Maria eigenlijk is. Is het werkelijk mogelijk dat Manou, dan nog maar een tiener, aan het hoofd staat van een internationaal crimineel netwerk? Zit hij, zoals Maria beweert, achter tal van verdwijningen? En kan een middelbare scholier als Maria vier jaar lang vrijwel iedere dag spijbelen zonder dat ook iemand hier iets van merkt?

Peter start een uitgebreid onderzoek naar de waarheid achter Nederlands bekendste loverboy-slachtoffer. Hij spreekt direct betrokkenen en gerenommeerde wetenschappers die het boek hebben bestudeerd. En hij weet de hand te leggen op politiedocumenten die een nieuw licht werpen op de zaak. Klopt het verhaal van Maria Mosterd wel? Of is ze alleen maar het slachtoffer van haar eigen fantasie?

‘Loverboy’ Manou doet aangifte tegen Maria Mosterd, haar moeder en haar uitgever

Bron: SBS6 - Peter R. de Vries - donderdag 13 mei 2010, 14:34 uur

‘Loverboy’ vindt dat hij onterecht is beschuldigd
Manou, de vermeende loverboy van Maria Mosterd, heeft woensdag aangifte gedaan tegen Maria Mosterd, haar moeder Lucie en uitgeverij Van Gennep. Dat heeft zijn advocaat mr. Esther Vroegh uit Haarlem bekend gemaakt.

Volgens Maria Mosterd is Manou vier jaar lang haar pooier geweest. In haar boek Echte mannen eten geen kaas (2008) schetst ze een beeld van een nietsontziende crimineel en leider van een criminele organisatie die handelt in drugs, wapens en vrouwen. Ook zou hij de verantwoordelijk zijn voor een reeks van verkrachtingen van meisjes en verdwijningen van homoseksuelen.

Van Echte mannen eten geen kaas werden ruim 250.000 exemplaren verkocht. Ook de opvolger Bindi, die in 2009 verscheen, werd een bestseller. Moeder Lucie Mosterd schreef het boek Ik stond laatst voor een poppenkraam waarin ze haar kant van het verhaal vertelt.

Uit de uitzending van afgelopen zondag bleek dat het verhaal van Maria Mosterd rammelt aan alle kanten. Zo blijkt uit niets dat Manou, die in werkelijkheid anders heet, een loverboy is, laat staan leider van een omvangrijke, internationale misdaadbende.

Manou, die tegenwoordig in België woont, heeft aangifte gedaan van smaad, smaadschrift en laster. Niet alleen tegen Maria, maar ook tegen haar moeder Lucie en Chris ten Kate, directeur van uitgeverij Van Gennep in Amsterdam.


IK STOND LAATST VOOR EEN POPPENKRAAM Lucie Mosterd

ISBN: 9789055159932 |
Aantal pagina’s: 224 |
Uitvoering: Paperback | Verschijningsjaar: 2009 |
taal: Nederlands
Als Maria op twaalfjarige leeftijd voor het eerst op de fiets naar de middelbare school vertrekt, zwaait haar moeder Lucie haar weemoedig uit.
Haar kleine meisje wordt groot.
Tegelijkertijd is ze blij voor Maria, die vol verwachting een nieuwe fase in haar leven begint.
Wat Lucie niet weet, is dat Maria die dag al Manou zal ontmoeten, de loverboy die haar leven in een hel zal veranderen.
Al snel verandert Maria in een onhandelbare puber.
Lucie dringt niet meer tot haar dochter door en komt er maar niet achter wat er met haar aan de hand is.
De waarheid gaat dan ook ieder voorstellingsvermogen te boven.
Manou heeft Maria veranderd in een willoze pop die alles doet wat hij zegt.
Als Maria’s betrouwbare knuffelbeer dringt hij binnen in Lucies gezin om vandaaruit de hechte band tussen moeder en dochter te doorbreken.
Pas dan zal hij Maria helemaal in zijn macht hebben.
Lang beseft Lucie niet dat ze leeft in een toneelstuk dat Manou regisseert.
Wanneer ze stukje bij beetje ontdekt wat er gaande is met haar dochter, dringt langzaam tot haar door wat haar rol moet zijn.
Ze zal met Manou moeten strijden om het vertrouwen van haar dochter, voor het te laat is.

