Posts tonen met het label Aangifte doen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aangifte doen. Alle posts tonen

woensdag, november 14, 2012

560a. Handleiding Aangifte Onttrekking Ouderlijk Gezag (art 279) bij niet nakomen omgang bij gezamenlijk gezag

Aangifte Onttrekking Ouderlijk Gezag (art 279) bij niet nakomen omgang bij gezamenlijk gezag


Handleiding aangifte doen bij niet nakomen omgangsregeling

Peter Tromp

Sinds 15 februari 2005 heeft een arrest van de Hoge Raad het mogelijk gemaakt om - bij het niet nakomen van de beschikte omgangsregeling in een situatie van gezamenlijk gezag - tegen de ouder die zich niet aan een door de rechter beschikte omgangsregeling houdt bij politie en justitie aangifte te doen wegens "Onttrekking aan de ouderlijke macht" (Artikel 279 Sr.) als strafbaar feit.

Onderstaande praktijkhandleiding werd ingezonden door een vader met gezamenlijk gezag die zelf in de praktijk bij niet-nakoming van de omgangsregeling door zijn ex, tegen de moeder aangifte bij de politie deed. Zijn aangifte is opgenomen door de politie en vervolgd door justitie.

We roepen anderen die sinds 15 februari 2005 gebruik gemaakt hebben van deze mogelijkheid om aangifte te doen om hier op deze website rapport te doen van hun ervaringen met politie, justitie en rechtbanken in de afhandeling van hun aangifte. U kunt uw ervaringen direct op deze website publiceren door gebruik te maken van de commentaarmogelijkheid onderaan dit artikel.

Op grond van de vele aan ons gerapporteerde ervaringen in de afgelopen jaren met het doen van aangifte bij het niet nakomen van een door de rechter beschikte omgangsregeling heb ik inmiddels de volgende uitgebreide handreiking samengesteld.

Praktijkhandleiding "aangifte doen bij het niet nakomen van de omgangsregeling". Onttrekking aan de ouderlijke macht Artikel 279 Sr.

1. Het verdient aanbeveling om voorafgaand of parallel aan het doen van aangifte van onttrekking - met hulp van uw advocaat - eerst een civiele procedure (zgn. Kort Geding) te voeren met een verzoek om civiele handhaving van de beschikte maar niet-nagekomen omgangsregeling

De kans dat de strafrechter de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaart bij de strafvervolging van uw aangiften van onttrekking (Art. 279 Sr) wordt iets groter, als u als benadeelde ouder voorafgaand niet eerst een civiel rechtelijke procedure (zgn. Kort Geding) heeft gevoerd, waarin u om civiele handhavingsmiddelen (dwangsom, civiele gijzeling, omgangs-OTS (*) etc.) voor de beschikte maar niet-nagekomen omgangsregeling gevraagd heeft en deze vervolgens - zoals de praktijkervaring leert - weinig tot niets hebben geholpen.

Dit zou nog steeds een gevolg zijn van een zinsnede uit een brief van 4 december 2002 van de Minister van Justitie die werd geschreven in het kader van de toenmalige debatten in de Tweede Kamer als wetgever over de scheidings- en omgangsproblematiek. Daarin valt te lezen:
Strafbaarstelling van het niet nakomen van een omgangsregeling
Ten aanzien van de aanbeveling een strafbepaling in de wet op te nemen sluit ik mij aan bij het door mijn voorganger ingenomen standpunt hiervan af te zien, onder meer omdat hiermee een handhavingsverplichting wordt geschapen, die onvoldoende toegevoegde waarde heeft ten opzichte van het middel van (civielrechtelijke) lijfsdwang (art. 585 Rv). We beschikken zoals eerder vermeld al over een uitgebreid scala aan civiele dwangmaatregelen. Ik wil bovendien benadrukken dat ik het strafrecht beschouw als ultimum remedium en geen geëigend middel acht om deze problematiek op te lossen.
Deze zinsnede is naar onze mening echter inmiddels door de jurisprudentie in de rechtspraktijk achterhaald als gevolg van de latere uitspraken van de Hoge Raad uit 2005, waarin het niet-nakomen van de beschikte omgang bij gezamenlijk gezag inmiddels wel strafbaar verklaard werd conform Art. 279 Sr. En een strafbaar feit blijft een strafbaar feit dat ook vervolging bij de strafrechter verdient. De eis van sommige strafrechters voor ontvankelijkheid van de Officier van Justitie bij de strafvervolging, dat eerst een civiele procedure gevoerd moet zijn, jaagt ouders ons inziens daarom geheel onnodig op hoge eigen advocaat- en procedurekosten, terwijl de wederpartij daarbij vaak op een toevoeging opereert en op kosten van de Nederlandse staat weer beroep aantekent. Dit heeft grote rechtsongelijkheid tot gevolg, waarvan de kinderen het slachtoffer worden.

Toch adviseren we u indien mogelijk het zekere voor het onzekere te nemen en eerst met uw advocaat een civiel rechtelijke Kort-Geding-procedure te voeren, waarin u om civiele handhavingsmiddelen (dwangsom, civiele gijzeling, omgangs-OTS (*) etc.) voor de beschikte maar niet-nagekomen omgangsregeling vraagt.
(*) Omgangs-OTS: Dit betreft een Onder Toezicht Stelling van het kind/de kinderen bij Jeugdzorg als civiele handhavingsmaatregel, met het oogmerk om de naleving van een door de rechter beschikte maar niet-nagekomen omgangsregeling te bewerkstelligen. Het wordt ouders bij een verzoek om civiele handhavingsmiddelen bij de KortGeding-rechter echter sterk afgeraden om als mogelijke handhavingsmaatregel te vragen om deze zgn. 'Omgangs-OTS' bij Jeugdzorg, omdat de ervaringen inmiddels hebben geleerd dat Jeugdzorg bij deze Omgangs-OTS-en steeds aan de kant van de de omgang frustrerende ouder gaat staan en daarbij eindeloze trajecten ingaat, waarbij in de praktijk weinig tot helemaal niets wordt gedaan om de naleving van de door de rechter beschikte (maar niet-nagekomen) omgangsregeling ook daadwerkelijk te bewerkstelligen.

2. Aangifte doen bij de politie van het strafbaar feit van "onttrekking" conform Art 279 Sr. 

Als de civiele handhavingsmiddelen niets hebben geholpen, en dat is helaas meestal de praktijkervaring, dan rest u als ouder geen andere weg dan bij de politie aangifte van onttrekking te doen conform Art. 279 Sr.

U kunt alleen aangifte van onttrekking doen wanneer uw zaak voldoet aan de volgende drie voorwaarden:
1. U beschikt over een bij rechterlijke beschikking vastgestelde omgangsregeling met uw kind(eren)
2. U heeft het 'gezamenlijk gezag' over uw kind(eren) van de rechter toegewezen gekregen
3. De andere ouder houdt zich zonder uw toestemming niet aan de door de rechter beschikte omgangsregeling.

Is dit het geval dan doet u het volgende:

In de woonplaats van het adres waar u de omgang geweigerd wordt belt u de politie.
Deze komt ter plaatse, constateert de weigering en zal op uw verzoek sommeren de omgangsregeling na te komen.
U noteert tijdstip en namen van de politieagenten.
Bij volhardende weigering gaat u naar het dichtstbijzijnde politiebureau om aangifte te doen van onttrekking aan de ouderlijke macht.

U neemt mee:

1. Uw identiteitsbewijs.

2. De uitspra(a)k(en) van de rechtbank in uw zaak omtrent (a) uw omgangsregeling en (b) de toekenning van het gezamenlijk gezag aan u.

3. (a) De uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 (die het niet-nakomen van de beschikte omgangsregeling bij gezamenlijk strafbaar stelt) en (b) het Rapport 2007/034 van De Nationale Ombudsman (met daarin de aanbeveling aan de Nederlandse politie om aangiften onttrekking (Art. 279 Sr) bij het niet-nakomen van een omgangsregeling bij gezamenlijk gezag ook daadwerkelijk op te nemen).
Zorg dat de prints goed leesbaar zijn.

4. Onderstaand onttrekkingsartikel Art. 279 Sr uit het Wetboek van Strafrecht. (selecteren/knippen/plakken)
Artikel 279 Sr, Wetboek van Strafrecht.
  1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
  2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.
U zegt op het politiebureau dat u aangifte wil doen van onttrekking aan de ouderlijke macht tegen de ouder die de beschikte omgangsregeling niet nakomt, waarbij u naargelang de situatie al dan niet expliciet al dan niet melding laat maken van een evt. verzwarende omstandigheid, indien er sprake is van "list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is".

Als de politie niet begrijpt wat u bedoeld laat u hen de uitspraak van de Hoge Raad en de aanbeveling in Rapport 2007/034 van De Nationale Ombudsman zien en een printje van Art 279 Sr van het Wetboek van Strafrecht.

Ongeldige redenen van de politie om de aangifte niet op te nemen kunnen zijn:

1. “Het betreft een CIVIELE zaak.”
Antwoord: “Voor de civiele zaak zal ik een kortgeding aanspannen en een dwangsom eisen. De strafrechterlijke kant van de zaak handelt u af.”

2. “Wij gaan niet aan kinderen trekken.”
Antwoord: “Dat doet u wel als u de aangifte niet opneemt. U trekt dan mee aan de kant waar het misdrijf begaan word.”

