dinsdag, juni 19, 2007

153. Vaderdag 17 juni 2007 op de Brink in Deventer

VADERDAG 17 JUNI 2007 OP DE BRINK IN DEVENTER

Datum

Type

Titel

17/06/07

Tekst/foto’s

Verslag met foto’s door Peter Tromp
Vaderdag 2007 op Brink in Deventer was zeer geslaagd !!

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Joep Zander met dankwoord aan de SP-Deventer voor haar initiatief dat aan de wieg lag van het aangenomen kameramendement 26 tot gelijkwaardig ouderschap na scheiding

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Peter Prinsen met kanttekeningen bij het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap na scheiding” (30145)

17/06/07

Fotoalbum

- Overzicht van foto’s

- Diashow van foto’s

17/06/07

Video

Videofilmpje (nog in voorbereiding)


152. Vaderdagspeech van Joep Zander met dankwoord aan de SP-Deventer


Toespraak vaderdag 2007

(over het SP-amendement en vaderdag)

Allereerst wil ik jullie bedanken voor jullie bezoek aan deze historische plek en dat uitgerekend op vaderdag. Ik ben heel blij dat Peter Tromp dit initiatief heeft genomen. En dit initiatief was zeker niet genomen als er niet toevallig deze week een prachtig vaderdaggeschenkje uit de tweede kamer tot ons kwam. Een amendement voor gelijkwaardig ouderschap van de SP dat met meerderheid werd aangenomen. Als ik het dan net had over historische plek dan bedoel ik dan ook niet alleen Deventer als historische Hanzestad, maar ook Deventer als de plek waar het initiatief werd genomen door de SP- afdeling om te komen met een wijziging op het verkiezingsprogramma ten faveure van gelijkwaardig ouderschap, waar het amendement van deze week een gevolg van was.

Degenen die aan het eind van dit verhaal zaten; Jan de Wit en Michiel van Nispen van de SP fractie konden hier vandaag helaas niet aanwezig zijn. Maar wel degene zonder wie het begin er niet was geweest.

Susanne Vunderink. Als zij niet op die ledenvergadering was geweest en mee het voorstel had gedragen. Als zij het niet mee had uitgewerkt was het er niet geweest, of althans zeker niet zover gekomen.

Vaderdag heeft verschillende aspecten. Verwennen van vaders is daar een van. Vieren. Sinds de ballonnenactie van Peter Tromp in 1997, dus precies tien jaar geleden in Arnhem, zijn we in Nederland gewend Vaderdag ook als actiedag te zien.

De actie bestaat ook deze keer voornamelijk uit het oplaten van ballonnen. Viering en actie vallen daarbij mooi samen. Ballonnen met aan een dun draadje onze wens en hoop op verbetering. Het SP- amendement is niet genoeg, of het smaakt naar meer kunnen we beter zeggen. Het is een goed geformuleerde en juiste wettelijke stelling over gelijkwaardig ouderschap. Maar het heeft moet nog wat handen en voeten krijgen. We mogen alleen maar hopen dat de rechterlijke macht het deze keer niet weer aan zijn laars lapt, vooral omdat de ook door de rechterlijke macht eigenzinnig bedachte concepten van hoofd- en nevenverblijfplaats gewoon daarnaast in de wet blijven staan.

Je zou kunnen zeggen dat de tegenstelling tussen praktijk van de rechtspraak en wettelijke idealen , als dit ook door de eerste kamer wordt aangenomen nu is binnengedrongen in de wet zelf. De waarde van het SP-amendement moet volgens mij dan ook vooral gezocht worden in het boven water tillen van een fundamentele fout in het recht zoals dat nu fungeert. Die fout is dat het recht achter de psychosociale praktijk aanloopt in plaats van dat het de praktijk regelt. Of om met Peter Prinsen te spreken het recht is niet gebaseerd op fundamentele rechtspsychologische beginselen. Of iets meer in mijn woorden. Het recht is niet zoals het zou behoren in staat gesteld machtsmisbruik te keren. En bij dat machtsmisbruik denken we niet alleen aan moeders maar vooral aan rechters, kinderbeschermers en andere justitiemedewerkers die met het blablabelang van het kind de macht in eigen hand nemen tot meerdere glorie van hun eigen materiële, psychologische en naar we deze week weer eens zagen ook seksuele, belang.

De belangrijkste winst die er dus deze week is geboekt is dat de steun voor gelijkwaardig ouderschap goed geworteld is in de SP en dat er een morele meerderheid in de kamer is voor gelijkwaardig ouderschap. Die worteling in de SP blijkt niet alleen uit het verkiezingsprogram maar vooral ook uit de toelichting daarop van de afdeling Deventer, de inzet van Harry van Bommel en Krista van Velzen in een aantal kwesties en, pas sinds deze week overigens, een goede vermelding van het standpunt op de site van de SP en nu dus dit amendement. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat de SP een bondgenoot voor ouders en kinderen zal blijven zijn en ook de praktische doorvoering ervan zal helpen mogelijk te maken. Ook op een ander punt waarop toezeggingen liggen, het aankaarten van een parlementair onderzoek in de bedrijfstak familierecht hopen we dat vorderingen kunnen worden geboekt. Op de vreemde moves van de andere partijen ga ik deze keer maar niet in.

Op de vreemde moves van de andere partijen ga ik deze keer maar niet in. Als onze ballonnen straks net zo hard met allerlei winden meewaaien zullen we de ene in Sluis, de andere in Delfzijl en een aantal afzwaaiers in Vaals uit de bomen moeten plukken.

In de tekst van het amendement wordt de nadruk gelegd op het recht van kinderen op opvoeding en verzorging door hun beide ouders. Sommigen zullen vinden dat hier had moeten staan (in overeenstemming met het artikel over omgangsrecht dat het een wederzijds recht is).

Hoe juist het ook is om te stellen dat het recht op het onderhouden van een relatie een wederzijds recht is - waarom doen toch zoveel mensen alsof we daarin een vaderrecht bepleiten- het is een recht van relatie, het recht op opvoeding en verzorging is een recht van kinderen. In het in de toelichting van het amendement gebruikte begrip onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid komt dit goed tot uiting. Een kind is aangewezen op opvoeding. En wel door mensen. Omdat het niet aan de staat is om vast te stellen welke mensen, is het heel goed dat de natuur voor ons de beslissing neemt. De ouders. Vader en moeder. Dat is een basis vaststelling van humanitaire samenleving en daarom prejudicieel recht. Deze ouders kunnen dat alleen doen vanuit een band, een commitment. Ook dat commitment ligt in de natuur besloten. Dit is de onvoorwaardelijke opvoedingsverantwoordelijkheid.

Dit begrip afkomstig van mijn vroegere docent theoretische pedagogiek Bas Levering is al bijna in de prullenbak verdwenen maar ik haal het er af en toe met verve uit om duidelijk te maken dat vaders geen huishoudhulpje zijn of loonslaaf en welk kader ze meer alimentatie moeten betalen of meer uren in het huishouden moeten doorbrengen. Het gaat om de fundamentele kwaliteit van de relatie. Als die geborgd is, en dat is die nu niet, dan ontstaat van daaruit de ruimte en de mogelijkheid voor vaders om meer te zorgen meer te investeren in hun kinderen. Niet alleen in tijd, maar vader zijn is ook bepaald leuk genoeg om er tijd in te steken. Geef ons die kans. Neem ons dat niet af.

Joep Zander

Meer verslag en foto's op: http://papa.nl.nu/vaderdag-speech.html


Datum

Type

Titel

17/06/07

Tekst/foto’s

Verslag met foto’s door Peter Tromp
Vaderdag 2007 op Brink in Deventer was zeer geslaagd !!

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Joep Zander met dankwoord aan de SP-Deventer voor haar initiatief dat aan de wieg lag van het aangenomen kameramendement 26 tot gelijkwaardig ouderschap na scheiding

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Peter Prinsen met kanttekeningen bij het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap na scheiding” (30145)

17/06/07

Fotoalbum

- Overzicht van alle foto’s

- Diashow van alle foto’s

17/06/07

Video

Videofilmpje (nog in voorbereiding)

151. Vaderdagspeech van Peter Prinsen met kanttekeningen bij het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap na scheiding” (30145)


Een rechtspolitieke wapenwedloop.

Toespraak op de Brink te Deventer, 17 juni 2007

Vijf dagen geleden, op dinsdag 12 juni 2007 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding” (wetsvoorstel 30 145) aangenomen. Het was ingediend door Donner, destijds minister van Justitie. Vandaag, vaderdag 2007. Moeten we juichen? Of moeten we de mouwen opstropen?

Bevordering voortgezet ouderschap – bij dit wetsontwerp past een citaat van een dichter van klassieke statuur, William Shakespeare. Een citaat uit Hamlet Acte II, Scene II [1], één van de meesterwerken van de wereldliteratuur dat tot op de dag van vandaag filosofen nog aanleiding geeft tot bespiegelingen over taal. Ik citeer: “Words, words, words”. Einde citaat.


Vanwaar mijn cynisme?

Ik ben cynisch omdat onze wetgever er al decennia lang blijk van geeft niet te beseffen dat hij in een rechtspolitieke wapenwedloop is verwikkeld met de rechterlijke macht.

Laten wij eens teruggaan naar 1990, het jaar waarin Hoefnagels in de Eerste Kamer, in zijn stemverklaring voor het wetsontwerp omgangsrecht, de legendarische woorden sprak: “Deze wet moet een einde maken aan de ongeschreven misdaad van de twintigste eeuw”. Het Staatsblad is gekomen, de eeuw is verstreken. Maar veranderd is er niets. Er zijn alleen maar méér protestgroepen van vaders bijgekomen (met soms moeders in hun gelederen).

Op 13 december 1991, ruim een jaar na het van kracht worden van het omgangsrecht, infiltreerden ouders massaal een vergadering van de Vereniging voor Familie- en Jeugdrecht op de VU in Amsterdam. Daar hoorden de ouders met eigen oren een kinderrechter, zich entre nous veronderstellend, badineren: “Wat heeft een vader aan een omgangsregeling? Hij kan hem inlijsten en boven zijn bed hangen!” Een andere kinderrechter: “De wet verbiedt ons de omgang te ontzeggen als er geen ontzeggingsgronden zijn, maar nergens staat dat we het verzoek van vaders niet gewoon mogen “afwijzen” als we omgang niet in het belang van het kind vinden”. Alle trucs waarmee het omgangsrecht kon worden weggeïnterpreteerd maakten gebruik van de toverformule “Belang van het Kind”.

Wie was dat ook weer, die kinderrechter die het had over "inlijsten en boven je bed hangen"? Het was die Utrechtse kinderrechter die nu, een week of twee geleden, in de Senaat heeft plaatsgenomen voor de partij waarmee zij geacht wordt uit volle borst het strijdlied mee te zingen: “De Staat verdrukt, de wet is logen, recht is ijdel woord”. [2] Deze senator van nu heeft tot voor enkele weken als kinderrechter zelf de macht uitgeoefend waartegen deze strijdleus zich richt. Het kan raar lopen – die partij, de SP, is uitgerekend de partij die zich in het kader van het recente wetsontwerp bij monde van verschillende kamerleden in het parlement, in het partijprogramma en in de media sterk heeft gemaakt voor de integriteit van het ouderschap. Daarover later meer.

Het werd 1995. Voor de wet bestaat er omgangsrecht, voor de rechters allerminst. Nederland ratificeert het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, met in artikel 18: “De Staten verzekeren erkenning van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind”. Daaraan gevolg gevend heeft de wetgever in 1998 de één-ouder-voogdij afgeschaft - voortaan behielden beide ouders bij scheiding het ouderlijk gezag.

Dat was overigens al sinds 1984 in de rechtspraak van de Hoge Raad bij wijze van gunst toegestaan, maar dan alleen aan ouders die, wijzer dan de wet, na scheiding zèlf besloten tot co-ouderschap. Maar dat de wetgever dat tot algemene wettelijke regel verhief - dàt ging de Hoge Raad te ver. Onze Hoge Raad geeft alléén een oplossing aan ouders die géén probleem hadden. Rechtszekerheid? Dat problemen juist het gevolg zijn van het ontbreken van rechtszekerheid wordt door de Hoge Raad blijkbaar niet beseft. Rechtspcychologie? "Terra incognita." Het vredestichtend effect van rechtszekerheid (integriteit van het ouderschap) – geen enkele overweging waard. Om de wet op het gezamenlijk gezag na scheiding uit te hollen opende de rechtspraak wederom haar trukendoos. Uit hun hoge hoed toverden de rechters de niet-wettelijke term “Hoofdverblijf”. Daarmee werd in wezen de afgeschafte ouder-voogd-constructie, in een nieuw jasje vermomd, heringevoerd: Één ouder wordt door de rechter benoemd tot hoofdouder (krijgt het hoofdverblijf van de kinderen), de ander blijft achter als bijouder met lege handen en – niet te vergeten – met lege portemonnee.


Gezamenlijk gezag: “De wet is logen. Recht is ijdel woord…”

Rechtspsychologie: “Terra incognita.”

En dan nu 2007. Wet bevordering voortgezet ouderschap aangenomen door de Tweede Kamer. Een wetsontwerp dat de beslissingsruimte van de rechters nóg meer verruimt, de beslissingsvrijheid van de rechters die categorisch iedere nieuwe ontwikkeling in het familierecht plegen uit te hollen, rechters die het forum creëren voor de echtscheidingsconflicten. Conflicten die er niet geweest zouden zijn als de wet zich beperkte tot een ordemaatregel in plaats van de rechter aan te stellen als inquisiteur, als totalitaire (belang van het kind) regelaar van het familieleven van gescheiden mensen. Rechters die aan de gevolgen van hun wetondermijning de legitimatie ontlenen voor hun wetondermijning. Een wet die nog altijd ouders als gladiatoren de arena injaagt om te strijden over het belang van het kind, waar zij, vóór zij het in de gaten hebben, verwikkeld raken in een strijd om de alleenheerschappij over hun kind. Dat alles onder het moraliserende oog van de rechters, die er, net als de decadente keizers van weleer, in slagen het slechtste in plaats van het beste in de mens naar boven te halen.

Een wetsontwerp waarin toenmalig Justitieminister Donner in zijn argeloosheid de in 1998 afgeschafte één-oudervoogdij terugcodificeert onder de vlag van “hoofdverblijfplaats van de kinderen”, met de impliciete alleenheerschappij die de hoofdouder daarmee toevalt, inclusief de macht om de omgang met de andere ouder te blokkeren. Met moeder als “equities darling”.

Als deze wet wordt aangenomen door de Eerste Kamer – wat God verhoede – dan moet één ding duidelijk zijn:

"Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na scheiding of beëindiging van de samenwoning recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders." (Amendement De Wit, SP)

Om nog even bij Shakespeare te blijven: “What hast thou then more than thou hadst before?” (Sonnet 40) We hádden toch al gezamenlijk gezag sinds 1998? Gezag hebben en niet standaard je kind mogen verzorgen, wie heeft dat ooit in zijn bolle hoofd gehaald?

Het is de verdienste van de afdeling Deventer van de SP. Het is de verdienste van kamerlid Jan de Wit die met dit amendement (kamerstuk 26 van het wetsvoorstel) ondubbelzinnig de integriteit van het ouderschap in de bolle hoofden van de rechters heeft ingeprent.

Peter Prinsen


[1] Polonius: "What do you read, my lord?"
Hamlet: "Words, words, words."
Polonius: "What is the matter, my lord?"
Hamlet: "Between who?"
Polonius: "I mean the matter that you read, my lord."

[2] Internationale (lied) - Wikipedia - A cappella: MP3 (3.3MB, 3:34, 128kbps) door het koor De Stem des Volks (van de CD “De Rooden Roepen”)



Datum

Type

Titel

17/06/07

Tekst/foto’s

Verslag met foto’s door Peter Tromp
Vaderdag 2007 op Brink in Deventer was zeer geslaagd !!

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Joep Zander met dankwoord aan de SP-Deventer voor haar initiatief dat aan de wieg lag van het aangenomen kameramendement 26 tot gelijkwaardig ouderschap na scheiding

17/06/07

Tekst/foto’s

Vaderdagspeech van Peter Prinsen met kanttekeningen bij het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap na scheiding” (30145)

17/06/07

Fotoalbum

- Overzicht van alle foto’s

- Diashow van alle foto’s

17/06/07

Video

Videofilmpje (nog in voorbereiding)