Lucie Mosterd is de moeder van Maria Mosterd, de schrijfster van het aangrijpende ‘Echte mannen eten geen kaas’, waarvan inmiddels 160.000 exemplaren werden verkocht.
Eén ding is zeker: haar schrijftalent heeft Maria niet van een vreemde.
‘Ik stond laatst voor een poppenkraam’ is het bloedstollende verslag van de strijd van een moeder om het leven van haar dochter.

Bindi – Maria Mosterd

ISBN: 9789055159697 |
Aantal pagina’s: 153 |
Uitvoering: Paperback | Verschijningsjaar: 2009 |
taal: Nederlands
Na vier afschuwelijke jaren ontkomt Maria Mosterd op zestienjarige leeftijd aan de greep van haar loverboy Manou. Ze gaat naar India om in een project voor loverboyslachtoffers haar onafhankelijkheid terug te vinden.
Maar in haar hoofd reist Manou mee. Als ze in India uit het vliegtuig stapt, schrikt ze zich dood.
Ze ziet alleen maar lelijke mannen met snorren en het stinkt er als een dierentuin die een week niet is uitgemest. Ze gaat wonen in de stad Trichy, waar ze zich tot haar eigen verbazing meteen thuis voelt. Elke dag gaat ze naar een weeshuis om met de kinderen te dansen en als ze het moeilijk heeft, praat ze met haar hondje Bindi.
Ze wordt door haar begeleidster Liz voortdurend geconfronteerd met het gedrag dat Manou haar heeft aangeleerd. Veranderen is niet makkelijk, want die ‘dikke zwarte pad’ in haar hoofd laat zich niet zo maar wegjagen.
En wat zijn haar vooruitzichten als ze straks terug is in Nederland? Hoe voorkom je, als je geen toekomst hebt, dat je terugvalt in patronen van vroeger?
Bindi gaat verder waar Echte mannen eten geen kaas ophoudt.
Een spannend, ontroerend en levendig geschreven verslag van een meisje dat weigert slachtoffer te blijven.

Echte mannen eten geen kaas – Maria Mosterd

ISBN: 9789055159048 |
Aantal pagina’s: 186 |
Uitvoering: Paperback | Verschijningsjaar: 2008 |
taal: Nederlands
Tot haar eerste dag op de middelbare school is Maria een heel gewoon meisje van twaalf. Ze woont met haar moeder en haar zus in een stad in het oosten van Nederland,en wil wel wat meer spanning in haar leven. Of stoer zijn, zoals dat groepje jongens dat rondhangt op het parkeerterrein van de school. Hoe zou het zijn als een van die jongens haar vriendje was? Maria’s fantasie lijkt werkelijkheid te worden: een van hen, Manou, spreekt haar aan. Wat ze niet weet, is dat Manou een loverboy is. Tot haar eerste dag op de middelbare school is Maria een heel gewoon meisje van twaalf.
Ze woont met haar moeder en haar zus in een stad in het oosten van Nederland,en wil wel wat meer spanning in haar leven.
Of stoer zijn, zoals dat groepje jongens dat rondhangt op het parkeerterrein van de school. Hoe zou het zijn als een van die jongens haar vriendje was? Maria’s fantasie lijkt werkelijkheid te worden: een van hen, Manou, spreekt haar aan. Wat ze niet weet, is dat Manou een loverboy is. Zes jaar later schrijft Maria dit bloedstollende verslag van haar jaren met Manou. De jongens die haar haar normale jeugd hebben ontnomen, en die de meeste mensen kennen als ‘loverboys’, waren voor haar pooiers, drugs-, wapen- en mensenhandelaars. Geweld, (groeps)verkrachtingen, handel in meisjes, drugssmokkel: Maria heeft veel meegemaakt en gezien. Ze heeft er een authentiek en onthullend verhaal over geschreven. Openhartig vertelt ze over haar tegenstrijdige gevoelens voor Manou, en haar strijd om aan hem te ontkomen: fysiek, maar vooral mentaal. Wat Maria heeft meegemaakt is schokkend; hoe ze erop terugkijkt is buitengewoon ontroerend.

Maria Mosterd (1989) woont in het oosten van het land.
Na twee keer zes maanden in India te hebben verbleven om weer zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde te krijgen, begint ze nu onder begeleiding van de Hoenderloo Groep aan een nieuw leven.