3. Vul zelf maar in, alles is mogelijk: “Wij houden niet van wijsneuzen.” Zelfs: “Uw ex wil het gewoon niet.”

Uw antwoord is bij weigering van de politie om de aangifte op te nemen altijd:
“Ik zal dan direct bij de officier van Justitie zelf aangifte laten doen door mijn advocaat.”
U belt uw advocaat en laat die direct bij de officier van Justitie bij de rechtbank horende bij de woonplaats waar u aangifte wil doen de aangifte doen. Die zal de politie dan opdracht geven de aangifte op te nemen. Informeer zelf bij de politie wanneer u welkom bent, nadat uw advocaat van de officier van Justitie bericht heeft ontvangen dat u aangifte kunt gaan doen.

Als dat dan nog niet heeft geholpen kunt u nog een brief schrijven aan de voor de Nederlandse politie verantwoordelijke minister van Veiligheid en Justitie, waarin u er op grond van de uitspraak van de Hoge Raad op wijst dat sprake is van een strafbaar feit en u de minister als baas van de politie verzoekt om de opname van uw aangifte van onttrekking door de politie te gelasten.

Waar het bij dit alles op aankomt is dat u zich bij het doen van uw aangiften onttrekking bij de politie niet gemakkelijk uit het veld laat slaan en laat wegsturen. De aarzelende houding van de politie om uw aangifte onttrekking op te nemen overigens niet noodzakelijkerwijs een gevolg van directe onwil maar soms ook van onwetendheid bij de politie, dat het ook hier gaat om het strafbaar feit van onttrekking.

Herhaald aangifte doen bij de politie i.v.m. dossieropbouw tegen omgangsfrustrerende ouder
U dient de aangifte bij de politie bij elke nieuwe keer dat de beschikte omgangsregeling niet wordt nagekomen te herhalen om zo politie en justitie in staat te stellen om een goed strafdossier (een zgn. verzamelaangifte) tegen de omgangsfrustrerende ouder op te bouwen ten behoeve van de vervolging door het OM voor de strafrechter.

Aanmelden bij Buro Slachtofferhulp:
Vergeet niet om u bij de aangifte bij de politie ook tegelijk als slachtoffer van een misdrijf aan te laten melden bij Buro Slachtofferhulp (Telefoon: 0900-0101 (lokaal tarief)) en hun hulp te vragen in deze moeilijke omstandigheden. Via de Slachtofferinformatielijn kunt u nl. navragen hoe de stand van zaken is met de afhandeling en vervolging van uw aangifte, op welke datum de strafzitting gepland is en hoe u op de strafzitting gebruik kunt maken van uw spreekrecht als slachtoffer. Het nummer staat op de aangifte vermeld.

3. Vervolging van het strafbaar feit "onttrekking" conform Art 279 Sr. door de Officier van Justitie (Openbaar Ministerie - OM)

Seponering/sepot door de Officier van Justitie en Artikel 12-Sv-procedure bij het Gerechtshof
Als u aangifte gedaan heeft bij de politie bent u er nog steeds niet. De Officier van Justitie kan dan alsnog besluiten om uw aangifte niet te vervolgen maar te seponeren. Tegen dat sepotbesluit kunt u echter zelf en zonder hulp van een advocaat weer beroep aantekenen bij het Gerechtshof middels een zgn. Artikel 12-Sv-procedure, waarin u het Gerechtshof vraagt de Officier van Justitie te gelasten om dit strafbaar feit toch te vervolgen.  Wij adviseren u ook om dat te doen. Het belang van uw kind(eren) op beide ouders is een zeer zwaarwegend belang.

4. Strafzitting bij de strafrechter

Voorafgaande of gelijklopende civiele stappen (Kort Geding) zijn aanbevolen:
N.b. Zie toelichting boven bij stap 1:
Het verdient aanbeveling om voorafgaand of gelijklopend aan het doen van de hierboven beschreven strafrechtelijke aangiften bij de politie tegen het niet nakomen van de omgangsregeling door de verzorgende ouder, eerst via een Kort Geding de civiele rechter om nakoming van de omgangsregeling te verzoeken, waarbij u niet vergeet handhavingsmiddelen (een dwangsom, gijzeling etc.) te eisen op het nakomen van de omgangsregeling. Daarvoor gaat u naar een advocaat.
DAT is die civiele procedure waar wel eens naar verwezen word.

Sexe-justitie in de Nederlandse rechtspraak
De uiteindelijk uitgesproken straf van de rechter tegen de onttrekkende ouder wanneer dit een vrouw of moeder kan u mogelijk tegenvallen. Het gaat tot nu toe vaak uitsluitend om een voorwaardelijke taakstraf van zo'n 40 uur of meer en deze is bovendien tot nog toe bij geen van de voor onttrekking veroordeelde vrouwen of moeders daadwerkelijk ten uitvoer gelegd..

Misschien was u daar nog niet van op de hoogte, maar in de Nederlandse rechtspraak is naar analogie van de vroegere 'Klassejustitie' nu noch steeds sprake van een ernstige en chronische vorm van 'Sexejustitie'. De veroordelingen voor het strafbare feit van onttrekking zijn hiervan een goed voorbeeld. Waar


Dit is een direct gevolg van een brief van 4 december 2002 van de Minister van Justitie die is geschreven in het kader van de totstandkoming van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding.

In uitspraak LJN: BZ0555 d.d. 24-12-2012 van de Rechtbank Amsterdam staat deze brief daarbij als volgt samengevat:
“Het naleven van een omgangsregeling dient volgens de kennelijke bedoeling van de wetgever te worden gehandhaafd door middel van maatregelen van civielrechtelijke aard, zoals de dwangsom, lijfsdwang, afgiftebevel of het toewijzen van het eenhoofdig gezag aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft of de ondertoezichtstelling of aanwijzing van een bijzonder curator.”
Met andere woorden indien de ouder die aangifte wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag, Art 279 Sr, doet, geen voorafgaande civiele procedure(s) heeft gevoerd om dwangmaatregelen te eisen, wordt het O.M. niet ontvankelijk verklaard.
_____
Disclaimer: Op deze website wordt geen sluitend juridisch advies gegeven: neemt u hiervoor, als het zover komt, contact op met bijvoorbeeld een advocaat, notaris of de geëigende overheidsinstanties. Deze website huldigt een eigen rechtsopvatting op een rechtsgebied dat in ontwikkeling is. Hoewel er de grootst mogelijke algemene zorg aan uw adviesverzoek en – in voorkomend geval - melding besteedt wordt, zijn we niet aansprakelijk voor de gegeven adviezen. Adviezen en reacties worden uitsluitend gegeven onder volledige uitsluiting van alle aansprakelijkheid voor de gegeven adviezen en reacties.
_____

donderdag, juli 10, 2008

191. Thuis via internet aangifte doen van geboorte of erkenning van je kind wordt nog deze kabinetsperiode ingevoerd

Elektronisch aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap

Bron: Justitie | Nieuwsbericht | 16-04-2008

Burgers kunnen straks bij de burgerlijke stand elektronisch aangifte doen van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een geboorte of een overlijden. Ook hoeven bij een huwelijksaangifte geen stukken als een geboorte-uittreksel meer te worden overlegd.

Minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Bijleveld (BZK) willen dat nog deze kabinetsperiode mogelijk maken. Zij zullen daarvoor de elektronische burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op elkaar afstemmen.

De overheid gaat uit van gegevens die ze al heeft door bij het huwelijk niet meer verschillende bewijsstukken te vragen. Akten van de burgerlijke stand, die nu alleen in papieren vorm bestaan, krijgen een elektronische versie. De burger kan straks thuis met behulp van de computer aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap.

Iemand die elektronisch aangifte doet van bijvoorbeeld een huwelijk, kan volstaan met het verstrekken van gegevens die wettelijk vereist zijn om te mogen trouwen.

De vernieuwde burgerlijke stand biedt, behalve voor de burger, ook voordelen voor de gemeenten. De elektronische opslag van akten zorgt voor een aanzienlijke besparing qua ruimte en kosten, in vergelijking met de papieren versie.

Meer informatie:

Thuis aangifte doen van geboorte of huwelijk

Bron: Justitie | Persbericht | 16-04-2008

Burgers kunnen straks bij de burgerlijke stand elektronisch aangifte doen van een huwelijk, een geregistreerd partnerschap, een geboorte of een overlijden. Ook hoeven bij een huwelijksaangifte geen stukken als een geboorte-uittreksel meer te worden overlegd. Minister Hirsch Ballin van Justitie en staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties willen dat nog deze kabinetsperiode mogelijk maken. Zij zullen daarvoor de elektronische burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) op elkaar afstemmen.

Het plan sluit aan bij het streven van het kabinet naar een moderne en 'dienstbare overheid'. De administratieve lasten moeten omlaag en dienstverlening aan burgers en bedrijven moet beter. De overheid gaat uit van gegevens die ze al heeft door bij het huwelijk niet meer verschillende bewijsstukken te vragen. Uit meldingen bij het ‘meldpunt last van de overheid’ (www.lastvandeoverheid.nl/) bleek dat het aanleveren van de geboorteakte bij een huwelijk door veel burgers overbodig wordt gevonden. Het meldpunt heeft in samenwerking met de Kafkabrigade deze meldingen opgepakt.

Een nieuwe stap is de digitale aangifte. Akten van de burgerlijke stand, die nu alleen in papieren vorm bestaan, krijgen een elektronische versie. De burger kan straks thuis met behulp van de computer aangifte doen van geboorte, huwelijk, overlijden of geregistreerd partnerschap. Als de ambtenaar dan nog vragen heeft of als er onduidelijkheden zijn, neemt hij contact op met degene die aangifte heeft gedaan. Zo nodig volgt een uitnodiging voor een gesprek.

Iemand die elektronisch aangifte doet van bijvoorbeeld een huwelijk, kan volstaan met het verstrekken van gegevens die wettelijk vereist zijn om te mogen trouwen. De ambtenaar controleert deze informatie en als ze juist blijkt, volgt er een afspraak voor de huwelijksvoltrekking.

Deze werkwijze is veel efficiënter dan de bestaande procedure. Nu moeten voor een huwelijksaangifte allerlei stukken, zoals een geboorteakte en een uittreksel GBA, persoonlijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand worden overgelegd. Dat kost tijd, geld en moeite omdat ze vaak bij andere gemeenten moeten worden opgevraagd. Iemand die in Amsterdam wil trouwen en in Groningen geboren is, moet nu zijn geboorteakte in Groningen aanvragen. Voortaan hoeft de burger geen stukken meer te verzamelen en in te leveren en dus ook geen leges meer te betalen voor dergelijke stukken Dat is alleen anders in een ingewikkelde internationale zaak of als er redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de gegevens.

Ambtenaren van de burgerlijke stand zullen voortaan gebruik maken van de gegevens van de GBA, die een aantal gegevens uit akten van de burgerlijke stand bevat. De realisatie van de GBA-V, het centrale GBA-deel dat op centraal niveau de persoonsgegevens van alle in Nederland wonende burgers bevat, stelt ambtenaren in staat de door de burger verstrekte gegevens direct en on-line te controleren.

De vernieuwde burgerlijke stand biedt, behalve voor de burger, ook voordelen voor de gemeenten. De elektronische opslag van akten zorgt voor een aanzienlijke besparing qua ruimte en kosten, in vergelijking met de papieren versie. Overigens blijft het mogelijk een papieren akte aan te vragen, net als persoonlijk aangifte doen in het stadhuis. Met de vernieuwing wordt tevens tegemoet gekomen aan een wens van de gemeenten.

Het elektronisch maken van de burgerlijke stand is een hele klus die – behalve nieuwe wetgeving – aanpassing vereist van de geautomatiseerde systemen en een goede afstemming op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. Om dat proces in goede banen te leiden komt er een stuurgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Ministeries van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken, van de VNG en van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, de beroepsvereniging van ambtenaren van de burgerlijke stand en van de gemeentelijke basisadministratie. Ook de gemeente Den Haag, die een bijzondere taak heeft op het terrein van de burgerlijke stand, neemt deel.

Column Hirsch Ballin: Vernieuwde burgerlijke stand

Bron: Justitie | Column Hirsch Ballin | Nieuwsbericht | 16-04-2008

Iedereen - ook al is hij er zich niet van bewust - heeft minstens tweemaal te maken met de burgerlijke stand. Bij aangifte van geboorte en bij aangifte van overlijden. Belangrijke gebeurtenissen, die een ambtenaar schriftelijk vastlegt in een officiële akte die een plaatsje krijgt in de registers van de burgerlijke stand. Zo ook als mensen trouwen of zich als partners laten registreren.

Maar voor het zover is, moet er aangifte worden gedaan, dat wil zeggen, op het stadhuis in de rij staan voor het loket waar een ambtenaar verzoekt om allerlei documenten. Bij trouwen bijvoorbeeld kopieën van de geboorteakte, een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie (gba) en een bewijs dat je niet al getrouwd bent of als partner geregistreerd staat. Is de aanstaande bruid of bruidegom in een andere gemeente geboren, of gescheiden? Dan moet hij of zij die stukken daar eerst opvragen.

Het kan gemakkelijker, sneller en goedkoper, door akten van de burgerlijke stand elektronisch op te maken. Binnen drie jaar is het zover. De burgerlijke stand en de gemeentelijke basisadministratie moeten dan digitaal op elkaar zijn afgestemd.

Een stel dat wil trouwen hoeft straks niet eerst alle documenten te verzamelen, maar kan thuis via internet aangifte doen door de nodige gegevens te verstrekken. Kloppen de gegevens, dan kan er een afspraak worden gemaakt om het huwelijk te voltrekken. Voor alle duidelijkheid: dat gebeurt nog gewoon, in levenden lijve, door een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Minister Ernst Hirsch Ballin

Bekijk de reacties van bezoekers (3) | Reageer



Brief van 29 september 2008 van Justitie aan de Tweede Kamer over de toekomstige regeling van thuis via internet (a) aangifte doen van geboorte of (b) erkenning van een kind

Aan: de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018; 2500 AE DEN HAAG

Van: Ministerie van Justitie
Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken - Directie Wetgeving
Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag
Bezoekadres: Schedeldoekshaven 100; 2511 EX Den Haag
Telefoon (070) 3 70 79 11
Fax (070) 3 70 75 16
www.justitie.nl

Onderdeel: Sector privaatrecht
Datum: 29 september 2008
Ons kenmerk: 5565132/08/6
Onderwerp: Vereenvoudiging toegang burgerlijke stand


Het streven van het kabinet is erop gericht om de administratieve lasten voor de burger zoveel mogelijk te verminderen. In dat kader bestaat het voornemen om te komen tot vereenvoudiging van de toegang tot de burgerlijke stand waarvan ik u, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij deze op de hoogte stel.

Het uitgangspunt is dat het voor de burger mogelijk wordt gemaakt om voortaan elektronisch aangifte te doen ten behoeve van het opmaken van akten van de burgerlijke stand en dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de verificatie van de daarbij benodigde gegevens in beginsel verricht aan de hand van de gegevens die zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: GBA).

De voorgenomen maatregelen zullen worden opgenomen in een wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

De voorgenomen wijzigingen moeten ook de behandeling van de aangiften voor de overheid vergemakkelijken, waardoor de werkprocessen aan snelheid en efficiency zullen kunnen winnen.

De beoogde verbeteringen zijn mogelijk geworden door de ontwikkeling van de elektronische communicatiemiddelen en door de modernisering van de GBA.

In de gevallen dat de gegevens niet, of niet alle in de GBA door de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen worden geverifieerd omdat die gegevens bijvoorbeeld alleen in registraties in het buitenland voorkomen, zal de aangever verplicht zijn zelf aan te tonen dat zijn informatie op waarheid berust, op de thans geldende wijze.

De rechtshandelingen waar het hier om gaat zijn de volgende.

1. Aangifte van geboorte.
Aangifte langs elektronische weg zal mogelijk worden gemaakt. De identificatie van de aangever zal geschieden met behulp van DigID en van andere hulpmiddelen.

2. Erkenning.
Nagegaan zal worden in welke gevallen erkenning van een kind langs elektronische weg mogelijk kan worden gemaakt.

3. Melding van een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap.
Voorgesteld wordt om mogelijk te maken dat de melding van een voorgenomen huwelijk of registratie van een partnerschap plaatsvindt bij elke gemeente in Nederland, ongeacht de woonplaats van de aanstaande echtelieden of geregistreerde partners in Nederland en dat deze elektronisch kan plaatsvinden.

De benodigde gegevens zullen door de betrokkenen in de vorm van een eigen verklaring kunnen worden aangeleverd. De gegevens worden vervolgens geverifieerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap plaatsvindt, aan de hand van de gegevens die zijn opgenomen in het centrale deel van de GBA. Afschriften of uittreksels uit het register van geboorten behoeven dan niet meer door de burger te worden opgehaald bij de gemeente van geboorte.

Op deze wijze wordt de procedure die aan een huwelijksvoltrekking en registratie van een partnerschap vooraf gaat aanzienlijk vereenvoudigd en vergemakkelijkt.

4. Aangifte van overlijden.
In de praktijk wordt de aangifte in de meeste gevallen verzorgd door de begrafenisondernemer. Voorgesteld wordt om het mogelijk te maken dat dit langs elektronische weg geschiedt. Evenals in het geval van de aangifte van de geboorte zal de aangever de benodigde gegevens aan de ambtenaar van de burgerlijke stand verstrekken, die vervolgens de gegevens van de overledene verifieert aan de hand van de GBA.

Verder wordt voorgesteld om een akte van burgerlijke staat in te voeren. Deze kan worden opgemaakt voor een ieder die ter gelegenheid van vestiging in Nederland en eerste inschrijving in de GBA zijn identiteit of burgerlijke staat gegevens niet kan aantonen met bewijsstukken. Deze akte heeft -evenals de overige akten van de burgerlijke stand- de sterke bewijskracht van een authentieke akte. De akte zal worden opgemaakt aan de hand van een aantal wettelijk aan te wijzen bescheiden.

Voorts zal worden geregeld dat akten van de burgerlijke stand voortaan elektronisch zullen worden opgemaakt en opgeslagen, alsmede dat afschriften en uittreksels uit de akten eveneens in elektronische vorm kunnen worden afgegeven.

De voorgenomen maatregelen zullen worden opgesteld in nauw overleg met alle betrokken partijen, zoals de VNG, de beroepsvereniging van ambtenaren van de burgerlijke stand: Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVvB) en alle belanghebbende ministeries. Daartoe is een stuurgroep in het leven geroepen. Om tot implementatie van de maatregelen te komen zal het nodig zijn om de automatiseringssystemen bij gemeenten aan te passen, waarbij zoveel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van de bestaande infrastructuur. Voorts zal het nodig zijn om de ambtenaren van de burgerlijke stand voor te bereiden op de wijzigingen in hun werkwijze. Daartoe wordt een plan van aanpak ontwikkeld.

Het is de bedoeling dat de beoogde wetswijzigingen nog in de lopende kabinetsperiode het Staatsblad bereiken en dat ook in die periode een begin wordt gemaakt met de implementatie. Te verwachten is, dat niet alle gemeenten tegelijk klaar zullen zijn voor de invoering. De zorgvuldigheid vergt dat rekening wordt gehouden met een gefaseerde invoering.

Voor burgers zal het mogelijk blijven om in persoon aangifte te doen als zij dit verkiezen boven de elektronische weg.

De Minister van Justitie,
Hirsch Ballin



Aangifte baby via internet

Bron: TrotseVaders.nl - 16 oktober 2008 20:37, redactie, 1,011 keer gelezen

Het wordt mogelijk om elektronisch aangifte te doen van de geboorte van je baby. De aangifte kan straks gewoon via de computer thuis aan de burgerlijke stand worden doorgegeven. Zijn er nog onduidelijkheden bij de ambtenaar na de elektronische aangifte dan meldt hij zich en volgt er zonodig nog een gesprek. Minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie en staatssecretaris Ank Bijleveld van Binnenlandse Zaken kondigden aan dat ze de digitale aangifte nog deze kabinetsperiode mogelijk willen maken. Het blijft wel mogelijk om persoonlijk aangifte te doen in het gemeentehuis.

woensdag, februari 21, 2007

110. Aanbeveling Nationale Ombudsman aan Nederlandse politie om aangiften onttrekking (Art. 279 Sr) bij niet nakomen omgangsregeling bij gezamenlijk gezag ook op te nemen (conform HR 15 feb 2005, LJN AR8250)

Belangrijke aanbeveling van de Nationale Ombudsman aan de Nederlandse politie om bij het niet-nakomen van een door de rechter beschikte omgangsregeling in situaties van gezamenlijk gezag de relevante jurisprudentie (de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005) als uitgangspunt te nemen voor het politieoptreden en aangiften van onttrekking daarbij ook op te nemen.

Bron: Rapport 2007/034 d.d. 16 februari 2007 van De Nationale Ombudsman

In haar samenvatting van Rapport 2007/34 concludeert De Nationale Ombudsman:
Verder bleek tijdens het onderzoek dat verzoeker op 26 augustus 2004 aangifte van onttrekking aan het ouderlijk gezag van zijn kinderen door zijn ex-echtgenote had gedaan. Na overleg van de politie met de officier van justitie werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een strafbaar feit, aangezien het een civiele aangelegenheid betrof. De aangifte van verzoeker werd geseponeerd.

Uit het onderzoek bleek dat het regionale politiekorps Noord-Holland-Noord het Handboek Jeugdzaken als uitgangspunt neemt voor het politieoptreden bij omgangsproblemen. Hierin is opgenomen dat de politie als er sprake is van gezamenlijk gezag slechts kan bemiddelen. Als een van de ouders gezag heeft en de andere ouder (zonder gezag) weigert om zijn kind terug te brengen, dan kan de politie, eventueel na bemiddeling, strafrechtelijk optreden. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 kan worden afgeleid dat ook degene die (mede) het gezag over het kind uitoefent dit kind desondanks aan het gezag van een ander kan onttrekken. Dus ook als er sprake is van gezamenlijk gezag kan de politie strafrechtelijk optreden. Gelet op de voorgaande jurisprudentie zag de Nationale ombudsman aanleiding om de korpsbeheerder in overweging te geven om de relevante jurisprudentie (de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005) als uitgangspunt te nemen voor het politieoptreden.
En in haar volledige Rapport 2007/34 schrijft De Nationale Ombudsman:

Nadere overweging betreffende het politieoptreden bij omgangsproblemen

1. Verzoeker deed op 26 augustus 2004 aangifte van onttrekking aan het ouderlijk gezag van zijn kinderen door zijn ex-echtgenote. Na overleg van de politie met de officier van justitie werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een strafbaar feit, aangezien het een civiele aangelegenheid betrof. De aangifte van verzoeker werd geseponeerd.

2. Verzoeker was het hier niet mee eens en stelde dat de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 gevolgd diende te worden (zie Achtergrond, onder 3.).

3. De officier van justitie heeft de motivering bij brief van 10 februari 2006 herzien.
Hij stelde dat er formeel sprake was van een strafbaar feit, maar dat het gemeenschapsbelang zeer gering was. Daarom was er geen reden tot overheidsingrijpen. Partijen konden hun conflict beter onderling gerechtelijk uitvechten, aldus de officier van justitie. Verzoeker heeft tegen deze sepotbeslissing op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering beklag aangetekend bij het gerechtshof.

4.1. Op 15 augustus 2006 gaf de klachtencoördinator van het regionale politiekorps Noord-Holland Noord aan, dat het korps het 'Handboek Jeugdzaken van het regionale politiekorps Haaglanden 2005' hanteert als uitgangspunt bij het optreden van de politie bij omgangsproblemen.

4.2. In het Handboek Jeugdzaken Haaglanden 2005 is onder meer het volgende opgenomen:

"In de praktijk wil het nog wel eens voorkomen dat de politie wordt betrokken bij probleem als het gaat om het niet terugbrengen van kinderen van de ene ouder naar de andere ouder. Bepalend voor het politieoptreden is de vraag wie gezag of voogdij heeft over het kind. Als er sprake is van gezamenlijk gezag of voogdij, dan kan de politie slechts bemiddelen en eventueel naar een advocaat of een omgangshuis verwijzen. De zaak wordt anders als de ouders zijn gescheiden en bij rechterlijke uitspraak alleen een van de ouders het gezag heeft. Als de andere ouder weigert om zijn kind of kinderen na een bezoekregeling terug te brengen naar de ouder die het gezag heeft (bijvoorbeeld als de ouders zijn gescheiden en de rechter heeft bepaald dat alleen de moeder het gezag heeft). Vraag in zo'n situatie altijd om de beschikking van de rechter waarin de omgangsregeling is opgenomen. De politie kan dan eventueel bemiddelen om dit probleem op te lossen. Mocht ondanks deze bemiddeling de niet-gezaghebbende ouder weigeren het kind af te staan, dan bestaat de mogelijkheid om strafrechtelijk op te treden. In dit geval maakt de niet-gezaghebbende ouder zich schuldig aan overtreding van artikel 279 van het wetboek van Strafrecht."

4.3. In jurisprudentie van de Hoge Raad (15 februari 2005) is onder meer het volgende opgenomen (Achtergrond, onder 3.):

"Voor zover (…) het standpunt wordt ingenomen dat de verdachte het kind niet aan het gezag en het opzicht van de moeder kan onttrekken in de zin van artikel 279 Sr, omdat ook de verdachte het gezag over het kind had, wordt miskend dat degene die (mede ) het gezag over een minderjarig kind uitoefent, dit kind desondanks aan het gezag en/of het opzicht van een ander kan onttrekken bijvoorbeeld door zich niet te houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling."

5. Gebleken is dat het regionale politiekorps Noord-Holland Noord het Handboek Jeugdzaken als uitgangspunt neemt voor het politieoptreden bij omgangsproblemen. Hierin is opgenomen dat de politie als er sprake is van gezamenlijk gezag slechts kan bemiddelen. Als een van de ouders gezag heeft en de andere ouder (zonder gezag) weigert om zijn kind terug te brengen, dan kan de politie, eventueel na bemiddeling, strafrechtelijk optreden. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005 kan worden afgeleid dat ook degene die (mede) het gezag over het kind uitoefent dit kind desondanks aan het gezag van een ander kan onttrekken. Dus ook als er sprake is van gezamenlijk gezag kan de politie strafrechtelijk optreden.

Gelet op de hiervoor genoemde jurisprudentie ziet de Nationale ombudsman aanleiding om de korpsbeheerder in overweging te geven om de relevante jurisprudentie (de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005) als uitgangspunt te nemen voor het politieoptreden bij omgangsproblemen.

AANBEVELING

De beheerder van het regionale politiekorps Noord-Holland Noord wordt in overweging gegeven om de relevante jurisprudentie in het kader van omgangsproblemen (de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 2005) als uitgangspunt te nemen voor het politieoptreden.

SLOTBESCHOUWING

De Nationale ombudsman wenst hier te benadrukken dat, indien er sprake is van gezamenlijk gezag, de ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de kinderen en de onderlinge verhoudingen. De ruimte voor de politie om zich in dit soort conflicten te mengen is beperkt.

ACHTERGROND

1. Grondwet

Artikel 10, eerste lid, van de Grondwet

"Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer."

2. Artikel 2 van de Politiewet 1993

"De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven".

3. Uitspraak Hoge Raad, 15 februari 2005, NJ 2005/218

"(...)Hoge Raad:

3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel 3.1. In de middelen wordt onder meer geklaagd dat het Hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de verdachte het kind aan het ouderlijk gezag of aan het opzicht van de moeder heeft onttrokken in de zin van art. 279 Sr.

3.2. De aan het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof gehechte pleitnotities houden in dat namens de verdachte het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging dan wel tot vrijspraak, is gevoerd, waartoe is gesteld dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan overtreding van art. 279 Sr, omdat de verdachte samen met de moeder het gezag over het minderjarige kind uitoefende.

3.3. Het Hof heeft onder het kopje "Verweer betreffende de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie" in de bestreden uitspraak als volgt overwogen en beslist:

"Anders dan de raadsman stelt is het hof van oordeel dat een ouder die formeel nog wel het gezag heeft over zijn minderjarig kind dat kind aan het ouderlijke gezag/opzicht van de andere ouder kan onttrekken. Verdachte heeft zijn dochter niet teruggebracht naar haar moeder nadat de omgangsregeling ten einde was gekomen. Het verweer wordt dan ook verworpen." 3.4. Voor zover in de middelen het standpunt wordt ingenomen dat de verdachte het kind niet aan het gezag en het opzicht van de moeder kan onttrekken in de zin van art. 279 Sr, omdat ook de verdachte het gezag over het kind had, wordt miskend dat degene die (mede) het gezag over een minderjarig kind uitoefent, dit kind desondanks aan het gezag en/of het opzicht van een ander kan onttrekken bijvoorbeeld door zich niet te houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling. 's Hofs onder 3.3 weergegeven oordeel getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtsopvatting.

3.5. De overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Slotsom Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

6. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep."