Posts tonen met het label België. Alle posts tonen
Posts tonen met het label België. Alle posts tonen

maandag, juni 25, 2012

551. Opinieonderzoek - Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap

Een meerderheid van 69,5% van de Belgen is voorstander van verblijfsco-ouderschap
Bron: België - Le Soir - nc - Voorpagina (Pagina 1) – Vertaling uit Frans door P. Tromp - Maandag 25 juni 2012

Uit een representatief opinieonderzoek voor het Franstalige Belgische tijdschrift Filiatio, blijkt dat zeven op de tien Belgen voorstander is van verblijfsco-ouderschap of gelijk gedeeld verblijf van het kind in de huizen van beide gescheiden ouders. Deze vorm van zorgverdeling geniet voor de Belgen veruit de voorkeur boven die van het hoofdverblijf bij een van de ouders gecombineerd met een weekendverblijf per twee weken bij de andere ouder (15,2%) of de zgn. "5/9"-zorgverdeling, waarbij het kind na de scheiding vijf dagen bij de ene ouder en negen dagen bij de andere ouder verblijft (5,2%).

Een duidelijk verschil werd daarbij waargenomen tussen de beide taalgemeenschappen in België: Verblijfsco-ouderschap en gelijk gedeeld verblijf bij gezamenlijk gezag is populairder bij de Vlamingen (81,2%) dan bij de Franstaligen (54,5%). "De sociaal-economische factor moet hier een rol spelen”, analyseert prof. Yves-Henri Leleu, een specialist in familierecht van de Universiteit van Luik (ULg). “Verblijfsco-ouderschap of gelijk verdeeld verblijf is uiteraard duurder: er zijn twee huizen nodig, twee auto's, enz.. En de “noordelijke landen” zijn meer geëmancipeerd. Tot slot zijn er zeker ook meer gezinsondersteunende diensten (crèches, kinderdagverblijven, ...) beschikbaar aan de Vlaamse kant." 

Onze informatie P.7

Echtscheiding: Verblijfsco-ouderschap is populair in België
Bron: België - Le Soir - DORZEE, HUGH - Pagina 7 - Vertaling uit Frans door P. Tromp - Maandag 25 juni 2012

Gezinnen - Een representatief opinieonderzoek in opdracht van « Filiatio », bevestigt de populariteit van verblijfsco-ouderschap onder de Belgen

Wanneer een paar scheidt, wie draagt er dan de zorg voor de kinderen? Mama, of papa, of allebei? De overgrote meerderheid van de Belgen blijkt voorstander te zijn van een “gelijk verdeelde zorg en verblijf" (zgn. bilocatie of verblijfsco-ouderschap) van de kinderen bij beide ouders.

Volgens een onderzoek uitgevoerd door AEGIS / Deep Blue, in opdracht van het tijdschrift Filiatio (1), zijn bijna zeven op de tien respondenten (69, 5%) voorstander van een egalitaire accommodatie of verblijfsco-ouderschap.

Dit geniet voor de Belgen verre de voorkeur boven een zorgregeling met het hoofdverblijf van de kinderen bij een van de ouders gecombineerd met een weekendverblijf per twee weken bij de andere ouder of de zgn. "5/9"-zorgverdeling, waarbij het kind na de scheiding vijf dagen bij de ene ouder en negen dagen bij de andere ouder verblijft (5,2%).

Er is echter een duidelijk verschil tussen noord / zuid: het verblijfsco-ouderschap of de bilocatie van de kinderen na de scheiding is populairder bij de Vlamingen (81,2%) dan bij de Franstaligen (54,5%). De redenen? "De sociaal-economische factor moet hier een rol spelen”, analyseert prof. Yves-Henri Leleu, een specialist in familierecht van de Universiteit van Luik (ULg). “Verblijfsco-ouderschap of gelijk verdeeld verblijf is uiteraard duurder: er zijn twee huizen nodig, twee auto's, enz.. En de “noordelijke landen” zijn meer geëmancipeerd. Tot slot zijn er zeker ook meer gezinsondersteunende diensten (crèches, kinderdagverblijven, ...) beschikbaar aan de Vlaamse kant. "

Een mening die wordt gedeeld door de auteurs van het onderzoek: "Men ziet ook een grotere professionele betrokkenheid en inzet in het familierecht in Vlaanderen. En, omgekeerd, een grotere weerstand aan de Franse kant ", zegt Celine Lefèvre van het tijdschrift Filiatio.

Het vermijden van conflicten"
Hoe dan ook, de uitkomsten van dit onderzoek zijn verassend. Het bevestigt dat er sprake is van een evolutie van de mentaliteit in België en in het buitenland (Frankrijk, Spanje, Italië...). Een ontwikkeling die ingezet is met de invoering van een nieuw wettelijk kader waarin - met de invoering van de wet van 14 september 2006 - rechters worden aangemoedigd om "prioriteit" te geven aan het verblijfsco-ouderschap van de kinderen na de scheiding. Tenzij dit "waarneembaar in strijd is met de belangen van het kind."
Om tot zijn besluit te komen, houdt de rechter rekening met verschillende criteria (de geografische afstand tussen de beide ouders, "ernstige (niet-)beschikbaarheid" van een van de ouders, de leeftijd van het kind, gebrek aan inzet en belangstelling of verwaarlozing van de zorg door een ouder). "De Belgische wet schrijft geen veralgemenisering of vaste formule voor het verblijfsco-ouderschap voor, maar benadrukt juist het bereiken van een overeenkomst tussen de beide ouders en het voorkomen van geschillen. En als geen van de beide ouders het daarmee eens is, dan zal de rechter ook niet ambtshalve een vaste regeling op leggen, "zegt professor Leleu.

Maar de trend is er: het "gedeelde verblijf" of verblijfsco-ouderschap wordt geleidelijk aan geaccepteerd. Dit niettegenstaande dat deze zorgregeling zowel zijn voordelen heeft (gelijkmatig handhaven van de banden van het kind met beide ouders; bieden van vrijheid aan de beide ouders ...), alsook zijn nadelen (instabiliteit en verplaatsingen voor het kind, de verplichting tot het "doubleren" van verblijfsfaciliteiten en voorzieningen ...), zoals blijkt uit een studie van de Universiteit van Luik (Casman, 2010).

Ook ‘lijken’ de parttime ouders een typisch profiel te hebben: 30-40 jaar, in vaste loondienst, hooggeschoold, beschikkend over flexibele werktijden, enz.

En in de praktijk?
We beschikken niet over data om objectief te kunnen vaststellen wat nu de rol is van rechterlijke beslissingen in het voordeel van deze vorm van verblijfsco-ouderschap en gedeelde zorg.

"In het algemeen”, voegt Celine Lefevre toe, “lijkt het erop dat het verblijfsco-ouderschap of de egalitaire accommodatie van de kinderen na de scheiding bij beide ouders is ondervertegenwoordigd in rechterlijke uitspraken. Er is dus sprake van een discrepantie en spanning tussen wat mensen in België vinden en datgene wat door rechters wordt toegepast in de Belgische rechtspraktijk. "
"Elk geval is specifiek”, tempert Professor Leleu. “Verblijfsco-ouderschap is niet altijd van toepassing. In sommige gevallen is het contra-geïndiceerd (geografische afstand tussen de ouders, spanningen tussen de ouders ...). Bovendien, vergt het veel van de dialoog tussen de ex-echtgenoten (medische follow up, sportactiviteiten...) "

In het onderzoek van Filiatio wordt ook gekeken naar andere aspecten van het gezinsleven (mening van het kind, de rol van het recht, juridische en gerechtelijke achterstanden en vertragingen ...), met inbegrip van bemiddeling. En ook hier is de conclusie duidelijk: meer dan zes op de tien Belgen (64%) is voorstander van het “verplicht opleggen van een bemiddeling aan scheidende ouders."

(1) Dit onderzoek werd uitgevoerd middels een telefonische enquête in maart 2012 op basis van een representatieve steekproef van 500 mensen in de leeftijd 18-70 jaar, met een foutenmarge van 4,4%. (www.filiatio.be)

69,5%
Dit is het percentage Belgen dat voorstander is van verbijfsco-ouderschap of "gelijk gedeelde zorg en verblijf" van de kinderen na een scheiding. Met sterke verschillen tussen de Vlaamse (81,2%) en de Franse (54,5%) gemeenschappen.


Origineel artikel in het Frans:

zondag, september 28, 2008

208. 4 op de 10 Belgen wil kinderen kunnen onterven

Bron: De Tijd: Mail - 25 sept 2008

4 Belgen op de 10 vinden dat men kinderen moet kunnen onterven. Momenteel is dat niet mogelijk omdat zij als beschermde erfgenamen altijd recht hebben op een minimaal deel van de erfenis. Dat is één van de opvallende conclusies uit de Grote Successie-enquête die Netto voerde bij een panel van ruim 1.000 40-plussers.

(netto) - Een deel van de nalatenschap is gereserveerd voor de wettelijk beschermende erfgenamen, zoals de partner en de kinderen. In België is het bijgevolg onmogelijk om de nakomelingen te onterven. Zij hebben altijd recht op een minimaal deel van de nalatenschap: de wettelijke reserve. Sommige juristen stellen de omvang van die wettelijke reserve in vraag. Ook de Belg lijkt stilaan rijp voor een zekere aanpassing van de wet. 1 op de 2 Belgen is het oneens met de stelling, maar toch vindt 38 procent dat het mogelijk moet zijn om kinderen volledig te onterven. Gelijkaardige resultaten zien we op de vraag of het mogelijk moet zijn om de partner volledig te onterven: 53% is het daar niet mee eens, 36% vindt expliciet dat het wél moet kunnen.

De Belg ligt niet wakker van erfenisplanning

Amper een kwart heeft al nagedacht over wat er na zijn dood met zijn vermogen zal gebeuren en daarover al informatie gezocht. 85 procent van de Belgen ouder dan 40 jaar heeft nog niets ondernomen om zijn of haar erfenis concreet te regelen. Een opsplitsing per leeftijd toont overigens aan dat we er rijkelijk laat mee beginnen. Of zelfs helemaal niet. De 65-plussers die al maatregelen getroffen hebben, zijn duidelijk in de minderheid.

Flink gebuisd op de kennistest: 3,5 op 10

Hoe goed is de gemiddelde Belg eigenlijk op de hoogte van de basisregels van het Belgische erfrecht? Kent hij de technieken waarmee hij af kan wijken van die regels? En schat hij de fiscale gevolgen correct in? Om dat na te gaan, peilden we in onze enquête uitgebreid naar de kennis over erfrecht en successieplanning via meerkeuzevragen. Het resultaat is ontluisterend: gemiddeld scoort de Belg amper 3,5 op 10. Het topantwoord was meestal 'ik weet het niet'. In de meeste gevallen werd dat topantwoord gevolgd door het verkeerde.

Desondanks is de Belg een doe-het-zelver

Ondanks dat gebrek aan kennis, heeft ruim 1 op de 3 Belgen die de overdracht van zijn vermogen naar de volgende generatie wél al heeft voorbereid, dat op eigen houtje gedaan. Meer mannen dan vrouwen (39% vs. 30%) gaan overigens aan de slag zonder bijstand. Mensen die al op vroege leeftijd een erfenisplanning uitwerken, doen dit minder vaak op eigen houtje (26%) dan zij die pas op latere leeftijd een planning op poten zetten (37% van de 65-plussers).

Hoofdprioriteit: zo weinig mogelijk belastingen betalen

Prioriteit nr. 1 is ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk belastingen betaald moeten worden op de nalatenschap. En we zijn bereid om daarvoor ver te gaan. Te ver vaak. Zo vindt amper 1 op de 4 respondenten het onaanvaardbaar om een deel van het vermogen verborgen te houden voor de fiscus om zo successierechten te ontlopen. De Belgen vinden successierechten een bijzonder onrechtvaardige belasting. Zeker als we erven van de partner of van de ouders. 87% van de ondervraagden vindt het niet kunnen dat er belasting op de nalatenschap van de partner moet worden betaald, 77% vindt dat onrechtvaardig indien de nalatenschap van de ouders komt.

Vooral de mensen die het meeste baat hebben bij een actieve successieplanning lijken zich hiervan niet bewust te zijn. Samenwonenden, nieuw samengestelde gezinnen, koppels zonder kinderen: ze lopen allemaal het risico dat de verdeling van hun nalatenschap anders zal verlopen dan ze zelf voor ogen hebben.

Uit de enquête blijkt niettemin dat net die groepen dat niet beseffen. Zo heeft 4 op de 10 feitelijk samenwonenden (≠ wettelijk samenwonend!) nog niet nagedacht over de erfenisproblematiek omdat ze aangeven te denken dat dit voor hen ‘niet nodig’ is.

Uit de enquête blijkt vooral dat over het statuut en de erfenisrechten van wettelijke en feitelijke samenwonenden heel wat verwarring bestaat. Wettelijke en feitelijke samenwonenden worden onder bepaalde voorwaarden gelijkgesteld met gehuwden wat betreft het successierecht. Dit betekent echter niet dat zij inzake erfrecht eveneens gelijkgesteld zouden zijn. Feitelijke samenwoners erven immers helemaal niet automatisch van elkaar. Dat is een hardnekkig misverstand dat blijkbaar bij veel mensen leeft.

Het laatste taboe

Praten over erfenissen lijkt wel het laatste grote taboe. Ruim 60% van de ondervraagden heeft (nog) nooit met zijn ouders gepraat over de erfenis. Uit eerder onderzoek van Netto (juni 2008) bleek dat 4 op de 10 erfgenamen (42%) daarover ruzie had met een familielid. 6 op de 10 van die ruziënde erfgenamen gaf aan dat dit de familierelatie duurzaam ontwricht. Belangrijk: het aantal ruziënde erfgenamen halveert, tot 2 op de 10, als alle erfgenamen op de hoogte waren van de wensen van de overledene.

Mensen die zelf al een of meerdere erfenis(sen) kregen, brengen het onderwerp vaker ter sprake met hun kinderen en kaarten het meer in detail aan bij hun ouders. Met andere woorden: ervaring met erven doet erover praten.


Alle resultaten van De Grote Successie-enquête worden nu zaterdag 27 september uitgebreid toegelicht in een speciaal dossier in Netto, het personalfinancemagazine van De Tijd.


Vier Belgen op 10 vinden dat je kinderen moet kunnen onterven

Bron: Cash.be - 26 sept 2008

(Belga) Achtendertig procent van de Belgen vindt dat het mogelijk moet zijn om je kinderen te onterven. Dat blijkt uit de Grote Successie-Enquête van Netto, het personalfinancemagazine van De Tijd. De enquête werd gevoerd bij een panel van ruim duizend 40-plussers.

Vijfentachtig procent van de Belgen ouder dan 40 jaar heeft nog niets ondernomen om de erfenis concreet te regelen. Bij zij die er wel al over gepraat hebben met familie, bleek dat 42 procent er al ruzie over heeft gehad. Zes van de tien van die ruziënde erfgenamen gaf aan dat dit de familierelatie duurzaam ontwricht. Belgen zijn ook slecht op de hoogte van het Belgisch erfrecht. We scoren gemiddeld 3,5 op tien op de test die Netto heeft gevoerd over erfrecht en successieplanning. Voor de Belgen is de hoofdprioriteit zo weinig mogelijk belastingen betalen. Zevenentachtig procent van de Belgen vindt het niet kunnen dat er belasting moet worden betaald op de nalatenschap van de partner, 77 procent vindt dat onrechtvaardig bij nalatenschap van de ouders. (TIP)


Vier op tien Belgen willen kinderen kunnen onterven

Bron: Knack.be - België - nieuws - 26/09/2008 08:37

Vier Belgen op de tien vinden dat het mogelijk moet zijn om je eigen kinderen te onterven. Dat blijkt uit de Grote Successie-Enquête van Netto, het personal financemagazine van de krant De Tijd, waaraan ruim 1.000 40-plussers deelnamen.

Momenteel is dat niet mogelijk omdat kinderen als beschermde erfgenamen altijd recht hebben op een minimaal deel van de erfenis.

Hetzelfde resultaat is er in het geval van de partners: 53 procent vindt dat het niet mogelijk mag zijn om de partner te kunnen onterven, 36 procent vindt dat het wél moet kunnen.

Ruzie

Ver blijkt uit de bevraging dat 85 procent van de Belgen ouder dan 40 jaar heeft nog niets ondernomen om de erfenis concreet te regelen.

Bij zij die er wel al over gepraat hebben met familie, bleek dat 42 procent er al ruzie over heeft gehad. 60 procent van die ruziënde erfgenamen gaf aan dat het de familierelatie duurzaam ontwricht.

Kennis

Belgen zijn ook slecht op de hoogte van het Belgische erfrecht. We scoren gemiddeld 3,5 op 10 op de test die Netto heeft gevoerd over erfrecht en successieplanning. Voor de Belgen is de hoofdprioriteit zo weinig mogelijk belastingen betalen.

Amper één op de vier respondenten vindt het onaanvaardbaar om een deel van het vermogen verborgen te houden voor de fiscus om zo successierechten te ontlopen.

Meer artikels over:


Zie verder ook: